Campus

TU-personeel niet bang voor ontslag, maar betwijfelt afloop reorganisatie

TU-medewerkers willen meer duidelijkheid over de reorganisatie, maar vinden dat de dreiging van gedwongen ontslag afgenomen is.

Dat zijn enkele belangrijke resultaten van een enquête die het onderzoekinstituut Nipo heeft uitgevoerd aan de TU. Onderzocht werd de bekendheid van medewerkers met de MOD-operatie en de communicatie daar omheen. Dat werd een jaar geleden ook al gedaan, zodat er nu voor het eerst vergelijkingen mogelijk zijn.

Als medewerkers wordt gevraagd naar de redenen voor de organisatie, dan is ‘efficiënter werken’ het meest gegeven antwoord. Vorig jaar werd op die vraag ‘bezuiniging’ nog het vaakst genoemd. De medewerker vindt zichzelf goed op de hoogte van de MOD-plannen: van het ondersteunend en beheerspersoneel (obp) zegt driekwart goed tot zeer goed bekend te zijn met de TU-brede reorganisatie. Vorig jaar was dat nog 67 procent. Onder het wetenschappelijk personeel (wp) ligt dat wat lager, maar ook hier is sprake van een betere bekendheid. Het verschil tussen obp’ers en wp’ers is verklaarbaar omdat de reorganisatie primair de ondersteunende diensten betreft.

Een belangrijke uitkomst van het in december gehouden onderzoek, is dat het personeel minder bang is geworden voor ontslag. In januari 1997 vreesde nog ruim de helft van de werknemers voor gedwongen ontslagen, maar dat aantal is nu teruggelopen tot dertig procent. Voor andere gevolgen, zoals wijziging van functies of overplaatsingen, is men veel minder beducht.

Het personeel wordt op veel verschillende manieren geïnformeerd over de MOD-reorganisatie. Bijna iedereen zegt via Delta op de hoogte te blijven (94 procent). Daarnaast zijn het voorlichtingskatern in Delta en nieuwsbrieven van het college van bestuur belangrijke informatiebronnen. Nieuwsbrieven van faculteiten en bonden of andere bulletins worden minder goed gelezen. De waardering voor deze media loopt uiteen. De TU-medewerker hecht de meeste waarde aan de nieuwsbrieven van de mc’s, Delta en het voorlichtingskatern. Het minst betrouwbaar en relevant is de nieuwsbrief van het college.

Ondanks de interesse in de MOD, is het personeel niet optimistisch over de afloop van de reorganisatie. Ruim veertig procent heeft alleen maar negatieve verwachtingen. Als doublures worden meegeteld (mensen die positieve en negatieve gevolgen verwachten), dan komt het percentage ‘zwartkijkers’ zelfs op bijna zeventig procent uit. ,,Het duurt allemaal te lang”, zegt een ondervraagde medewerker in het Nipo-rapport. ,,Zo gaat het al vier, vijf jaar. Niets wordt er afgemaakt. Je wordt er een beetje moe van.” Als meest negatieve gevolgen worden ‘verslechterde werksfeer’ en ‘verlies van vertrouwen’ genoemd. Dringend gewenst is ‘duidelijke en eenduidige’ informatie over de reorganisatie. Een respondent suggereert: ,,Misschien moeten de betrokkenen het Handboek Personeelsbeheer er eens bij pakken.”

Dat zijn enkele belangrijke resultaten van een enquête die het onderzoekinstituut Nipo heeft uitgevoerd aan de TU. Onderzocht werd de bekendheid van medewerkers met de MOD-operatie en de communicatie daar omheen. Dat werd een jaar geleden ook al gedaan, zodat er nu voor het eerst vergelijkingen mogelijk zijn.

Als medewerkers wordt gevraagd naar de redenen voor de organisatie, dan is ‘efficiënter werken’ het meest gegeven antwoord. Vorig jaar werd op die vraag ‘bezuiniging’ nog het vaakst genoemd. De medewerker vindt zichzelf goed op de hoogte van de MOD-plannen: van het ondersteunend en beheerspersoneel (obp) zegt driekwart goed tot zeer goed bekend te zijn met de TU-brede reorganisatie. Vorig jaar was dat nog 67 procent. Onder het wetenschappelijk personeel (wp) ligt dat wat lager, maar ook hier is sprake van een betere bekendheid. Het verschil tussen obp’ers en wp’ers is verklaarbaar omdat de reorganisatie primair de ondersteunende diensten betreft.

Een belangrijke uitkomst van het in december gehouden onderzoek, is dat het personeel minder bang is geworden voor ontslag. In januari 1997 vreesde nog ruim de helft van de werknemers voor gedwongen ontslagen, maar dat aantal is nu teruggelopen tot dertig procent. Voor andere gevolgen, zoals wijziging van functies of overplaatsingen, is men veel minder beducht.

Het personeel wordt op veel verschillende manieren geïnformeerd over de MOD-reorganisatie. Bijna iedereen zegt via Delta op de hoogte te blijven (94 procent). Daarnaast zijn het voorlichtingskatern in Delta en nieuwsbrieven van het college van bestuur belangrijke informatiebronnen. Nieuwsbrieven van faculteiten en bonden of andere bulletins worden minder goed gelezen. De waardering voor deze media loopt uiteen. De TU-medewerker hecht de meeste waarde aan de nieuwsbrieven van de mc’s, Delta en het voorlichtingskatern. Het minst betrouwbaar en relevant is de nieuwsbrief van het college.

Ondanks de interesse in de MOD, is het personeel niet optimistisch over de afloop van de reorganisatie. Ruim veertig procent heeft alleen maar negatieve verwachtingen. Als doublures worden meegeteld (mensen die positieve en negatieve gevolgen verwachten), dan komt het percentage ‘zwartkijkers’ zelfs op bijna zeventig procent uit. ,,Het duurt allemaal te lang”, zegt een ondervraagde medewerker in het Nipo-rapport. ,,Zo gaat het al vier, vijf jaar. Niets wordt er afgemaakt. Je wordt er een beetje moe van.” Als meest negatieve gevolgen worden ‘verslechterde werksfeer’ en ‘verlies van vertrouwen’ genoemd. Dringend gewenst is ‘duidelijke en eenduidige’ informatie over de reorganisatie. Een respondent suggereert: ,,Misschien moeten de betrokkenen het Handboek Personeelsbeheer er eens bij pakken.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.