Onderwijs

Reorganisatie schrapte te weinig vacatures

Het aantal ondersteuners dat na de ingrijpende reorganisatie van de ondersteunende diensten is overgebleven aan de TU, ligt hoger dan was beoogd.

Om de getalsverhouding tussen ondersteunend personeel en wetenschappelijk personeel recht te trekken, werd destijds het schrappen van circa 476 fte bij de ondersteunende diensten aangekondigd. Tijdens een ingrijpende reorganisatie (OOD) kozen veel oudere ondersteuners voor een vertrekregeling en leken gedwongen ontslagen niet nodig. Nu doet zich de paradox voor dat dankzij het aantrekken van veel promovendi die gewenste getalsverhouding wel bereikt is, maar dat het aantal geschrapte fte bij de ondersteuners op circa vierhonderd lijkt te blijven steken.

Bij de centrale diensten lijkt het beoogde aantal fte te zijn geschrapt, maar bij sommige faculteiten ligt het aantal ondersteuners nu nog hoger dan de bedoeling was. In een vergadering met de ondernemingsraad benadrukte collegevoorzitter Hans van Luijk dat de oorzaken nog niet allemaal duidelijk zijn. “Sommige vertrekkende ondersteuners nemen bijvoorbeeld pas in maart 2007 afscheid. Maar het is duidelijk dat er nu ondersteuners zitten van wie we dachten dat ze er niet meer zouden zitten. We zullen van persoon tot persoon moeten nagaan hoe dat komt.”

Hij kondigde geen nieuwe reorganisatie aan, zei Van Luijk. “Misschien zijn er heel legitieme redenen voor dat sommige fte nog niet zijn geschrapt. Al die extra wetenschappers hebben natuurlijk ondersteuning nodig. Maar we willen precies weten wat er aan de hand is.”

Zo’n onderzoek zal mogelijk ook duidelijk maken of sommige faculteiten weer extra ondersteuners zijn gaan aannemen, bijvoorbeeld omdat decanen het idee hebben dat de nieuwe centrale ondersteunersorganisatie nog niet alle kinderziektes heeft overwonnen.

“Glippen de opbrengsten van de personeelskrimp bij de reorganisatie weer niet door onze vingers heen?” vroeg voorzitter van de ondernemingsraadcommissie financiën Daan Hoogwater zich bezorgd af. Hij wees op twee hoge kostenposten: de tweehonderd ict-projecten, waarvan aan zeventig een hoge prioriteit is toegekend, en de ondersteuners in leidinggevende functies die op tijdelijke basis moesten worden aangenomen. Hoogwater vroeg om duidelijke cijfers. Zo wilde hij weten of de personeelslasten sinds de reorganisatie structureel zijn toegenomen en hoeveel open vacatures er nog zijn.

Hoogwater constateerde ook dat op sommige faculteiten onrust begint te ontstaan over de vruchten van de reorganisatie. “Een deel van de ondersteuning is verdwenen en mensen vragen zich af wat ze er voor terugkrijgen.”

Van Luijk zei onrust op de faculteiten ‘niet terzijde te willen schuiven’. Maar hij sprak tegen dat de faculteiten nog geen voordeel ondervinden van de reorganisatie. “De reorganisatie heeft de faculteiten al miljoenen opgeleverd, en nu is het tijd om diepte-investeringen te doen. De TU Delft is natuurlijk geen bank.”

Om de getalsverhouding tussen ondersteunend personeel en wetenschappelijk personeel recht te trekken, werd destijds het schrappen van circa 476 fte bij de ondersteunende diensten aangekondigd. Tijdens een ingrijpende reorganisatie (OOD) kozen veel oudere ondersteuners voor een vertrekregeling en leken gedwongen ontslagen niet nodig. Nu doet zich de paradox voor dat dankzij het aantrekken van veel promovendi die gewenste getalsverhouding wel bereikt is, maar dat het aantal geschrapte fte bij de ondersteuners op circa vierhonderd lijkt te blijven steken.

Bij de centrale diensten lijkt het beoogde aantal fte te zijn geschrapt, maar bij sommige faculteiten ligt het aantal ondersteuners nu nog hoger dan de bedoeling was. In een vergadering met de ondernemingsraad benadrukte collegevoorzitter Hans van Luijk dat de oorzaken nog niet allemaal duidelijk zijn. “Sommige vertrekkende ondersteuners nemen bijvoorbeeld pas in maart 2007 afscheid. Maar het is duidelijk dat er nu ondersteuners zitten van wie we dachten dat ze er niet meer zouden zitten. We zullen van persoon tot persoon moeten nagaan hoe dat komt.”

Hij kondigde geen nieuwe reorganisatie aan, zei Van Luijk. “Misschien zijn er heel legitieme redenen voor dat sommige fte nog niet zijn geschrapt. Al die extra wetenschappers hebben natuurlijk ondersteuning nodig. Maar we willen precies weten wat er aan de hand is.”

Zo’n onderzoek zal mogelijk ook duidelijk maken of sommige faculteiten weer extra ondersteuners zijn gaan aannemen, bijvoorbeeld omdat decanen het idee hebben dat de nieuwe centrale ondersteunersorganisatie nog niet alle kinderziektes heeft overwonnen.

“Glippen de opbrengsten van de personeelskrimp bij de reorganisatie weer niet door onze vingers heen?” vroeg voorzitter van de ondernemingsraadcommissie financiën Daan Hoogwater zich bezorgd af. Hij wees op twee hoge kostenposten: de tweehonderd ict-projecten, waarvan aan zeventig een hoge prioriteit is toegekend, en de ondersteuners in leidinggevende functies die op tijdelijke basis moesten worden aangenomen. Hoogwater vroeg om duidelijke cijfers. Zo wilde hij weten of de personeelslasten sinds de reorganisatie structureel zijn toegenomen en hoeveel open vacatures er nog zijn.

Hoogwater constateerde ook dat op sommige faculteiten onrust begint te ontstaan over de vruchten van de reorganisatie. “Een deel van de ondersteuning is verdwenen en mensen vragen zich af wat ze er voor terugkrijgen.”

Van Luijk zei onrust op de faculteiten ‘niet terzijde te willen schuiven’. Maar hij sprak tegen dat de faculteiten nog geen voordeel ondervinden van de reorganisatie. “De reorganisatie heeft de faculteiten al miljoenen opgeleverd, en nu is het tijd om diepte-investeringen te doen. De TU Delft is natuurlijk geen bank.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.