Onderwijs

‘Octrooiwet beknot academische vrijheid’

Als het gaat om een fatsoenlijke compensatie voor uitvinders in vaste dienst kan Nederland een voorbeeld nemen aan Duitsland en Zweden, vindt rechtendocent mr.i

r. Arie Rijlaarsdam (Techniek, Bestuur en Management). Daar worden niet voor niets veel meer octrooien aangevraagd, betoogt hij in zijn proefschrift.

Waarom zou je als uitvinder een octrooi aanvragen?

“Als het om een commercieel interessante uitvinding gaat, kun je met een octrooi voorkomen dat een ander je uitvinding gaat exploiteren. Een octrooi geeft een monopolie, bescherming zo je wilt, in ruil voor het openbaar maken van je uitvinding. Natuurlijk kun je als wetenschapper zo’n octrooi achteraf betreuren, bijvoorbeeld omdat het verder onderzoek door andere wetenschappers in de weg staat.”

Is een octrooi aanvragen niet duur en tijdrovend?

“Bij een Nederlands octrooi valt dat mee, maar dat geeft je slechts het recht om de uitvinding binnen Nederland te exploiteren. Aan een Europees octrooi ben je minimaal twintigduizend euro kwijt. Ik raad mensen altijd aan de octrooiaanvraag door een octrooigemachtigde te laten doen. Dan lukt het meestal binnen enkele weken. Maar er hangt een prijskaartje aan: minstens de helft van die twintigduizend euro gaat op aan het salaris van de octrooigemachtigde.”

Wat is op de TU Delft de grootste mythe over octrooien?

“Dat een uitvinding van een student eigendom is van de universiteit. Onzin, want de student is geen werknemer van de TU Delft.”

Als je in Nederland als werknemer een uitvinding doet, beslist je werkgever over een eventueel octrooi. Uw proefschrift is een pleidooi voor het wijzigen van de octrooiwet, zodat de positie van de werknemer-uitvinder verbetert. Maar u bepleit niet dat de werknemer zelf octrooi kan aanvragen.

“Dat is meestal voor zo’n werknemer niet zo interessant, tenzij hij zelf kansen ziet om een uitvinding te exploiteren die zijn werkgever niet interessant vindt. Meestal gaat het hem om de compensatie. Nu is die in Nederland onder de maat. De werkgever geeft de uitvinder soms een salarisverhoging, maar dat draagt meer het karakter van een gunst dan van een recht.”

Wat is de bovengrens als het om compensaties gaat?

“Een uitschieter is nog altijd de 75 duizend gulden die een machinefabrikant in 1982 van de Hoge Raad aan een werknemer moest betalen. Maar die man was na tien jaar procederen een ton aan proceskosten kwijt. Bovendien had de kantonrechter hem eerder bijna zes ton toegekend, een bedrag dat later dus is verworpen. Het ging om een Delftse alumnus: niet lang na zijn uitvinding is hij hier afgestudeerd als werktuigbouwkundig ingenieur. De uitvinding was een verbetering van een apparaat dat voor meelfabrieken bestemd was en dat vaak storingen vertoonde. Tijdens het transport bleven er veel korreltjes aan de wand zitten. De werknemer kwam op het idee van een flexibele wand, die zowel kon uitzetten als krimpen. De verkoop schoot omhoog, maar de werknemer kreeg desgevraagd te horen dat er voor hem zelfs geen salarisverhoging in zat. Hij heeft kwaad ontslag genomen en werd leraar aan een hts.

De omzet van de fabrikant moet alleen al in de tien jaar tussen de introductie van het vernieuwde apparaat en de uitspraak van de Hoge Raad minstens 180 miljoen gulden zijn geweest. Maar de Hoge Raad oordeelde dat omvang van het commerciële succes van een uitvinding geen rol mag spelen bij het toekennen van de compensatie. Een belangrijke uitspraak, die procederen onaantrekkelijk maakt. Volgens de Hoge Raad gaat het om de vraag: wat zou de uitvinding waard geweest zijn als de uitvinder zelfstandig had geopereerd? Een onmogelijk criterium.”

Als werknemer-uitvinder heb je wel de zekerheid van een vast inkomen. Je loopt minder risico.

“Vanzelfsprekend behoort een zelfstandige uitvinder meer geld te verdienen aan een uitvinding dan een uitvinder in vaste dienst. Maar als de politiek zegt: wij vinden een toename in octrooien waardevol voor een innovatieve economie, dan is het raar dat de werknemer-uitvinder er in de wet zo bekaaid van afkomt. In Duitsland en Zweden is die compensatie wel goed geregeld, en het aantal octrooien per miljoen inwoners ligt daar veel hoger dan hier. In Frankrijk en Groot-Brittannië stelt de compensatie helemaal niks voor, en daar ligt het aantal octrooien nog lager dan in Nederland.

Duitsland levert nu 40 procent van alle octrooien in de Europese Unie. Dat is belangrijk, want Duitsland produceert en exporteert veel hightech producten. Duitsland moet concurreren op kwaliteit: de loonkosten zijn er relatief hoog. Dat geldt ook voor Nederland. Het gaat om een economisch belang.”

U hebt zware kritiek op een amendement dat Kamerleden op aanraden van de VSNU aan de Rijksoctrooiwet van 1995 hebben toegevoegd. Als een werknemer bij een universiteit, hogeschool of onderzoeksinstelling een uitvinding doet, maakt zijn werkgever aanspraak op het octrooi.

“Dat amendement hebben we te danken aan het toenmalige CDA-kamerlid Van der Hoeven, de huidige minister van onderwijs.”

Het amendement kent wel een voorbehoud: … tenzij van tevoren andere schriftelijke afspraken zijn gemaakt.

“In de praktijk is van zulke afspraken vrijwel nooit sprake. Nee, dat amendement is er in de Tweede Kamer op een nogal sneaky manier doorheen gejaagd en het beknot onmiskenbaar de academische vrijheid. Vroeger kon elke academicus zelf kiezen wanneer en hoe hij zijn bevindingen openbaar maakte. Nu ligt dat anders. In op het amendement gebaseerde cao-afspraken is vastgelegd dat hij zijn uitvinding aan de universiteit moet melden. De universiteit kan onbeperkt de tijd nemen om zich te beraden over een octrooiaanvraag. De universiteit kan hem zelfs met de wet in de hand een publicatieverbod opleggen.”

Gebeurt dat vaak?

“Nee, maar het komt voor. Bijvoorbeeld omdat een industriële sector die het onderzoek deels financiert, het verstandiger vindt om een uitvinding niet in de openbaarheid te brengen. Bij zo’n vetorecht levert de wetenschap zich uit aan commerciële belangen, en dat lijkt me geen goede zaak. Het college van bestuur of een decaan kan ook een onderzoekscontract afsluiten waarin staat dat er niets mag worden gepubliceerd zodra de octrooiaanvraag nog niet rond is. Niet leuk voor de onderzoekers.”

Stel, een onderzoeker wil zijn uitvinding niet publiceren, omdat hij bang is dat het voor verkeerde doeleinden zal worden gebruikt. Kan hij onder de huidige octrooiwet publicatie tegenhouden?

“Nee. Die beslissing is niet aan hem, maar aan de werkgever.”

Moeten we ons daar zorgen over maken, of is dat een schijnprobleem?

“Het kan een probleem worden. Colleges van bestuur zeggen altijd: wij vinden de academische vrijheid zo belangrijk dat we nooit van die cao-bepalingen over octrooirecht misbruik zullen maken. Maar mij lijkt het verstandig om het amendement helemaal te schrappen. Geef de universiteit vier maanden om te beslissen over het aanvragen van een octrooi, en regel naar Duits model een fatsoenlijke compensatie voor de uitvinder: 15 procent van de netto-opbrengsten. Dat zou een verveelvoudiging zijn van wat een werknemer-uitvinder nu krijgt.”

U heeft betoogd dat het amendement in strijd is met een door Nederland ondertekend VN-verdrag dat onder meer het auteursrecht regelt. Andere juristen hebben dat tegengesproken.

“Ja, ik heb wat tegenstand ondervonden van een octrooigemachtigde van Philips en een jurist van Economische Zaken. Hun argumenten leken me niet steekhoudend. Het beste zou natuurlijk zijn om het oordeel van de rechter te vragen.”

Als dat amendement in strijd is met een internationaal verdrag, waarom bestaat het dan nog?

“De Raad van State zou moeten beoordelen of het inderdaad in strijd is met het ‘Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten’, zoals het voluit heet. Maar de Raad van State kijkt naar de wetten zelf, niet naar amendementen. Ik vestig mijn hoop dus op de politiek. De tegenstanders van de in het proefschrift uitgewerkte wetwijzigingen zitten vooral bij de industrie. Ze zullen zeggen dat als werkgevers meer compensatie aan werknemers voor uitvindingen moeten betalen, het ondernemingsklimaat in Nederland weer verslechtert. Ik denk dat een betere compensatie het economische klimaat juist stimuleert, omdat het aantal octrooien sterk toeneemt.”

Kan een werkgever ook zijn rechten laten gelden over een uitvinding die de werknemer in zijn vrije tijd gedaan heeft?

“Ja hoor, dat kan en dat gebeurt. Het kan ook op deze universiteit gebeuren.”

Zijn de faculteiten daar niet te netjes voor?

“De fatsoensopvatting van een faculteit vind ik een wat smalle basis om het helemaal uit te sluiten. In geldnood maakt men rare sprongen.”
Wie is Arie Rijlaarsdam? (1940)

Arie Rijlaarsdam was vijfdejaars student technische natuurkunde in Delft toen hij gegrepen werd door een college octrooirecht. “De hoogleraar vertelde dat in Duitsland de rechten van de werknemer-uitvinder veel beter geregeld waren. Veertig jaar later is wat dat betreft niets veranderd, dus het onderwerp blijft me fascineren.” De ingenieur ging als leraar natuurkunde rechten studeren en voelt zich tegenwoordig vooral jurist. “Bij de natuurkunde miste ik het menselijke aspect.” Sinds 1977 doceert hij op de TU Delft vakken als octrooirecht en auteursrecht. Volgend jaar gaat hij met pensioen. “Ik zal vooral de contacten met de studenten missen.” Rijlaarsdam is getrouwd en heeft drie kinderen.

(Foto’s: Hans Stakelbeek/FMAX)

Waarom zou je als uitvinder een octrooi aanvragen?

“Als het om een commercieel interessante uitvinding gaat, kun je met een octrooi voorkomen dat een ander je uitvinding gaat exploiteren. Een octrooi geeft een monopolie, bescherming zo je wilt, in ruil voor het openbaar maken van je uitvinding. Natuurlijk kun je als wetenschapper zo’n octrooi achteraf betreuren, bijvoorbeeld omdat het verder onderzoek door andere wetenschappers in de weg staat.”

Is een octrooi aanvragen niet duur en tijdrovend?

“Bij een Nederlands octrooi valt dat mee, maar dat geeft je slechts het recht om de uitvinding binnen Nederland te exploiteren. Aan een Europees octrooi ben je minimaal twintigduizend euro kwijt. Ik raad mensen altijd aan de octrooiaanvraag door een octrooigemachtigde te laten doen. Dan lukt het meestal binnen enkele weken. Maar er hangt een prijskaartje aan: minstens de helft van die twintigduizend euro gaat op aan het salaris van de octrooigemachtigde.”

Wat is op de TU Delft de grootste mythe over octrooien?

“Dat een uitvinding van een student eigendom is van de universiteit. Onzin, want de student is geen werknemer van de TU Delft.”

Als je in Nederland als werknemer een uitvinding doet, beslist je werkgever over een eventueel octrooi. Uw proefschrift is een pleidooi voor het wijzigen van de octrooiwet, zodat de positie van de werknemer-uitvinder verbetert. Maar u bepleit niet dat de werknemer zelf octrooi kan aanvragen.

“Dat is meestal voor zo’n werknemer niet zo interessant, tenzij hij zelf kansen ziet om een uitvinding te exploiteren die zijn werkgever niet interessant vindt. Meestal gaat het hem om de compensatie. Nu is die in Nederland onder de maat. De werkgever geeft de uitvinder soms een salarisverhoging, maar dat draagt meer het karakter van een gunst dan van een recht.”

Wat is de bovengrens als het om compensaties gaat?

“Een uitschieter is nog altijd de 75 duizend gulden die een machinefabrikant in 1982 van de Hoge Raad aan een werknemer moest betalen. Maar die man was na tien jaar procederen een ton aan proceskosten kwijt. Bovendien had de kantonrechter hem eerder bijna zes ton toegekend, een bedrag dat later dus is verworpen. Het ging om een Delftse alumnus: niet lang na zijn uitvinding is hij hier afgestudeerd als werktuigbouwkundig ingenieur. De uitvinding was een verbetering van een apparaat dat voor meelfabrieken bestemd was en dat vaak storingen vertoonde. Tijdens het transport bleven er veel korreltjes aan de wand zitten. De werknemer kwam op het idee van een flexibele wand, die zowel kon uitzetten als krimpen. De verkoop schoot omhoog, maar de werknemer kreeg desgevraagd te horen dat er voor hem zelfs geen salarisverhoging in zat. Hij heeft kwaad ontslag genomen en werd leraar aan een hts.

De omzet van de fabrikant moet alleen al in de tien jaar tussen de introductie van het vernieuwde apparaat en de uitspraak van de Hoge Raad minstens 180 miljoen gulden zijn geweest. Maar de Hoge Raad oordeelde dat omvang van het commerciële succes van een uitvinding geen rol mag spelen bij het toekennen van de compensatie. Een belangrijke uitspraak, die procederen onaantrekkelijk maakt. Volgens de Hoge Raad gaat het om de vraag: wat zou de uitvinding waard geweest zijn als de uitvinder zelfstandig had geopereerd? Een onmogelijk criterium.”

Als werknemer-uitvinder heb je wel de zekerheid van een vast inkomen. Je loopt minder risico.

“Vanzelfsprekend behoort een zelfstandige uitvinder meer geld te verdienen aan een uitvinding dan een uitvinder in vaste dienst. Maar als de politiek zegt: wij vinden een toename in octrooien waardevol voor een innovatieve economie, dan is het raar dat de werknemer-uitvinder er in de wet zo bekaaid van afkomt. In Duitsland en Zweden is die compensatie wel goed geregeld, en het aantal octrooien per miljoen inwoners ligt daar veel hoger dan hier. In Frankrijk en Groot-Brittannië stelt de compensatie helemaal niks voor, en daar ligt het aantal octrooien nog lager dan in Nederland.

Duitsland levert nu 40 procent van alle octrooien in de Europese Unie. Dat is belangrijk, want Duitsland produceert en exporteert veel hightech producten. Duitsland moet concurreren op kwaliteit: de loonkosten zijn er relatief hoog. Dat geldt ook voor Nederland. Het gaat om een economisch belang.”

U hebt zware kritiek op een amendement dat Kamerleden op aanraden van de VSNU aan de Rijksoctrooiwet van 1995 hebben toegevoegd. Als een werknemer bij een universiteit, hogeschool of onderzoeksinstelling een uitvinding doet, maakt zijn werkgever aanspraak op het octrooi.

“Dat amendement hebben we te danken aan het toenmalige CDA-kamerlid Van der Hoeven, de huidige minister van onderwijs.”

Het amendement kent wel een voorbehoud: … tenzij van tevoren andere schriftelijke afspraken zijn gemaakt.

“In de praktijk is van zulke afspraken vrijwel nooit sprake. Nee, dat amendement is er in de Tweede Kamer op een nogal sneaky manier doorheen gejaagd en het beknot onmiskenbaar de academische vrijheid. Vroeger kon elke academicus zelf kiezen wanneer en hoe hij zijn bevindingen openbaar maakte. Nu ligt dat anders. In op het amendement gebaseerde cao-afspraken is vastgelegd dat hij zijn uitvinding aan de universiteit moet melden. De universiteit kan onbeperkt de tijd nemen om zich te beraden over een octrooiaanvraag. De universiteit kan hem zelfs met de wet in de hand een publicatieverbod opleggen.”

Gebeurt dat vaak?

“Nee, maar het komt voor. Bijvoorbeeld omdat een industriële sector die het onderzoek deels financiert, het verstandiger vindt om een uitvinding niet in de openbaarheid te brengen. Bij zo’n vetorecht levert de wetenschap zich uit aan commerciële belangen, en dat lijkt me geen goede zaak. Het college van bestuur of een decaan kan ook een onderzoekscontract afsluiten waarin staat dat er niets mag worden gepubliceerd zodra de octrooiaanvraag nog niet rond is. Niet leuk voor de onderzoekers.”

Stel, een onderzoeker wil zijn uitvinding niet publiceren, omdat hij bang is dat het voor verkeerde doeleinden zal worden gebruikt. Kan hij onder de huidige octrooiwet publicatie tegenhouden?

“Nee. Die beslissing is niet aan hem, maar aan de werkgever.”

Moeten we ons daar zorgen over maken, of is dat een schijnprobleem?

“Het kan een probleem worden. Colleges van bestuur zeggen altijd: wij vinden de academische vrijheid zo belangrijk dat we nooit van die cao-bepalingen over octrooirecht misbruik zullen maken. Maar mij lijkt het verstandig om het amendement helemaal te schrappen. Geef de universiteit vier maanden om te beslissen over het aanvragen van een octrooi, en regel naar Duits model een fatsoenlijke compensatie voor de uitvinder: 15 procent van de netto-opbrengsten. Dat zou een verveelvoudiging zijn van wat een werknemer-uitvinder nu krijgt.”

U heeft betoogd dat het amendement in strijd is met een door Nederland ondertekend VN-verdrag dat onder meer het auteursrecht regelt. Andere juristen hebben dat tegengesproken.

“Ja, ik heb wat tegenstand ondervonden van een octrooigemachtigde van Philips en een jurist van Economische Zaken. Hun argumenten leken me niet steekhoudend. Het beste zou natuurlijk zijn om het oordeel van de rechter te vragen.”

Als dat amendement in strijd is met een internationaal verdrag, waarom bestaat het dan nog?

“De Raad van State zou moeten beoordelen of het inderdaad in strijd is met het ‘Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten’, zoals het voluit heet. Maar de Raad van State kijkt naar de wetten zelf, niet naar amendementen. Ik vestig mijn hoop dus op de politiek. De tegenstanders van de in het proefschrift uitgewerkte wetwijzigingen zitten vooral bij de industrie. Ze zullen zeggen dat als werkgevers meer compensatie aan werknemers voor uitvindingen moeten betalen, het ondernemingsklimaat in Nederland weer verslechtert. Ik denk dat een betere compensatie het economische klimaat juist stimuleert, omdat het aantal octrooien sterk toeneemt.”

Kan een werkgever ook zijn rechten laten gelden over een uitvinding die de werknemer in zijn vrije tijd gedaan heeft?

“Ja hoor, dat kan en dat gebeurt. Het kan ook op deze universiteit gebeuren.”

Zijn de faculteiten daar niet te netjes voor?

“De fatsoensopvatting van een faculteit vind ik een wat smalle basis om het helemaal uit te sluiten. In geldnood maakt men rare sprongen.”
Wie is Arie Rijlaarsdam? (1940)

Arie Rijlaarsdam was vijfdejaars student technische natuurkunde in Delft toen hij gegrepen werd door een college octrooirecht. “De hoogleraar vertelde dat in Duitsland de rechten van de werknemer-uitvinder veel beter geregeld waren. Veertig jaar later is wat dat betreft niets veranderd, dus het onderwerp blijft me fascineren.” De ingenieur ging als leraar natuurkunde rechten studeren en voelt zich tegenwoordig vooral jurist. “Bij de natuurkunde miste ik het menselijke aspect.” Sinds 1977 doceert hij op de TU Delft vakken als octrooirecht en auteursrecht. Volgend jaar gaat hij met pensioen. “Ik zal vooral de contacten met de studenten missen.” Rijlaarsdam is getrouwd en heeft drie kinderen.

(Foto’s: Hans Stakelbeek/FMAX)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.