Campus

Niet alle Latinos hebben van nature zo’n ritmegevoel’

,,Op vrijdag landde mijn vliegtuig uit Nicaragua in Amsterdam. Op zaterdag hing ik al aan de telefoon met een dansschool. Of ik daar ook salsalessen kon volgen.

Ik was helemaal verslaafd geraakt aan deze dans.

In de zomer van 2000 liep ik stage in Nicaragua. Een medestudent stelde mij voor om Latijns-Amerikaanse dansles te nemen. Bij inschrijving schrok ik me een ongeluk. Minimaal vier keer per week les! Van huis uit ben ik nooit zo sportief geweest. Dus toen ik mijn ouders en vrienden in Nederland vertelde wat ik van plan was, lachten ze me allemaal hartelijk uit en voorspelden dat ik het nooit vol zou houden. Maar uiteindelijk heb ik maar één les gemist, en dat was omdat ik echt ziek was.

Mijn dansgroep daar bestond uit veertig huisvrouwen en een docent. Ik leerde daar niet zo veel als ik hier nu doe, maar het was een hele goede ervaring. Ook ben ik er daar achter gekomen dat niet alle Latino’s van nature zo’n fantastisch ritmegevoel hebben. Sommigen waren zelfs zo erg, dat ze in de hoek de pasjes en het ritme moesten oefenen.

Hier dans ik voornamelijk salsa en Braziliaanse dans. In Nederland wordt het wel anders gegeven. Met meer show, meer draaitjes, maar de essentie is hetzelfde. Nederlanders hebben vooral moeite hebben met het karakter van dit soort dansen. Wij zijn niet gewend zo sensueel en dicht tegen elkaar te dansen. Maar eenmaal over die drempel is het prima te leren. De muziek van de salsa is namelijk net een hartslag, heel natuurlijk dus.

Mijn leraar, een Braziliaan, heeft me ook andere Braziliaanse dansen laten zien, zoals de axé en zouk. In het begin voelde ik me echt motorisch gestoord terwijl ik deze dansen probeerde uit te voeren. Je hoort je benen en je armen onafhankelijk van elkaar en tegelijk te bewegen. Bij mij lukte of het één, of het ander. Dat was even heel lastig.

Uiteindelijk is het gelukt, en door mijn kennis van de axé, een carnavalssamba die iedereen in Rio danst, kon ik afgelopen zomer meedansen bij het zomercarnaval in Rotterdam. In een groep van zestig dansers achter een kar, met een Braziliaanse drumband van veertig man. Ik heb er zes en een half uur zo goed als non-stop gedanst en ben drie kilo afgevallen, allemaal vocht. Ook kon ik drie dagen nauwelijks meer bewegen. Maar het was fantastisch en ik zou het zo weer doen. Alleen ga ik dan wel wat langer onder de zonnebank. Die Hollandse ‘scheterigheid’ past namelijk niet echt tussen al die mooie bruine lijven op dat zomercarnaval.”

,,Op vrijdag landde mijn vliegtuig uit Nicaragua in Amsterdam. Op zaterdag hing ik al aan de telefoon met een dansschool. Of ik daar ook salsalessen kon volgen. Ik was helemaal verslaafd geraakt aan deze dans.

In de zomer van 2000 liep ik stage in Nicaragua. Een medestudent stelde mij voor om Latijns-Amerikaanse dansles te nemen. Bij inschrijving schrok ik me een ongeluk. Minimaal vier keer per week les! Van huis uit ben ik nooit zo sportief geweest. Dus toen ik mijn ouders en vrienden in Nederland vertelde wat ik van plan was, lachten ze me allemaal hartelijk uit en voorspelden dat ik het nooit vol zou houden. Maar uiteindelijk heb ik maar één les gemist, en dat was omdat ik echt ziek was.

Mijn dansgroep daar bestond uit veertig huisvrouwen en een docent. Ik leerde daar niet zo veel als ik hier nu doe, maar het was een hele goede ervaring. Ook ben ik er daar achter gekomen dat niet alle Latino’s van nature zo’n fantastisch ritmegevoel hebben. Sommigen waren zelfs zo erg, dat ze in de hoek de pasjes en het ritme moesten oefenen.

Hier dans ik voornamelijk salsa en Braziliaanse dans. In Nederland wordt het wel anders gegeven. Met meer show, meer draaitjes, maar de essentie is hetzelfde. Nederlanders hebben vooral moeite hebben met het karakter van dit soort dansen. Wij zijn niet gewend zo sensueel en dicht tegen elkaar te dansen. Maar eenmaal over die drempel is het prima te leren. De muziek van de salsa is namelijk net een hartslag, heel natuurlijk dus.

Mijn leraar, een Braziliaan, heeft me ook andere Braziliaanse dansen laten zien, zoals de axé en zouk. In het begin voelde ik me echt motorisch gestoord terwijl ik deze dansen probeerde uit te voeren. Je hoort je benen en je armen onafhankelijk van elkaar en tegelijk te bewegen. Bij mij lukte of het één, of het ander. Dat was even heel lastig.

Uiteindelijk is het gelukt, en door mijn kennis van de axé, een carnavalssamba die iedereen in Rio danst, kon ik afgelopen zomer meedansen bij het zomercarnaval in Rotterdam. In een groep van zestig dansers achter een kar, met een Braziliaanse drumband van veertig man. Ik heb er zes en een half uur zo goed als non-stop gedanst en ben drie kilo afgevallen, allemaal vocht. Ook kon ik drie dagen nauwelijks meer bewegen. Maar het was fantastisch en ik zou het zo weer doen. Alleen ga ik dan wel wat langer onder de zonnebank. Die Hollandse ‘scheterigheid’ past namelijk niet echt tussen al die mooie bruine lijven op dat zomercarnaval.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.