Campus

Negen komma acht

Druk (01)Die lange zweterige gang. God, hoeveel keer ze daar al had gestaan. Wachtend op haar toets. Wetend dat ze de toets niet goed had geleerd.

Niet had geleerd. Met een stapeltje fake-kladpapier onder haar aantekeningen. Om ze op het juiste moment na binnenkomst om te wisselen met het TU-kladstapeltje.


1 Illustratie: Saskia Wigbold

Vleeskeuren. Zo noemde Evelien hun favoriete bezigheid om verveling tegen te gaan. Tot op de begrafenis van haar oma aan toe. Nu ook, al zijn dit wel erg jonge jongens. Net van de middelbare school. Maar goed, automatisch volgens het bekende scenario: Met wie zou ze de laatste minuten doorbrengen als er NU een allesverwoestende catastrofe op de aarde afstormde. En in tegenstelling tot de clichés, lukte het ook in Delft altijd wel om die man te vinden. Wet van de grote getallen. Het is hier gewoon wat meer werk dan in Amsterdam of Leiden.

De mensenworm komt in beweging. Stap voor stap mag iedereen de hel betreden. De douchescène uit Schindler’s List schiet door haar hoofd. Later heeft Sanja altijd spijt van dit soort associaties. Maar vandaag ziet iedereen er wel erg grauw zwart-wittig uit.

Een computer uitgezocht. Voorin, want alleen amateurs kruipen achterin de zaal weg. Knikje naar de surveillerende docent. Treuzel een beetje met je jas ophangen. Rekenmachine, pen, allemaal rustig bij elkaar gezocht. Vervolgens de map met aantekeningen op tafel leggen, de volgeschreven spiekvellen eronder. Gaan zitten, map optillen en in de tas stoppen. Niet meer naar het papier kijken.

,,Mag ik je collegekaart even zien?”

De docent. Ze kijkt om, zenuwen onder controle. Kijkt hem in de ogen. Het urenlang voor de spiegel Bambi-ogen-oefenen in de tijd dat ze nog dacht dat jongens op een soort Manga-meisjes vielen werpt nu alsnog zijn vruchten af. De kaart zit in haar kontzak. Ze moet er een stukje voor opstaan om hem eruit te peuteren.

,,Okee, het is wel goed, ik geloof het wel. Ik heb je volgens mij ook al wel vaker hier zien zitten, is-het-niet?”, pruttelt de docent. Hij zag er beter uit mét baard.

De toets maken is bijna routinewerk. Een belediging voor de voorbereide spieker. Kutwoord trouwens, spieken. Sanja stelt zich er afkijkende en elkaar beglurende mensen bij voor. Niks voor haar. Na bijna vier goede antwoorden blinkt het scherm groen op: Een negen komma acht. Lekker begin van het vak. Nog vier weken en ze kan aan haar afstuderen gaan denken.

Opstaan, tas mee, kladpapier mee. Niet te blij kijken. Staat zo onbeschoft tegenover de mindere Goden om haar heen. Langs de docent. Hij kijkt haar weer aan. Zonder baard. Ze kijkt terug. Manga.

Haar telefoon gaat. ,,Fuck”, zijn haar laatste woorden. Slow-motion aquariumgeluid.

Drieënzestig studenten kijken op van hun scherm. Zien hoe een meisje wanhopig probeert haar telefoon in haar tas te vinden en uit te zetten. Ze zien hoe ze haar greep op het stapeltjepapier in haar hand verliest. De vellen dwalen door het gangpad, de docent schiet hulpvaardig toe, raapt de kladblaadjes op. Nog steeds gaat de telefoon. Stemmen roepen door de zaal. Haar hoofd is rood. De docent staat nu ook te wachten. Eindelijk heeft ze het apparaat te pakken. De docent werpt een blik op het papier. De telefoon zwijgt. Sanja zwijgt. Drieënzestig studenten kijken ademloos toe.

Buiten gaat Sanja’s telefoon opnieuw. Moeders die precies weten wanneer de toets van hun dochter eindigt, zijn beangstigend dichtbij. Ze houdt de telefoon uit voorzorg een eindje van haar oor af. De straling schijnt enge kankers te veroorzaken.

,,Ja, ik heb de toets gedaan”, zucht Sanja.

Haar moeder vraagt wat ze had gehaald. Even aarzelt Sanja. Nu niet zeggen betekent nooit zeggen. Naar volle waarheid vertelt Sanja haar moeder dat ze een negen komma acht had.

,,Ja dat is een lekker begin. Nee, ik zal echt doorzetten dit keer, beloof ik.” Haar moeder zeurt nog wat na, het gesprek wordt beëindigd: ,,Mam, nog één ding. Wil je me voortaan niet meer na afloop bellen.”

Druk (01)

Die lange zweterige gang. God, hoeveel keer ze daar al had gestaan. Wachtend op haar toets. Wetend dat ze de toets niet goed had geleerd. Niet had geleerd. Met een stapeltje fake-kladpapier onder haar aantekeningen. Om ze op het juiste moment na binnenkomst om te wisselen met het TU-kladstapeltje.


1 Illustratie: Saskia Wigbold

Vleeskeuren. Zo noemde Evelien hun favoriete bezigheid om verveling tegen te gaan. Tot op de begrafenis van haar oma aan toe. Nu ook, al zijn dit wel erg jonge jongens. Net van de middelbare school. Maar goed, automatisch volgens het bekende scenario: Met wie zou ze de laatste minuten doorbrengen als er NU een allesverwoestende catastrofe op de aarde afstormde. En in tegenstelling tot de clichés, lukte het ook in Delft altijd wel om die man te vinden. Wet van de grote getallen. Het is hier gewoon wat meer werk dan in Amsterdam of Leiden.

De mensenworm komt in beweging. Stap voor stap mag iedereen de hel betreden. De douchescène uit Schindler’s List schiet door haar hoofd. Later heeft Sanja altijd spijt van dit soort associaties. Maar vandaag ziet iedereen er wel erg grauw zwart-wittig uit.

Een computer uitgezocht. Voorin, want alleen amateurs kruipen achterin de zaal weg. Knikje naar de surveillerende docent. Treuzel een beetje met je jas ophangen. Rekenmachine, pen, allemaal rustig bij elkaar gezocht. Vervolgens de map met aantekeningen op tafel leggen, de volgeschreven spiekvellen eronder. Gaan zitten, map optillen en in de tas stoppen. Niet meer naar het papier kijken.

,,Mag ik je collegekaart even zien?”

De docent. Ze kijkt om, zenuwen onder controle. Kijkt hem in de ogen. Het urenlang voor de spiegel Bambi-ogen-oefenen in de tijd dat ze nog dacht dat jongens op een soort Manga-meisjes vielen werpt nu alsnog zijn vruchten af. De kaart zit in haar kontzak. Ze moet er een stukje voor opstaan om hem eruit te peuteren.

,,Okee, het is wel goed, ik geloof het wel. Ik heb je volgens mij ook al wel vaker hier zien zitten, is-het-niet?”, pruttelt de docent. Hij zag er beter uit mét baard.

De toets maken is bijna routinewerk. Een belediging voor de voorbereide spieker. Kutwoord trouwens, spieken. Sanja stelt zich er afkijkende en elkaar beglurende mensen bij voor. Niks voor haar. Na bijna vier goede antwoorden blinkt het scherm groen op: Een negen komma acht. Lekker begin van het vak. Nog vier weken en ze kan aan haar afstuderen gaan denken.

Opstaan, tas mee, kladpapier mee. Niet te blij kijken. Staat zo onbeschoft tegenover de mindere Goden om haar heen. Langs de docent. Hij kijkt haar weer aan. Zonder baard. Ze kijkt terug. Manga.

Haar telefoon gaat. ,,Fuck”, zijn haar laatste woorden. Slow-motion aquariumgeluid.

Drieënzestig studenten kijken op van hun scherm. Zien hoe een meisje wanhopig probeert haar telefoon in haar tas te vinden en uit te zetten. Ze zien hoe ze haar greep op het stapeltjepapier in haar hand verliest. De vellen dwalen door het gangpad, de docent schiet hulpvaardig toe, raapt de kladblaadjes op. Nog steeds gaat de telefoon. Stemmen roepen door de zaal. Haar hoofd is rood. De docent staat nu ook te wachten. Eindelijk heeft ze het apparaat te pakken. De docent werpt een blik op het papier. De telefoon zwijgt. Sanja zwijgt. Drieënzestig studenten kijken ademloos toe.

Buiten gaat Sanja’s telefoon opnieuw. Moeders die precies weten wanneer de toets van hun dochter eindigt, zijn beangstigend dichtbij. Ze houdt de telefoon uit voorzorg een eindje van haar oor af. De straling schijnt enge kankers te veroorzaken.

,,Ja, ik heb de toets gedaan”, zucht Sanja.

Haar moeder vraagt wat ze had gehaald. Even aarzelt Sanja. Nu niet zeggen betekent nooit zeggen. Naar volle waarheid vertelt Sanja haar moeder dat ze een negen komma acht had.

,,Ja dat is een lekker begin. Nee, ik zal echt doorzetten dit keer, beloof ik.” Haar moeder zeurt nog wat na, het gesprek wordt beëindigd: ,,Mam, nog één ding. Wil je me voortaan niet meer na afloop bellen.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.