Onderwijs

​Mbo gaat meer op hbo lijken

Hogescholen en mbo-instellingen moeten meer samenwerken, aldus een brief van minister Bussemaker aan de Tweede Kamer. Er komen mbo-lectoren en gezamenlijke onderwijsprogramma’s.

In het hbo slaan lectoren een brug tussen onderzoek en praktijk, schrijft minister Bussemaker vandaag. “In het mbo kennen we een dergelijke functie niet en daar wil ik verandering in brengen.”

Deze mbo-lectoren moeten uiteindelijk ook bijdragen aan de onderwijskwaliteit en aan een soepeler overgang tussen mbo en hbo, aldus de minister.

Ze had al eerder aangekondigd dat de overgang van mbo naar hbo meer aandacht zou krijgen. Ze wil de samenwerking tussen mbo en hbo een plek geven in toekomstige kwaliteitsafspraken, schreef ze al in haar ‘Strategische Agenda’.

Over kwaliteitsafspraken zegt ze deze keer niet veel. Wel wil ze mbo-instellingen en hogescholen “de ruimte bieden” om te experimenteren met gemeenschappelijke onderwijsprogramma’s. Het idee is dat er één ‘doorlopende leerlijn’ komt tussen verwante opleidingen op mbo- en hbo-niveau.

Ook kunnen mbo’ers in de toekomst vaker ‘keuzedelen’ volgen die hen voorbereiden op de overstap naar het hbo, kondigt Bussemaker aan.

Voor deze aanpak van het mbo trekt ze ook geld uit. De mbo-lectoraten gaat ze ondersteunen met geld uit het ‘regionaal investeringsfonds mbo’. Tot en met 2017 besteedt ze er honderd miljoen euro aan. Maar ook het bedrijfsleven zou eraan moeten meebetalen.

De verschillende niveaus in het mbo krijgen overigens nieuwe namen, “zodat het voor studenten, ouders en werkgevers duidelijker wordt waar de opleiding voor staat”. Mbo-studenten kunnen straks een entreeopleiding volgen (niveau 1), het basis beroepsonderwijs (niveau 2) of het middelbaar beroepsonderwijs (niveau 3 en 4).

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.