Onderwijs

Liberalen verkeken zich op draagvlak voor leerrechten

De VVD baalt dat de invoering van leerrechten tot 2008 is uitgesteld. De hogescholen en universiteiten zouden het nieuwe bekostigingsstelsel doelbewust hebben getraineerd. Maar de koepels hadden gewaarschuwd.

Toen staatssecretaris Bruins’ voorganger Mark Rutte in 2004 de boer op ging met de leerrechten, trapte universiteitenkoepel VSNU meteen op de rem. Bekostiging per heel of half studiejaar zou veel administratieve ellende opleveren. Die stelling heeft de vereniging nooit verlaten. De hogescholen waren aanvankelijk positief over de plannen die immers voor een broodnodige verbetering van het bekostigingsstelsel zouden zorgen.

Rutte kon vrij snel op een ruime meerderheid in de Tweede Kamer rekenen. Tot zijn vertrek deze zomer hield hij goede moed dat het leerrechtendeel van zijn nieuwe onderwijswet het wel zou halen. Daardoor dacht hij misschien te licht over de aanhoudende kritiek uit het veld.

Wat ongetwijfeld weinig heeft geholpen, is de soms lompe presentatie van Rutte. Die werkte gezagsondermijnend toen hogescholen en universiteiten in maart van dit jaar een rapport over bureaucratie en leerrechten lieten maken door adviesbureau Berenschot. Ze rekenden voor dat invoering van leerrechten hun jaarlijks 45 miljoen euro extra zou kosten. Rutte liet tot woede van de koepelorganisaties weten dat hij het Berenschotrapport een ‘slecht onderzoek’ vond.

Voor de VSNU was dit aanleiding om de deur dicht te gooien. Ook de Hbo-raad was gepikeerd, maar bleef wel in gesprek met Rutte. In een ultieme poging om de universiteiten binnenboord te krijgen, was het de Tweede Kamer die de leerrechtensystematiek andermaal op de schop nam: studenten zouden hun leerrechten niet per half jaar, maar per maand mogen verzilveren. Bovendien zouden de instellingen voor een heel jaar geld krijgen als een student tussentijds vertrekt of instroomt. De miljoenen die dat jaarlijks zou kosten, gingen echter af van de vergoeding per student.

De Tweede Kamer wist van geen wijken. Vlak voor het zomerreces stemde een meerderheid voor snelle invoering van leerrechten in de huidige wet, op voorwaarde dat nauw samenhangende regels op het gebied van medezeggenschap, toezicht en studiekeuzeinformatie in een aparte spoedwet zouden worden opgenomen.

Die wet kwam pas begin oktober terug van de Raad van State. De Kamer organiseerde een hoorzitting en kreeg twee in het defensief gedrukte koepelorganisaties tegenover zich die geen verantwoordelijkheid wilden nemen voor een snelle invoering van leerrechten. Universiteiten plaatsten kanttekeningen bij de technische haalbaarheid om leerrechten in te voeren per 2007. Die houding schoot vooral VVD-kamerlid Arno Visser in het verkeerde keelgat.

Toen staatssecretaris Bruins vlak na de hoorzitting in de Kamer schreef dat hij de invoering van leerrechten in 2007 onder deze omstandigheden onverantwoord vond, sprong Visser uit zijn vel; hij eiste een parlementair onderzoek naar de ‘obstructie’ door de instellingen. Zijn verontwaardiging is begrijpelijk. Er ligt een parlementair meerderheidsbesluit en het is gebruikelijk dat instellingen zich daaraan conformeren. Aan de andere kant: de randvoorwaarden die onlosmakelijk bij de leerrechten horen, waren tot deze week nog niet afgekaart en ook de Eerste Kamer moet nog een definitief oordeel vellen. Is het dan gek dat de instellingen hun lobby nog niet als beëindigd beschouwen? (HOP)

Toen staatssecretaris Bruins’ voorganger Mark Rutte in 2004 de boer op ging met de leerrechten, trapte universiteitenkoepel VSNU meteen op de rem. Bekostiging per heel of half studiejaar zou veel administratieve ellende opleveren. Die stelling heeft de vereniging nooit verlaten. De hogescholen waren aanvankelijk positief over de plannen die immers voor een broodnodige verbetering van het bekostigingsstelsel zouden zorgen.

Rutte kon vrij snel op een ruime meerderheid in de Tweede Kamer rekenen. Tot zijn vertrek deze zomer hield hij goede moed dat het leerrechtendeel van zijn nieuwe onderwijswet het wel zou halen. Daardoor dacht hij misschien te licht over de aanhoudende kritiek uit het veld.

Wat ongetwijfeld weinig heeft geholpen, is de soms lompe presentatie van Rutte. Die werkte gezagsondermijnend toen hogescholen en universiteiten in maart van dit jaar een rapport over bureaucratie en leerrechten lieten maken door adviesbureau Berenschot. Ze rekenden voor dat invoering van leerrechten hun jaarlijks 45 miljoen euro extra zou kosten. Rutte liet tot woede van de koepelorganisaties weten dat hij het Berenschotrapport een ‘slecht onderzoek’ vond.

Voor de VSNU was dit aanleiding om de deur dicht te gooien. Ook de Hbo-raad was gepikeerd, maar bleef wel in gesprek met Rutte. In een ultieme poging om de universiteiten binnenboord te krijgen, was het de Tweede Kamer die de leerrechtensystematiek andermaal op de schop nam: studenten zouden hun leerrechten niet per half jaar, maar per maand mogen verzilveren. Bovendien zouden de instellingen voor een heel jaar geld krijgen als een student tussentijds vertrekt of instroomt. De miljoenen die dat jaarlijks zou kosten, gingen echter af van de vergoeding per student.

De Tweede Kamer wist van geen wijken. Vlak voor het zomerreces stemde een meerderheid voor snelle invoering van leerrechten in de huidige wet, op voorwaarde dat nauw samenhangende regels op het gebied van medezeggenschap, toezicht en studiekeuzeinformatie in een aparte spoedwet zouden worden opgenomen.

Die wet kwam pas begin oktober terug van de Raad van State. De Kamer organiseerde een hoorzitting en kreeg twee in het defensief gedrukte koepelorganisaties tegenover zich die geen verantwoordelijkheid wilden nemen voor een snelle invoering van leerrechten. Universiteiten plaatsten kanttekeningen bij de technische haalbaarheid om leerrechten in te voeren per 2007. Die houding schoot vooral VVD-kamerlid Arno Visser in het verkeerde keelgat.

Toen staatssecretaris Bruins vlak na de hoorzitting in de Kamer schreef dat hij de invoering van leerrechten in 2007 onder deze omstandigheden onverantwoord vond, sprong Visser uit zijn vel; hij eiste een parlementair onderzoek naar de ‘obstructie’ door de instellingen. Zijn verontwaardiging is begrijpelijk. Er ligt een parlementair meerderheidsbesluit en het is gebruikelijk dat instellingen zich daaraan conformeren. Aan de andere kant: de randvoorwaarden die onlosmakelijk bij de leerrechten horen, waren tot deze week nog niet afgekaart en ook de Eerste Kamer moet nog een definitief oordeel vellen. Is het dan gek dat de instellingen hun lobby nog niet als beëindigd beschouwen? (HOP)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.