Onderwijs

Lekenpraatje bij promotie: verplicht of niet?

Promovendi vatten hun onderzoek voorafgaand aan hun promotie vaak in gewonemensentaal samen voor hun publiek. Bij de meeste universiteiten gebeurt dat, maar niet overal. Is dat erg?

Drukte en capaciteitsproblemen staan het lekenpraatje bij de meeste universiteiten normaal gesproken niet in de weg.

Promovendi van de Universiteit Utrecht drongen vorige maand bij het collegebestuur aan op de invoering van het lekenpraatje als vast onderdeel van promotieplechtigheden. Nu is daar in Utrecht geen tijd voor ingeruimd, al kunnen promovendi die er prijs op stellen wel vooraf een apart zaaltje afhuren.


Dat ziet de Utrechtse Promovendi Partij (UPP) graag anders: omdat promotieonderzoek met belastinggeld wordt gefinancierd, moeten onderzoekers hun bevindingen met een breed publiek delen, vindt de partij.


Niet haalbaar


“Natuurlijk is het belangrijk dat wetenschappers hun bevindingen delen met niet-academici”, reageert woordvoerder Maarten Post van de Universiteit Utrecht. Hij beschouwt het verzoek van de UPP als “een mooi initiatief”, maar acht het niet haalbaar. Alle promovendi willen per se in het Academiegebouw promoveren, en het liefst in de Senaatszaal, omdat die veel allure heeft. En dus is het daar erg druk, legt hij uit.


“De promoties volgen daar kort op elkaar, het zijn er vaak drie of vier per dag. Dan kun je niet zomaar een extra onderdeel van een kwartier toevoegen.” Het inkorten van de verdediging is volgens hem ook geen optie: de landelijke regel eist dat die precies een academisch uur (gewoonlijk 45 minuten) moet duren, waarna het ‘hora est!’ klinkt.


Drukte en capaciteitsproblemen staan het lekenpraatje bij de meeste universiteiten normaal gesproken niet in de weg. In Rotterdam en Eindhoven is het praatje al jaren een vast onderdeel van de ceremonie. Maar elders is het meestal niet verplicht en heeft elke promovendus zelf de keus.


Logisch


Rolf van Wegberg, voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland en promovendus aan de TU Delft, heeft begrip voor de wens van de Utrechtse promovendi. “Logisch dat ze zeggen: wij willen graag onze vrienden, familie en kennissen vertellen waar we de afgelopen vier jaar zo druk mee bezig zijn geweest.”


Bij de Universiteit Leiden, die sterk hangt aan academische tradities, was het houden van lekenpraatjes volgens hem lange tijd uit den boze. Inmiddels mag dat wel, maar dan moeten promovendi daar zelf een zaal voor reserveren.


Zou zo’n praatje niet gewoon verplicht moeten zijn om het maatschappelijk nut van het promotieonderzoek aan te tonen? “Dat denk ik niet. Dat nut kun je ook aantonen via populairwetenschappelijke websites, programma’s of tijdschriften”, vindt Van Wegberg. “Natuurlijk is het belangrijk dat wetenschappelijk werk niet in de bureaula belandt, maar daar zijn allerlei manieren voor.”


HOP, Matthijs van Schie

HOP Hoger Onderwijs Persbureau

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

redactie@hogeronderwijspersbureau.nl

Comments are closed.