Campus

Kat en muis in de tentamenzaal

Fraude tijdens tentamens. Het onderwerp maakt
een hoop emoties los, al heeft de TU er weinig last van.
En dat terwijl een kwaadwillende student er niet heel veel moeite voor hoeft te doen.


Drommen studenten in de rij voor het toilet. Wachtend om te gluren in spiekbriefjes die ze eerder onder de toiletborstel hebben verstopt of op mailcontact met ouderejaars via de mobiele telefoon. Met ouderejaars die zich daarvoor laten inhuren, tot wel honderden euro’s per tentamen.


Op de Maastrichtse School of Business and Economics was het zo erg, dat studenten nu nog maar één keer per tentamen naar het toilet mogen. Een halfbakken oplossing, vinden velen in Maastricht. Maar fouilleren mag niet, cameratoezicht op toiletten evenmin en detectiepoortjes werken niet. Kortom, er is geen kruid gewassen tegen studenten die de boel (op de wc) willen flessen.

Hoe zit dat in Delft? Die vraag beantwoordde interim-directeur onderwijs- en studentenzaken Nellie van de Griend half april met geruststellende woorden. Aan de TU komen dit soort taferelen niet voor, althans daarvan waren nooit signalen geweest.


Van de Griend werd daarop naïviteit verweten. Hoe kon zij nou weten wat studenten wel of niet deden tijdens tentamens, of hoe vaak zij naar de wc gingen? En hoe kon zij er zeker van zijn dat studenten geen mobieltje in hun decolleté of onderbroek hadden als zij wel gingen?


Uit gesprekken met studenten, docenten, surveillanten en beleidsmakers doemt een antwoord op dat hierop neerkomt: van grootschalige of zelfs kleinschalige wc-fraude is geen sprake. Als het al gebeurt, gaat het om incidenten. Tegelijkertijd: frauderen op de wc kán wel, of dat nou met spiekbriefjes of met telefoons is, of door praten met mensen in de gang of op het toilet. Studenten gaan immers alléén naar de wc.



Eerlijke studenten

Student technische bestuurskunde Mark Klein Entink geeft twee voorbeelden. Tijdens tentamens gaat hij meestal meerdere malen naar het toilet. Hij levert zijn iPhone altijd volgens de regels in bij de docent of surveillant. Eén keer had hij zijn telefoon in zijn tas zitten. Toen hij dat zei tegen de docent, mocht hij doorlopen. Hij hoefde de telefoon niet alsnog in te leveren en hij had hem best in zijn broekzak kunnen hebben.


Ander voorbeeld: tijdens een tentamen op de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek kwam Klein Entink op de wc een vriend tegen die hetzelfde tentamen aan het doen was, in een andere zaal. De twee gaven elkaar geen antwoorden op tentamenvragen. Het kwam niet eens in ze op, aldus Klein Entink, maar het had gekund.


Deze studenten hadden geen snode plannen en wie je ook spreekt zegt: de cultuur onder TU-studenten is er één van eerlijk voor je punten werken, geen gebruikmaken van list en bedrog. Studeren doe je voor jezelf, het is niet verplicht. Veel vakken lenen zich daarbij niet voor fraude, omdat er wordt getoetst op inzicht. Daarop voortbordurend: studenten die nu de kantjes eraf lopen, komen zichzelf bij het volgende vak keihard tegen. Vakken staan nu eenmaal niet op zichzelf.


En toch, zegt Marjolein Gunkel, coördinator van de surveillantenpool, ‘niets menselijks is ook deze mensen vreemd’. Die opmerking komt vaker voorbij in interviews. ‘De kat niet op het spek binden’ is een andere, of ‘de gelegenheid maakt de dief’, of ‘ook tussen studenten zitten rotte appels’.


Voorbeelden van fraude op de wc kent Gunkel desondanks niet. Zij ziet tentamenfraude wel toenemen, vertelt ze. De bescheiden aantallen mensen die worden gesnapt – vier of vijf per periode – hebben spiekbriefjes op hun lijf of tafel, of ze kijken bij elkaar af. Gunkel denkt dat de surveillanten dat allemaal goed in de gaten hebben. Al maakt de locatie wel uit.


In de grote zalen is het bijvoorbeeld regel dat bij toiletbezoek de mobiele telefoon wordt ingeleverd en dat studenten één voor één gaan. Surveillanten kunnen plaatsnemen in de hoeken  van de zaal en zo heel gemakkelijk iedereen zien.

De kleine zaaltjes bij bijvoorbeeld technische natuurkunde en civiele techniek zijn een ander verhaal. Die zijn volgens Gunkel ‘niet te doen’. “De laatste tijd zijn er vrij veel tentamens in zes tot acht zaaltjes tegelijk. In iedere zaal zit één surveillant, de docent loopt tussen de zaaltjes op en neer. Het is dan godsonmogelijk om studenten één voor één naar de wc te laten gaan.”



Anonieme bachelors

Docent Sander Pasterkamp (civiele techniek) is geen fan van tentamens in meerdere zaaltjes tegelijk. “In hoe meer zaaltjes je zit, hoe lastiger het werk wordt. Ik vind dat in iedere zaal een docent aanwezig moet zijn. Studenten zijn bloednerveus. Ze willen wel eens van je weten of ze een vraag goed begrepen hebben.”

Fraude komt Pasterkamp nooit tegen, vertelt hij. “Studenten zijn redelijk braaf. Het is mogelijk dat ze op de wc iets doen. Maar vergeet niet: dat kost ze steeds tien minuten en ze hebben hun tijd hard nodig.” Wel is hij extra op zijn hoede bij bachelortentamens. “Dat is één grote anonieme bedoening. Dit in tegenstelling tot de tentamens in de master building engineering, waar ik docent ben. De studentenaantallen zijn daar aanzienlijk kleiner, ongeveer dertig per tentamen. De studenten kennen mij en ik ken hen. Dan neem ik de telefoon meestal niet in. Kwestie van vertrouwen.”


O&S-directeur Nellie van de Griend vindt ook dat de basishouding er één van vertrouwen moet zijn. “Maar we zijn niet naïef. Overal komt fraude voor. Je moet je organisatie zo inrichten dat het zo moeilijk mogelijk wordt gemaakt. Helemaal voorkomen kan helaas nooit. Iemand die fout wil doen, vindt wel een weg. Het blijft een kat- en muisspelletje.”


Dit is het eerste deel van een drieluik over studenten en fraude.

Roep om eenduidige sancties
Roep om eenduidige sancties

Roep om eenduidige sancties


Wie op de TU wordt gepakt tijdens het spieken, hoeft niet direct het pand te verlaten. De ervaring heeft volgens surveillantencoördinator Marjolein Gunkel geleerd dat dat tot te veel onrust leidt. “Dan krijg je oorlog.” Studenten gingen de discussie aan, of stelden zich agressief en dreigend op.


Daarom is gekozen voor het opmaken van een incidentenrapportage, een soort proces-verbaal, en een aantekening op het tentamenpapier. “Daarna is het aan de docent om te beslissen wat er gebeurt. Een rapportage moet naar de examencommissie, maar er zijn docenten die zeggen: maak je niet druk, ik handel het zelf wel af. De TU als zodanig bestaat niet.”


Dat is een probleem, vindt Dagmar Stadler, hoofd onderwijs- en studentenzaken en adviseur van de overkoepelende examencommissie op Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica. Die faculteit verzorgt serviceonderwijs op de hele TU.


Bij fraude – vaker met werkstukken dan met tentamens – blijkt telkens dat gelijke gevallen niet gelijk wordt bestraft, vertelt zij. “Het is mijn grootste wens dat we komen tot een gezamenlijk fraudebeleid en ik ben niet de enige. Studenten moeten duidelijk weten waar ze aan toe zijn, zeker nu ze steeds meer op andere faculteiten komen. Fraudeert een projectgroep met studenten die onder verschillende faculteiten vallen, dan blijken ze nu anders bestraft te worden.”


Examencommissies kunnen studenten opleggen dat ze het betreffende vak dat studiejaar niet meer mogen volgen, ze kunnen ze ook tot maximaal een jaar schorsen. Maar er zijn docenten die fraude liever zelf oplossen, of door de vingers zien.


Een overkoepelend fraudebeleid zou docenten kunnen ontlasten, denkt Stadler. Dan is het tenminste duidelijk dat iedere fraude wordt overgedragen aan een examencommissie. “Natuurlijk, het gaat om relatief kleine aantallen, maar in het echte leven is dat ook zo met misdaad. Fraude heeft enorm veel impact. Het stuit iedereen enorm tegen de borst.”



Lees ook: Per september strikt deurbeleid bij tentamens

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.