Campus

Internet uitgeverij zoekt geldschieters

De universiteitsbibliotheken van Delft en Utrecht hebben de handen ineengeslagen. Ze willen een vuist maken tegen de macht van de uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften. Het wapen is een elektronische uitgeverij. ,,De technologie is er en het geld komt er. Nu de wetenschappers nog.”

,,We zitten in een vicieuze cirkel”, meent dr. Leo Waaijers, directeur van de TU-bibliotheek. ,,De uitgeverijen verhogen jaarlijks hun abonnementsgelden en de universiteiten zeggen daardoor tijdschriften op omdat ze te duur worden. Dus maken uitgeverijen de abonnementen nog duurder om hun winstmarges van veertig procent te behouden. Voor hen is het een kip met gouden eieren. Ze zien het misgaan, maar kunnen geen afstand doen van die marges omdat de aandeelhouders in hun nek hijgen.”

Om te zorgen dat wetenschappelijk publiceren ook in de toekomst mogelijk blijft, hebben de universiteiten van Delft en Utrecht besloten samen de monopoliepositie van de wetenschappelijke uitgevers te doorbreken. De meest effectieve manier daarvoor is volgens Waaijers de oprichting van een eigen elektronische uitgeverij, die niet op winst uit is. Aan die uitgeverij, met de naam Roquade, wordt nu gewerkt.

Het eerste concrete plan van Roquade is een onder eigen beheer elektronisch uitgegeven tijdschrift DRiM (Design Research Internet Magazine), met een redactie afkomstig uit de Communictie en Marketing Group (C&MG) van de TU en de faculteiten CiTG, TBM, Bouwkunde en OCP. Ook Utrecht brengt een nieuw tijdschrift in, het ‘International Journal of Integrated Care‘. Verder wordt op het ogenblik de haalbaarheid van een tijdschrift voor Transport, Infrastructuur en Logistiek onderzocht.

In de huidige situatie werken alle belangrijke wetenschappelijke tijdschriften met zogenaamde peer reviews, waarbij vakbroeders de artikelen van hun collega’s beoordelen voordat ze gepubliceerd worden. Zo garanderen de redacties kwaliteit en krijgen ze een hoge impact factor toegewezen, waarmee hun status is vastgesteld. Door deze beoordelingen kan het soms echter wel een jaar duren voordat een artikel wordt geplaatst.

,,Het systeem van peer reviews wordt ook vaak misbruikt”, vertelt Waaijers. ,,Er zijn verhalen van referenten die een publicatie van een wetenschappelijk onderzoek ter beoordeling onder ogen krijgen, de publicatie vertragen en zelf met de gegevens op de loop gaan. Vroeger kwam dat niet voor, omdat er weinig kapitaal en concurrentie gemoeid waren met het onderzoek. Maar in de huidige verhoudingen is het systeem soms een bron van onzekerheid en wantrouwen.”
Schokeffect

Daarom zal Roquade, naast op de traditionele manier uitgegeven tijdschriften, ook een nieuw systeem invoeren, de publication site. Daarop wordt een artikel eerst gepubliceerd en pasdaarna door collega’s gereviewd. De kwaliteit is dan niet onmiddellijk gegarandeerd, maar het artikel is wel veel sneller beschikbaar. Roquade biedt dus zowel een platform voor het klassieke uitgeefproces, met peer reviews achteraf, als voor een publication site. Wetenschappers en hun redacties krijgen daardoor de kans om klassiek te beginnen en stapsgewijs over te gaan op modernere communicatievormen.

Gemakkelijk wordt dat niet. ,,De universiteit wijst wetenschappers voor hun onderzoek punten toe op basis van de impact factor van het tijdschrift waarin het verhaal wordt gepubliceerd. Dat maakt het systeem conservatief en de macht van de gevestigde tijdschriften erg groot. Wij hebben nog helemaal geen impact factor en het zal ook wel even duren voordat we die krijgen.” Voorlopig lijkt het dus helemaal niet interessant om te publiceren via Roquade.

,,Wetenschappers aarzelen vaak om nieuwe wegen in te slaan. Hun vernieuwend vermogen bevindt zich geheel in hun onderzoek, voor alle randverschijnselen hebben ze weinig interesse.” Toch is het project uiteindelijk ook in hun belang. Waaijers hoopt dat ze dat gaan inzien. ,,De technologie is er, het geld komt er ongetwijfeld ook, maar het bewustzijnsniveau van de wetenschappers moet veranderen.”

Waaijers is niet bang dat het project zal stranden omdat wetenschappers teveel gehecht zijn aan het papier. ,,IJdelheid zal zeker wel een rol spelen. Le plaisir de se voir imprimé, zoals de Fransen zeggen. Een glossy tijdschrift kun je trots aan je schoonmoeder laten zien, terwijl slechts een kleine elite kan surfen. Maar dat is een tijdelijk effect. Over een tijdje kan zelfs je schoonmoeder het web op.”

Veel hangt echter af van het beschikbare budget. Waaijers en zijn collega Savenije zijn nog op zoek naar geldschieters. Het grote aantal opgezegde abonnementen (de helft van de abonnementen die de bibliotheek tien jaar geleden had, is door de prijsstijgingen inmiddels opgezegd) is voor de universiteit niet bij voorbaat een reden om geld te geven. Als die allemaal binnen een maand waren opgezegd was het schokeffect volgens Waaijers groter geweest. Maar nu gaat het zo langzaam dat niemand het probleem ziet. Het proces is echter wel onomkeerbaar. ,,Uiteindelijk verandert het systeem toch. De vraag is alleen of Delft voorop wil lopen of als hekkensluiter wil fungeren.”

Dat Delft Utrecht als partner voor dit project koos is niet toevallig. Samen bewegen beide universiteiten zich op bijna alle wetenschappelijke vakgebieden. Bovendien heeft Utrecht evenals Delft de ambitie om de hele informatieketen te dekken, hebben beide hetzelfde bibliotheeksysteem en binnenkort ook hetzelfde documentleverantiesysteem, het Delftse DocUTrans. Maar ook irrationele overweging spelen een rol bij het huwelijk tussen de twee virtuele uitgevers in wording. ,,Wij vinden elkaar wel leuk. Hebben hetzelfde gevoel voor humor. Net zoals je op straat een juffrouw kunt tegenkomen, onder de indruk van haar bent en haar vraagt: zullen wij eens uitgaan met elkaar?”

,,We zitten in een vicieuze cirkel”, meent dr. Leo Waaijers, directeur van de TU-bibliotheek. ,,De uitgeverijen verhogen jaarlijks hun abonnementsgelden en de universiteiten zeggen daardoor tijdschriften op omdat ze te duur worden. Dus maken uitgeverijen de abonnementen nog duurder om hun winstmarges van veertig procent te behouden. Voor hen is het een kip met gouden eieren. Ze zien het misgaan, maar kunnen geen afstand doen van die marges omdat de aandeelhouders in hun nek hijgen.”

Om te zorgen dat wetenschappelijk publiceren ook in de toekomst mogelijk blijft, hebben de universiteiten van Delft en Utrecht besloten samen de monopoliepositie van de wetenschappelijke uitgevers te doorbreken. De meest effectieve manier daarvoor is volgens Waaijers de oprichting van een eigen elektronische uitgeverij, die niet op winst uit is. Aan die uitgeverij, met de naam Roquade, wordt nu gewerkt.

Het eerste concrete plan van Roquade is een onder eigen beheer elektronisch uitgegeven tijdschrift DRiM (Design Research Internet Magazine), met een redactie afkomstig uit de Communictie en Marketing Group (C&MG) van de TU en de faculteiten CiTG, TBM, Bouwkunde en OCP. Ook Utrecht brengt een nieuw tijdschrift in, het ‘International Journal of Integrated Care‘. Verder wordt op het ogenblik de haalbaarheid van een tijdschrift voor Transport, Infrastructuur en Logistiek onderzocht.

In de huidige situatie werken alle belangrijke wetenschappelijke tijdschriften met zogenaamde peer reviews, waarbij vakbroeders de artikelen van hun collega’s beoordelen voordat ze gepubliceerd worden. Zo garanderen de redacties kwaliteit en krijgen ze een hoge impact factor toegewezen, waarmee hun status is vastgesteld. Door deze beoordelingen kan het soms echter wel een jaar duren voordat een artikel wordt geplaatst.

,,Het systeem van peer reviews wordt ook vaak misbruikt”, vertelt Waaijers. ,,Er zijn verhalen van referenten die een publicatie van een wetenschappelijk onderzoek ter beoordeling onder ogen krijgen, de publicatie vertragen en zelf met de gegevens op de loop gaan. Vroeger kwam dat niet voor, omdat er weinig kapitaal en concurrentie gemoeid waren met het onderzoek. Maar in de huidige verhoudingen is het systeem soms een bron van onzekerheid en wantrouwen.”
Schokeffect

Daarom zal Roquade, naast op de traditionele manier uitgegeven tijdschriften, ook een nieuw systeem invoeren, de publication site. Daarop wordt een artikel eerst gepubliceerd en pasdaarna door collega’s gereviewd. De kwaliteit is dan niet onmiddellijk gegarandeerd, maar het artikel is wel veel sneller beschikbaar. Roquade biedt dus zowel een platform voor het klassieke uitgeefproces, met peer reviews achteraf, als voor een publication site. Wetenschappers en hun redacties krijgen daardoor de kans om klassiek te beginnen en stapsgewijs over te gaan op modernere communicatievormen.

Gemakkelijk wordt dat niet. ,,De universiteit wijst wetenschappers voor hun onderzoek punten toe op basis van de impact factor van het tijdschrift waarin het verhaal wordt gepubliceerd. Dat maakt het systeem conservatief en de macht van de gevestigde tijdschriften erg groot. Wij hebben nog helemaal geen impact factor en het zal ook wel even duren voordat we die krijgen.” Voorlopig lijkt het dus helemaal niet interessant om te publiceren via Roquade.

,,Wetenschappers aarzelen vaak om nieuwe wegen in te slaan. Hun vernieuwend vermogen bevindt zich geheel in hun onderzoek, voor alle randverschijnselen hebben ze weinig interesse.” Toch is het project uiteindelijk ook in hun belang. Waaijers hoopt dat ze dat gaan inzien. ,,De technologie is er, het geld komt er ongetwijfeld ook, maar het bewustzijnsniveau van de wetenschappers moet veranderen.”

Waaijers is niet bang dat het project zal stranden omdat wetenschappers teveel gehecht zijn aan het papier. ,,IJdelheid zal zeker wel een rol spelen. Le plaisir de se voir imprimé, zoals de Fransen zeggen. Een glossy tijdschrift kun je trots aan je schoonmoeder laten zien, terwijl slechts een kleine elite kan surfen. Maar dat is een tijdelijk effect. Over een tijdje kan zelfs je schoonmoeder het web op.”

Veel hangt echter af van het beschikbare budget. Waaijers en zijn collega Savenije zijn nog op zoek naar geldschieters. Het grote aantal opgezegde abonnementen (de helft van de abonnementen die de bibliotheek tien jaar geleden had, is door de prijsstijgingen inmiddels opgezegd) is voor de universiteit niet bij voorbaat een reden om geld te geven. Als die allemaal binnen een maand waren opgezegd was het schokeffect volgens Waaijers groter geweest. Maar nu gaat het zo langzaam dat niemand het probleem ziet. Het proces is echter wel onomkeerbaar. ,,Uiteindelijk verandert het systeem toch. De vraag is alleen of Delft voorop wil lopen of als hekkensluiter wil fungeren.”

Dat Delft Utrecht als partner voor dit project koos is niet toevallig. Samen bewegen beide universiteiten zich op bijna alle wetenschappelijke vakgebieden. Bovendien heeft Utrecht evenals Delft de ambitie om de hele informatieketen te dekken, hebben beide hetzelfde bibliotheeksysteem en binnenkort ook hetzelfde documentleverantiesysteem, het Delftse DocUTrans. Maar ook irrationele overweging spelen een rol bij het huwelijk tussen de twee virtuele uitgevers in wording. ,,Wij vinden elkaar wel leuk. Hebben hetzelfde gevoel voor humor. Net zoals je op straat een juffrouw kunt tegenkomen, onder de indruk van haar bent en haar vraagt: zullen wij eens uitgaan met elkaar?”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.