Campus

‘Ik wilde wel eens zien of wij echt zo arm zijn’

Twee Delftse studenten bezochten vlak voor hun tentamens zwervers, junks en prostituées in Amsterdam. Onder leiding van stichting De Regenboog liepen ze drie dagen mee met de onderkant van de samenleving.

,,Het was waardevol en leerzaam”, herinnert natuurkunde-student Maria de Kleijn zich van het koude weekend.

,,Ik wilde wel eens zien hoe sociaal de Nederlandse rechtsstaat is”, vertelt geodesie-student Paul van Heel. Met een groep van negen geïnteresseerden keken Van Heel en De Kleijn rond bij verschillende hulpinstanties voor dak- en thuislozen.

Het weekend was georganiseerd door de interkerkelijke stichting De Regenboog, in samenwerking met onder andere het Delftse Studentenpastoraat. Door de confrontatie met de outcasts aan te gaan, wilde het pastoraat duidelijk maken in welke bevoorrechte positie studenten zich bevinden. Het zet deelnemers aan het denken, zegt het studentenpastoraat.

In de ochtenden hoorde de groep het levensverhaal aan van een ex-heroïnehoertje en een gokverslaafde. Om vervolgens ’s middags een aantal zwervers – voor het merendeel verslaafd – te ontmoeten in opvangtehuizen, het Leger des Heils en bij de Zusters van moeder Theresa. ,,We werden niet zo maar tussen de verslaafden gedumpt. Maar toch ben ik geschrokken. Bovendien is het heel vermoeiend; je doet zoveel indrukken op”, zegt De Kleijn.

Zo kwam ze in contact met een ex-heroïnehoertje met aids. Bij een Surinaams opvangcentrum trof ze een verslaafde die spastisch en doofstom was geworden door het gebruik van verkeerd gemengde drugs. ,,Je kijkt er nu heel anders tegenaan. Iemand van de groep heeft zijn handschoenen weggegeven. Een ander vertelde dat hij een dakloze bijna zijn geld had gegeven. Zwervers zijn eigenlijk heel aardige mensen en helemaal niet eng. Hoe verwaarloosd en onverzorgd ze er ook uitzien”, aldus De Kleijn, die haar jeugd doorbracht in Amsterdam.

,,Van mijn ouders mocht ik in bepaalde delen van de stad niet komen. Nu gingen we ’s avonds met de groep naar plaatsen waar je liever niet in je eentje loopt. Ik wilde wel eens weten wat voor mensen er achter de zwervers zaten”, legt ze haar motivatie uit om deel te nemen aan het weekend.

,,Ik keek vooral of er later misschien behoefte is aan mijn hulp”, vult Van Heel aan. ,,Ik was minder gechoqueerd omdat ik al eerder met daklozen ben omgegaan.” De eerstejaars student werkte het gehele vorige jaar in opvangtehuizen in Wenen en vluchtelingenkampen in het voormalig Oostblok.
Portemonnee

Van Heel: ,,In Nederland is het beter geregeld. Hier lopen veel verslaafden met pasjes, waarop bijvoorbeeld geregistreerdstaat of iemand is ingeënt tegen tbc. Terwijl ze in Wenen niet weten wie er allemaal op straat loopt. Als je ook nog zwervers in Kroatië hebt gezien, weet je wel dat het hier minder erg is.”

Hij vervolgt: ,,Veel Nederlandse verslaafden hebben een vast schema. Om twaalf uur ’s ochtends staan ze in de rij om onderdak voor de nacht te regelen. Daarna de warme maaltijd bij de Zusters van moeder Theresa halen, om vervolgens ergens anders koffie te drinken. Ze denken niet aan de toekomst. De hele dag denken ze alleen maar aan heroïne, eten en onderdak.”

,,Ik schrok vooral van de laksheid van de verslaafden. Terwijl ze honderden guldens per dag aan drugs verspillen, halen ze gratis eten bij de Zusters. En dan zeggen ze nog: ‘Het was vandaag niet te eten’. Die houding snap ik niet. Dan zou ik niet iedere dag gratis te eten willen hebben”, aldus Van Heel.

Twee avonden was er een café-bijeenkomst bij het Leger des Heils, waar de studenten openlijk met verslaafden konden praten. Ze waren wel gewaarschuwd hun portemonnee thuis te laten. ,,De junks waren ècht verontwaardigd toen we twee kwartjes voor de koffie vroegen. Maar als ik bij de methadonbus vroeg of ze geen tegenprestatie moesten leveren voor de gratis methadon, zeiden ze: ‘Dat kan me niets schelen’. De drugsverslaafden accepteren wel heel gemakkelijk dat ze van alles krijgen toegestopt”, vindt Van Heel.

,,Maar je kunt ook niet tegen ze gaan preken. Iemand die alleen maar aan drugs denkt, kun je niet ompraten. Dan schep je juist afstand”, stelt De Kleijn. Na drie dagen ellende gezien te hebben, zegt ze: ,,Ik snap niet dat jongeren joints uitproberen.”

De Kleijn verbaast zich over het feit dat zo weinig Delftse studenten meegingen. Ze bespeurt een desinteresse onder studenten voor sociale problemen. ,,Ik wilde eens zien of wij studenten echt zo arm zijn. De studenten zijn verwend. Ze klagen dat ze nog maar een keer per week uit kunnen gaan. ‘Wat moet ik daar tussen de zwervers?’, vragen ze mij. Daar geef ik dan geen antwoord op. Of ze zeggen dat het bijna tentamenperiode is. Terwijl studenten om de gekste dingen tentamens missen”, aldus De Kleijn, die deze zomer nog een week terug gaat. ,,Ik verruil met liefde een tentamen voor deze ervaring.”

Jeroen Rademaker

,

Twee Delftse studenten bezochten vlak voor hun tentamens zwervers, junks en prostituées in Amsterdam. Onder leiding van stichting De Regenboog liepen ze drie dagen mee met de onderkant van de samenleving. ,,Het was waardevol en leerzaam”, herinnert natuurkunde-student Maria de Kleijn zich van het koude weekend.

,,Ik wilde wel eens zien hoe sociaal de Nederlandse rechtsstaat is”, vertelt geodesie-student Paul van Heel. Met een groep van negen geïnteresseerden keken Van Heel en De Kleijn rond bij verschillende hulpinstanties voor dak- en thuislozen.

Het weekend was georganiseerd door de interkerkelijke stichting De Regenboog, in samenwerking met onder andere het Delftse Studentenpastoraat. Door de confrontatie met de outcasts aan te gaan, wilde het pastoraat duidelijk maken in welke bevoorrechte positie studenten zich bevinden. Het zet deelnemers aan het denken, zegt het studentenpastoraat.

In de ochtenden hoorde de groep het levensverhaal aan van een ex-heroïnehoertje en een gokverslaafde. Om vervolgens ’s middags een aantal zwervers – voor het merendeel verslaafd – te ontmoeten in opvangtehuizen, het Leger des Heils en bij de Zusters van moeder Theresa. ,,We werden niet zo maar tussen de verslaafden gedumpt. Maar toch ben ik geschrokken. Bovendien is het heel vermoeiend; je doet zoveel indrukken op”, zegt De Kleijn.

Zo kwam ze in contact met een ex-heroïnehoertje met aids. Bij een Surinaams opvangcentrum trof ze een verslaafde die spastisch en doofstom was geworden door het gebruik van verkeerd gemengde drugs. ,,Je kijkt er nu heel anders tegenaan. Iemand van de groep heeft zijn handschoenen weggegeven. Een ander vertelde dat hij een dakloze bijna zijn geld had gegeven. Zwervers zijn eigenlijk heel aardige mensen en helemaal niet eng. Hoe verwaarloosd en onverzorgd ze er ook uitzien”, aldus De Kleijn, die haar jeugd doorbracht in Amsterdam.

,,Van mijn ouders mocht ik in bepaalde delen van de stad niet komen. Nu gingen we ’s avonds met de groep naar plaatsen waar je liever niet in je eentje loopt. Ik wilde wel eens weten wat voor mensen er achter de zwervers zaten”, legt ze haar motivatie uit om deel te nemen aan het weekend.

,,Ik keek vooral of er later misschien behoefte is aan mijn hulp”, vult Van Heel aan. ,,Ik was minder gechoqueerd omdat ik al eerder met daklozen ben omgegaan.” De eerstejaars student werkte het gehele vorige jaar in opvangtehuizen in Wenen en vluchtelingenkampen in het voormalig Oostblok.
Portemonnee

Van Heel: ,,In Nederland is het beter geregeld. Hier lopen veel verslaafden met pasjes, waarop bijvoorbeeld geregistreerdstaat of iemand is ingeënt tegen tbc. Terwijl ze in Wenen niet weten wie er allemaal op straat loopt. Als je ook nog zwervers in Kroatië hebt gezien, weet je wel dat het hier minder erg is.”

Hij vervolgt: ,,Veel Nederlandse verslaafden hebben een vast schema. Om twaalf uur ’s ochtends staan ze in de rij om onderdak voor de nacht te regelen. Daarna de warme maaltijd bij de Zusters van moeder Theresa halen, om vervolgens ergens anders koffie te drinken. Ze denken niet aan de toekomst. De hele dag denken ze alleen maar aan heroïne, eten en onderdak.”

,,Ik schrok vooral van de laksheid van de verslaafden. Terwijl ze honderden guldens per dag aan drugs verspillen, halen ze gratis eten bij de Zusters. En dan zeggen ze nog: ‘Het was vandaag niet te eten’. Die houding snap ik niet. Dan zou ik niet iedere dag gratis te eten willen hebben”, aldus Van Heel.

Twee avonden was er een café-bijeenkomst bij het Leger des Heils, waar de studenten openlijk met verslaafden konden praten. Ze waren wel gewaarschuwd hun portemonnee thuis te laten. ,,De junks waren ècht verontwaardigd toen we twee kwartjes voor de koffie vroegen. Maar als ik bij de methadonbus vroeg of ze geen tegenprestatie moesten leveren voor de gratis methadon, zeiden ze: ‘Dat kan me niets schelen’. De drugsverslaafden accepteren wel heel gemakkelijk dat ze van alles krijgen toegestopt”, vindt Van Heel.

,,Maar je kunt ook niet tegen ze gaan preken. Iemand die alleen maar aan drugs denkt, kun je niet ompraten. Dan schep je juist afstand”, stelt De Kleijn. Na drie dagen ellende gezien te hebben, zegt ze: ,,Ik snap niet dat jongeren joints uitproberen.”

De Kleijn verbaast zich over het feit dat zo weinig Delftse studenten meegingen. Ze bespeurt een desinteresse onder studenten voor sociale problemen. ,,Ik wilde eens zien of wij studenten echt zo arm zijn. De studenten zijn verwend. Ze klagen dat ze nog maar een keer per week uit kunnen gaan. ‘Wat moet ik daar tussen de zwervers?’, vragen ze mij. Daar geef ik dan geen antwoord op. Of ze zeggen dat het bijna tentamenperiode is. Terwijl studenten om de gekste dingen tentamens missen”, aldus De Kleijn, die deze zomer nog een week terug gaat. ,,Ik verruil met liefde een tentamen voor deze ervaring.”

Jeroen Rademaker

Twee Delftse studenten bezochten vlak voor hun tentamens zwervers, junks en prostituées in Amsterdam. Onder leiding van stichting De Regenboog liepen ze drie dagen mee met de onderkant van de samenleving. ,,Het was waardevol en leerzaam”, herinnert natuurkunde-student Maria de Kleijn zich van het koude weekend.

,,Ik wilde wel eens zien hoe sociaal de Nederlandse rechtsstaat is”, vertelt geodesie-student Paul van Heel. Met een groep van negen geïnteresseerden keken Van Heel en De Kleijn rond bij verschillende hulpinstanties voor dak- en thuislozen.

Het weekend was georganiseerd door de interkerkelijke stichting De Regenboog, in samenwerking met onder andere het Delftse Studentenpastoraat. Door de confrontatie met de outcasts aan te gaan, wilde het pastoraat duidelijk maken in welke bevoorrechte positie studenten zich bevinden. Het zet deelnemers aan het denken, zegt het studentenpastoraat.

In de ochtenden hoorde de groep het levensverhaal aan van een ex-heroïnehoertje en een gokverslaafde. Om vervolgens ’s middags een aantal zwervers – voor het merendeel verslaafd – te ontmoeten in opvangtehuizen, het Leger des Heils en bij de Zusters van moeder Theresa. ,,We werden niet zo maar tussen de verslaafden gedumpt. Maar toch ben ik geschrokken. Bovendien is het heel vermoeiend; je doet zoveel indrukken op”, zegt De Kleijn.

Zo kwam ze in contact met een ex-heroïnehoertje met aids. Bij een Surinaams opvangcentrum trof ze een verslaafde die spastisch en doofstom was geworden door het gebruik van verkeerd gemengde drugs. ,,Je kijkt er nu heel anders tegenaan. Iemand van de groep heeft zijn handschoenen weggegeven. Een ander vertelde dat hij een dakloze bijna zijn geld had gegeven. Zwervers zijn eigenlijk heel aardige mensen en helemaal niet eng. Hoe verwaarloosd en onverzorgd ze er ook uitzien”, aldus De Kleijn, die haar jeugd doorbracht in Amsterdam.

,,Van mijn ouders mocht ik in bepaalde delen van de stad niet komen. Nu gingen we ’s avonds met de groep naar plaatsen waar je liever niet in je eentje loopt. Ik wilde wel eens weten wat voor mensen er achter de zwervers zaten”, legt ze haar motivatie uit om deel te nemen aan het weekend.

,,Ik keek vooral of er later misschien behoefte is aan mijn hulp”, vult Van Heel aan. ,,Ik was minder gechoqueerd omdat ik al eerder met daklozen ben omgegaan.” De eerstejaars student werkte het gehele vorige jaar in opvangtehuizen in Wenen en vluchtelingenkampen in het voormalig Oostblok.
Portemonnee

Van Heel: ,,In Nederland is het beter geregeld. Hier lopen veel verslaafden met pasjes, waarop bijvoorbeeld geregistreerdstaat of iemand is ingeënt tegen tbc. Terwijl ze in Wenen niet weten wie er allemaal op straat loopt. Als je ook nog zwervers in Kroatië hebt gezien, weet je wel dat het hier minder erg is.”

Hij vervolgt: ,,Veel Nederlandse verslaafden hebben een vast schema. Om twaalf uur ’s ochtends staan ze in de rij om onderdak voor de nacht te regelen. Daarna de warme maaltijd bij de Zusters van moeder Theresa halen, om vervolgens ergens anders koffie te drinken. Ze denken niet aan de toekomst. De hele dag denken ze alleen maar aan heroïne, eten en onderdak.”

,,Ik schrok vooral van de laksheid van de verslaafden. Terwijl ze honderden guldens per dag aan drugs verspillen, halen ze gratis eten bij de Zusters. En dan zeggen ze nog: ‘Het was vandaag niet te eten’. Die houding snap ik niet. Dan zou ik niet iedere dag gratis te eten willen hebben”, aldus Van Heel.

Twee avonden was er een café-bijeenkomst bij het Leger des Heils, waar de studenten openlijk met verslaafden konden praten. Ze waren wel gewaarschuwd hun portemonnee thuis te laten. ,,De junks waren ècht verontwaardigd toen we twee kwartjes voor de koffie vroegen. Maar als ik bij de methadonbus vroeg of ze geen tegenprestatie moesten leveren voor de gratis methadon, zeiden ze: ‘Dat kan me niets schelen’. De drugsverslaafden accepteren wel heel gemakkelijk dat ze van alles krijgen toegestopt”, vindt Van Heel.

,,Maar je kunt ook niet tegen ze gaan preken. Iemand die alleen maar aan drugs denkt, kun je niet ompraten. Dan schep je juist afstand”, stelt De Kleijn. Na drie dagen ellende gezien te hebben, zegt ze: ,,Ik snap niet dat jongeren joints uitproberen.”

De Kleijn verbaast zich over het feit dat zo weinig Delftse studenten meegingen. Ze bespeurt een desinteresse onder studenten voor sociale problemen. ,,Ik wilde eens zien of wij studenten echt zo arm zijn. De studenten zijn verwend. Ze klagen dat ze nog maar een keer per week uit kunnen gaan. ‘Wat moet ik daar tussen de zwervers?’, vragen ze mij. Daar geef ik dan geen antwoord op. Of ze zeggen dat het bijna tentamenperiode is. Terwijl studenten om de gekste dingen tentamens missen”, aldus De Kleijn, die deze zomer nog een week terug gaat. ,,Ik verruil met liefde een tentamen voor deze ervaring.”

Jeroen Rademaker

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.