Onderwijs

‘Ik ben een Kapell Meister met grappen’

Orkestdirigent Daan Admiraal viert dit jaar zijn 25-jarig jubileum bij Krashna Musika. Hij trof een studentenorkest waarvoor hij zich plaatsvervangend schaamde zodra ze begonnen te spelen. Vijfentwintig jaar later staat Krashna bekend als een van de beste studentenorkesten van Nederland.

Kunt u zich uw eerste dag bij Krashna Musika nog herinneren?

“Ja, zeker. Het orkest was heel blij met mij, maar ik niet met hen. Tijdens de eerste concerten kon ik wel door de grond zakken, zo slecht speelden ze. Een paar mensen waren goed, maar die vertrokken binnen drie weken omdat het niveau zo beroerd was. Het heeft jaren geduurd voordat ik tevreden was. Nu vinden studenten het een grote eer als ze bij ons mogen spelen.”

Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen?

“Muziek maken is net een sport. Je leert het alleen door veel te trainen. Ik bijt mij als een terriër vast in de dingen die echt goed moeten zijn. Als iets twintig keer over moet, doen we het twintig keer over. Maar ik geef spelers ook instructies. Want twintig keer verkeerd strijken, klinkt twintig keer beroerd.”

Hoe zou u uzelf typeren als dirigent?

“Ik ben wat de Duitsers een Kapell Meister noemen: een strenge dirigent. Maar alleen tijdens de repetities. Ik maak veel grappen tussendoor. Van al die running gags is ook een boekje gemaakt. Als er gepraat wordt tijdens de repetities zeg ik: ik hoor stemmen, maar ik slik mijn pillen niet meer. De studenten zeggen dan: ‘die stemmen zullen wel in je hoofd zitten’. Ik denk dat ik daardoor een zeer aanraakbare dirigent ben. Sommige dirigenten houden van machtspelletjes. Ik niet. Niemand hoeft voor mij te sidderen.”

Welk concert is u na al die jaren bijgebleven?

“De eerste keer dat een concert goed ging, na al die beschamende voorvallen. Het was de vijfde symfonie van Sjostakovitsj. Dat was echt een doorbraak. Ook de derde symfonie van Mahler die we in het Concertgebouw in Amsterdam speelden, weet ik nog goed. Het niveau was heel hoog. Het verschil tussen amateurs en beroeps was bij dat concert klein. En dat is fantastisch voor een dirigent.”

Heeft u een cadeautje gekregen?

“Ik heb carte blanche gekregen voor de decemberconcerten. We gaan werk spelen van de grote Nederlandse componist Sweelinck, Ton de Leeuw, Otto Ketting, Tristan Keuris en Chiel Meijering. Ik vind dat prachtige muziek, die nog niet zo bekend is. Dat wil ik veranderen.”

Stoppen is nog geen optie?

“Ik vind dit werk zo leuk, dat zelfs als ik dirigent zou worden van het Concertgebouw in Amsterdam, ik bij Krashna Musica zou blijven. Ik voel me bevoorrecht om met zulke jonge, gemotiveerde mensen te werken. Bovendien weet ik niet wat ik zou moeten zonder muziek.”

Daan Admiraal. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Kunt u zich uw eerste dag bij Krashna Musika nog herinneren?

“Ja, zeker. Het orkest was heel blij met mij, maar ik niet met hen. Tijdens de eerste concerten kon ik wel door de grond zakken, zo slecht speelden ze. Een paar mensen waren goed, maar die vertrokken binnen drie weken omdat het niveau zo beroerd was. Het heeft jaren geduurd voordat ik tevreden was. Nu vinden studenten het een grote eer als ze bij ons mogen spelen.”

Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen?

“Muziek maken is net een sport. Je leert het alleen door veel te trainen. Ik bijt mij als een terriër vast in de dingen die echt goed moeten zijn. Als iets twintig keer over moet, doen we het twintig keer over. Maar ik geef spelers ook instructies. Want twintig keer verkeerd strijken, klinkt twintig keer beroerd.”

Hoe zou u uzelf typeren als dirigent?

“Ik ben wat de Duitsers een Kapell Meister noemen: een strenge dirigent. Maar alleen tijdens de repetities. Ik maak veel grappen tussendoor. Van al die running gags is ook een boekje gemaakt. Als er gepraat wordt tijdens de repetities zeg ik: ik hoor stemmen, maar ik slik mijn pillen niet meer. De studenten zeggen dan: ‘die stemmen zullen wel in je hoofd zitten’. Ik denk dat ik daardoor een zeer aanraakbare dirigent ben. Sommige dirigenten houden van machtspelletjes. Ik niet. Niemand hoeft voor mij te sidderen.”

Welk concert is u na al die jaren bijgebleven?

“De eerste keer dat een concert goed ging, na al die beschamende voorvallen. Het was de vijfde symfonie van Sjostakovitsj. Dat was echt een doorbraak. Ook de derde symfonie van Mahler die we in het Concertgebouw in Amsterdam speelden, weet ik nog goed. Het niveau was heel hoog. Het verschil tussen amateurs en beroeps was bij dat concert klein. En dat is fantastisch voor een dirigent.”

Heeft u een cadeautje gekregen?

“Ik heb carte blanche gekregen voor de decemberconcerten. We gaan werk spelen van de grote Nederlandse componist Sweelinck, Ton de Leeuw, Otto Ketting, Tristan Keuris en Chiel Meijering. Ik vind dat prachtige muziek, die nog niet zo bekend is. Dat wil ik veranderen.”

Stoppen is nog geen optie?

“Ik vind dit werk zo leuk, dat zelfs als ik dirigent zou worden van het Concertgebouw in Amsterdam, ik bij Krashna Musica zou blijven. Ik voel me bevoorrecht om met zulke jonge, gemotiveerde mensen te werken. Bovendien weet ik niet wat ik zou moeten zonder muziek.”

Daan Admiraal. (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.