Opinie

If it ain’t broke, fix it!

“The Dutch are always fixing something. Whether it’s something broken or something perfectly fine as is, it needs to be replanned, refurbished, rearranged.

For example, four years ago, when I arrived in Delft, the Mekelpark didn’t exist yet — in its place was the Mekelweg, bustling with cars, buses and people during rush hours.  Moreover, Delft’s roads are constantly under construction, with certain intersections having been re-modelled twice in the past four years. The TU‘s central library was recently completely rearranged, though it seemed perfectly fine before. Now, some parts are better, and some worse, than they used to be, but most are exactly the same, just with newer furniture. So what’s the purpose of this constant remodelling?
At first glance it seems people here are obsessed with optimising their surroundings. Perhaps they’ve learned the hard way, that waiting until dike bursts before repairing it isn’t the best option, so now they eagerly apply the ‘fix it even if it ain’t broken’ philosophy everywhere. Perhaps it’s also due to the country’s limited space: every square-inch must be used and re-used to its full potential, as illustrated by the famous ‘God made the world, but the Dutch made Holland’ saying.
Or perhaps tearing down the old and building the new is what keeps the economy going: money spent on the new goes into the pockets of builders, suppliers, engineers who then spend it, continuing the economic cycle.
I admire this ‘can-do’ attitude. If you continue optimising and renewing stuff, it never wears out or breaks. But all this fixing comes at a price. When you bring in the new, where does the old stuff go? Is it re-used, donated, recycled? But even with today’s technology, only about 60% of recycled materials actually end up in new products, and considering many people don’t recycle, most of the old stuff ends up in the world’s non-renewable trash bins.
Also, new stuff doesn’t always work correctly and sometimes ends up slowing the whole process down instead of bettering it. Our motto is seemingly: ‘Try something new, see how it works, and if it doesn’t, try something else!’ No matter how much theoretical planning we’ve done, life’s practical side always brings ‘surprises’ that force us to take a step backwards, make new changes and re-think our entire plan, which costs valuable time, energy and resources. Ultimately, frustrated and exhausted, we look back and wonder: ‘what was wrong with the old system anyway?’
Sometimes, after dealing with endless piles of administration, or changing my entire study plan for the umpteenth time due to harde knips, new program introductions or phased-out courses, I ask myself in frustration: why can’t things just stay the same, like they do back home? Then I remember that in the four years I’ve been here, I’ve never had to side-step potholes in the road, or had my electricity or water suddenly cut off due to poor maintenance. And then I’m grateful for the construction barricades I pass on my daily commutes. Sure I must side-step them as well, but at least there’s a safe route planned out for this, too.”

Olga Motsyk, from Ukraine, is a BSc aerospace engineering student 

Fred Vermolen improviseert. Hij heeft alleen wat velletjes met formules bij zich en maakt er ter plekke een college numerieke methode II van. Vandaag gaat het over warmtevergelijkingen.
Neem bijvoorbeeld een staaf van nul graden Celsius. “Als je de temperatuur aan beide uiteinden verhoogt – links met twintig graden en rechts met tien graden – zal die convergeren naar een temperatuur tussen nul en twintig graden.”

Iedereen kan zich er iets bij voorstellen, maar Vermolen legt uit dat ook het wiskundig model daarvoor klopt. Hij leidt vergelijkingen stap voor stap af op het bord. Regelmatig vraagt hij of zijn tien studenten hem kunnen volgen en of het wel klopt. Vaak geven ze geen reactie: te druk met pennen. Soms corrigeren ze hem als hij een foutje maakt. “Scherp hoor.”

Plots zegt een studente dat er een beestje in zijn haar zit. Vermolen slaat het weg en begint een anekdote over Spanje, waar hij ook eens iets in zijn haar voelde. “Ik sloeg het weg en besteedde er geen aandacht meer aan. Later voelde ik weer iets. Op mijn schouder. Ik dacht dat het een vleermuis was, maar het was een kakkerlak ter grootte van een krijtje.”
Menigeen gruwt. “Mijn vrouw begon te gillen. Ik dacht: weg met dat beest en sloeg hem weg. Mijn vrouw zei: ‘je moet hem doodtrappen!’, maar ik had blote voeten. De buurman gaf dat beest een ram met een klomp. Het was verpulverd, maar dat moet je nooit doen want er zitten eitjes in.”       
Na de pauze behandelt Vermolen stabiliteit. “Als ik een staaf vastleg en aan de andere kant een zetje geef, zal de beweging op een gegeven moment uitdoven. Of als ik van boven op een staaf duw, zal hij doormidden knikken. Vergelijk het met psychologie: als je weinig kunt hebben, ga je bij een kleine teleurstelling helemaal door het lint. Dan ben je geen stabiele persoonlijkheid. Stabiliteit komt dus overal langs: ook in de wiskunde.”

Na weer een reeks formules is het in het laatste kwartier tijd voor sommetjes. Som 10.1.1. Vermolen legt vragen geduldig uit totdat hij erachter komt dat studenten verschillende versies van zijn studieboek hebben. Verwarring alom. Een student maakt er maar een grapje van: “We wilden kijken of u een stabiele persoonlijkheid bent.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.