Campus

Het geheim van een goede bonbon

Hoe krijg je in het mannenbolwerk dat TU Delft heet, een zaal vol vrouwen bijeen? Organiseer een workshop bonbons maken. Succes gegarandeerd, zo bleek afgelopen vrijdag in het sportcafé. Maar laat deelnemers dan wel lekker zelf knoeien met het zoete goedje.

Wat vrouwen hebben met chocolade? René Singgih, tweedejaars civiele techniek, kon dat afgelopen vrijdag eens mooi uitzoeken. Als een van de weinige heren had hij zich opgegeven voor het maken van bonbons. “Ik ga alles eens vanuit het vrouwelijk perspectief bekijken”, grapt de chocoladeliefhebber.

Een van zijn huisgenotes wil een tipje van de sluier oplichten. “Het is het smelten op je tong”, verklapt ze. Och, natuurlijk, beaamt Singgih. “De geur en de smaak als je chocolade eenmaal in je mond hebt. Dat geeft een speciale twist.”

Met het oog op het komende weekeinde vol paaseitjes en chocoladehazen komt de workshop op een prima moment. Wie wil er niet leren stoeien met chocolade om anderen eens te verrassen met zelfgemaakte bonbons?

Zo’n 25 studenten zien dat wel zitten. Zij komen vol verwachting met huis- en jaargenoten naar het sportcentrum. Zoals derdejaars student industrieel ontwerpen Nathalie Stembert. “Ik heb wel eens eerder chocoladetruffels gemaakt met sinaasappellikeur als opdracht voor scheikunde, maar dat werd een zooitje.”

Haar studiegenoot Marijke Heggert is ook wel eens culinair aan de slag geweest. “Ik heb eens moorkoppen gemaakt. En fudge, maar dat viel als een baksteen op je maag.”

Na letterlijk drie kwartier wachten, zetten kok Michele Germani en kok Diana Peters op alle tafeltjes waxinelichtjes die een pannetje water moeten opwarmen. Het overige gereedschap bestaat uit een pannenlikker, een kommetje en een plateautje vormpjes. Wel een beetje mager voor de zeven deelnemers die aan een van de tafels zitten.

Germani vertelt dat hij maar 80 procent van de ingrediënten heeft kunnen krijgen, omdat groothandels niet van workshops houden. Jammer, jammer.

Desalniettemin heeft Germani wel voldoende èn verschillende soorten smeltchocolade. Voor de eerste ronde deelt hij witte chocolade uit die we au bain-marie in de kommetjes mogen laten smelten. Goed roeren met de pannenlikker. Alleen… met zeven deelnemers en één pannenlikker heb je al gauw niet veel te doen.

Gelukkig smelt de chocolade snel. De karamel- en hazelnootvulling hebben de koks zelf al gemaakt. Helaas, ook daar kunnen we onze creativiteit niet in kwijt.

Wel vragen we ons af hoe we de vulling in de pralines krijgen. Kok Diana doet voor hoe we de chocosmurrie in de vormpjes moeten gieten. De chocolade moet in zijn geheel in de vormpjes. “Even tegen de zijkant tikken tegen luchtbellen. Anders loopt straks de vulling uit je bonbon.”

Als ze alle vormpjes zelf heeft gevuld, draait Diana ze ondersteboven zodat de chocolade er weer uitloopt. We zien hoe de chocolade aan de zijkanten van de vormpjes achterblijft. Voila’, de buitenkant van de bonbons hebben we.

Dan komt Diana met een bakkersspuit karamel. Ze spuit alle vormpjes vol en weer kijken we toe. “Nooit helemaal tot de rand vullen, anders kun je de bovenkant van de bonbon er niet meer op doen.” Tja, eigenlijk klinkt het allemaal erg logisch.

Hoewel we geen van allen nu zelf bonbons maken, zitten sommigen toch onder de gemorste chocolade. Af en toe snoepen we wat van de ongesmolten chocolade en van het bittergarnituur dat rondgaat.

Om de pralines af te maken, giet Diana het restant chocolade in de vormpjes. “Zo, en dan nu in de koelkast om ze hard te laten worden. Jullie kunnen je bonbons dan ook niet meenemen, maar ik zal laten zien hoe ze er uit gaan zien.”

Omdat we drie kwartier te laat begonnen, is er geen tijd meer voor volgende rondes en blijft de hazelnootvulling onaangeroerd staan. Als troost krijgen we wel allemaal wat ‘echte’ bonbons en smeltchocolade mee. Om thuis alsnog te kliederen.

René Singgih is na afloop een beetje teleurgesteld. “Ik had verwacht zelf aan de slag te gaan, maar de sfeer is wel leuk. Misschien dat we met ons huis nu een keer een chocoladefondue gaan houden.”

Wat vrouwen hebben met chocolade? René Singgih, tweedejaars civiele techniek, kon dat afgelopen vrijdag eens mooi uitzoeken. Als een van de weinige heren had hij zich opgegeven voor het maken van bonbons. “Ik ga alles eens vanuit het vrouwelijk perspectief bekijken”, grapt de chocoladeliefhebber.

Een van zijn huisgenotes wil een tipje van de sluier oplichten. “Het is het smelten op je tong”, verklapt ze. Och, natuurlijk, beaamt Singgih. “De geur en de smaak als je chocolade eenmaal in je mond hebt. Dat geeft een speciale twist.”

Met het oog op het komende weekeinde vol paaseitjes en chocoladehazen komt de workshop op een prima moment. Wie wil er niet leren stoeien met chocolade om anderen eens te verrassen met zelfgemaakte bonbons?

Zo’n 25 studenten zien dat wel zitten. Zij komen vol verwachting met huis- en jaargenoten naar het sportcentrum. Zoals derdejaars student industrieel ontwerpen Nathalie Stembert. “Ik heb wel eens eerder chocoladetruffels gemaakt met sinaasappellikeur als opdracht voor scheikunde, maar dat werd een zooitje.”

Haar studiegenoot Marijke Heggert is ook wel eens culinair aan de slag geweest. “Ik heb eens moorkoppen gemaakt. En fudge, maar dat viel als een baksteen op je maag.”

Na letterlijk drie kwartier wachten, zetten kok Michele Germani en kok Diana Peters op alle tafeltjes waxinelichtjes die een pannetje water moeten opwarmen. Het overige gereedschap bestaat uit een pannenlikker, een kommetje en een plateautje vormpjes. Wel een beetje mager voor de zeven deelnemers die aan een van de tafels zitten.

Germani vertelt dat hij maar 80 procent van de ingrediënten heeft kunnen krijgen, omdat groothandels niet van workshops houden. Jammer, jammer.

Desalniettemin heeft Germani wel voldoende èn verschillende soorten smeltchocolade. Voor de eerste ronde deelt hij witte chocolade uit die we au bain-marie in de kommetjes mogen laten smelten. Goed roeren met de pannenlikker. Alleen… met zeven deelnemers en één pannenlikker heb je al gauw niet veel te doen.

Gelukkig smelt de chocolade snel. De karamel- en hazelnootvulling hebben de koks zelf al gemaakt. Helaas, ook daar kunnen we onze creativiteit niet in kwijt.

Wel vragen we ons af hoe we de vulling in de pralines krijgen. Kok Diana doet voor hoe we de chocosmurrie in de vormpjes moeten gieten. De chocolade moet in zijn geheel in de vormpjes. “Even tegen de zijkant tikken tegen luchtbellen. Anders loopt straks de vulling uit je bonbon.”

Als ze alle vormpjes zelf heeft gevuld, draait Diana ze ondersteboven zodat de chocolade er weer uitloopt. We zien hoe de chocolade aan de zijkanten van de vormpjes achterblijft. Voila’, de buitenkant van de bonbons hebben we.

Dan komt Diana met een bakkersspuit karamel. Ze spuit alle vormpjes vol en weer kijken we toe. “Nooit helemaal tot de rand vullen, anders kun je de bovenkant van de bonbon er niet meer op doen.” Tja, eigenlijk klinkt het allemaal erg logisch.

Hoewel we geen van allen nu zelf bonbons maken, zitten sommigen toch onder de gemorste chocolade. Af en toe snoepen we wat van de ongesmolten chocolade en van het bittergarnituur dat rondgaat.

Om de pralines af te maken, giet Diana het restant chocolade in de vormpjes. “Zo, en dan nu in de koelkast om ze hard te laten worden. Jullie kunnen je bonbons dan ook niet meenemen, maar ik zal laten zien hoe ze er uit gaan zien.”

Omdat we drie kwartier te laat begonnen, is er geen tijd meer voor volgende rondes en blijft de hazelnootvulling onaangeroerd staan. Als troost krijgen we wel allemaal wat ‘echte’ bonbons en smeltchocolade mee. Om thuis alsnog te kliederen.

René Singgih is na afloop een beetje teleurgesteld. “Ik had verwacht zelf aan de slag te gaan, maar de sfeer is wel leuk. Misschien dat we met ons huis nu een keer een chocoladefondue gaan houden.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.