Column: Britte Bouchaut

Het gaat prima?

In een systeem waar nooit helemaal duidelijk is of je ‘genoeg’ bent, lijkt nee zeggen geen optie, omdat je denkt dat het aan jou ligt. Maar het probleem ligt niet alleen in het systeem, constateert Britte Bouchaut, maar ook in hoe we daarin met elkaar omgaan.

Britte Bouchaut poseert zittend op een bankje voor de foto

(Foto: Sam Rentmeester)

Ik heb dit verhaal al vaker verteld.

Over dat stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat ik hier eigenlijk niet hoor. Over altijd nét iets harder werken dan nodig is. Voor de zekerheid, want “het moet wel goed zijn”. Over geen nee zeggen, ook als ik aan alles voelde dat het te veel was. Bijna tien jaar geleden noemde ik het imposter syndrome. Dat gaf het iets tastbaars: iets wat ik kon herkennen, benoemen, misschien zelfs oplossen.

Maar eerlijk is eerlijk: het is nooit echt weggegaan.

Als ik terugkijk, zie ik hetzelfde patroon al sinds mijn studententijd. Altijd willen bewijzen dat ik goed genoeg ben om hier te zijn. Altijd bang dat iemand ontdekt dat dat eigenlijk niet zo is. Ik schreef er vaker over, in de hoop dat opschrijven genoeg zou zijn om het los te laten.

Dat bleek optimistisch.

Afgelopen jaar zat ik er weer middenin. Zo’n periode waarin alles zwaar voelt, maar je toch doorgaat. Omdat stoppen geen optie lijkt. Omdat je denkt dat het aan jou ligt. Dat je gewoon nog niet goed genoeg bent in omgaan met druk, verwachtingen, jezelf.

Deze keer besloot ik, samen met mijn leidinggevende en HR, om het anders te doen. Ik kreeg een coach. En dat is confronterender dan erover schrijven.

Schrijven is analyseren. Coaching gaat over veranderen. Over grenzen aangeven op het moment dat het ertoe doet. Over stilvallen waar je normaal zou doorrennen. Over toegeven dat iets te veel is, zonder het eerst te bagatelliseren.

Als iemand langzaam kopje onder gaat, zien collega’s dat vaak eerder dan die persoon zelf

Wat ik steeds meer zie, is dat dit verhaal niet alleen over mij gaat. Mijn bewijsdrang past wel erg goed in een systeem waarin nooit helemaal duidelijk is wanneer je “genoeg” bent. Waar promotiecriteria vaag blijven, verwachtingen impliciet zijn en succes moeilijk te definiëren is.

Maar het probleem zit niet alleen in het systeem. Ook in hoe we daarin met elkaar omgaan. Want als iemand langzaam kopje onder gaat, zien collega’s dat vaak eerder dan die persoon zelf. We merken het als iemand stiller wordt. Cynischer. Of juist overdreven productief. Als iemand voor de derde keer zegt dat het “prima gaat” terwijl iedereen ziet dat dat niet zo is.

En toch trekken we zelden aan de bel.

Misschien omdat we bang zijn ons te bemoeien met iets persoonlijks. Misschien omdat stress en overwerken inmiddels zo normaal zijn geworden dat het nauwelijks nog opvalt. Dat vind ik misschien nog wel het zorgelijkste aan onze cultuur: hoe goed we alarmsignalen zijn gaan rationaliseren. “Drukke periode.” “Na de deadline wordt het rustiger.”

Terwijl we allang weten dat dat vaak niet waar is.

Misschien vraagt zorgcultuur ook iets van hoe we naar elkaar kijken. Niet omdat we verantwoordelijk zijn voor elkaars mentale gezondheid, maar omdat we vaak eerder zien wanneer iemand vastloopt dan diegene zelf. Dan is de vraag niet of we elkaars therapeut moeten zijn, maar of we bereid zijn het ongemakkelijke gesprek te voeren. Voordat iemand weer verdwijnt achter deadlines en “het gaat prima!” – totdat het niet meer gaat.

Britte Bouchaut is universitair docent bij de sectie veiligheidskunde aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management. Britte forenst iedere dag tussen Eindhoven en Delft, is vaak (on)terecht boos op de wereld en schrijft dit dan graag van zich af.

Columnist Britte Bouchaut

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

B.F.H.J.Bouchaut@tudelft.nl

Comments are closed.