Campus

Fantastische trucs

Docenten die ict gebruiken in hun onderwijs ‘stimuleren, ondersteunen en waarderen’. Dat wil de TU bereiken met Grassroots. Deze zomer startte de tiende editie van dit programma.

Het idee: vernieuwing van onderop beklijft meer dan van bovenaf opgelegd. Achter de 35 Grassroots-projecten zitten vaak nuchtere en pragmatische docenten. “Ik hoef niet per se met mijn tijd mee. Ict-middelen zijn vanzelfsprekend voor ons.”

Studenten aan het studeren houden. Dat probeert de TU al jaren. Er is een bindend studieadvies, er zijn tussentoetsen, deeltoetsen en verplichte verslagen. En toch merkt universitair docent Peter-Leon Hagedoorn nog steeds dat veel studenten pas op het laatste moment in actie komen.

Afgelopen studiejaar ontwikkelde hij met hulp van het ict-stimuleringsprogramma Grassroots een digitale tussentijdse toets voor het vak biochemie 2. Studenten konden met de toets bonuspunten verdienen, die meetelden bij hun eindcijfer. 83 Procent haalde een voldoende voor de tussentoets. Gemiddeld scoorden de studenten een zeven. Op het eindtentamen haalde 73 procent een voldoende en lag het gemiddelde op 6,7. Daarbij viel het Hagedoorn op dat de bonus maar weinig effect had op het aantal voldoendes.

Werkhouding is volgens hem eén van de redenen voor het ingezakte rendement van de studenten life science and technology. “Ze pakken de goede antwoorden van opdrachten er pas bij als het tentamentijd is. Ik wil ze aan de gang houden, een prikkel geven, want anders doen ze het niet.”

Bonus
Bonus

Bonus

Vandaar dat Hagedoorn voor komend jaar weer een Grassroots-project op stapel heeft staan. Dit keer wil hij voor hetzelfde vak, dat loopt in april en mei 2015, digitale oefentoetsen maken die meteen feedback geven na een fout antwoord. Zo moet de stof beter blijven hangen. Van de organisator van Grassroots, het Onderwijskundig Centrum (OC) Focus, hoopt Hagedoorn hulp te krijgen bij het zoeken naar een vorm voor de zogenoemde formatieve toets en bij het kiezen van technische hulpmiddelen.

Vooral met de vorm worstelt Hagedoorn nog als we elkaar in de zomervakantie spreken. “Hoe stimuleer ik studenten om de toets te maken? Moet ik de toets verplicht stellen voor tentamendeelname, moet ik een bonus geven? Dat laatste is iets positiever en tegen heel ongemotiveerde studenten is toch geen kruid gewassen.”

Hagedoorns project is één van de 35 die deze zomer van start zijn gegaan onder de vlag van Grassroots. Grassroots gaat uit het idee dat vernieuwing die van onderop groeit meer beklijft dan wanneer deze van bovenaf wordt opgelegd. Docenten dienen hun voorstellen op eigen initiatief in.

De thema’s voor dit tiende Grassroots-jaar zijn ‘digitaal toetsen’, ‘interactief college geven met feedback fruits’, ‘flipping the classroom’ (zie kader) en ‘educlips’ (educatieve filmpjes). De docenten krijgen onderwijskundige ondersteuning van OC Focus en als technische ondersteuning van e-learning- of ict-experts. Een docent krijgt duizend euro als het project goed is afgerond. Volgens Grassroots-coördinator Yolande Potjer gebruiken docenten dat geld meestal om het jaar erna een student-assistent in te huren.

Grassroots startte in collegejaar 2005-2006 en los van de huidige deelnemers hebben er 170 docenten meegedaan, sommige meer dan eens. Coördinator Potjer is tevreden met de resultaten. “In veel gevallen gaat de docent na het Grassroots-jaar door met het project. Vaak zien we zelfs dat ze de smaak zo te pakken krijgen dat ze een nieuwe aanvraag doen. Of directe collega’s zijn gaan meedoen en vragen voor hun vak weer een project aan. Die olievlekwerking is een belangrijk doel.”

Begin dit jaar onderzocht een stagiaire de effectiviteit en duurzaamheid van Grassroots. Zij enquêteerde onder meer de oud-deelnemers. Het onderzoek ondersteunt Potjers betoog. Zo blijkt de helft van de deelnemers zijn innovatie later nog steeds te gebruiken. Gebeurde dat niet, dan kwam dat meestal doordat het ict-middel in de praktijk toch niet goed paste. 75 Procent van de deelnemers is echter in het algemeen meer gebruik gaan maken van ict in het onderwijs. En 45 procent van de deelnemers zegt dat collega’s hun innovatie zijn gaan gebruiken (zie kader met aanbevelingen).

Aandacht verslapt
Aandacht verslapt

Aandacht verslapt

Terug naar de docenten die voor dit collegejaar een project op stapel hebben staan. Gebruikt Peter-Leon Hagedoorn ict-middelen om studenten beter en eerder te laten studeren, ook docent computergestuurd ontwerpen Eddy van den Bos wil zijn studenten luchtvaart- en ruimtevaarttechniek tegemoet komen. Tijdens de theoretische blokken van het eerstejaarsvak engineering drawing zag hij de aandacht van de studenten steeds verder verslappen. Twee keer vier uur werden de studenten geacht te luisteren tijdens deze hoorcolleges. Van den Bos wil daarvan af. Hij heeft filmpjes gemaakt die de studenten kunnen kijken waar en wanneer het hen uitkomt. De stof is opgedeeld in kleine brokken, zodat ze kunnen stoppen als hun aandacht verslapt. Terwijl hij op zijn laptop een instructiefilmpje laat lopen dat de studenten komend studiejaar voor hun neus krijgen, klinkt hij steeds enthousiaster. “Dit is een fantastische truc. Deze filmpjes zijn een stuk leuker dan wij voor de klas.”

Om de studenten het beeldmateriaal ook echt te laten kijken, zit aan het einde van elk filmpje een tekenopdracht. De colleges, of contacturen zoals Van den Bos ze noemt, zijn er vervolgens voor inhoudelijke vragen. Ook werken de studenten klassikaal aan hun schetsen, om de basistechnieken van het handtekenen te oefenen. Ook dat schetsen wordt uitgelegd in filmpjes.

In speciale computerzalen op de faculteit moeten ze vervolgens onder toezicht opdrachten maken in tekenprogramma Catia. De theorie uit de filmpjes moeten ze dan wel in hun hoofd hebben zitten. Daarin wordt alles uitgelegd en daarin krijgen de studenten te zien hoe een ontwerp vervolgens in de fabriek tot een product wordt gemaakt. “En dan nog is Catia heel erg zoeken, maar studenten moeten het onder de knie krijgen, want het is in de vliegtuigwereld al jaren het leading ontwerpprogramma.”

Dat oefenen kunnen de studenten onder begeleiding doen, de theorie leren ze met de filmpjes. Bijkomend voordeel is, vindt Van den Bos, dat die beschikbaar blijven. Om later in het vak nog eens terug te kijken, of verderop in de studie. Ze hoeven geen smoezelige aantekeningen meer te ontcijferen, maar krijgen precies de stof die ze zoeken in hapklare brokken.

Frustrerende klus
Frustrerende klus

Frustrerende klus

Ook universitair docent Bas Flipsen wil studenten met zijn Grassroots-project vooral helpen. Flipsen leert studenten industrieel ontwerpen binnen verschillende vakken om de milieu-impact van producten van begin tot eind te meten. Zo’n levenscyclus-analyse (LCA) bestaat uit meerdere delen. Studenten krijgen de opdracht een apparaat met een snoer uit hun eigen keuken te demonteren. Zo kunnen ze kijken welke materialen erin zitten. In verschillende databases moeten ze vervolgens van ieder onderdeel nagaan welk effect het heeft op het milieu. Ook informatie over productie en transport moet uit zulke databases komen.

Een frustrerende en tijdrovende klus, vertelt Flipsen, omdat studenten vaak niet weten waar ze moeten zoeken en of bronnen betrouwbaar zijn. “Op internet is veel informatie beschikbaar. Ik wil studenten met een app of een site helpen om de juiste data te vinden. De LCA moeten ze vervolgens nog steeds zelf maken. Dat doet de app nadrukkelijk niet voor ze, omdat ik vind dat studenten moeten begrijpen hoe zo’n analyse in elkaar zit. De app moet een portal worden die bijdraagt aan het leerproces.”

In december wil Flipsen een student-assistent aan het werk zetten om de app te maken. Daarbij rekening houdend met problemen waar studenten tegenaan lopen. “Tijdens de periode dat het Grassroots-project loopt, kunnen we de app drie keer testen, op de TU en de Hogeschool Rotterdam, waar ik ook lesgeef. Wellicht kan hij later worden gebruikt in de toegepaste sfeer.”

Zijn de docenten die meedoen aan Grassroots voorlopers? Peter-Leon Hagedoorn ziet zichzelf niet zo. “Ik doe niet iets totaal nieuws. Ik gebruik bestaande middelen voor mijn eigen vakken. Veel docenten zijn nog niet zover, dat is waar. Er zijn er ook die genoeg verder zijn, zeker bij Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica. Maar ja, daar is het nut vaak duidelijker én zij zitten toch al meer achter de computer.”

Ook Bas Flipsen ziet zichzelf niet als een vernieuwer. “Ik wil onderzoeken wat voor mogelijkheden er zijn en of die toe te passen zijn. Ik ben graag exploratief bezig en Grassroots is voor mij een ideale manier om kleine experimenten uit te voeren. Ik laat me inspireren door andere docenten, ook binnen dit project.”

Eddy van den Bos vernieuwt niet om het vernieuwen, vertelt hij. “Ik hoef niet per se met mijn tijd mee. Ik ben wie ik ben. Ict-middelen zijn compleet natuurlijk voor ons. We gebruiken immers al jaren online tekenprogramma’s.”

Omgedraaide klas

Het concept flipping the classroom, ‘de omgedraaide klas’ in het Nederlands, houdt in dat studenten geen standaard hoorcolleges meer hebben. Die kennis kunnen ze opdoen door filmpjes te kijken, vaak thuis. Huiswerk maken gebeurt juist niet thuis, maar tijdens de colleges. Wat studenten thuis doen en tijdens college wordt omgedraaid. Het voordeel is dat er tijdens de colleges interactie ontstaat. Een student stelt zijn of haar vraag direct aan de docent en alle studenten horen het antwoord. Eddy van den Bos vindt het ideaal: “Studenten moeten al filmpjes kijken voor de tweede sessie. Ik verwacht de eerste drie uur veel interactie. En het voordeel is dat ik de vraag kan terugkaatsen de zaal in. Kijken of een andere student het antwoord weet.”

Aanbevelingen

Stagiaire Marit de Koning publiceerde eind april 2014 haar onderzoek naar de effectiviteit en de duurzaamheid van Grass-roots. Zij concludeert dat het project in tegenstelling tot veel soortgelijke projecten inderdaad effectief en duurzaam is gebleken. Toch zijn er volgens haar verbeteringen mogelijk. Zo denkt zij dat projecten beter van de grond komen als docenten hun studenten er meer bij betrekken. Ook zouden leidinggevenden meer van Grassroots moeten weten. ‘Hun betrokkenheid en ondersteuning zijn belangrijk voor de duurzaamheid [en de verspreiding] van het project. Ze hoeven niet constant docenten actief achterna te zitten, maar een hoger bewustzijn kan de Grassroots zeker te goede komen.’

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.