Onderwijs

Eerste TU-‘huisauteurs’ naar Derde Wereld

Is er na het tijdperk van het waterpomp-slaan in ontwikkelingslanden nog wel plek voor ingenieurs? De eerste twee van een reeks medewerkers en studenten van de TU zijn afgereisd om op die vraag een antwoord te vinden.

Vorige week vertrokken promovenda ir. Martine Poolman (CiTG) en IO-studente Marjoleine van der Meij naar respectievelijk Ghana en Ecuador. De komende vier maanden vertrekken er nog eens vier studenten, vier wetenschappelijk medewerkers en twee ondersteuners naar verre bestemmingen als Oeganda, Mozambique, Nepal en Bangladesh. Ze gaan daar op bezoek bij lopende technische ontwikkelingsprojecten, of gaan kijken bij eerdere hulpprojecten die inmiddels zijn afgerond.

Einddoel is een lustrumboek met reisverslagen, essays en overpeinzingen over ingenieurswerk in de ontwikkelingswereld. Het moet een boek worden ‘dat geen oplossingen biedt, maar vooral vragen stelt’, verwoordt TU-zegsman drs. Maarten van der Sanden. “Hoe moet je vanuit een technische invalshoek omgaan met sociale problemen? Wat voor keuzes maak je als er weinig materialen voorhanden zijn? Wat kunnen ingenieurs toevoegen?”

De reizende TU’ers zullen ieder een hoofdstuk schrijven. Daarnaast hebben zich vier ’thuisblijvers’ gemeld om vanachter hun Delftse bureaus enkele essays bij te dragen. De TU Delft onderhandelt nog met de uitgeefwereld over een handelseditie van het lustrumboek, dat Van der Sanden omschrijft als een ‘spannend en opwindend experiment’.

Aan onderwerpen in elk geval geen gebrek. Op de rol staan onder meer duurzaam bouwen in Nepal, de bouw van overstromingsbestendige huizen in Pakistan en de technologische kant van microkrediet-verstrekking in Oeganda en India. Het is de bedoeling dat collegevoorzitter Van Luijk meedenkt met de Delftse huisauteurs en ze helpt de gedachten te ordenen.

Wanneer is het experiment geslaagd? “Als we erin slagen om een aantal heel scherpe vragen te formuleren over ingenieurswerk in ontwikkelingslanden”, zegt Van der Sanden. “En als we straks gewoon een leuk boek hebben, natuurlijk.”

Vorige week vertrokken promovenda ir. Martine Poolman (CiTG) en IO-studente Marjoleine van der Meij naar respectievelijk Ghana en Ecuador. De komende vier maanden vertrekken er nog eens vier studenten, vier wetenschappelijk medewerkers en twee ondersteuners naar verre bestemmingen als Oeganda, Mozambique, Nepal en Bangladesh. Ze gaan daar op bezoek bij lopende technische ontwikkelingsprojecten, of gaan kijken bij eerdere hulpprojecten die inmiddels zijn afgerond.

Einddoel is een lustrumboek met reisverslagen, essays en overpeinzingen over ingenieurswerk in de ontwikkelingswereld. Het moet een boek worden ‘dat geen oplossingen biedt, maar vooral vragen stelt’, verwoordt TU-zegsman drs. Maarten van der Sanden. “Hoe moet je vanuit een technische invalshoek omgaan met sociale problemen? Wat voor keuzes maak je als er weinig materialen voorhanden zijn? Wat kunnen ingenieurs toevoegen?”

De reizende TU’ers zullen ieder een hoofdstuk schrijven. Daarnaast hebben zich vier ’thuisblijvers’ gemeld om vanachter hun Delftse bureaus enkele essays bij te dragen. De TU Delft onderhandelt nog met de uitgeefwereld over een handelseditie van het lustrumboek, dat Van der Sanden omschrijft als een ‘spannend en opwindend experiment’.

Aan onderwerpen in elk geval geen gebrek. Op de rol staan onder meer duurzaam bouwen in Nepal, de bouw van overstromingsbestendige huizen in Pakistan en de technologische kant van microkrediet-verstrekking in Oeganda en India. Het is de bedoeling dat collegevoorzitter Van Luijk meedenkt met de Delftse huisauteurs en ze helpt de gedachten te ordenen.

Wanneer is het experiment geslaagd? “Als we erin slagen om een aantal heel scherpe vragen te formuleren over ingenieurswerk in ontwikkelingslanden”, zegt Van der Sanden. “En als we straks gewoon een leuk boek hebben, natuurlijk.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.