Buiten de campus
Kunst en techniek

Dit museum is pas compleet als je het eet

Twee Delftse alumni, Charly de Wit en Lennart van Gameren, openen op 30 april het Dineum, een pop-up museum voor eetbare kunst in Den Haag. Hier beleef je kunstwerken door ze op te eten tijdens een avondvullende tour. Waarom doen ze dit en wat zijn de Delftse invloeden aan hun plan?

Alumni Lennart van Gameren en Charly de Wit openen hun eigen pop-up museum in Den Haag. (Foto: Dineum)

article-in-one-minute-arrow

Dit artikel in 1 minuut

In een ronde tent liggen acht zitkussens in een cirkel op de grond. Ertussenin liggen ronde houten serveerplanken. Tot zover is alles normaal. Maar dan begint de tent te bewegen op het geluid van een ademhaling. Een bevreemdende, maar gek genoeg ook rustgevende ervaring: op de inademing zet de tent uit, en bij de uitademing zakt de tent weer iets in elkaar. Het lijkt alsof je je in het binnenste van een long bevindt. De ademtent is de laatste ruimte van de kunstroute door het pop-up museum voor immersieve eetbare kunst Dineum, zoals het voluit heet. Het opent op 30 april haar deuren.

De bezoeker heeft op dat moment al een kunstroute door zes verschillende ruimtes gevolgd, met elk een eigen verhaal. Bijvoorbeeld een surrealistische grotachtige ruimte met paarse lichtslierten, die een abstracte weergave voorstelt van het begin van het eten. In deze ruimte groeit je eten op je bord terwijl je aan het eten bent. Dit wordt gerealiseerd met een techniek (reverse spherification) die bijvoorbeeld ook gebruikt wordt in sterrenrestaurant De Librije in Zwolle. In een andere ruimte steek je je hoofd en je armen door gaten om in een soort kijkdoos te belanden. In dit kunstwerk is elke hap die de bezoeker neemt van tevoren uitgedacht en vork voor vork opgemaakt.

 

Een van de ruimtes van het kunstwerk ‘The life of food’. (Foto: Dineum)

Elke hap is vork voor vork opgemaakt

“De kunst bestaat uit de opeetervaring die je vervolgens aan het denken zet”, vertelt Charly de Wit (31), het creatieve brein achter de installaties en samen met haar compagnon Lennart van Gameren initiatiefnemer. Ieder kunstwerk is een installatie waar je met maximaal acht mensen naar binnen kunt. Een performance artist brengt het eetbare deel naar de bezoekers om het ‘verhaal’ van elk kunstwerk tot leven te brengen. De beleving heeft als thema ‘The life of food’ en onderzoekt alle fasen die ons eten doormaakt. “De ruimtes gaan over het ontstaan, de productie, het consumeren en het einde van eten. Elk met een opvallende invalshoek die aan het denken zet en soms ook ongemakkelijk, of vervreemdend mag voelen”, legt Charly uit.

Veel Delftse techniek

Wat veel mensen niet verwachten is dat er veel (Delftse) techniek, logistiek en ondernemerschap gebruikt is. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat er elk half uur 64 vorken met daarop een warm gerecht efficiënt opgediend kunnen worden zonder fornuis? En dat daarna alles binnen de tijd is schoongemaakt en klaar voor de volgende groep? Achter de schermen zit het Dineum bomvol kleine en grotere technische invalshoeken die je als bezoeker nauwelijks meemaakt, omdat je opgaat in de beleving.

“We kunnen nu niet het hele kunstwerk laten zien, want het is pas compleet als je het eet”, vertelt Charly tijdens een rondleiding. Zij deed werktuigbouwkunde en vervolgens een master bij Industrieel Ontwerpen. Na haar afstuderen werkte ze een jaar als strategisch consultant maar ontdekte dat ze daar niet gelukkig van werd. “Ik had al een paar projecten gedaan met eten, zoals in 2019 naast mijn afstuderen de tentoonstelling What do we eat in de TU Library. Hierin liet ik zien hoe consumenten bedrogen worden met verpakkingen. Eten gaat om zoveel meer dan alleen eten. Uiteindelijk is het idee ontstaan voor een kunstwerk waarbij de eetervaring zélf centraal staat.”

‘Eten gaat om zoveel meer dan alleen eten’

Ze bouwde in de coronajaren aan een aantal installaties voor de Maassilo in Rotterdam onder de naam Food Art Experience. Totdat dat stopte vanwege de tweede lockdown. Ze vond een baan bij de TU, waar ze tien maanden als onderzoeker bij IO werkte. “Een project over storytelling design om kinderen op basisscholen bewust te maken van gezond leven en gezond eten, erg leuk.” In de tussentijd bleef ze de kunstwerken verder ontwikkelen in een onverwarmd souterrain dat ze antikraak kon huren in Rijswijk. Na haar tijd als onderzoeker werkte ze enkele jaren bij een klein bedrijf dat attracties ontwerpt voor de pretparkindustrie. Toen ze daar in het najaar van 2025 door de naweeën van de pandemie noodgedwongen moest stoppen, was dat de aanleiding om fulltime de kunst aan de wereld te gaan tonen. Ze vond na lang zoeken een geschikte locatie aan de Elandstraat in Den Haag, waar ze tijdelijk kunnen zitten tot het pand wordt gesloopt voor woningbouw.

Studievoorlichter bij de TU

Haar compagnon Lennart (32) is al bevriend met Charly sinds hun tijd bij studentenvereniging Sint Jansbrug. Hij studeerde Bouwkunde en volgde daarna een master Industrial Ecology bij Techniek, Bestuur en Management (TBM). Na zijn afstuderen in 2020 werd hij adviseur in klimaatadaptatie en ging de richting uit van omgevingsmanagement. Ook was hij jarenlang studievoorlichter bij het Science Centre, waar bij kinderen liet kennismaken met techniek en achter de schermen hielp van het Delftse techniekmuseum. Lennart was altijd al betrokken bij de projecten van Charly, maar afgelopen najaar voelde het voor hem logisch om in te stappen. “Om het museum mogelijk te maken moeten we bijvoorbeeld personeel werven en aansturen, zichtbaar zijn op sociale media, en vergunningen aanvragen bij de gemeente. Dit heeft allemaal overlap met mijn werk als omgevingsmanager. Daarnaast houd ik net als Charly van het goed uitdenken van de ‘customer journey’, waar ik in mijn tijd bij het Science Centre ook mee te maken had. En nu is het vrij intens, alle vrije tijd en weekenden gaan eraan op.”

‘Het creatieve leer je niet in Delft’

De TU Delft heeft hun de handvaten gegeven om dit project technisch vorm te geven, vinden ze beiden. Allerlei elementen van de studies komen terug in hun werk: de wiskunde, de techniek, de logistiek, de can do-mentaliteit, het oplossingsgerichte werken. “Alleen het creatieve aspect leer je niet echt in Delft, dat moet in je zitten”, zegt Charly.

In eerste instantie gaat het Dineum alleen op vrijdag en zaterdag open. Elk half uur start een nieuwe groep van acht mensen met de kunstroute, in totaal acht rondes per avond. Een ronde duurt drie uur. “Als we veel tickets verkopen houden we er misschien een boterham aan over”, vertelt Charly. “Maar het is vooral passie, want dit is nooit eerder gedaan.” Voor een betaalbare prijs, berekenden ze, al is het Dineum niet gericht op studenten. “Ook geven we korting aan mensen met een museumkaart. Als je een restaurant verwacht, dan zit je hier gewoon verkeerd. Het draait echt om de kunst en de boodschap die daarachter zit. Maar om die te begrijpen moet je die kunst deels opeten.”

Eindredacteur Katja Wijnands

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

k.wijnands@tudelft.nl

Comments are closed.