Campus

‘Die 500 miljoen is gewoon onmogelijk’

Minister Ritzen staat voor een volstrekt onmogelijke opdracht. Zelfs al heeft hij morgen de meest draconische plannen klaar, dan nog zal het hem niet lukken om in 1998 bijna twee miljard te bezuinigen op hoger onderwijs en studiefinanciering.

Want reorganiseren kost tijd en in het begin vaak extra geld. Aldus de voorzitter van de vereniging van de gezamenlijke universiteiten ir. W. van Lieshout.

Veel bestuurders hebben al kritisch gereageerd op de plannen van paars met de studieduur. Ook Van Lieshout heeft er vele principiële vragen over, maar hij wijst vooral op de praktische onhaalbaarheid van de plannen. Binnen een jaar zal het kabinet daarop stuiten. De vraag is wat er dán gebeurt.

Het kabinet wil vijfhonderd miljoen bezuinigen op het hoger onderwijs. Terloops voegt Van Lieshout eraan toe dat het ministerie op dit moment ook nog met driehonderd miljoen aan niet-ingevulde ‘oude’ bezuinigingen in zijn maag zit.

Maar hij beperkt zich hier tot het halve miljard: ,,Dat is twaalf procent van de onderwijsmiddelen in hbo en wo. En de wachtgeldkosten voor ontslagen personeel zijn dan nog niet meegeteld. Om die kosten op te brengen, zouden we het personeelsbestand met zo’n zeventien procent moeten inkrimpen”. Nog afgezien van alle leed en kapitaalvernietiging waar dit mee gepaard gaat: het lukt volgens Van Lieshout nooit.

,,Dat halve miljard in 1998 is gewoon onmogelijk.” Zelfs als de regering vandaag zou zeggen: sluit maar een paar instellingen, dan zou de besluitvorming en afwikkeling nog zoveel tijd en geld kosten, dat er geen half miljard binnen vier jaar mee gewonnen werd.”

Maar het kabinet sluit geen instellingen. Het opent de discussie over een heel nieuw opleidingsstelsel in het hoger onderwijs. Wat het regeerakkoord daarover vermeldt, noemt Van Lieshout ,,vage kretologie”. Er staat in feite dat het kabinet straks alles ná de driejarige ‘basisopleiding’ aan de vrije markt overlaat. Volgens de VSNU-voorman moet dat een slip of the pen zijn. Het is wereldwijd nog nergens vertoond.

Over variatie in cursusduur en een nieuw stelsel van opleidingen wil het hoger onderwijs best praten. Maar zo’n stelselwijziging kost volgens Van Lieshout minstens tien jaar. En in het begin zal er eerder geld bij moeten dan dat er iets te besparen valt. Zo is het ook gegaan met andere stelselwijzigingen, in het basis- en voortgezet onderwijs en in de tweefasenstructuur.

Dat de stelselherziening niet binnen een dag kan, heeft het nieuwe kabinet erkend. Maar in het regeerakkoord is de bezuiniging van een half miljard gulden (in 1998) wèl overeind gebleven. Dat maakt de situatie voor het hoger onderwijs wel extra absurd: voordat het opleidingsstelsel op de helling gaat, moet er al vijfhonderd miljoen af. Hoe? Dat is vooriedereen de vraag. In het regeerakkoord staat alleen iets over ‘efficiencyverbetering’ en ingrepen in de wachtgelden. Met zulke maatregelen werden in het verleden met veel pijn enkele tientallen miljoenen verdiend. Van Lieshout ziet niet hoe er dit keer en half miljard uit kan komen.

Al met al mist de hoger-onderwijsparagraaf van het regeerakkoord volgens Van Lieshout elke realiteitszin. ,,Het kan toch niet zo zijn dat een instelling eerst een enorme inkrimping doormaakt en tegelijk een nieuw onderwijsstelsel moet voorbereiden – zonder dat daarvoor extra geld gereserveerd wordt?”

Ook wat het regeerakkoord over studiefinanciering zegt, krijgt een dikke onvoldoende. ,,Natuurlijk was het tijd voor wijziging van het stelsel. De tempobeurs is een vreselijk bureaucratisch en fraudegevoelig instrument. Maar wat zie je in het regeerakkoord? Men komt met een enorme bezuiniging. Nergens staat echter duidelijk dat daarvoor het huidige stelsel op de helling gaat of dat er een nieuwe wet moet komen.”

Toch is het niet mogelijk om nog veel op de studiebeurzen te besparen zonder ingrijpende wetswijzigingen. Dus, rekent Van Lieshout voor, krijgt Ritzen zijn ingrepen nooit binnen twee jaar rond. Dat is de tijd die nu eenmaal nodig is voor voorbereiding en invoering van nieuwe wetten. ,,En als je weet dat de nieuwe regels pas op z’n vroegst in januari 1997 kunnen ingaan, dan kan toch nooit in 1998 die hele miljard gulden binnen zijn?”

De VSNU-voorman zou niet graag in de schoenen van Ritzen staan. Volgens hem moet de bewindsman onvermijdelijk binnen een jaar met forse aanpassingen in zijn begroting komen. Maar hij vreest dat er meer ministers met hun opdracht in de problemen zullen raken. Hij denkt dat ook de plannen met de sociale sector en de gezondheidzorg onrealistisch zullen blijken. ,,En in die belangenstrijd is het dan de vraag of de problemen van vandaag niet zullen winnen van die van overmorgen. Het onderwijs staat in zulke afwegingen zwak, want de gevolgen van kaalslag merk je daar pas in de verre toekomst. Ik vrees dat men die risico’s gewoon zal nemen.” (HOP/F.S.)

Minister Ritzen staat voor een volstrekt onmogelijke opdracht. Zelfs al heeft hij morgen de meest draconische plannen klaar, dan nog zal het hem niet lukken om in 1998 bijna twee miljard te bezuinigen op hoger onderwijs en studiefinanciering. Want reorganiseren kost tijd en in het begin vaak extra geld. Aldus de voorzitter van de vereniging van de gezamenlijke universiteiten ir. W. van Lieshout.

Veel bestuurders hebben al kritisch gereageerd op de plannen van paars met de studieduur. Ook Van Lieshout heeft er vele principiële vragen over, maar hij wijst vooral op de praktische onhaalbaarheid van de plannen. Binnen een jaar zal het kabinet daarop stuiten. De vraag is wat er dán gebeurt.

Het kabinet wil vijfhonderd miljoen bezuinigen op het hoger onderwijs. Terloops voegt Van Lieshout eraan toe dat het ministerie op dit moment ook nog met driehonderd miljoen aan niet-ingevulde ‘oude’ bezuinigingen in zijn maag zit.

Maar hij beperkt zich hier tot het halve miljard: ,,Dat is twaalf procent van de onderwijsmiddelen in hbo en wo. En de wachtgeldkosten voor ontslagen personeel zijn dan nog niet meegeteld. Om die kosten op te brengen, zouden we het personeelsbestand met zo’n zeventien procent moeten inkrimpen”. Nog afgezien van alle leed en kapitaalvernietiging waar dit mee gepaard gaat: het lukt volgens Van Lieshout nooit.

,,Dat halve miljard in 1998 is gewoon onmogelijk.” Zelfs als de regering vandaag zou zeggen: sluit maar een paar instellingen, dan zou de besluitvorming en afwikkeling nog zoveel tijd en geld kosten, dat er geen half miljard binnen vier jaar mee gewonnen werd.”

Maar het kabinet sluit geen instellingen. Het opent de discussie over een heel nieuw opleidingsstelsel in het hoger onderwijs. Wat het regeerakkoord daarover vermeldt, noemt Van Lieshout ,,vage kretologie”. Er staat in feite dat het kabinet straks alles ná de driejarige ‘basisopleiding’ aan de vrije markt overlaat. Volgens de VSNU-voorman moet dat een slip of the pen zijn. Het is wereldwijd nog nergens vertoond.

Over variatie in cursusduur en een nieuw stelsel van opleidingen wil het hoger onderwijs best praten. Maar zo’n stelselwijziging kost volgens Van Lieshout minstens tien jaar. En in het begin zal er eerder geld bij moeten dan dat er iets te besparen valt. Zo is het ook gegaan met andere stelselwijzigingen, in het basis- en voortgezet onderwijs en in de tweefasenstructuur.

Dat de stelselherziening niet binnen een dag kan, heeft het nieuwe kabinet erkend. Maar in het regeerakkoord is de bezuiniging van een half miljard gulden (in 1998) wèl overeind gebleven. Dat maakt de situatie voor het hoger onderwijs wel extra absurd: voordat het opleidingsstelsel op de helling gaat, moet er al vijfhonderd miljoen af. Hoe? Dat is vooriedereen de vraag. In het regeerakkoord staat alleen iets over ‘efficiencyverbetering’ en ingrepen in de wachtgelden. Met zulke maatregelen werden in het verleden met veel pijn enkele tientallen miljoenen verdiend. Van Lieshout ziet niet hoe er dit keer en half miljard uit kan komen.

Al met al mist de hoger-onderwijsparagraaf van het regeerakkoord volgens Van Lieshout elke realiteitszin. ,,Het kan toch niet zo zijn dat een instelling eerst een enorme inkrimping doormaakt en tegelijk een nieuw onderwijsstelsel moet voorbereiden – zonder dat daarvoor extra geld gereserveerd wordt?”

Ook wat het regeerakkoord over studiefinanciering zegt, krijgt een dikke onvoldoende. ,,Natuurlijk was het tijd voor wijziging van het stelsel. De tempobeurs is een vreselijk bureaucratisch en fraudegevoelig instrument. Maar wat zie je in het regeerakkoord? Men komt met een enorme bezuiniging. Nergens staat echter duidelijk dat daarvoor het huidige stelsel op de helling gaat of dat er een nieuwe wet moet komen.”

Toch is het niet mogelijk om nog veel op de studiebeurzen te besparen zonder ingrijpende wetswijzigingen. Dus, rekent Van Lieshout voor, krijgt Ritzen zijn ingrepen nooit binnen twee jaar rond. Dat is de tijd die nu eenmaal nodig is voor voorbereiding en invoering van nieuwe wetten. ,,En als je weet dat de nieuwe regels pas op z’n vroegst in januari 1997 kunnen ingaan, dan kan toch nooit in 1998 die hele miljard gulden binnen zijn?”

De VSNU-voorman zou niet graag in de schoenen van Ritzen staan. Volgens hem moet de bewindsman onvermijdelijk binnen een jaar met forse aanpassingen in zijn begroting komen. Maar hij vreest dat er meer ministers met hun opdracht in de problemen zullen raken. Hij denkt dat ook de plannen met de sociale sector en de gezondheidzorg onrealistisch zullen blijken. ,,En in die belangenstrijd is het dan de vraag of de problemen van vandaag niet zullen winnen van die van overmorgen. Het onderwijs staat in zulke afwegingen zwak, want de gevolgen van kaalslag merk je daar pas in de verre toekomst. Ik vrees dat men die risico’s gewoon zal nemen.” (HOP/F.S.)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.