Onderwijs

Deel studenten niet blij met hulp studieadviseur

Dik eenderde van de studenten die naar een studieadviseur zijn geweest, voelt zich na daarna niet geholpen. Dat blijkt uit een enquête die studentenraadsfractie Oras heeft gehouden onder vijfhonderd studenten van alle faculteiten.

Op de vraag ‘Ben je met deze gesprekken verder geholpen?’, waarmee Oras doelt op ontmoetingen met de studieadviseur, zegt 34 procent ‘nee’.

De verschillende tussen de faculteiten zijn daarbij niet heel groot. Het meest tevreden zijn studenten luchtvaart- en ruimtevaarttechniek (29 procent ‘nee’), het minst studenten van Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (47 procent ‘nee’).

44 Procent van alle studenten gaat wel naar de studieadviseur als ze problemen hebben met hun studie. 23 Procent kiest voor de studievereniging, 33 procent voor de docent.

Toch heeft 40 procent van de ondervraagden in het eerste studiejaar geen studieadviseur gezien. Oras denkt dat het juist nuttig is als eerstejaars studenten in ieder geval kennis maken met hun studieadviseur, maar dat ze ook gebaat kunnen zijn bij een check halverwege het jaar. “Dan kun je eventuele problemen zien aankomen”, legt Marijn Bos namens de fractie uit.

Volgens studentendecaan Piet Jonkheer zou dat inderdaad zo kunnen zijn. “Maar misschien niet op iedere faculteit. Je hebt ook te maken met cultuurverschillen.”

Jonkheer is blij met ‘de nieuwe input’ die de Oras-enquête hem geeft. Hij wil wel opmerken dat de 34 procent studenten die zegt niet goed geholpen te zijn, een vertekend aantal kan zijn. “Je kunt studenten niet met alles helpen als studieadviseur. Als ze zich ergens te laat voor hebben aangemeld, kunnen wij dat ook niet verhelpen.”

Bovendien, zegt de decaan, heeft een aantal faculteiten de afgelopen periode te maken gehad met onderbezetting, door de reorganisatie, door personeelswisselingen of ziekte.

De mini-enquête van Oras, die bestond uit zeven vragen, ging niet alleen over studieadviseurs. Ook de aantallen studieplekken per faculteit kwamen aan bod, net als avondtentamens.

Op de vraag ‘Zijn er op jouw faculteit voldoende rustige studieplekken aanwezig?’ antwoordde gemiddeld 49 procent ‘ja’ en 51 procent ‘nee’. De verschillen kunnen daarbij behoorlijk zijn.

Zo vinden alle studenten technische aardwetenschappen dat zij voldoende studieplekken hebben. Bij scheikunde is juist 70 procent ontevreden en bij bouwkunde zelfs 83 procent.

Oras verzoekt naast deze twee de faculteiten Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek en 3mE ‘dringend’ het tekort aan studieplaatsen aan te pakken.

Over avondtentamens zijn studenten duidelijk. 38 Procent van de ondervraagden heeft er wel eens eentje gehad. Dik tweederde van hen zegt het een probleem te vinden ’s avonds een tentamen te maken.

Marijn Bos van Oras kan zich dat wel voorstellen. “Nadat je al een hele dag achter de rug hebt, ben je meestal toch minder gefocust. Bovendien hebben veel studenten ’s avonds sociale activiteiten.”

Dat blijkt uit een enquête die studentenraadsfractie Oras heeft gehouden onder vijfhonderd studenten van alle faculteiten. Op de vraag ‘Ben je met deze gesprekken verder geholpen?’, waarmee Oras doelt op ontmoetingen met de studieadviseur, zegt 34 procent ‘nee’.

De verschillende tussen de faculteiten zijn daarbij niet heel groot. Het meest tevreden zijn studenten luchtvaart- en ruimtevaarttechniek (29 procent ‘nee’), het minst studenten van Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (47 procent ‘nee’).

44 Procent van alle studenten gaat wel naar de studieadviseur als ze problemen hebben met hun studie. 23 Procent kiest voor de studievereniging, 33 procent voor de docent.

Toch heeft 40 procent van de ondervraagden in het eerste studiejaar geen studieadviseur gezien. Oras denkt dat het juist nuttig is als eerstejaars studenten in ieder geval kennis maken met hun studieadviseur, maar dat ze ook gebaat kunnen zijn bij een check halverwege het jaar. “Dan kun je eventuele problemen zien aankomen”, legt Marijn Bos namens de fractie uit.

Volgens studentendecaan Piet Jonkheer zou dat inderdaad zo kunnen zijn. “Maar misschien niet op iedere faculteit. Je hebt ook te maken met cultuurverschillen.”

Jonkheer is blij met ‘de nieuwe input’ die de Oras-enquête hem geeft. Hij wil wel opmerken dat de 34 procent studenten die zegt niet goed geholpen te zijn, een vertekend aantal kan zijn. “Je kunt studenten niet met alles helpen als studieadviseur. Als ze zich ergens te laat voor hebben aangemeld, kunnen wij dat ook niet verhelpen.”

Bovendien, zegt de decaan, heeft een aantal faculteiten de afgelopen periode te maken gehad met onderbezetting, door de reorganisatie, door personeelswisselingen of ziekte.

De mini-enquête van Oras, die bestond uit zeven vragen, ging niet alleen over studieadviseurs. Ook de aantallen studieplekken per faculteit kwamen aan bod, net als avondtentamens.

Op de vraag ‘Zijn er op jouw faculteit voldoende rustige studieplekken aanwezig?’ antwoordde gemiddeld 49 procent ‘ja’ en 51 procent ‘nee’. De verschillen kunnen daarbij behoorlijk zijn.

Zo vinden alle studenten technische aardwetenschappen dat zij voldoende studieplekken hebben. Bij scheikunde is juist 70 procent ontevreden en bij bouwkunde zelfs 83 procent.

Oras verzoekt naast deze twee de faculteiten Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek en 3mE ‘dringend’ het tekort aan studieplaatsen aan te pakken.

Over avondtentamens zijn studenten duidelijk. 38 Procent van de ondervraagden heeft er wel eens eentje gehad. Dik tweederde van hen zegt het een probleem te vinden ’s avonds een tentamen te maken.

Marijn Bos van Oras kan zich dat wel voorstellen. “Nadat je al een hele dag achter de rug hebt, ben je meestal toch minder gefocust. Bovendien hebben veel studenten ’s avonds sociale activiteiten.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.