Opinie

De tragiek van de ‘wederopbouwmissie’ in Uruzgan

De Nederlandse missie in Uruzgan mag geen oorlog worden genoemd. Maar dat is het wel, betoogt Floris van den Berg. Tijd voor heldere keuzes.

Vik Franke sprak voor de tweede maal dit jaar bij Studium Generale over zijn ervaringen bij de Nederlandse militaire missie in Uruzgan, waarover hij twee documentaires gemaakt heeft. Ethicus Koos van der Bruggen, die een week eerder sprak in de Studium Generale-serie over ‘Techniek en Oorlog’, betoogde dat in de politiek tal van eufemismen zijn voor oorlog, zoals: politionele acties, veiligheidsmissie, en wederopbouwmissie.

Het woord oorlog is taboe. De Nederlandse militaire acties in Uruzgan zijn politiek aangekondigd als een wederopbouwmissie. Vik Franke laat zien wat dat in de praktijk inhoudt: Nederland voert oorlog in Uruzgan. Het Nederlandse contingent heeft een militaire overmacht, met name door de technische uitrusting en de combinatie van grondtroepen en luchtondersteuning. Maar de militairen mogen bijna niks doen en dat vinden de militairen heel frustrerend, zelfs als ze weten waar strijders zitten, of militieleiders, of bermbombouwers. Er mag alleen defensief worden opgetreden, niet offensief. Voor offensieve acties is toestemming nodig uit Den Haag. En die toestemming komt zelden. Franke noemt als voorbeeld dat bij de militairen bekend is dat een paar kilometer van Kamp Holland in een boerderij een bermbombouwer actief is. Pas na drie weken komt groen licht uit Den Haag om de boerderij in te vallen. De boerderij blijkt dan al leeg en verlaten.

De terroristen/guerrillastrijders/vijanden terroriseren de bevolking door het dreigen en ook daadwerkelijk doden van burgers. Zolang het Nederlandse leger niet hard en offensief optreedt tegen de terroristen, is het onmogelijk om de hearts and minds van de bevolking te winnen. Het wrange is dat burgers . vrouwen, kinderen, ouderen . soms worden gedwongen om spotter te zijn. Dat wil zeggen: om ergens (vaak op een bergkam) op de uitkijk te zitten en via een walkietalkie posities van Nederlandse militairen door te geven. Volgens het mandaat is dat een vijandelijke actie, omdat het doorgeven van posities de Nederlandse militairen in gevaar brengt. Dus, zodra commando’s op patrouille een spotter ontdekken, proberen ze deze uit te schakelen. Franke laat zien hoe zoiets gaat: met grof geweld. Een scherpschutter schiet, zonder waarschuwing, raak op de spotter. Daarna komt er nog een ingeroepen F16 aan die de positie probeert te bestoken, maar ver naast het doel schiet. Precisiebombardementen zijn in de praktijk niet altijd zo precies. Dit keer belandde de bom in een, waarschijnlijk, verlaten gebied.

De frustratie van de militairen over de terughoudendheid vanuit Den Haag om toestemming te geven tot offensieve acties is groot. De film van Franke, ‘9.11 Zulu’, was aanleiding voor minister van ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders om hierover Kamervragen te stellen. Maar het heeft niet geleid tot veranderingen. De politici menen dat alleen een wederopbouwmissie politiek verkoopbaar is.

In Srebrenica stond het Nederlandse leger vanaf de zijlijn toe te kijken en kwam er geen toestemming om in te grijpen toen de noodzaak groot was. Srebrenica is een politiek en militair trauma. Dat maakt het onbegrijpelijk dat nu weer voor eenzelfde strategie wordt gekozen als destijds in voormalig Joegoslavië. Er worden militairen gestuurd, maar ze mogen niks doen. En zolang er terroristen zijn die de burgers terroriseren is het onmogelijk om aan wederopbouw te doen.

Maar er wordt wel degelijk hard gevochten. Franke is erbij wanneer een patrouille commando’s van zo’n 35 man op een grote hinderlaag stuit van zo’n 140 strijders. Franke filmt gedurende het hele gevecht. Dat is bloedstollende actie. De situatie is behoorlijk penibel en Franke . zelf een getraind oud-legerofficier . neemt zelf een geweer ter hand. Dat is een bericht dat groot uitgemeten in de Nederlandse media belandt.

Het is niet alleen de techniek, maar vooral ook de politiek die de oorlog bepaalt. De documentaire en lezingen van Franke geven een helder beeld van de tragiek van het gedoemde falen van de zogenaamde wederopbouwmissie. Franke zei, op persoonlijke titel: “Het is als met simplistische westerns: en stadje wordt geterroriseerd door boeven met een zwarte hoed. Dan komen de good guys met witte hoed die met grof geweld de boeven verjagen danwel arresteren of doden. En dan is het stadje weer pais en vree.”

Het is tijd voor een heldere politieke keuze. Techniek is afhankelijk van politiek.

Floris van den Berg is filosoof en programmamaker bij Studium Generale TU Delft.

De lezing van Vik Franke is opgenomen door Collegerama en is binnenkort te bekijken via www.sg.tudelft.nl

www.vikfranke.com

Vik Franke sprak voor de tweede maal dit jaar bij Studium Generale over zijn ervaringen bij de Nederlandse militaire missie in Uruzgan, waarover hij twee documentaires gemaakt heeft. Ethicus Koos van der Bruggen, die een week eerder sprak in de Studium Generale-serie over ‘Techniek en Oorlog’, betoogde dat in de politiek tal van eufemismen zijn voor oorlog, zoals: politionele acties, veiligheidsmissie, en wederopbouwmissie.

Het woord oorlog is taboe. De Nederlandse militaire acties in Uruzgan zijn politiek aangekondigd als een wederopbouwmissie. Vik Franke laat zien wat dat in de praktijk inhoudt: Nederland voert oorlog in Uruzgan. Het Nederlandse contingent heeft een militaire overmacht, met name door de technische uitrusting en de combinatie van grondtroepen en luchtondersteuning. Maar de militairen mogen bijna niks doen en dat vinden de militairen heel frustrerend, zelfs als ze weten waar strijders zitten, of militieleiders, of bermbombouwers. Er mag alleen defensief worden opgetreden, niet offensief. Voor offensieve acties is toestemming nodig uit Den Haag. En die toestemming komt zelden. Franke noemt als voorbeeld dat bij de militairen bekend is dat een paar kilometer van Kamp Holland in een boerderij een bermbombouwer actief is. Pas na drie weken komt groen licht uit Den Haag om de boerderij in te vallen. De boerderij blijkt dan al leeg en verlaten.

De terroristen/guerrillastrijders/vijanden terroriseren de bevolking door het dreigen en ook daadwerkelijk doden van burgers. Zolang het Nederlandse leger niet hard en offensief optreedt tegen de terroristen, is het onmogelijk om de hearts and minds van de bevolking te winnen. Het wrange is dat burgers . vrouwen, kinderen, ouderen . soms worden gedwongen om spotter te zijn. Dat wil zeggen: om ergens (vaak op een bergkam) op de uitkijk te zitten en via een walkietalkie posities van Nederlandse militairen door te geven. Volgens het mandaat is dat een vijandelijke actie, omdat het doorgeven van posities de Nederlandse militairen in gevaar brengt. Dus, zodra commando’s op patrouille een spotter ontdekken, proberen ze deze uit te schakelen. Franke laat zien hoe zoiets gaat: met grof geweld. Een scherpschutter schiet, zonder waarschuwing, raak op de spotter. Daarna komt er nog een ingeroepen F16 aan die de positie probeert te bestoken, maar ver naast het doel schiet. Precisiebombardementen zijn in de praktijk niet altijd zo precies. Dit keer belandde de bom in een, waarschijnlijk, verlaten gebied.

De frustratie van de militairen over de terughoudendheid vanuit Den Haag om toestemming te geven tot offensieve acties is groot. De film van Franke, ‘9.11 Zulu’, was aanleiding voor minister van ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders om hierover Kamervragen te stellen. Maar het heeft niet geleid tot veranderingen. De politici menen dat alleen een wederopbouwmissie politiek verkoopbaar is.

In Srebrenica stond het Nederlandse leger vanaf de zijlijn toe te kijken en kwam er geen toestemming om in te grijpen toen de noodzaak groot was. Srebrenica is een politiek en militair trauma. Dat maakt het onbegrijpelijk dat nu weer voor eenzelfde strategie wordt gekozen als destijds in voormalig Joegoslavië. Er worden militairen gestuurd, maar ze mogen niks doen. En zolang er terroristen zijn die de burgers terroriseren is het onmogelijk om aan wederopbouw te doen.

Maar er wordt wel degelijk hard gevochten. Franke is erbij wanneer een patrouille commando’s van zo’n 35 man op een grote hinderlaag stuit van zo’n 140 strijders. Franke filmt gedurende het hele gevecht. Dat is bloedstollende actie. De situatie is behoorlijk penibel en Franke . zelf een getraind oud-legerofficier . neemt zelf een geweer ter hand. Dat is een bericht dat groot uitgemeten in de Nederlandse media belandt.

Het is niet alleen de techniek, maar vooral ook de politiek die de oorlog bepaalt. De documentaire en lezingen van Franke geven een helder beeld van de tragiek van het gedoemde falen van de zogenaamde wederopbouwmissie. Franke zei, op persoonlijke titel: “Het is als met simplistische westerns: en stadje wordt geterroriseerd door boeven met een zwarte hoed. Dan komen de good guys met witte hoed die met grof geweld de boeven verjagen danwel arresteren of doden. En dan is het stadje weer pais en vree.”

Het is tijd voor een heldere politieke keuze. Techniek is afhankelijk van politiek.

Floris van den Berg is filosoof en programmamaker bij Studium Generale TU Delft.

De lezing van Vik Franke is opgenomen door Collegerama en is binnenkort te bekijken via www.sg.tudelft.nl

www.vikfranke.com

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.