Opinie

De procedure

Drie weken tot drie maanden. De schattingen lopen wat uiteen, maar dat kan de tijd zijn die de arbitragecommissie-De Ruiter nodig heeft om de ruzie tussen TU-college en vakbonden te beslechten.

Vorige week woensdag kwamen de partijen geen millimeter dichter tot elkaar en besloten de bonden definitief om de zaak aan de externe arbiter voor te leggen.

Amper drie maanden nadat beide partijen nog redelijk hoopvol een protocol met basisafspraken ondertekenden, is het MOD-proces (modernisering ondersteunende diensten) ontspoord.

De haalbaarheid van het toch al optimistische scenario (opstellen van verander- en organisatieplannen tussen augustus ’96 en augustus ’97) is nu behoorlijk ondermijnd. Dat scenario was zo krap, omdat beide partijen vonden dat het belang van de medewerkers vereiste dat deze superreorganisatie snel duidelijkheid zou opleveren: wie komt waar, of waar niet, te zitten, en met welk takenpakket? De sociale partners, werkgever én bonden, hebben bij de gebeurtenissen van vorige week echter het millimeteren over interpretaties van afspraken gesteld boven de behoefte bij de ondersteunende medewerkers aan snelle voortgang en zekerheid – welke dan ook.

Wie het geruzie uittrekt boven het niveau waarop het gestrand is kan ondertussen zijn ogen niet geloven. Over de uitgangspunten (het augustusprotocol) is iedereen het met elkaar eens. Het gekozen organisatiemodel (ondersteunende clusters voor faculteiten, decentralisatie, aansturing vanuit een kleine collegestaf) staat niet meer ter discussie. Het aantal bedreigde arbeidsplaatsen idem dito. Kortom: het is weer eens spaak gelopen op ‘de procedure’.

Voor het correct uitvoeren van vaststaande procedureafspraken is vooral het college van bestuur verantwoordelijk. Maar het cvb heeft tijdens die rit kennelijk weinig krediet opgebouwd, zodat de bonden voor onvermijdelijke improvisaties geen ruimte konden bieden. Het gewraakte publiceren van een ‘voorlopige’ namenlijst voor de collegestaf was zo’n improvisatie. Onder normale omstandigheden misschien niets bijzonders, maar gezien de al smeulende conflictstof kreeg die actie iets triomfalistisch.

Echter, de bonden kunnen niet hun handen in onschuld wassen. Wie een principeakkoord sluit, met verstrekkende implicaties, moet de wederpartij ruimte bieden bij de uitvoering, en niet proberen de gedane concessies via regelneverij te verzachten. Voorbeeld: wie akkoord gaat met het idee dat het college van bestuur een kleine, high-powered staf om zich heen wil hebben, moet zich niet te veel wíllen verdiepen in de vraag welke personen daar nu om welke redenen wel of niet in komen. Er moet een evenwicht zijn tussen het behartigen van de personeelsbelangen (‘man volgt werk’), en de ook door de vakbonden erkende wens van het cvb om met zijn naaste medewerkers een ander besturingsmodel te hanteren.

Het college heeft de vakbonden kopschuw gemaakt door bij dit alles te blijven spreken van een ‘cultuuromslag’, en daarmee twijfel te zaaien over het toepassen van het man-volgt-werkprincipe. Bovendien is het cvb te lang te optimistischgeweest over de bereidheid van de bonden om de hakken in het zand te zetten. Vervolgens werd het onvermijdelijk dat de bonden van een simpel namenlijstje een prestigezaak (,,intrekken!”) maakten en naar de externe arbiter liepen. Hopelijk trekt die, zonder enige partij gezichtsverlies te bezorgen, ‘de procedure’ weer snel vlot. De sociale partners hebben gezamenlijk immers nog een lange weg te gaan.

Richard Meijer

Drie weken tot drie maanden. De schattingen lopen wat uiteen, maar dat kan de tijd zijn die de arbitragecommissie-De Ruiter nodig heeft om de ruzie tussen TU-college en vakbonden te beslechten. Vorige week woensdag kwamen de partijen geen millimeter dichter tot elkaar en besloten de bonden definitief om de zaak aan de externe arbiter voor te leggen.

Amper drie maanden nadat beide partijen nog redelijk hoopvol een protocol met basisafspraken ondertekenden, is het MOD-proces (modernisering ondersteunende diensten) ontspoord.

De haalbaarheid van het toch al optimistische scenario (opstellen van verander- en organisatieplannen tussen augustus ’96 en augustus ’97) is nu behoorlijk ondermijnd. Dat scenario was zo krap, omdat beide partijen vonden dat het belang van de medewerkers vereiste dat deze superreorganisatie snel duidelijkheid zou opleveren: wie komt waar, of waar niet, te zitten, en met welk takenpakket? De sociale partners, werkgever én bonden, hebben bij de gebeurtenissen van vorige week echter het millimeteren over interpretaties van afspraken gesteld boven de behoefte bij de ondersteunende medewerkers aan snelle voortgang en zekerheid – welke dan ook.

Wie het geruzie uittrekt boven het niveau waarop het gestrand is kan ondertussen zijn ogen niet geloven. Over de uitgangspunten (het augustusprotocol) is iedereen het met elkaar eens. Het gekozen organisatiemodel (ondersteunende clusters voor faculteiten, decentralisatie, aansturing vanuit een kleine collegestaf) staat niet meer ter discussie. Het aantal bedreigde arbeidsplaatsen idem dito. Kortom: het is weer eens spaak gelopen op ‘de procedure’.

Voor het correct uitvoeren van vaststaande procedureafspraken is vooral het college van bestuur verantwoordelijk. Maar het cvb heeft tijdens die rit kennelijk weinig krediet opgebouwd, zodat de bonden voor onvermijdelijke improvisaties geen ruimte konden bieden. Het gewraakte publiceren van een ‘voorlopige’ namenlijst voor de collegestaf was zo’n improvisatie. Onder normale omstandigheden misschien niets bijzonders, maar gezien de al smeulende conflictstof kreeg die actie iets triomfalistisch.

Echter, de bonden kunnen niet hun handen in onschuld wassen. Wie een principeakkoord sluit, met verstrekkende implicaties, moet de wederpartij ruimte bieden bij de uitvoering, en niet proberen de gedane concessies via regelneverij te verzachten. Voorbeeld: wie akkoord gaat met het idee dat het college van bestuur een kleine, high-powered staf om zich heen wil hebben, moet zich niet te veel wíllen verdiepen in de vraag welke personen daar nu om welke redenen wel of niet in komen. Er moet een evenwicht zijn tussen het behartigen van de personeelsbelangen (‘man volgt werk’), en de ook door de vakbonden erkende wens van het cvb om met zijn naaste medewerkers een ander besturingsmodel te hanteren.

Het college heeft de vakbonden kopschuw gemaakt door bij dit alles te blijven spreken van een ‘cultuuromslag’, en daarmee twijfel te zaaien over het toepassen van het man-volgt-werkprincipe. Bovendien is het cvb te lang te optimistischgeweest over de bereidheid van de bonden om de hakken in het zand te zetten. Vervolgens werd het onvermijdelijk dat de bonden van een simpel namenlijstje een prestigezaak (,,intrekken!”) maakten en naar de externe arbiter liepen. Hopelijk trekt die, zonder enige partij gezichtsverlies te bezorgen, ‘de procedure’ weer snel vlot. De sociale partners hebben gezamenlijk immers nog een lange weg te gaan.

Richard Meijer

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.