Opinie

Coole wetenschap

Vorige week zei Ger Bruens in Delta dat Industrieel Ontwerpen meer aandacht moet besteden aan coolness. Op de foto bij het artikel zag Bruens er aandoenlijk niet-cool uit, wat zijn pleidooi alleen maar sympathieker maakte.

Als voorbeeld van een cool ontwerp noemde hij een rode sportwagen.

Hoewel het heel makkelijk is om hier lacherig over te doen (een rode sportwagen!), geloof ik dat Bruens gelijk heeft dat Delft te weinig nadruk legt op coolheid. En niet alleen bij Industrieel Ontwerpen, maar bij alle studies. Sterker nog, ik denk dat bèta’s in het algemeen te weinig bezig zijn met de coolheid van hun vak. Bij geneeskunde en rechten worden studenten overladen met heldenverhalen over hun voorgangers en zij studeren af met het idee dat hun beroepsgroep duidelijk de allercoolste is van allemaal. Bèta’s doen zoiets niet, misschien doordat ze al beginnen met een achterstand. Op de middelbare school is er een zeer duidelijke ordening in wat wel en niet cool is. De exacte vakken bungelen onderaan de lijst, nog net boven ‘blij reageren als je moeder de klas binnenkomt om je brooddoos te brengen’.

Terwijl er ook in de exacte vakken genoeg coole ideeën en wetenschappers zijn. Maar daar hebben we het bijna nooit over. Bijna iedereen vindt fractals bijvoorbeeld behoorlijk cool, waarom doen we daar niet meer mee bij wiskunde? Ik zag ze tijdens mijn studie alleen in een keuzevak, en daarbij zat ik vooral de dimensie van verschillende fractals te berekenen. Het was leuk geweest om ook een half uurtje naar mooie plaatjes en filmpjes te kijken. Om net als bij geneeskunde en rechten een soort beroepstrots te kweken.

Of waarom vertellen we niet meer over wetenschappers die zonder enige twijfel supercool zijn? Neem nou Richard Feynman, over hem zijn tientallen prachtige verhalen te vertellen. Eén van mijn favorieten gaat over zijn advies bij het bouwen van een kerncentrale. Op een gegeven moment krijgt Feynman bouwtekeningen te zien en heeft hij geen idee hoe hij die moet lezen. Hij kan niet eens bedenken wat een bepaald symbool betekent dat overal op die tekeningen staat. Hij durft niet te vragen wat het is, bang dat iedereen ziet dat hij hun tijd verspilt. Feynman verzint een list: hij wijst een willekeurig symbool aan en vraagt aan een medewerker “Wat als dat ventiel verstopt raakt?”. Hij hoopt dat ze hem zullen verbeteren dat dit geen ventiel is en dan terloops uitleggen wat het wel is. Maar de man kijkt hem geschrokken aan “Als dat ventiel niet werkt…dan…”. Hij beweegt zijn vinger in paniek langs de bouwtekening en concludeert: “U hebt gelijk.” Feynman heeft per ongeluk een cruciaal probleem aangewezen en iedereen denkt dat hij een genie is.

Zo’n verhaal vind ik nou veel cooler dan een rode sportwagen. Het helpt je niet om natuurkunde beter te begrijpen, maar het zorgt er wel voor dat je bij zo’n vak en zulke wetenschappers wilt horen. We moeten als bèta’s elkaar veel meer van dit soort trots makende verhalen vertellen.


Ionica Smeets is TU-alumnus (wiskunde), wetenschapsjournalist en onderzoeker bij Publiek Begrip van Wetenschap in Leiden.

 

Caithlin Marugg is eerstejaars technische bestuurskunde en woont sinds twee maanden op Oude Delft 119, een gemengd huis met 25 studenten. In dit huis is iedereen een jaar lang HJ, en moet dan vooral dingen regelen: de organisatie van huisweekenden en het kerstdiner ligt in de handen van de huisjongsten. Typische HJ-taken als afwas en vuilnis worden door alle huisgenoten gezamenlijk opgeknapt. Het schoenenrek in haar kamer is het resultaat van een uit de hand gelopen hobby. De stropdassen komen voornamelijk bij Virgiel vandaan: als iemand zijn das laat slingeren, pikt Marugg hem in. 

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.