Onderwijs

Buiten de grenzen van een klein wereldje

De politieke jongerenorganisaties in Delft worden voor een groot deel bevolkt door TU-studenten. Om verschillende redenen kiezen zij niet voor de studentenpartij in de gemeenteraad, Stip, ook niet met de gemeentelijke verkiezingen.

“De lokale politiek is niet altijd interessant genoeg voor onze leden.”

Studenten zijn hot onder de partijen die meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart. Mannen en vrouwen in allerlei partij-jassen struinen dezer dagen gewapend met flyers en krantjes de Mekelweg, maar ook studentenverenigingen af op zoek naar stemmen. Studenten zijn er immers te over in Delft. Bovendien zijn zij . jong als ze zijn . vaak nog kneedbaar. Alleen hun interesse in de gemeenteraadspolitiek moet nog even worden gewekt. Dus waarom niet eens even op een rijtje zetten wat we de afgelopen jaren betekend hebben voor studenten of laten zien wat we in de toekomst nog voor ze willen doen, moeten de gemeenteraadsfracties van partijen als VVD, CDA of D66 gedacht hebben.

Toch zijn veel studenten niet geïnteresseerd in hun eigen belang alleen, zo blijkt uit gesprekken met hen. Leden van politieke jongerenorganisaties (PJO’s), die altijd een landelijke moederpartij hebben en zelf niet meedoen aan verkiezingen, willen juist verder kijken dan hun kleine wereldje. Ze hebben er geen behoefte aan om puur met studentenzaken als campuscontracten of kamernood bezig te zijn. Ze willen liever alles te weten komen over de basisbeginselen van politieke stromingen, of leren om hun standpunten verbaal te verdedigen.

Dat denken ze het beste te kunnen bij een PJO. In Delft zijn de Jonge Democraten (D66) actief, net als de JOVD (VVD), Rood (SP) en Dwars (GroenLinks). De Delftse afdeling van de Jonge Socialisten (PvdA) is onlangs door gebrek aan actieve leden opgeheven.

De meeste studenten van de TU Delft zijn lid van de eerste twee: de Jonge Democraten en de JOVD. Daarna volgen op enige afstand Dwars en Rood. Wat doen deze studenten met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur?

De één meer dan de ander, zo blijkt. Verschillende JOVD’ers, Jonge Democraten en leden van Rood en Dwars staan bijvoorbeeld op . niet altijd verkiesbare plaatsen van . de kandidatenlijsten van de gemeenteraadsfracties in Delft.

Zo ook Wouter Oosterveld van de JOVD. Hij staat op de elfde plaats op de lijst, meer een lijstduwer dan serieuze kandidaat voor een zetel in de gemeenteraad. De student elektrotechniek heeft toch een mening over lokale politieke zaken. Studentenaangelegenheden zijn niet altijd een verantwoordelijkheid van de gemeente, vindt hij. “Kijk je bijvoorbeeld naar woningbouw voor studenten op de campus, dan heeft de gemeente daar relatief weinig over te zeggen”, weet hij. “Het is grondgebied van de TU. Daarom kunnen studenten voor dat soort punten beter aankloppen bij de studentenraad of de VSSD. De JOVD is niet bezig met specifiek lokale zaken.”
Pragmatisch

Oosterveld houdt van het grote politieke idee, op basis waarvan partijen duidelijke en voorspelbare keuzes kunnen maken. En dat vindt hij precies de reden waarom hij medestudenten niet zou adviseren op Stip te stemmen. “De VVD heeft beginselen, bijvoorbeeld die van een kleine overheid en weinig regels. Op basis daarvan kun je beredeneren wat de VVD over een bepaald onderwerp zal vinden. Dat heeft Stip niet, want die partij is heel pragmatisch.”

Dat gebrek aan een heldere visie is een vaker gehoord punt van kritiek onder de vertegenwoordigers van PJO’s. Volgens voorzitter van de Jonge Democraten Ton Monasso maakt D66 ‘scherpere keuzes’ dan Stip. “Stip moet kiezen. Is ze een brede partij, of een belangenpartij voor studenten? Nu weet je niet waar je op stemt. Ze hebben geen algemene visie.”

Monasso vraagt zich zelfs af wat de meerwaarde is van Stip in de Delftse gemeentepolitiek. “Stip is een heel brede partij geworden en richt zich op veel meer dan alleen studenten. Tegenwoordig heeft D66 meer een studentenfocus dan Stip.” Monasso noemt het voorbeeld van starterswoningen. “D66 wil die laten bouwen, terwijl Stip kiest voor dure appartementen. In de hoop dat mensen die nu in de goedkope huizen zitten, doorstromen en plaats maken voor starters. Volgens mij werkt het niet zo.”

Niet dat de Jonge Democraten zich bezighouden met de lokale politiek, verzekert Monasso. Er staan wel JD’ers op de kandidatenlijst van D66, tot de lijsttrekker aan toe. Maar dat zijn ze volgens de student technische bestuurskunde in hun hoedanigheid van D66-lid. Zoals dat hoort. “Wil je echt iets met D66 in de gemeente doen, dan kun je lid worden van de partij. Verder is de lokale politiek niet altijd interessant genoeg voor onze leden. De nationale politiek trekt ze meer. Wat we bij de Jonge Democraten vooral doen is invloed uitoefenen op de landelijke politiek, het ontwikkelen van onze leden en luis in de pels zijn van de landelijke D66.”

Die landelijke partij was ook de reden voor student technische bestuurskunde Sanne Castro om een Delftse afdeling van Dwars (GroenLinks) op te richten in plaats van bij Stip te gaan. “Landelijk gezien kun je bij GroenLinks natuurlijk meer dan bij Stip. Die heeft landelijk geen invloed”, zegt hij.
Milieu

Castro staat op de twaalfde plaats van de kandidatenlijst van GroenLinks in Delft. Volgens hem is zijn partij over geen enkele andere partij zo positief als over Stip. “We hebben altijd goed met Stip samengewerkt, we hebben veel dezelfde punten. Natuurlijk zijn er wel voordelen van GroenLinks boven Stip. Als je bijvoorbeeld veel belang hecht aan het milieu of aan het welzijnswerk. Maar als het op de studentenonderwerpen aankomt, zie ik haast niks in het programma van Stip waar GroenLinks het niet mee eens is.”

Castro is het er ‘categorisch mee oneens’ dat je Stip erop moet aanvallen dat ze een belangenpartij is. “Stip heeft ervoor gezorgd dat meer studenten zich in Delft hebben ingeschreven en zijn gaan stemmen.”

Stip-lijsttrekker David Riphagen blijkt de verdediging van Dwars niet nodig te hebben. Hij geeft ruiterlijk toe dat Stip praktisch is ingesteld. “Wij gaan niet dagenlang zitten praten over de gekozen burgemeester. Wij zorgen dat er meer geld komt voor cultuur.”

En voor politieke jongerenorganisaties die vinden dat de blik van zijn partij te beperkt is, heeft de student technische bestuurskunde ook een antwoord klaar. “Als zij dat zeggen, dan noem ik hen onervaren. Wij zitten al jaren in de gemeenteraad, hebben een wethouder. Ik denk dat zij het heel moeilijk zouden krijgen als je ze in de raad neer zou zetten.”

Het gaat Stip niet om links of rechts, om de grote politieke visie, zegt Riphagen. De lijsttrekker kan desgevraagd niet eens een echte visie verwoorden. Hij moet zijn verkiezingsprogramma er zelfs bij pakken, zonder dat hij er zichtbaar mee zit. “Wij hebben een jonge, ambitieuze blik op de gemeentepolitiek”, is wat Riphagen vooral voor het voetlicht wil brengen. “Stip is een optelsom van punten. Dat is prima, want de gemeenteraad is ook heel praktisch. Het gaat om fietspaden aanleggen, de architectuur van het Zuidpoortgebied of om een tweede zaal in theater De Veste. Wij profileren ons op inhoud.”

Riphagen realiseert zich dat zijn partij in Den Haag niets in de melk te brokkelen heeft en dat politieke jongerenorganisaties wel toegang hebben tot de landelijke politiek. Het deert hem niet. “We zouden best wat willen lobbyen in Den Haag, samen met andere jongeren die actief zijn in de gemeentepolitiek, maar het belangrijkste blijft voor ons de gemeente.”
Actieve studenten

Het aantal TU-studenten dat lid is van politieke jongerenorganisaties (PJO’s) schommelt jaarlijks. Dat kan zelfs zo sterk zijn dat een club een aantal jaren actief is en dan weer een sluimerend bestaan leidt.

Onlangs nog werd door een gebrek aan actieve leden de Delftse afdeling van de jongerenorganisatie van de PvdA, de Jonge Socialisten, opgeheven. De leden die wel nog actief zijn – daaronder zo’n twintig tot dertig TU-studenten denkt voormalig voorzitter Frerik Witte – worden waarschijnlijk ondergebracht bij de Rotterdamse afdeling.

Ook de JOVD is niet altijd zo actief geweest als nu, met 65 leden in Delft, onder wie vijftig (oud-)TU-studenten. De JOVD bestaat sinds 1949, maar de huidige periode van activiteit begon in 1998.

De Jonge Democraten in Delft vallen onder de afdeling Haaglanden. Die telt in totaal zo’n 180 leden, eenderde daarvan is Delfts. Dwars Delft (GroenLinks) heeft momenteel veertig leden, onder wie tien actievelingen die allemaal (oud-)TU-student zijn. De jongerenorganisatie van de SP, Rood, heeft momenteel 22 leden in Delft. Zeven daarvan studeren aan de TU.

Niet van alle partijen die in de gemeenteraad zitten in Delft, is een PJO actief. De jongerenorganisatie van de ChristenUnie, Perspectief, heeft geen Delftse afdeling. Er zijn wel Delftse jongeren lid van Perspectief, maar de ChristenUnie kan niet achterhalen wie van hen TU-student is. Wel heeft de partij een student van de TU in het bestuur. Hij staat op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen, op een negentiende plaats.

Het CDJA zou ook een afdeling moeten hebben in Delft, maar van die zijde blijft het ondanks meerdere informatieaanvragen stil.

(Illustratie: Floris Wiegerinck)

Studenten zijn hot onder de partijen die meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart. Mannen en vrouwen in allerlei partij-jassen struinen dezer dagen gewapend met flyers en krantjes de Mekelweg, maar ook studentenverenigingen af op zoek naar stemmen. Studenten zijn er immers te over in Delft. Bovendien zijn zij . jong als ze zijn . vaak nog kneedbaar. Alleen hun interesse in de gemeenteraadspolitiek moet nog even worden gewekt. Dus waarom niet eens even op een rijtje zetten wat we de afgelopen jaren betekend hebben voor studenten of laten zien wat we in de toekomst nog voor ze willen doen, moeten de gemeenteraadsfracties van partijen als VVD, CDA of D66 gedacht hebben.

Toch zijn veel studenten niet geïnteresseerd in hun eigen belang alleen, zo blijkt uit gesprekken met hen. Leden van politieke jongerenorganisaties (PJO’s), die altijd een landelijke moederpartij hebben en zelf niet meedoen aan verkiezingen, willen juist verder kijken dan hun kleine wereldje. Ze hebben er geen behoefte aan om puur met studentenzaken als campuscontracten of kamernood bezig te zijn. Ze willen liever alles te weten komen over de basisbeginselen van politieke stromingen, of leren om hun standpunten verbaal te verdedigen.

Dat denken ze het beste te kunnen bij een PJO. In Delft zijn de Jonge Democraten (D66) actief, net als de JOVD (VVD), Rood (SP) en Dwars (GroenLinks). De Delftse afdeling van de Jonge Socialisten (PvdA) is onlangs door gebrek aan actieve leden opgeheven.

De meeste studenten van de TU Delft zijn lid van de eerste twee: de Jonge Democraten en de JOVD. Daarna volgen op enige afstand Dwars en Rood. Wat doen deze studenten met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur?

De één meer dan de ander, zo blijkt. Verschillende JOVD’ers, Jonge Democraten en leden van Rood en Dwars staan bijvoorbeeld op . niet altijd verkiesbare plaatsen van . de kandidatenlijsten van de gemeenteraadsfracties in Delft.

Zo ook Wouter Oosterveld van de JOVD. Hij staat op de elfde plaats op de lijst, meer een lijstduwer dan serieuze kandidaat voor een zetel in de gemeenteraad. De student elektrotechniek heeft toch een mening over lokale politieke zaken. Studentenaangelegenheden zijn niet altijd een verantwoordelijkheid van de gemeente, vindt hij. “Kijk je bijvoorbeeld naar woningbouw voor studenten op de campus, dan heeft de gemeente daar relatief weinig over te zeggen”, weet hij. “Het is grondgebied van de TU. Daarom kunnen studenten voor dat soort punten beter aankloppen bij de studentenraad of de VSSD. De JOVD is niet bezig met specifiek lokale zaken.”
Pragmatisch

Oosterveld houdt van het grote politieke idee, op basis waarvan partijen duidelijke en voorspelbare keuzes kunnen maken. En dat vindt hij precies de reden waarom hij medestudenten niet zou adviseren op Stip te stemmen. “De VVD heeft beginselen, bijvoorbeeld die van een kleine overheid en weinig regels. Op basis daarvan kun je beredeneren wat de VVD over een bepaald onderwerp zal vinden. Dat heeft Stip niet, want die partij is heel pragmatisch.”

Dat gebrek aan een heldere visie is een vaker gehoord punt van kritiek onder de vertegenwoordigers van PJO’s. Volgens voorzitter van de Jonge Democraten Ton Monasso maakt D66 ‘scherpere keuzes’ dan Stip. “Stip moet kiezen. Is ze een brede partij, of een belangenpartij voor studenten? Nu weet je niet waar je op stemt. Ze hebben geen algemene visie.”

Monasso vraagt zich zelfs af wat de meerwaarde is van Stip in de Delftse gemeentepolitiek. “Stip is een heel brede partij geworden en richt zich op veel meer dan alleen studenten. Tegenwoordig heeft D66 meer een studentenfocus dan Stip.” Monasso noemt het voorbeeld van starterswoningen. “D66 wil die laten bouwen, terwijl Stip kiest voor dure appartementen. In de hoop dat mensen die nu in de goedkope huizen zitten, doorstromen en plaats maken voor starters. Volgens mij werkt het niet zo.”

Niet dat de Jonge Democraten zich bezighouden met de lokale politiek, verzekert Monasso. Er staan wel JD’ers op de kandidatenlijst van D66, tot de lijsttrekker aan toe. Maar dat zijn ze volgens de student technische bestuurskunde in hun hoedanigheid van D66-lid. Zoals dat hoort. “Wil je echt iets met D66 in de gemeente doen, dan kun je lid worden van de partij. Verder is de lokale politiek niet altijd interessant genoeg voor onze leden. De nationale politiek trekt ze meer. Wat we bij de Jonge Democraten vooral doen is invloed uitoefenen op de landelijke politiek, het ontwikkelen van onze leden en luis in de pels zijn van de landelijke D66.”

Die landelijke partij was ook de reden voor student technische bestuurskunde Sanne Castro om een Delftse afdeling van Dwars (GroenLinks) op te richten in plaats van bij Stip te gaan. “Landelijk gezien kun je bij GroenLinks natuurlijk meer dan bij Stip. Die heeft landelijk geen invloed”, zegt hij.
Milieu

Castro staat op de twaalfde plaats van de kandidatenlijst van GroenLinks in Delft. Volgens hem is zijn partij over geen enkele andere partij zo positief als over Stip. “We hebben altijd goed met Stip samengewerkt, we hebben veel dezelfde punten. Natuurlijk zijn er wel voordelen van GroenLinks boven Stip. Als je bijvoorbeeld veel belang hecht aan het milieu of aan het welzijnswerk. Maar als het op de studentenonderwerpen aankomt, zie ik haast niks in het programma van Stip waar GroenLinks het niet mee eens is.”

Castro is het er ‘categorisch mee oneens’ dat je Stip erop moet aanvallen dat ze een belangenpartij is. “Stip heeft ervoor gezorgd dat meer studenten zich in Delft hebben ingeschreven en zijn gaan stemmen.”

Stip-lijsttrekker David Riphagen blijkt de verdediging van Dwars niet nodig te hebben. Hij geeft ruiterlijk toe dat Stip praktisch is ingesteld. “Wij gaan niet dagenlang zitten praten over de gekozen burgemeester. Wij zorgen dat er meer geld komt voor cultuur.”

En voor politieke jongerenorganisaties die vinden dat de blik van zijn partij te beperkt is, heeft de student technische bestuurskunde ook een antwoord klaar. “Als zij dat zeggen, dan noem ik hen onervaren. Wij zitten al jaren in de gemeenteraad, hebben een wethouder. Ik denk dat zij het heel moeilijk zouden krijgen als je ze in de raad neer zou zetten.”

Het gaat Stip niet om links of rechts, om de grote politieke visie, zegt Riphagen. De lijsttrekker kan desgevraagd niet eens een echte visie verwoorden. Hij moet zijn verkiezingsprogramma er zelfs bij pakken, zonder dat hij er zichtbaar mee zit. “Wij hebben een jonge, ambitieuze blik op de gemeentepolitiek”, is wat Riphagen vooral voor het voetlicht wil brengen. “Stip is een optelsom van punten. Dat is prima, want de gemeenteraad is ook heel praktisch. Het gaat om fietspaden aanleggen, de architectuur van het Zuidpoortgebied of om een tweede zaal in theater De Veste. Wij profileren ons op inhoud.”

Riphagen realiseert zich dat zijn partij in Den Haag niets in de melk te brokkelen heeft en dat politieke jongerenorganisaties wel toegang hebben tot de landelijke politiek. Het deert hem niet. “We zouden best wat willen lobbyen in Den Haag, samen met andere jongeren die actief zijn in de gemeentepolitiek, maar het belangrijkste blijft voor ons de gemeente.”
Actieve studenten

Het aantal TU-studenten dat lid is van politieke jongerenorganisaties (PJO’s) schommelt jaarlijks. Dat kan zelfs zo sterk zijn dat een club een aantal jaren actief is en dan weer een sluimerend bestaan leidt.

Onlangs nog werd door een gebrek aan actieve leden de Delftse afdeling van de jongerenorganisatie van de PvdA, de Jonge Socialisten, opgeheven. De leden die wel nog actief zijn – daaronder zo’n twintig tot dertig TU-studenten denkt voormalig voorzitter Frerik Witte – worden waarschijnlijk ondergebracht bij de Rotterdamse afdeling.

Ook de JOVD is niet altijd zo actief geweest als nu, met 65 leden in Delft, onder wie vijftig (oud-)TU-studenten. De JOVD bestaat sinds 1949, maar de huidige periode van activiteit begon in 1998.

De Jonge Democraten in Delft vallen onder de afdeling Haaglanden. Die telt in totaal zo’n 180 leden, eenderde daarvan is Delfts. Dwars Delft (GroenLinks) heeft momenteel veertig leden, onder wie tien actievelingen die allemaal (oud-)TU-student zijn. De jongerenorganisatie van de SP, Rood, heeft momenteel 22 leden in Delft. Zeven daarvan studeren aan de TU.

Niet van alle partijen die in de gemeenteraad zitten in Delft, is een PJO actief. De jongerenorganisatie van de ChristenUnie, Perspectief, heeft geen Delftse afdeling. Er zijn wel Delftse jongeren lid van Perspectief, maar de ChristenUnie kan niet achterhalen wie van hen TU-student is. Wel heeft de partij een student van de TU in het bestuur. Hij staat op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen, op een negentiende plaats.

Het CDJA zou ook een afdeling moeten hebben in Delft, maar van die zijde blijft het ondanks meerdere informatieaanvragen stil.

(Illustratie: Floris Wiegerinck)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.