Opinie

Boven het lijntje

Mijn leven als promovenda loopt ten einde. Mijn proefschrift verkeert in een toenemende staat van definitiefheid. Ondertussen is het besef doorgedrongen dat een proefschrift eigenlijk nooit af is.

Er komt, hopelijk, een moment waarop mijn promotoren een handtekening zullen zetten. Dan ben ik ‘boven het lijntje’, zoals een van mijn promotoren het uitdrukt. Dan ligt er een verhaal met een kop en een staart, dat verder goed in elkaar zit. Maar dat is niet hetzelfde als ‘af’. Dat is ook maar een treurig ding: een proefschrift dat ‘af’ is. Een proefschrift zonder losse eindjes, een proefschrift dat geen verdere vragen meer oproept, een proefschrift waarmee de discussie gesloten is, dat is geen bijdrage aan de wetenschap, maar een streep onder de wetenschap.

Maar wat verwachten we dan wel van een proefschrift? Wat is dat lijntje waar je boven moet zien te komen als promovendus? In de Delta van vorige week maakte Frederik de Wit er melding van dat sommige proefschriften die eigenlijk ondermaats zijn toch goedgekeurd werden ‘omdat het proefschrift bijvoorbeeld al wel voor een groot gedeelte gepubliceerd was.’ Huh? Ik dacht dat publiceren de kwaliteitstoets van de wetenschap was. Er zijn natuurlijk betere en slechtere publicaties, maar dan nog is het niet verkeerd wanneer je als promovendus een groot gedeelte van je proefschrift gepubliceerd weet te krijgen. Daarom heeft de betreffende commissie het proefschrift alsnog goedgekeurd. Toch was het geen goed proefschrift. Kennelijk gelden er voor een proefschrift andere eisen dan voor wetenschappelijke publicaties. Dat is raar. Een proefschrift is een proeve van bekwaamheid als wetenschapper. Waarom zouden de eisen daarvoor anders zijn dan voor de dingen die je daarna als wetenschapper produceert?

Een proefschrift zou eigenlijk vooral de ontwikkeling van de promovendus moeten weerspiegelen. Een promovendus is en wetenschapper in opleiding.Een proefschrift is de voltooiing van die ontwikkeling. Of die ontwikkeling voldoende is, hangt af van de inschatting van de promotor. Deze heeft de ontwikkeling tot wetenschapper van dichtbij meegemaakt. Als de promotor denkt: ‘dat was een goede ontwikkeling’, dan komt er een handtekening.

Welke vaardigheden horen er bij een wetenschapper, behalve het kunnen produceren van wetenschappelijke output? Wellicht heeft een goede wetenschapper vooral overtuigingskracht en inschattingsvermogen nodig. Overtuigingskracht om een hoogleraar een handtekening te laten zetten. Inschattingsvermogen om te weten hoe men de hoogleraar daartoe kan bewegen. Overtuigingskracht om anderen zover te krijgen mee te werken aan bepaalde publicaties. Inschattingsvermogen om te weten waar men kans maakt om iets gepubliceerd te krijgen.

Een goede wetenschapper, gedefinieerd als ‘iemand die veel publiceert’, beschikt wellicht vooral over vaardigheden die zich niet laten vatten in een proefschrift: vaardigheden die sociaal van aard zijn. Wetenschap wordt meer door sociale factoren beïnvloed dan menig wetenschapper lief is. Als de kwaliteitseisen voor proefschrift en publicaties kennelijk zoveel uiteenlopen, moeten we ons afvragen wat we nou echt belangrijk vinden in de ontwikkeling van een promovendus: sociale netwerkcapaciteiten, of de capaciteiten die nodig zijn om een spijkerhard wetenschappelijk betoog af te steken?

Lotte Asveld is promovenda bij de sectie filosofie van de faculteit Techniek, Bestuur en Management

Mijn leven als promovenda loopt ten einde. Mijn proefschrift verkeert in een toenemende staat van definitiefheid. Ondertussen is het besef doorgedrongen dat een proefschrift eigenlijk nooit af is. Er komt, hopelijk, een moment waarop mijn promotoren een handtekening zullen zetten. Dan ben ik ‘boven het lijntje’, zoals een van mijn promotoren het uitdrukt. Dan ligt er een verhaal met een kop en een staart, dat verder goed in elkaar zit. Maar dat is niet hetzelfde als ‘af’. Dat is ook maar een treurig ding: een proefschrift dat ‘af’ is. Een proefschrift zonder losse eindjes, een proefschrift dat geen verdere vragen meer oproept, een proefschrift waarmee de discussie gesloten is, dat is geen bijdrage aan de wetenschap, maar een streep onder de wetenschap.

Maar wat verwachten we dan wel van een proefschrift? Wat is dat lijntje waar je boven moet zien te komen als promovendus? In de Delta van vorige week maakte Frederik de Wit er melding van dat sommige proefschriften die eigenlijk ondermaats zijn toch goedgekeurd werden ‘omdat het proefschrift bijvoorbeeld al wel voor een groot gedeelte gepubliceerd was.’ Huh? Ik dacht dat publiceren de kwaliteitstoets van de wetenschap was. Er zijn natuurlijk betere en slechtere publicaties, maar dan nog is het niet verkeerd wanneer je als promovendus een groot gedeelte van je proefschrift gepubliceerd weet te krijgen. Daarom heeft de betreffende commissie het proefschrift alsnog goedgekeurd. Toch was het geen goed proefschrift. Kennelijk gelden er voor een proefschrift andere eisen dan voor wetenschappelijke publicaties. Dat is raar. Een proefschrift is een proeve van bekwaamheid als wetenschapper. Waarom zouden de eisen daarvoor anders zijn dan voor de dingen die je daarna als wetenschapper produceert?

Een proefschrift zou eigenlijk vooral de ontwikkeling van de promovendus moeten weerspiegelen. Een promovendus is en wetenschapper in opleiding.Een proefschrift is de voltooiing van die ontwikkeling. Of die ontwikkeling voldoende is, hangt af van de inschatting van de promotor. Deze heeft de ontwikkeling tot wetenschapper van dichtbij meegemaakt. Als de promotor denkt: ‘dat was een goede ontwikkeling’, dan komt er een handtekening.

Welke vaardigheden horen er bij een wetenschapper, behalve het kunnen produceren van wetenschappelijke output? Wellicht heeft een goede wetenschapper vooral overtuigingskracht en inschattingsvermogen nodig. Overtuigingskracht om een hoogleraar een handtekening te laten zetten. Inschattingsvermogen om te weten hoe men de hoogleraar daartoe kan bewegen. Overtuigingskracht om anderen zover te krijgen mee te werken aan bepaalde publicaties. Inschattingsvermogen om te weten waar men kans maakt om iets gepubliceerd te krijgen.

Een goede wetenschapper, gedefinieerd als ‘iemand die veel publiceert’, beschikt wellicht vooral over vaardigheden die zich niet laten vatten in een proefschrift: vaardigheden die sociaal van aard zijn. Wetenschap wordt meer door sociale factoren beïnvloed dan menig wetenschapper lief is. Als de kwaliteitseisen voor proefschrift en publicaties kennelijk zoveel uiteenlopen, moeten we ons afvragen wat we nou echt belangrijk vinden in de ontwikkeling van een promovendus: sociale netwerkcapaciteiten, of de capaciteiten die nodig zijn om een spijkerhard wetenschappelijk betoog af te steken?

Lotte Asveld is promovenda bij de sectie filosofie van de faculteit Techniek, Bestuur en Management

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.