.chap ‘Ik beschouw mezelf als de opvolger van de Romeinse agrimensores’Prof.dr.ir. Theo Bogaerts, hoogleraar Vastgoedinformatie bij Geodesie, hield gisteren zijn afscheidsrede.
Een halve eeuw lang verdeelde hij land, van Slowakije tot Suriname.
Interview
Door: Tonie Mudde
Toen hij tien was las Bogaerts een boek van Jules Verne over graadmeting. Vanaf dat moment was hij verslaafd aan het onderzoek en het avontuur van de landmeter.
Bogaerts wil met zijn afscheidsrede het belang van de geodesie in de maatschappij benadrukken. ,,De relatie tussen mensen en grond is een van de belangrijkste drijfveren voor het menselijk handelen”, vindt hij.
Hoe de mens omgaat met de grond waarop hij loopt, bepaalt in grote mate zijn kans op succes en welvaart. Bogaerts: ,,Het is de landmeetkunde die ervoor heeft gezorgd dat het Romeinse Rijk zo lang heeft kunnen bestaan. Met al die gekke keizers in Rome zou je verwachten dat zo’n enorm rijk veel eerder uit elkaar moest vallen. Maar de Romeinse landmeters, de agrimensores, creëerden stabiliteit door de ordening van de grond. Zij regelden het grondbezit en dachten na over degelijke infrastructuur, voedsel- en watervoorziening. In feite beschouw ik mij als opvolger van de Romeinse agrimensores, alleen heb ik mijn kennis in dienst gesteld van nieuwe imperia zoals de Wereldbank en de Europese Unie.”
Corruptie
Door zijn werk voor de Wereldbank en de Europese Gemeenschap kwam Bogaerts op de meest exotische plekken.
,,Tijdens een van mijn vluchten naar het buitenland, sprak ik met een KLM-piloot die me trots vertelde dat hij in twintig landen was geweest. Toen ik zei dat ik in zeker veertig landen had gewerkt, moest hij wel even slikken.”
Op zijn avonturen in het buitenland, stuitte Bogaerts op enorme cultuurverschillen bij het uitoefenen van zijn werk. ,,Je moet met zoveel aspecten rekening houden. De geschiedenis van het land, de religie, de gewoonten. In Islamitische landen kijkt men bijvoorbeeld totaal anders aan tegen grondeigendom dan bij ons in het westen. Niemand mag daar land bezitten, elk stuk land wordt beschouwd als een soort erfpacht van God. Als je als adviseur met dat soort diepgewortelde zaken geen rekening houdt, kun je maar beter thuis in Nederland blijven.”
Bogaerts merkte ook al snel dat in de sociale omgang in het buitenland andere regels gelden. Tijdens een project in Saoedi-Arabië werd hij uitgenodigd een executie bij te wonen. ,,Wat doe je dan, als je als eregast een plaats op de eerste rij krijgt aangeboden? Uiteindelijk heb ik het aanbod zo beleefd mogelijk afgeslagen.”
Voor westerse ontwikkelingswerkers heeft Bogaerts een advies. ,,Bestudeer de locale cultuur en gewoonten grondig. Denk niet dat je met je westerse achtergrond en opleiding wel even orde op zaken kunt gaan stellen. Ik heb onderhandeld met hoge bazen van drugskartels in Colombia. Alsgeodeet, als verdeler van land dus, heb je een enorme macht. Met dat soort lieden, moet je dan heel goed op je tellen passen. In landen waar de basisbehoeften niet gegarandeerd zijn, waar corruptie hoogtij viert, gelden andere regels.”
De meest dramatische confrontatie met corruptie ondervond Bogaerts in Guyana. ,,Ik had een afspraak met de minister van Landbouw. Toen ik voor zijn kantoor stond, hoorde ik buiten een enorme knal. De minister was door een autobom om het leven gebracht.”
Toch overheersen de positieve herinneringen aan het buitenland. ,,Ik heb enorm interessante vraagstukken helpen oplossen. Na de val van het communisme werd in Oost-Europa de oude situatie van vlak na de Tweede Wereldoorlog in ere hersteld. Hierdoor werden de grote collectieve stukken grond verdeeld in percelen van honderd vierkante meter met soms wel honderdtwintig eigenaars. Probeer maar eens een land op de rails krijgen waarin iedereen een stukje land bezit dat niet groter is dan een A4-tje.”
Natuurlijk was naast de wetenschappelijke uitdaging, ook de romantiek van het reizen een drijfveer voor Bogaerts. ,,Ik zal er niet omheen draaien: het was een mooie job. Zo ging ik naar Suriname toen het land net zelfstandig geworden was. Voor mijn werk, het maken van kaarten en het registreren van onroerend goed, kreeg ik de beschikking over een privé-helikopter.”
Toerist
Bogaerts was ook een groot aantal jaren decaan van de faculteit Geodesie. Naar die tijd kijkt hij met gemengde gevoelens terug. ,,Ik heb het graag gedaan, maar ik ben geen geboren manager. Je krijgt ook nooit complimenten, je wordt hoogstens voor nog een termijn gekozen. Ik voel me meer onderzoeker.”
Over de ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek maakt Bogaerts zich zorgen. ,,Op dit moment bepalen ambtenaren bij ministeries waar onderzoek naar moet worden gedaan. De vrijheid van de onderzoeker, die toch zelf het meeste inzicht in zijn vakgebied zou moeten hebben, is enorm beperkt. Ik vind dat tien tot twintig procent van het werk van elke onderzoeker volstrekt vrij te kiezen zou moeten zijn.”
Voor de toekomst zijn er volgens Bogaerts geen verbeteringen op komst. ,,Iedereen loopt maar achter het geld aan. Risico’s worden vermeden.”
Ondanks deze sombere blik heeft hij zijn liefde voor het onderzoek altijd behouden. De komende tijd zal hij zijn carrière dan ook langzaam afbouwen met de begeleiding van enkele promovendi. En daarna? Toch maar weer reizen? ,,Nee, ik hou het reizen voor gezien. Als toerist in een vreemd land zijn vind ik maar niks. Meer contact met de lokale bevolking dan het bestellen van een biertje heb je dan niet. De luxe, het contact met de mensen en het nut van mijn aanwezigheid die ik in het buitenland heb ervaren tijdens mijn werk, zijn simpelweg niet te evenaren als toerist.”
.chap ‘Ik beschouw mezelf als de opvolger van de Romeinse agrimensores‘
Prof.dr.ir. Theo Bogaerts, hoogleraar Vastgoedinformatie bij Geodesie, hield gisteren zijn afscheidsrede. Een halve eeuw lang verdeelde hij land, van Slowakije tot Suriname.
Interview
Door: Tonie Mudde
Toen hij tien was las Bogaerts een boek van Jules Verne over graadmeting. Vanaf dat moment was hij verslaafd aan het onderzoek en het avontuur van de landmeter.
Bogaerts wil met zijn afscheidsrede het belang van de geodesie in de maatschappij benadrukken. ,,De relatie tussen mensen en grond is een van de belangrijkste drijfveren voor het menselijk handelen”, vindt hij.
Hoe de mens omgaat met de grond waarop hij loopt, bepaalt in grote mate zijn kans op succes en welvaart. Bogaerts: ,,Het is de landmeetkunde die ervoor heeft gezorgd dat het Romeinse Rijk zo lang heeft kunnen bestaan. Met al die gekke keizers in Rome zou je verwachten dat zo’n enorm rijk veel eerder uit elkaar moest vallen. Maar de Romeinse landmeters, de agrimensores, creëerden stabiliteit door de ordening van de grond. Zij regelden het grondbezit en dachten na over degelijke infrastructuur, voedsel- en watervoorziening. In feite beschouw ik mij als opvolger van de Romeinse agrimensores, alleen heb ik mijn kennis in dienst gesteld van nieuwe imperia zoals de Wereldbank en de Europese Unie.”
Corruptie
Door zijn werk voor de Wereldbank en de Europese Gemeenschap kwam Bogaerts op de meest exotische plekken.
,,Tijdens een van mijn vluchten naar het buitenland, sprak ik met een KLM-piloot die me trots vertelde dat hij in twintig landen was geweest. Toen ik zei dat ik in zeker veertig landen had gewerkt, moest hij wel even slikken.”
Op zijn avonturen in het buitenland, stuitte Bogaerts op enorme cultuurverschillen bij het uitoefenen van zijn werk. ,,Je moet met zoveel aspecten rekening houden. De geschiedenis van het land, de religie, de gewoonten. In Islamitische landen kijkt men bijvoorbeeld totaal anders aan tegen grondeigendom dan bij ons in het westen. Niemand mag daar land bezitten, elk stuk land wordt beschouwd als een soort erfpacht van God. Als je als adviseur met dat soort diepgewortelde zaken geen rekening houdt, kun je maar beter thuis in Nederland blijven.”
Bogaerts merkte ook al snel dat in de sociale omgang in het buitenland andere regels gelden. Tijdens een project in Saoedi-Arabië werd hij uitgenodigd een executie bij te wonen. ,,Wat doe je dan, als je als eregast een plaats op de eerste rij krijgt aangeboden? Uiteindelijk heb ik het aanbod zo beleefd mogelijk afgeslagen.”
Voor westerse ontwikkelingswerkers heeft Bogaerts een advies. ,,Bestudeer de locale cultuur en gewoonten grondig. Denk niet dat je met je westerse achtergrond en opleiding wel even orde op zaken kunt gaan stellen. Ik heb onderhandeld met hoge bazen van drugskartels in Colombia. Alsgeodeet, als verdeler van land dus, heb je een enorme macht. Met dat soort lieden, moet je dan heel goed op je tellen passen. In landen waar de basisbehoeften niet gegarandeerd zijn, waar corruptie hoogtij viert, gelden andere regels.”
De meest dramatische confrontatie met corruptie ondervond Bogaerts in Guyana. ,,Ik had een afspraak met de minister van Landbouw. Toen ik voor zijn kantoor stond, hoorde ik buiten een enorme knal. De minister was door een autobom om het leven gebracht.”
Toch overheersen de positieve herinneringen aan het buitenland. ,,Ik heb enorm interessante vraagstukken helpen oplossen. Na de val van het communisme werd in Oost-Europa de oude situatie van vlak na de Tweede Wereldoorlog in ere hersteld. Hierdoor werden de grote collectieve stukken grond verdeeld in percelen van honderd vierkante meter met soms wel honderdtwintig eigenaars. Probeer maar eens een land op de rails krijgen waarin iedereen een stukje land bezit dat niet groter is dan een A4-tje.”
Natuurlijk was naast de wetenschappelijke uitdaging, ook de romantiek van het reizen een drijfveer voor Bogaerts. ,,Ik zal er niet omheen draaien: het was een mooie job. Zo ging ik naar Suriname toen het land net zelfstandig geworden was. Voor mijn werk, het maken van kaarten en het registreren van onroerend goed, kreeg ik de beschikking over een privé-helikopter.”
Toerist
Bogaerts was ook een groot aantal jaren decaan van de faculteit Geodesie. Naar die tijd kijkt hij met gemengde gevoelens terug. ,,Ik heb het graag gedaan, maar ik ben geen geboren manager. Je krijgt ook nooit complimenten, je wordt hoogstens voor nog een termijn gekozen. Ik voel me meer onderzoeker.”
Over de ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek maakt Bogaerts zich zorgen. ,,Op dit moment bepalen ambtenaren bij ministeries waar onderzoek naar moet worden gedaan. De vrijheid van de onderzoeker, die toch zelf het meeste inzicht in zijn vakgebied zou moeten hebben, is enorm beperkt. Ik vind dat tien tot twintig procent van het werk van elke onderzoeker volstrekt vrij te kiezen zou moeten zijn.”
Voor de toekomst zijn er volgens Bogaerts geen verbeteringen op komst. ,,Iedereen loopt maar achter het geld aan. Risico’s worden vermeden.”
Ondanks deze sombere blik heeft hij zijn liefde voor het onderzoek altijd behouden. De komende tijd zal hij zijn carrière dan ook langzaam afbouwen met de begeleiding van enkele promovendi. En daarna? Toch maar weer reizen? ,,Nee, ik hou het reizen voor gezien. Als toerist in een vreemd land zijn vind ik maar niks. Meer contact met de lokale bevolking dan het bestellen van een biertje heb je dan niet. De luxe, het contact met de mensen en het nut van mijn aanwezigheid die ik in het buitenland heb ervaren tijdens mijn werk, zijn simpelweg niet te evenaren als toerist.”
Comments are closed.