Onderwijs

‘Afrikanen doen veel met weinig’

Vijf maanden lang reisden zes studenten op de motor dwars door Afrika, langs een aantal duurzame projecten. Terug in Nederland willen ze hun bevindingen graag overbrengen.

Mensen enthousiast maken voor duurzame technologie ‘op een frisse, avontuurlijke wijze’. Dat wilde het zestal met hun project AfricAlive. Het oorspronkelijke idee van luchtvaart- en ruimtevaartstudent en tevens motorliefhebber Bogdan Dumitrescu sloot perfect aan bij het lustrumthema van de TU. De karavaan, bestaande uit zes studenten, onder wie een professionele cameraman, drie motoren en een auto,vertrok na vier maanden voorbereiding op 8 juni vanuit Delft. De tocht leidde via Marokko, door West- , Centraal- en Oost-Afrika naar het zuidelijkste puntje van het continent, Kaapstad.

“Duurzaamheid is een heel breed begrip”, zegt reisgenoot Alex Heynen. “Wij hebben heel veel geleerd tijdens deze reis, maar iedereen heeft er nog steeds een ander beeld bij. Tot op het eind hadden we daarover veel discussie.” Expeditieleider Dumitrescu: “Persoonlijk ben ik enorm enthousiast geworden. Duurzaamheid zit vaak in heel kleine dingen, zoals het licht niet onnodig laten branden. Die kleine dingen hebben samen heel veel impact. Als in Afrika de stroom uitviel konden we onze laptops niet gebruiken. Dan word je er direct mee geconfronteerd hoe belangrijk hulpbronnen zijn. Nederlanders zijn daar niet mee bezig. Dat moet veranderen.”

Heynen: “Oorzaak en gevolg zijn in het westen volledig losgekoppeld. Als ik de wasmachine laat draaien voor één trui is dat niet efficiënt, maar je ziet de directe gevolgen niet. In Sierra Leone hebben ze geen elektriciteit. Een generator één uur laten draaien kost daar twintig euro, twintig keer een dagloon. De mensen daar zijn zich bewust van die kosten. Als je je in Nederland realiseert wat één trui draaien kost, doe je het niet meer.”

Op motoren door Afrika reizen is ook niet duurzaam, erkent Heynen. “Dat hebben we gecompenseerd met zonnepanelen op het dak van de auto. Compleet duurzaam door Afrika reizen ka’n gewoon niet. Motoren op zonne-energie laten rijden is niet efficiënt. Het gaat erom dat je je steentje bijdraagt, dat je een stkje duurzamer probeert te zijn.”
Motor uit

De belangrijkste conclusie is dat Afrikanen heel veel doen met heel weinig. Dumitrescu: “Toen we met een taxi een heuvel afreden, deed de chauffeur zijn motor uit om benzine te sparen. Vanuit ethisch oogpunt kunnen wij ook minderen.” Heynen: “In Nederland zitten lijnbussen voor twintig procent vol. In Afrika hebben ze kleine busjes, waarin twintig mensen kunnen. Een bus vertrekt pas als hij vol zit. Als je geen stromend water hebt, zoals in Nigeria en Kameroen, of heel weinig elektriciteit, dan stel je je daarop in. Het is niet zo’n grote handicap als je zou verwachten. Waarom zou je in Nederland niet een trui aandoen als je het koud hebt, in plaats van de verwarming op 22 graden zetten?”

De 22.000 kilometer lange tocht, door 21 Afrikaanse landen, voerde langs diverse westerse hulpprojecten met betrekking tot energievoorziening, watermanagement, volkshuisvesting en onderwijs. Daarvan werden in woord en beeld reportages gemaakt. “Er worden in Afrika ongelofelijk veel Westerse initiatieven genomen. Een aantal projecten werkt niet. Wij hebben gekeken wat wel werkt en waarom. We ontdekten dat als de vraag vanuit de mensen zelf komt, schoon drinkwater bijvoorbeeld, ze veel meer geneigd zijn mee te doen. Als je ze erbij betrekt, zakt het niet in elkaar zodra de Westerse hulp weg is. Dat geldt voor de vraag, het onderhouden en het runnen van het project. De hulp uit het westen moet een duwtje in de rug zijn.”
Gastvrij

De reis was indrukwekkend. De groep zag de rijkdom van een stad als Nairobi, met daar vlakbij de schrijnende armoede van de sloppenwijken. De tocht zelf was ook behoorlijk afwisselend. “We reden vanuit Nigeria, met zijn perfecte wegen, Kameroen binnen, over de ‘Trans African Highway’. Dat was door de vele regen één grote blubberzooi. Over tachtig kilometer deden we vier dagen. Door modder in de kettingen zaten drie motoren vast, de versnellingsbak van een motor was verbrand. De auto moest uit de blubber worden getrokken door vrachtwagens. Tientallen Afrikanen hebben ons er doorheen gesleept. We hebben er fantastische beelden van gemaakt.”

Over behulpzaamheid geen klagen. “Afrikanen zijn heel erg vriendelijk. Ze komen naar je toe, willen weten wat je doet, zijn erg geïnteresseerd.” Heynen: “Ze zijn ook enorm gastvrij. Als we in de jungle strandden, in de stromende regen, en we konden nergens slapen, dan mochten we onze tenten opzetten in hun dorp. We hebben nul problemen gehad, zijn nooit beroofd. Alleen bij een paar grensovergangen hebben we corruptie meegemaakt.”

Dumitrescu: “Zes jonge kerels op motoren, dat vinden ze mooi. Daar komen hele leuke gesprekken uit voort. Als je mensen met charme benadert, praatjes aanknoopt, krijg je veel gedaan.”

Via internetsites, tv- en radioprogramma’s en lezingen wil het zestal kond doen van zijn bevindingen. Dumitrescu: “We willen graag vertellen wat we geleerd hebben en wat duurzame technologie kan betekenen voor Nederland. We hebben al veel media-aandacht gekregen en er staat meer op stapel. We willen het op een goede manier afmaken. De mensen zijn nog niet van ons af.”

www.africalive.nl

De Trans AfricanHighway was door de regen een grote blubberzooi. (Foto: AfricAlive)

Mensen enthousiast maken voor duurzame technologie ‘op een frisse, avontuurlijke wijze’. Dat wilde het zestal met hun project AfricAlive. Het oorspronkelijke idee van luchtvaart- en ruimtevaartstudent en tevens motorliefhebber Bogdan Dumitrescu sloot perfect aan bij het lustrumthema van de TU. De karavaan, bestaande uit zes studenten, onder wie een professionele cameraman, drie motoren en een auto,vertrok na vier maanden voorbereiding op 8 juni vanuit Delft. De tocht leidde via Marokko, door West- , Centraal- en Oost-Afrika naar het zuidelijkste puntje van het continent, Kaapstad.

“Duurzaamheid is een heel breed begrip”, zegt reisgenoot Alex Heynen. “Wij hebben heel veel geleerd tijdens deze reis, maar iedereen heeft er nog steeds een ander beeld bij. Tot op het eind hadden we daarover veel discussie.” Expeditieleider Dumitrescu: “Persoonlijk ben ik enorm enthousiast geworden. Duurzaamheid zit vaak in heel kleine dingen, zoals het licht niet onnodig laten branden. Die kleine dingen hebben samen heel veel impact. Als in Afrika de stroom uitviel konden we onze laptops niet gebruiken. Dan word je er direct mee geconfronteerd hoe belangrijk hulpbronnen zijn. Nederlanders zijn daar niet mee bezig. Dat moet veranderen.”

Heynen: “Oorzaak en gevolg zijn in het westen volledig losgekoppeld. Als ik de wasmachine laat draaien voor één trui is dat niet efficiënt, maar je ziet de directe gevolgen niet. In Sierra Leone hebben ze geen elektriciteit. Een generator één uur laten draaien kost daar twintig euro, twintig keer een dagloon. De mensen daar zijn zich bewust van die kosten. Als je je in Nederland realiseert wat één trui draaien kost, doe je het niet meer.”

Op motoren door Afrika reizen is ook niet duurzaam, erkent Heynen. “Dat hebben we gecompenseerd met zonnepanelen op het dak van de auto. Compleet duurzaam door Afrika reizen ka’n gewoon niet. Motoren op zonne-energie laten rijden is niet efficiënt. Het gaat erom dat je je steentje bijdraagt, dat je een stkje duurzamer probeert te zijn.”
Motor uit

De belangrijkste conclusie is dat Afrikanen heel veel doen met heel weinig. Dumitrescu: “Toen we met een taxi een heuvel afreden, deed de chauffeur zijn motor uit om benzine te sparen. Vanuit ethisch oogpunt kunnen wij ook minderen.” Heynen: “In Nederland zitten lijnbussen voor twintig procent vol. In Afrika hebben ze kleine busjes, waarin twintig mensen kunnen. Een bus vertrekt pas als hij vol zit. Als je geen stromend water hebt, zoals in Nigeria en Kameroen, of heel weinig elektriciteit, dan stel je je daarop in. Het is niet zo’n grote handicap als je zou verwachten. Waarom zou je in Nederland niet een trui aandoen als je het koud hebt, in plaats van de verwarming op 22 graden zetten?”

De 22.000 kilometer lange tocht, door 21 Afrikaanse landen, voerde langs diverse westerse hulpprojecten met betrekking tot energievoorziening, watermanagement, volkshuisvesting en onderwijs. Daarvan werden in woord en beeld reportages gemaakt. “Er worden in Afrika ongelofelijk veel Westerse initiatieven genomen. Een aantal projecten werkt niet. Wij hebben gekeken wat wel werkt en waarom. We ontdekten dat als de vraag vanuit de mensen zelf komt, schoon drinkwater bijvoorbeeld, ze veel meer geneigd zijn mee te doen. Als je ze erbij betrekt, zakt het niet in elkaar zodra de Westerse hulp weg is. Dat geldt voor de vraag, het onderhouden en het runnen van het project. De hulp uit het westen moet een duwtje in de rug zijn.”
Gastvrij

De reis was indrukwekkend. De groep zag de rijkdom van een stad als Nairobi, met daar vlakbij de schrijnende armoede van de sloppenwijken. De tocht zelf was ook behoorlijk afwisselend. “We reden vanuit Nigeria, met zijn perfecte wegen, Kameroen binnen, over de ‘Trans African Highway’. Dat was door de vele regen één grote blubberzooi. Over tachtig kilometer deden we vier dagen. Door modder in de kettingen zaten drie motoren vast, de versnellingsbak van een motor was verbrand. De auto moest uit de blubber worden getrokken door vrachtwagens. Tientallen Afrikanen hebben ons er doorheen gesleept. We hebben er fantastische beelden van gemaakt.”

Over behulpzaamheid geen klagen. “Afrikanen zijn heel erg vriendelijk. Ze komen naar je toe, willen weten wat je doet, zijn erg geïnteresseerd.” Heynen: “Ze zijn ook enorm gastvrij. Als we in de jungle strandden, in de stromende regen, en we konden nergens slapen, dan mochten we onze tenten opzetten in hun dorp. We hebben nul problemen gehad, zijn nooit beroofd. Alleen bij een paar grensovergangen hebben we corruptie meegemaakt.”

Dumitrescu: “Zes jonge kerels op motoren, dat vinden ze mooi. Daar komen hele leuke gesprekken uit voort. Als je mensen met charme benadert, praatjes aanknoopt, krijg je veel gedaan.”

Via internetsites, tv- en radioprogramma’s en lezingen wil het zestal kond doen van zijn bevindingen. Dumitrescu: “We willen graag vertellen wat we geleerd hebben en wat duurzame technologie kan betekenen voor Nederland. We hebben al veel media-aandacht gekregen en er staat meer op stapel. We willen het op een goede manier afmaken. De mensen zijn nog niet van ons af.”

www.africalive.nl

De Trans AfricanHighway was door de regen een grote blubberzooi. (Foto: AfricAlive)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.