Onderwijs

Advies technologiebeleid komt pas in najaar

Universiteitsraad en college van dekanen hebben eind april hun verbazing uitgesproken over de radiostilte van de adviesraad technologiebeleid. Deze groep interne en externe deskundigen inventariseert nieuwe onderzoekzwaartepunten en is de opvolger van de commissie-Beek.

Prof.dr.ir. A. Berkhout (TN), voorzitter van de raad, laat desgevraagd weten dat hij voor 1 juni aan het bestuurscollege rapporteert over de voortgang.

Collegevoorzitter De Voogd zette de commissie-Beek in februari vorig jaar op non-actief; daarmee ging ook de toekenning van onderzoeksubsidies in de ijskast. Voor dit jaar betekent dat dat ruim vijf ton aan gereserveerd geld (nog) niet wordt uitgekeerd. Volgend jaar komt er veel meer beschikbaar in het fonds voor onderzoeksprofilering: vier miljoen (in 1997 zeven miljoen, in ’98 tien miljoen en in ’99 12,3 miljoen). Het geld houdt het cvb in van de facultaire budgetten.

Het eerste advies van de raad was voor het vroege voorjaar 1995 beloofd. Het cvb heeft de ‘kamerbrede’ irritatie nu bezworen door een pre-advies in juni te beloven. Een echt advies volgt dan voor 1 oktober. Echter, terwijl Beek en de zijnen direct overleg voerden met de indieners van onderzoeksvoorstellen, adviseert Berkhouts raad slechts aan het cvb en moet het cvb verder aangeven hoe aan de hand van de adviezen onderzoek wordt gesubsidieerd.

Zeer recent nog hebben Berkhout c.s. besloten een expert van het TNO-studiecentrum voor technologie en beleid in te schakelen om een ‘omgevingsanalyse’ te maken. Aan de hand daarvan zouden research-speerpunten van TNO en de TU gekoppeld kunnen worden.

In een fax laat Berkhout weten dat de sterkte-zwakte analyse van Delfts onderzoek tot doel heeft tot een betere afstemming te komen met landelijke prioriteiten. Welke dat zijn moet de minister van Economische Zaken nog voor de zomer bekendmaken. Naast EZ is ook het ministerie van Onderwijs en de werkgeversorganisatie VNO ingeschakeld bij een ,,grootscheepse evaluatie om de ‘kritieke’ technologiën voor de toekomst boven water te brengen”, schrijft Berkhout. Hij wijst erop dat prioriteiten van overheid en industrie ‘niet automatisch’ ook de prioriteiten van de TU zijn. ,,De technische universiteit heeft een bredere doelstelling.” (B.B.)

Benno Boeters

Universiteitsraad en college van dekanen hebben eind april hun verbazing uitgesproken over de radiostilte van de adviesraad technologiebeleid. Deze groep interne en externe deskundigen inventariseert nieuwe onderzoekzwaartepunten en is de opvolger van de commissie-Beek. Prof.dr.ir. A. Berkhout (TN), voorzitter van de raad, laat desgevraagd weten dat hij voor 1 juni aan het bestuurscollege rapporteert over de voortgang.

Collegevoorzitter De Voogd zette de commissie-Beek in februari vorig jaar op non-actief; daarmee ging ook de toekenning van onderzoeksubsidies in de ijskast. Voor dit jaar betekent dat dat ruim vijf ton aan gereserveerd geld (nog) niet wordt uitgekeerd. Volgend jaar komt er veel meer beschikbaar in het fonds voor onderzoeksprofilering: vier miljoen (in 1997 zeven miljoen, in ’98 tien miljoen en in ’99 12,3 miljoen). Het geld houdt het cvb in van de facultaire budgetten.

Het eerste advies van de raad was voor het vroege voorjaar 1995 beloofd. Het cvb heeft de ‘kamerbrede’ irritatie nu bezworen door een pre-advies in juni te beloven. Een echt advies volgt dan voor 1 oktober. Echter, terwijl Beek en de zijnen direct overleg voerden met de indieners van onderzoeksvoorstellen, adviseert Berkhouts raad slechts aan het cvb en moet het cvb verder aangeven hoe aan de hand van de adviezen onderzoek wordt gesubsidieerd.

Zeer recent nog hebben Berkhout c.s. besloten een expert van het TNO-studiecentrum voor technologie en beleid in te schakelen om een ‘omgevingsanalyse’ te maken. Aan de hand daarvan zouden research-speerpunten van TNO en de TU gekoppeld kunnen worden.

In een fax laat Berkhout weten dat de sterkte-zwakte analyse van Delfts onderzoek tot doel heeft tot een betere afstemming te komen met landelijke prioriteiten. Welke dat zijn moet de minister van Economische Zaken nog voor de zomer bekendmaken. Naast EZ is ook het ministerie van Onderwijs en de werkgeversorganisatie VNO ingeschakeld bij een ,,grootscheepse evaluatie om de ‘kritieke’ technologiën voor de toekomst boven water te brengen”, schrijft Berkhout. Hij wijst erop dat prioriteiten van overheid en industrie ‘niet automatisch’ ook de prioriteiten van de TU zijn. ,,De technische universiteit heeft een bredere doelstelling.” (B.B.)

Benno Boeters

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.