Column: Britte Bouchaut

Confetti in m’n bier

Vrijheid is geen individueel recht maar iets wat je deelt, stelt Britte Bouchaut vast, en carnaval laat goed zien hoe dat werkt in de praktijk.

Britte Bouchaut poseert zittend op een bankje voor de foto

(Foto: Sam Rentmeester)

Ik wilde deze column eigenlijk wijden aan De Vrijmoedige Studentenpartij. Aan hun streven “voor de academische vrijheid”, of wat dat in hun ogen ook moge betekenen… Maar met carnaval in het vooruitzicht leek me dat geen heel gezellig begin van het feest. Dat bewaar ik voor een moment waarop iedereen weer serieus is en ‘vrijheid’ geen Swastika asterisk draagt die meer zegt over uitsluiting dan over vrijheid. Echter gaat carnaval óók over vrijheid. Maar dan niet als slogan of ideaal. Carnaval laat zien hoe vrijheid werkt in de praktijk. En vooral: waar ze ophoudt.

Ik kom uit het oosten van Zeeuws-Vlaanderen, en ben opgegroeid met carnaval. Al van jongs af aan ging ik mee naar de optocht, het limonadebal, en naar de cafés. En, mijn carnavalsvereniging zit daar ook nog steeds: CV de Zuipcilinders. Als je opgroeit met carnaval leer je ook dat carnaval geen vrijbrief is. Het is geen excuus om alles te doen wat normaal niet mag. Het is een gezamenlijke afspraak waarin veel kan – maar niet alles.

Vrijheid tijdens carnaval werkt alleen omdat er grenzen zijn. Ongeschreven, maar voor ieder herkenbaar. Je mag uitbundig zijn, maar niet over iemand heen. Je mag losgaan, maar niet ten koste van een ander. Wie denkt dat met carnaval alles mag heeft het niet begrepen, en krijgt dat meestal ook snel te horen.

Elkaar vrijheid gunnen, en ingrijpen wanneer die vrijheid iemand schaadt

Maar grenzen zijn niet altijd strak afgebakend. En zeker met carnaval raken mensen ze soms ook even kwijt. Door drank, door drukte, door enthousiasme. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang we blijven kijken en luisteren naar elkaar. Vrijheid hoeft niet altijd te botsen, soms schuurt ze enkel zacht. Iemand staat net te dicht bij je, praat met consumptie, of… gooit confetti – wat prima is, tot het in je bier belandt! Geen ruzie, maar een signaal: hier raken twee vrijheden elkaar.

En soms gaat iemand gewoon te ver. Te moe, te dronken, te druk. Op dat moment zie je waar carnaval echt over gaat. Niet over grenzen oprekken, maar over elkaar opvangen. Iemand even naar buiten begeleiden, water halen, een jas delen. Niet omdat het moet, maar omdat het zo hoort. En alleen dan blijft carnaval gezellig, zolang die twee dingen samen bestaan. Elkaar vrijheid gunnen, en ingrijpen wanneer die vrijheid iemand schaadt, ook als dat betekent dat je eigen feestje heel even stopt.

En dat maakt carnaval interessanter en diepgaander dan dat het in eerste instantie lijkt. Carnaval laat zien dat vrijheid geen individueel recht is, maar iets wat je deelt. Iets wat alleen werkt als je rekening houdt met elkaar. Zonder dat verandert vrijheid snel in overlast, en samen zijn in ieder voor zich. Misschien is dat ook waarom het woord ‘vrijheid’ zo makkelijk wordt gekaapt. Het klinkt groots, maar wordt vaak gebruikt vanuit één perspectief: ‘ik mag dit zeggen, ik mag dit doen, en jij moet dat maar verdragen’. Carnaval illustreert hoe leeg dat idee is.

De komende dagen ben ik even geen UD, geen functie, geen standpunt. Ik ben een disco-danser, een wortel, en een explosie van veren en glitters. Maar ook voor deze wortel geldt dat mijn plezier niet enkel mijn eigen plezier kan zijn. Maar dat is geen beperking van vrijheid, dat is vrijheid. Zonder asterisk.

Britte Bouchaut is universitair docent bij de sectie veiligheidskunde aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management. Britte forenst iedere dag tussen Eindhoven en Delft, is vaak (on)terecht boos op de wereld en schrijft dit dan graag van zich af.

Columnist Britte Bouchaut

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

B.F.H.J.Bouchaut@tudelft.nl

Comments are closed.