Ongecategoriseerd

Studeren in het buitenland: goedkoop of duurkoop?

De langstudeerboete voor trage studenten en het hoge instellingscollegegeld voor een tweede bachelor of master zorgen ervoor dat een studie in Nederland flink in de papieren kan lopen.

Sommige Europese landen vragen helemaal geen collegegeld, of maar enkele honderden euro’s per jaar. Is dat een goed motief om in het buitenland te gaan
studeren? En is goedkoop onderwijs ook goed onderwijs?


Carola van Dam (25) zag de bui vorig jaar al hangen. Na haar propedeuse in het hbo, een driejarige bachelor antropologie aan de Universiteit van Amsterdam en een onafgemaakte master besefte ze dat een extra studie in Nederland een dure grap zou worden. Ze besloot de uitkomst van het politieke debat niet af te wachten, en vertrok naar Antwerpen om daar aan een master cultuurmanagement te beginnen, inclusief een voorbereidingsprogramma. “Ik had er goede verhalen over gehoord. In België geldt de langstudeerboete niet en betaal je maar zo’n zeshonderd euro collegegeld per jaar. De twee jaar die ik nu in Vlaanderen studeer zijn samen goedkoper dan een jaar in Nederland, zelfs zonder de boete of het hoge instellingscollegegeld.”


Goede achtergrond

België, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en de Scandinavische landen vragen geen collegegeld of in elk geval minder dan de ongeveer 1800 euro die een student in Nederland betaalt. Maar zitten deze landen wel op Nederlandse studenten te wachten? Zolang de juiste mensen op de juiste plek terechtkomen, zegt An van Soest, communicatiemedewerker van de KU Leuven, er geen moeite mee te hebben.

Vorig jaar zei een groep Vlaamse universiteiten nog bang te zijn voor een ‘invasie van Hollanders’, maar vooralsnog zijn Nederlanders welkom bij de zuiderburen. En elders in Europa is dat niet anders, zo leek het tijdens de Masterbeurs begin februari in de Utrechtse Jaarbeurs. Universiteiten uit vijftien verschillende Europese landen vulden de beursvloer. Christiane Kienle, studieadviseur van de Universiteit van Keulen, ziet geen problemen. “Wij zijn geïnteresseerd in het vormen van jonge talentvolle mensen. Nederlanders hebben vaak een goede achtergrond, bijvoorbeeld op het gebied van natural sciences.”


Rechtbreien

Gratis of goedkoop onderwijs in het buitenland is natuurlijk prettig, maar is het niveau ook goed en is het studentenleven er inspirerend en leuk? Nynke Salverda (26) koos na een jaar hbo-journalistiek en een bachelor aan het university college van de Universiteit van Maastricht voor een gratis masteropleiding peace and conflict studies aan de Uppsala Universiteit in Zweden. Ze is zeer tevreden over wat ze daar aantrof. “We waren veel bezig met recente debatten in mijn vakgebied en de docenten betrokken ons volop bij hun onderzoek. Daarbij komt dat het onderwijs ook wat kleinschaliger georganiseerd was en dat het contact met de professoren heel informeel was. Ik kon de hoogleraar gewoon bij zijn voornaam noemen, dat vond ik heel prettig.”

Er wordt van studenten in Zweden wel veel zelfstandigheid verwacht: ze moeten veel zelf lezen en hebben minder contacturen. Daarnaast wijst ze erop dat je als buitenlandse student in een vaak zeer diverse internationale groep terechtkomt: “De grote niveauverschillen moesten in het begin wel een beetje worden rechtgebreid.” Toch noemt ze het onderwijs “minimaal net zo goed als in Nederland, zeker aan de universiteiten in de grote Zweedse steden.”


Aanpoten

Laura Boonstoppel (25) volgt een tweejarige masteropleiding economie in Genève. Kosten: ongeveer 800 euro collegegeld per jaar. De opleiding is niet te vergelijken met de bachelor economie die ze aan de VU volgde. “We studeren veel harder, van ’s ochtends vroeg – de colleges beginnen om acht uur – tot ’s avonds laat. Ik moet ook meer doen om een vak te halen. Het niveau van de lesstof en van mijn medestudenten is hoog. De docenten zijn niet beter of slechter, maar wel meer de baas in de klas. Ik volg zo’n dertig uur hoor- en werkcolleges in de week. Of je van deze manier van werken slimmere studenten krijg, weet ik niet. Maar ik weet wel dat de helft van mijn oude studiegenoten hier niet aan zou beginnen. Ik vind het oké, ik heb hiervoor gekozen, juist vanwege de uitdaging. Anderen zou ik het zeker aanraden, je gaat er absoluut niet op achteruit. Maar je moet wel weten waar je aan begint. Wil je relaxter studeren, dan kun je beter een andere stad, of waarschijnlijk een ander land, kiezen.”

Het Vlaamse onderwijs is aardig vergelijkbaar met het Nederlandse, vindt Carola van Dam op haar beurt. “Voordat ik vertrok heb ik het oordeel van de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie over mijn studie gelezen, zodat ik wist wat ik kon verwachten. Er stonden geen dingen in die me tegen de borst stuitten. Er zijn inderdaad kwaliteitsverschillen per vak, net als in Nederland.”


De Vlaamse studenten zijn naar haar smaak wel erg volgzaam. “Een bepaald hoorcollege is echt rampzalig slecht. Gelukkig kun je het ook thuis online volgen, maar toch zit die zaal helemaal vol. De Belgische student is misschien wat braver, die komt altijd opdagen.”


Uitgaan

Ronduit positief is Carola van Dam over de gewoonte van Vlaamse studenten om studiegroepjes te vormen. “Ik kende dat van een uitwisseling in de Verenigde Staten en dat gebeurt hier ook veel, terwijl ik dat in Nederland nooit heb meegemaakt. Studenten helpen elkaar echt. Als er hier op Facebook een vraag wordt gesteld, komen er veel reacties.”


Dat sluit aan bij een ander aspect dat haar bevalt: het campusgevoel. “Als er iets te doen is, staat de hele campus op stelten. Studieverenigingen werken samen, er worden activiteiten georganiseerd, bij de eerste dag stond het hele terrein vol met kramen, inclusief tap. Het geeft een gevoel van saamhorigheid. Dat heb je in Amsterdam en in Maastricht gewoon niet”, zegt ze.


Laura Boonstoppels ervaringen met het studentenleven in Genève zijn tegenovergesteld: “Omdat de kamers hier zo duur zijn, wonen veel studenten nog thuis en hebben ze daar ook hun vrienden. Er zijn geen studentenverenigingen en de studieverenigingen zijn veel minder actief. In Amsterdam deed je je studie er zo’n beetje naast, maar dat kan hier niet. Stappen op dinsdagavond is er echt niet bij. Als we uitgaan is dat op vrijdag- of zaterdagavond, alsof we werkende mensen zijn. Maar als ik hier een medestudent vraag: wat heb je dit weekend gedaan, dan kan ik rustig het antwoord krijgen: wat bedoel je, gestudeerd natuurlijk.”


Op kot

Het leven in Zweden en in Zwitserland heeft de naam duur te zijn. Nynke Salverda: “Boodschappen en uitgaan zijn in Zweden net wat duurder dan in Nederland – en dat geldt uiteraard helemaal voor alcohol. Maar de huren zijn ongeveer gelijk.” Laura Boonstoppel: “Iedereen verwacht altijd dat Zwitserland duur is, en dat is ook zo. Mijn huur, 450 euro, valt nu nog wel mee, maar je krijgt er wel minder voor dan in Nederland. In mijn vorige huis deelde ik de keuken met honderdvijftig anderen. Voor boodschappen tel je al snel het dubbele neer dan in Nederland, en ook voor het uitgaan moet je denken aan Londense prijzen. In Amsterdam kon ik nog wel twee keer per week uit eten, maar dat kan hier echt niet.”


De verschillen tussen Nederland en België zijn minder groot. Carola van Dam vond zonder problemen een betaalbaar ‘kot’. “Ik kon dat regelen via iemand die hier al woonde. Ik deel met een vriendin een appartement met dakterras in het centrum en ik betaal ongeveer 300 euro. De vraag is hier minder groot dan het aanbod, dus de prijzen zijn laag.”


Risico

Of je nu zwaar geïnvesteerd hebt of niet, je wilt als student natuurlijk geen diploma waar je niets aan hebt. Met een buitenlandse studie is dat risico net wat groter, blijkt uit het tweejaarlijkse onderzoek van News, de organisatie voor Nederlandse studenten die in het buitenland (willen) studeren. Nederlandse werkgevers weten een buitenlands diploma niet altijd op waarde te schatten.


News-voorzitter Bas van Schaik geeft het voorbeeld van iemand die in het prestigieuze Oxford promoveerde, in Nederland solliciteerde bij een grote bank en daar in een traineeklasje belandde. Niet bepaald de functie waarop hij gehoopt had. Van Schaik denkt het wel te begrijpen: “In Nederland geldt: een universiteit is een universiteit. Er wordt nauwelijks gekeken wáár je hebt gestudeerd en de kwaliteitsverschillen zijn ook lang niet zo groot als elders. In het buitenland heet een instelling die wij hier hogeschool noemen, vaak ook universiteit, en dus doet het er veel meer toe waar je gestudeerd hebt.”


Een andere reden waarom studenten bij terugkomst in Nederland langer dan ze lief is moeten zoeken naar een baan, is dat ze er een beetje ‘uit’ zijn geweest: “Als je bent weggeweest, heb je minder zicht op de ontwikkeling-

en op de arbeidsmarkt. Welke banen in mijn vakgebied zijn nu bijvoorbeeld populair?” Maar Van Schaik benadrukt ook de positieve kant: “Het feit dát je buitenlandervaring hebt wordt wel gewaardeerd, dat is de laatste tien jaar ten goede veranderd.”

Bijna alle Nederlandse studenten keren na hun buitenlandavontuur terug naar huis, blijkt uit hetzelfde onderzoek. Laura Boonstoppel weet nog niet waar ze na haar master in Genève terechtkomt. Maar ze heeft goede hoop dat haar buitenlandse studie zal helpen bij de banenjacht. De stage die ze onlangs liep bij de Verenigde Naties in Bangkok had ze met een Nederlandse master economie niet binnengesleept, denkt ze. “Nederland is het enige land waar econometrie een apart vakgebied is dat niet binnen economie valt. Mijn medestagiairs hadden ook allemaal een sterkere kwantitatieve achtergrond. Ik heb het idee dat mijn voormalige studiegenoten in Nederland moeite hebben met het vinden van een baan, terwijl degenen die vorig jaar in Genève afstudeerden allemaal vrij snel iets vonden.”


De naam Carola van Dam is op verzoek van de geïnterviewde gefingeerd.


 


Rankings

Uiteraard heeft iedere universiteit sterke en minder sterke punten en kent ieder vakgebied zijn eigen wereldtop. Maar om een idee te geven: in bekende ranglijsten als de Academic Ranking World Universities (ook wel: Shanghai), Times Higher Education en QS staan meerdere universiteiten uit Nederland, Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland. Ter vergelijking: universiteiten in Spanje, Italië of Portugal komen in de algemene top honderd van dat soort lijsten niet voor. Op de websites van deze organisaties staan overigens ook vakgerichte ranglijsten.

Daarnaast zijn er verschillende media die opleidingen ranken; zo publiceert de Financial Times een lijstje met de beste business-opleidingen. Op de website van internationaliseringsorganisatie Nuffic staan voor ieder land landenmodules, met informatie over kwaliteitszorg en soms ook over de openbaar beschikbare rankings in een land.


 


Toch van plan veel geld uit te geven?

Eén voordeel aan de kostenverhogingen in het Nederlandse onderwijs: de verschillen met internationaal vooraanstaande opleidingen zijn niet meer zo groot als voorheen. Daardoor komt een internationale topopleiding financieel eerder binnen bereik.

Een managementmaster tegen instellingscollegegeld kost aan de Erasmus Universiteit bijna vijftienduizend euro. Paul Boot (26) koos uit carrièreoverwegingen voor een master in management aan Ecole Supérieure de Commerce de Paris (ESCP), een prestigieus en zeer selectief programma, waarvan de kosten op dit moment 11.500 euro per jaar bedragen. “Aan de Roosevelt Academy in Middelburg had ik een major

humanities gedaan. Om in de zakenwereld terecht te komen, moest ik een businessmaster doen. Hoewel het collegegeld van ESCP hoog is en het leven in Parijs duur, weet je dat je de investering met zo’n prestigieuze opleiding wel terug zult verdienen. Verder leer je er een tweede of derde taal en kun je bij het zoeken van een baan of stage gebruikmaken van het enorme alumninetwerk van ESCP.”

In academisch opzicht was de opleiding in zijn ogen minder uitdagend dan de Roosevelt Academy. “Het onderwijs in Frankrijk is meer topdown, je praat je docent goed na en dan krijg je een hoog cijfer. Bedrijfskunde is sowieso minder wetenschappelijk; je leert veel in de praktijk met stages en dergelijke. ESCP zorgt er vooral voor dat je een baan krijgt.”

Offshore wind
The Flow research programme (Far and Large Offshore Wind) has started by contracting 13 PhD students, which will later be followed by another four students. Research will start on 1 September. Four PhDs will study wind farm design, two will design the support structures, another three will deal with the electrical infrastructure, and four will develop new turbine concepts. Duwind, the Delft institute for wind energy, is part of the Flow consortium that received 23.5 million euros from the Dutch Ministry of Economic Affairs and Innovation last year. 

Rubicon
California is waiting for Dr Aleksey Kocherzenko, who was granted a Rubicon grant this week, to start his two-year stay at UC Berkeley. Kocherzenko, who works on conducting polymers at the faculty of Applied Sciences, is attracted by the theory of quantum coherent energy transfer in photosynthesis, which was developed there. Kocherzenko hopes he can use this theory to predict the electric properties of materials before synthesis occurs, thus making their fabrication more rational.

Museum piece
The bicycle airplane by Jesse van Kuijk, an Aerospace Engineering student, has found a home in the national aerospace museum, Aviodome, in Lelystad. Last week Van Kuijk helped hang his 56 kilogramme creation, named ‘Abhilasha’, from the ceiling in the entrance hall. In the summer of 2009, Van Kuijk managed to fly for a few seconds before the chain of his bicycle airplane broke loose. Since then he has been too busy studying to try again, and the plane took up too much place at his parents’ home in Budel.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.