Onderwijs

Stagiairs klagen over begeleiding

Als stagiairs een klachtenlijn bellen, mopperen ze meestal op hun stagebegeleiders. Dat blijkt uit een rapport van de Meldlijn Stageklachten.

<![CDATA[

]]>Vanaf maart konden ontevreden stagiairs de
telefoon pakken en hun hart luchten bij de Meldlijn Stageklachten. Of ze
surften naar www.stageklachten.nl.
Maar hoeveel mbo’ers, hbo’ers en universitaire studenten deden dat precies?

Harde cijfers hebben de samenwerkende belangenorganisaties
van studenten niet, maar in de afgelopen negen maanden kwamen er “drie- à
vierhonderd klachten” binnen, aldus de Landelijke Studenten Vakbond. Minder dan
de helft daarvan kwam voor rekening van hbo’ers en wo’ers. 

Dat lijkt weinig, gegeven de tienduizenden
studenten die jaarlijks stagelopen. “Maar elke klacht is er een te veel”, vindt
voorzitter Henno van Horssen van het Interstedelijk Studenten Overleg. “We
willen niet beweren dat er veel geklaagd wordt, we willen alleen kijken waar
ontevreden stagiairs over klagen. Daar blijkt een patroon in te zitten.”

Zo zijn sommige stagebegeleiders slecht
bereikbaar of komen ze niet langs op de stageplaats. Er was bijvoorbeeld een klager
die pas na enkele weken op zijn werkplek een introductiegesprek met zijn
begeleider kreeg. Ook klagen sommige stagiairs dat hun begeleiders alleen over
hen lopen te klagen. En opvallend voor universitaire klagers: die balen ervan
als ze voor nop moeten werken, terwijl hbo-stagiairs en mbo-stagiairs een
stagevergoeding krijgen.

Sommige studenten worden aan hun lot
overgelaten of moeten de vervelende klusjes opknappen. Een stagecontract zou
dat kunnen voorkomen, menen de rapporteurs. Ze bevelen de politiek aan om zulke
contracten verplicht te stellen.

Delta, 22 februari 2007
De TU is de eerste Nederlandse universiteit die grond koopt in Second Life. Dr. Igor Mayer, een van de projectleiders, verwacht dat binnen enkele weken met de inrichting van twee lapjes grond kan worden begonnen. Eén gebied wordt omgetoverd tot campus, het andere tot een soort onderzoekscentrum gericht op nieuwe kennisinfrastructuren.

Het is half tien ‘s ochtends, stralend weer en de vogeltjes fluiten. Maar al wandelend door een vrolijk parkje maakt een gevoel van onbehagen zich meester van avatar Betty Boop. Ze heeft zojuist haar eerste schreden gezet in de virtuele wereld Second Life. Ze is omringd door futuristische windmolens en mooie gebouwen, zoals de kegel die ook in de echte wereld bestaat. In de verte schitteren twee grote drijvende gebouwen in de vorm van iglo’s. Maar Betty is de enige die van het uitzicht geniet. De campus is helemaal uitgestorven.
Met de aankoop van grond in de Second Life was de TU twee jaar geleden een van de pioniers in deze virtuele wereld. Veel Amerikaanse universiteiten hadden weliswaar al vestigingen geopend, maar in Nederland liep Delft samen met de Vrije Universiteit Amsterdam – die ongeveer tegelijkertijd een vestiging opende en die nu overigens ook is uitgestorven – voorop.
Second Life was een prachtig platform om Delftse ontwerpen en uitvindingen te promoten, vertelde de geestelijk vader van de virtuele nieuwbouw dr. Igor Mayer van Techniek, Bestuur en Management, toen aan Delta. Wat je er kunt gaan doen? “Misschien kun je straks wel een rondje om de TU varen met het onderzeeërtje Wasub, of vliegeren met professor Ockels’ energieopwekkende vliegers.”
“Heb ik dat toen gezegd?”, reageert Mayer verbaasd. “Ik kan het me niet meer goed herinneren.”
Het ging Mayer nooit zozeer om het promoten van Delftse uitvindingen op het web, zegt hij. “Maar in die hele maalstroom die ontstond rondom Second Life was dat een lastige boodschap om over te brengen. Wij waren gewoon geïnteresseerd in het fenomeen. En om de interactieve mogelijkheden van virtuele werelden te onderzoeken, moet je eraan mee doen.”
De hype rondom Second Life schrijft Mayer toe aan de media. Ook Delta zou een te rooskleurig beeld hebben geschetst van de virtuele TU-campus.
“Natuurlijk zijn de verwachtingen niet uitgekomen”, zegt Mayer. “Dat komt doordat de media destijds niet goed geformuleerd hebben wat de mogelijkheden waren. Het script is niet geschikt voor interactieve spellen. Het is gemaakt om dingen te visualiseren en om te chatten.”
Mayer wil Second Life niet opgeven. “Al gaan we niet verder bouwen aan de vestiging, we hebben hem ook niet afgeschreven. Zo nu en dan zijn er nog steeds online ontmoetingen. En we zullen Second Life vergelijken met nieuwe toekomstige virtuele werelden.”
En dan, zuchtend: “Maar waarom wil je hier eigenlijk over praten, je wilt er toch niet nog een stukje over schrijven?”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.