Campus

Rookverbod

Ik sta buiten voor de ingang van IO en rook een sigaret. Schuldbewust, medelijdende blikken ontwijkend en steeds natter door de onophoudelijke regen zie ik mezelf staan.

Hoe het ooit zo ver heeft kunnen komen.

Net als iedere roker kan ik niet zeggen dat mijn eerste sigaret onweerstaanbaar was. Maar daar ging het niet om! De sigaret was een symbool. Een symbool voor hen die buiten op het bordes stonden. Voor hen die lekker toch deden waarvan ze wisten dat het niet verstandig was. Voor hen die durfden te flirten met de dood en ervoor kozen in het hier en nu te leven. Ik heb er jaren over gedaan mijn sigaret vast te kunnen houden met de elegantie van Marlene Dietrich en mijn gesprekspartner vanachter een rookgordijn zwoel en diepzinnig aan te kijken.

Maar over twee weken is het gedaan met de romantiek. Dan komt het rookverbod. De bekroning op het beleid dat de overheid sinds enkele jaren voert om de burger zogenaamd tegen zichzelf te beschermen en dat zich uit in morele betweterigheid en aangepraat bewustzijn. En het werkt. Want mijn god, wat zijn we ons allemaal bewust!

Massaal laten we de frieten staan, nuttigen paddo’s alleen nog als ze in een groen bakje bij de super liggen met ‘biologisch’ erop, lopen het wijnpad voorbij, eten uitsluitend mager en light, durven ons bij de kassa niet meer te vertonen met producten zonder ‘bewuste keuze’ en vragen nooit niet meer om een plastic tasje.

In een rookvrij koffiehuis verschuilen we ons achter een cafeïnevrij kruidentheetje om te zemelen over het enige dat ons nog bezighoudt: Sonja Bakker, de sportschool en ons eindeloze gevecht tegen genot. Dat de overheid dikke en rokende mensen heeft veroordeeld tot nieuwe paria’s van de maatschappij, die ongegeneerd gediscrimineerd mogen worden en van wie de individuele vrijheid steeds verder wordt aangetast, lijkt niemand op te vallen. En zo werd mijn dagelijkse sigaret door de jaren heen een symbool voor mijn stille protest. Tot het rookverbod.

Ik neem een laatste hijs en druk mijn strohalm uit. Ik geef me over. Mijn plezier is vergald. Laat de saaiheid maar komen. En of ik echt zoveel langer zal leven, weet niemand. Het zal in ieder geval langer lijken.

Anna Noyons

Ik sta buiten voor de ingang van IO en rook een sigaret. Schuldbewust, medelijdende blikken ontwijkend en steeds natter door de onophoudelijke regen zie ik mezelf staan. Hoe het ooit zo ver heeft kunnen komen.

Net als iedere roker kan ik niet zeggen dat mijn eerste sigaret onweerstaanbaar was. Maar daar ging het niet om! De sigaret was een symbool. Een symbool voor hen die buiten op het bordes stonden. Voor hen die lekker toch deden waarvan ze wisten dat het niet verstandig was. Voor hen die durfden te flirten met de dood en ervoor kozen in het hier en nu te leven. Ik heb er jaren over gedaan mijn sigaret vast te kunnen houden met de elegantie van Marlene Dietrich en mijn gesprekspartner vanachter een rookgordijn zwoel en diepzinnig aan te kijken.

Maar over twee weken is het gedaan met de romantiek. Dan komt het rookverbod. De bekroning op het beleid dat de overheid sinds enkele jaren voert om de burger zogenaamd tegen zichzelf te beschermen en dat zich uit in morele betweterigheid en aangepraat bewustzijn. En het werkt. Want mijn god, wat zijn we ons allemaal bewust!

Massaal laten we de frieten staan, nuttigen paddo’s alleen nog als ze in een groen bakje bij de super liggen met ‘biologisch’ erop, lopen het wijnpad voorbij, eten uitsluitend mager en light, durven ons bij de kassa niet meer te vertonen met producten zonder ‘bewuste keuze’ en vragen nooit niet meer om een plastic tasje.

In een rookvrij koffiehuis verschuilen we ons achter een cafeïnevrij kruidentheetje om te zemelen over het enige dat ons nog bezighoudt: Sonja Bakker, de sportschool en ons eindeloze gevecht tegen genot. Dat de overheid dikke en rokende mensen heeft veroordeeld tot nieuwe paria’s van de maatschappij, die ongegeneerd gediscrimineerd mogen worden en van wie de individuele vrijheid steeds verder wordt aangetast, lijkt niemand op te vallen. En zo werd mijn dagelijkse sigaret door de jaren heen een symbool voor mijn stille protest. Tot het rookverbod.

Ik neem een laatste hijs en druk mijn strohalm uit. Ik geef me over. Mijn plezier is vergald. Laat de saaiheid maar komen. En of ik echt zoveel langer zal leven, weet niemand. Het zal in ieder geval langer lijken.

Anna Noyons

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.