Onderwijs

Kwaliteitsplan: ‘Een mooi verhaal voor naar buiten’

Leden van de universiteitsraadcommissie voor onderwijs en onderzoek vinden het kwaliteitsmanagementplan voor het TU-onderwijs ,,een mooi verhaal voor naar buiten toe”.

Ook het cvb, dat het plan zelf schreef, twijfelt aan de uitvoerbaarheid van het plan.

Het kwaliteitsplan moet bewijzen dat de TU Delft serieus werk maakt van kwaliteitszorg in het onderwijs. De TU kan met projectvoorstellen uit het plan aanspraak doen op geld uit het studeerbaarheidsfonds, een overheidspot van vijfhonderd miljoen gulden voor de universiteiten en hogescholen.

De instellingen krijgen het geld op basis van het aantal studenten, maar alleen als ze aantonen de onderwijskwaliteit ermee te verbeteren. De TU kan volgens deze verdeling vijftien miljoen verdienen.

Het plan is min of meer een opsomming van activiteiten om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Een deel van de plannen komt uit het Instellingsplan van vorig jaar. Door beleidspunten in concrete projectvoorstellen te gieten krijgt de TU subsidie voor de uitvoering van het onderwijsbeleid. Een voorbeeld van zo’n project is de invoering van de opleidingsdirecteur op een aantal faculteiten.

Daarnaast doen faculteiten eigen projectvoorstellen. Het doel bij veel projecten is de studeerbaarheid te verbeteren. Bijvoorbeeld voor intensivering van de studiebegeleiding willen de faculteiten ondersteuning uit Zoetermeer.

Toch bleken leden van de raadscommissie voor onderwijs en onderzoek (urcoo) vorige week woensdag nog niet overtuigd van de kwaliteitsverbetering door dit plan. ,,Het is een mooi helder verhaal voor naar buiten toe, wat hopelijk in Zoetermeer zijn werking niet zal missen”, zei dr.ir. H. Lemei van TH-Akkoord. Tegelijkertijd trok hij de uitvoerbaarheid in twijfel. Rector Wakker beaamde dat het plan geschreven is met de aanvraag uit het studeerbaarheidsfonds in gedachte.

Buitenuniversitair lid drs. L. Fennis waarschuwde dat als het ministerie de uitvoering van de plannen serieus gaat controleren er veel extra werk bij het bureau van de universiteit ontstaat om alle projecten in de gaten te houden. Hij meende dat het plan geschreven is ,,om het ministerie te kietelen”.

Niet alle fracties in de urcoo waren het ermee eens dat het kwaliteitsmanagementplan alleen dient om de subsidie van de minister veilig te stellen. ,,Het plan laat juist zien hoeveel we al aan kwaliteitszorg doen”, verdedigde ir. J. Klooster het plan. Ook Oras zei niet ontevreden over het plan te zijn. Klooster betwijfelde ook of ieder project direct succes moet hebben: ,,Het is al heel zinnig dat we dit doen. Niet alles zal even succesvol zijn, maar we zijn er in ieder geval mee bezig.” (S.H.)

Steven Hubeek

Leden van de universiteitsraadcommissie voor onderwijs en onderzoek vinden het kwaliteitsmanagementplan voor het TU-onderwijs ,,een mooi verhaal voor naar buiten toe”. Ook het cvb, dat het plan zelf schreef, twijfelt aan de uitvoerbaarheid van het plan.

Het kwaliteitsplan moet bewijzen dat de TU Delft serieus werk maakt van kwaliteitszorg in het onderwijs. De TU kan met projectvoorstellen uit het plan aanspraak doen op geld uit het studeerbaarheidsfonds, een overheidspot van vijfhonderd miljoen gulden voor de universiteiten en hogescholen.

De instellingen krijgen het geld op basis van het aantal studenten, maar alleen als ze aantonen de onderwijskwaliteit ermee te verbeteren. De TU kan volgens deze verdeling vijftien miljoen verdienen.

Het plan is min of meer een opsomming van activiteiten om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Een deel van de plannen komt uit het Instellingsplan van vorig jaar. Door beleidspunten in concrete projectvoorstellen te gieten krijgt de TU subsidie voor de uitvoering van het onderwijsbeleid. Een voorbeeld van zo’n project is de invoering van de opleidingsdirecteur op een aantal faculteiten.

Daarnaast doen faculteiten eigen projectvoorstellen. Het doel bij veel projecten is de studeerbaarheid te verbeteren. Bijvoorbeeld voor intensivering van de studiebegeleiding willen de faculteiten ondersteuning uit Zoetermeer.

Toch bleken leden van de raadscommissie voor onderwijs en onderzoek (urcoo) vorige week woensdag nog niet overtuigd van de kwaliteitsverbetering door dit plan. ,,Het is een mooi helder verhaal voor naar buiten toe, wat hopelijk in Zoetermeer zijn werking niet zal missen”, zei dr.ir. H. Lemei van TH-Akkoord. Tegelijkertijd trok hij de uitvoerbaarheid in twijfel. Rector Wakker beaamde dat het plan geschreven is met de aanvraag uit het studeerbaarheidsfonds in gedachte.

Buitenuniversitair lid drs. L. Fennis waarschuwde dat als het ministerie de uitvoering van de plannen serieus gaat controleren er veel extra werk bij het bureau van de universiteit ontstaat om alle projecten in de gaten te houden. Hij meende dat het plan geschreven is ,,om het ministerie te kietelen”.

Niet alle fracties in de urcoo waren het ermee eens dat het kwaliteitsmanagementplan alleen dient om de subsidie van de minister veilig te stellen. ,,Het plan laat juist zien hoeveel we al aan kwaliteitszorg doen”, verdedigde ir. J. Klooster het plan. Ook Oras zei niet ontevreden over het plan te zijn. Klooster betwijfelde ook of ieder project direct succes moet hebben: ,,Het is al heel zinnig dat we dit doen. Niet alles zal even succesvol zijn, maar we zijn er in ieder geval mee bezig.” (S.H.)

Steven Hubeek

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.