Campus

Hoe overleef ik….een onweerstaanbaar uiterlijk

Ooit was het hip je dagen lang niet te scheren. Je moeder regelde je afspraken bij de kapper en als frisse puber was een schoonheidsspecialist al helemaal een no go. Maar de jaren gaan tellen, zelfs als je amper twintig bent. Dus: betoverende tips voor een stralende verschijning.

Smooth operator
Oké, een stoppelbaardje van twee dagen kan heel sexy zijn. Maar níet als daaronder een huid zit vol pukkels en mee-eters. Je bent geen wijf of metro als je als man een paar beautyregels tot heilig verheft: reinigen, scrubben en smeren. Elke dag. Echt, beautybehandelingen en smeersels zijn al lang niet meer alleen voor vrouwen, want iedereen weet: ze werken. Oók bij de meisjes.

Een knip voor je neus waard
‘O, stoppels mogen, dan kunnen die neusharen ook wel’, horen we je denken. Nee dus! Helemaal hartstikke taboe. Hoe woest een warrig hoofd er ook uit kan zien, je neus en oren horen haarloos te zijn. Net als je nek trouwens, dus scheer meteen dat overtollige dons even weg. Met de haarrichting mee natuurlijk en tijdens of na het douchen, anders heb je straks dáár weer pukkels.

No shampoo
Toch is er ook haar dat je moet koesteren. Maar ja, als student heb je zo je prioriteiten, en dan schiet een wasbeurt er weleens bij in. Geen nood! Was je haar met droge shampoo. Te koop bij de drogist, maar beter nog: maak het zelf. Meng wat talk- of babypoeder met maïzena, even goed schudden en strooi het over je haar. Echt reinigen doet het natuurlijk niet, maar je bent mooi even verlost van vette haarwortels. O, wel even uitkloppen voordat je de deur uitstapt.

In de poelen van je ogen
Ben je eindelijk fris en fruitig, is het toch even schrikken als je na een avondje stappen in de spiegel wordt aangestaard door twee diepe, donkere gaten. Grijp de aambeienzalf! Geen zorgen, die kun je bij de super gewoon zo in je karretje gooien.

Schat, wat ruik je lekker
Dat je kleren fris gewassen zijn, spreekt natuurlijk voor zich. Maar mocht je de wastips van vorige week per ongeluk gemist hebben, zorg dan ten minste dat je lekker ruikt. Gebruik liever geen parfum dan goedkope, en áls je aan het sprayen slaat: overdaad schaadt. Toch mag je behalve achter je oren en op je polsen nog op één extra plek spuiten… je knieholtes. Vraag je niet af waarom, just do it.

Pure physics
En ja, zelfs als zeldzame vrouw in Delft is er werk aan de winkel. Of wilde je – ‘Echt geen tijd’- net vertrekken zonder gelakte nagels? Geen excuus: dompel je pasgelakte nagels even onder in ijskoud water en droog zijn ze. Pure physics; geen bèta die daar een weerwoord aan biedt en je stijgt nog verder in zijn achting.

Wijze woorden
Is het na al deze tips toch nog even schrikken bij een aanblik in de spiegel, weet dan: ware beauty zit van binnen. Als je gezond en – vooral! – gelukkig bent, komt de schoonheid vanzelf.

Helemaal gek maakte hij decaan Wytze Patijn vlak na de brand op Bouwkunde. Bouwkundestudent Chris de Vries zag in de ramp op zijn faculteit een aanleiding voor bouwkundigen om meer aandacht te besteden aan rampen. Hij wilde een groot project opzetten waarvoor mastersstudenten zich konden inschrijven, en schreef Patijn een brief met zijn idee. Omdat hij hier niets op hoorde, bleef hij de decaan mailen. “Toen ik hem weer eens aansprak, draaide hij zich om en zei dat hij wel wat anders te doen had dan mijn project”, lacht De Vries. Toch zaten hij en zeventien medestudenten niet veel later in sloppenwijken over de hele wereld.
De Vries en studiegenoot Dieuwer Duijf – mede-initiatiefnemer van het project dat later ‘urban emergencies’ ging heten – waren onafhankelijk van elkaar in Sri Lanka geweest na de tsunami. “We zagen daar dat de kennis bij de wederopbouw beperkt was. Te warme huizen waren alleen bewoonbaar als de bewoners er gaten in maakten. De huizen stonden in rijen, terwijl mensen daar liever in groepjes wonen, in een soort blokken.” Daar was nog wel wat onderzoek te doen, dachten ze.
Dat vond ook dr.ir. Alexander Vollebregt, met wie Patijn de studenten in contact bracht. “Ik deed al vaker out of the box-projecten en bestudeerde de ontwikkeling van sloppenwijken in ontwikkelingslanden”, verklaart Vollebregt zijn betrokkenheid. “In die sloppenwijken zijn niet alleen sociaal-economische problemen. Ze liggen vaak in gebieden die kwetsbaar zijn voor natuurrampen.”
Vollebregt wilde meteen meewerken aan het project. “Ik wil weten wat we als architecten en stedenbouwers kunnen leren van natuurrampen. Met welke normen en handleidingen bouwen bewoners en hulpverleners de gebieden weer op na een ramp? En wat is het effect van natuurrampen op de stedelijke processen?” Hij vindt niet alleen het effect op de stad zelf interessant, maar ook het effect op de bewoners. “We moeten eerst alles bekijken, het hele probleem. Dan pas kunnen we de juiste onderzoeksvragen stellen.”
Zes groepjes van drie studenten vertrokken in maart met een hele brede opdracht naar rampgebieden over de hele wereld. Ze woonden drie maanden in Ghana, Venezuela, Bangladesh, Indonesië, El Salvador en de Filippijnen in gebieden die door een natuurramp getroffen zijn of daar geregeld door getroffen worden (in de kaders hun verhalen). “De studenten keken alleen naar natuurrampen. Conflictgebieden zijn ook interessant, maar we willen ze wel weer heel terugkrijgen natuurlijk.”
De deelnemers werden goed voorbereid in de maand voor hun vertrek, onder andere met workshops over het doen van onderzoek in dergelijke gebieden. Ook legden ze van tevoren contact met organisaties als het Rode Kruis en afdelingen van de Verenigde Naties ter plekke. Ondanks de voorbereiding waren er toch studenten die malaria opliepen, die zagen hoe iemand werd neergeschoten of onder bedreiging van een pistool werden beroofd. “Vreselijk”, zegt Vollebregt. “Je kunt je nog zo goed voorbereiden, maar je hebt niet alles in de hand.” Toch is hij een groot voorstander van actieonderzoek. “Om goed te begrijpen wat er gebeurt, is het nodig jezelf onder te dompelen in het gebied. Zo doe ik zelf ook mijn onderzoek”, aldus Vollebregt die voor zijn werk de hele wereld over reist.
De studenten spraken in hun gebied met onder andere hoge politici, bewoners en hulpverleners. Iets meer dan twee weken na hun terugkeer in Nederland zijn ze nog vol van hun ervaringen. Aan twee grote tafels in een werkruimte op Bouwkunde zitten ze bij elkaar om hun resultaten te verwerken. De totaal verschillende gebieden geven heel verschillende resultaten. Vollebregt: “In de Filippijnen zijn de mensen gewend aan allerlei steeds terugkerende rampen, van aardbevingen tot vulkaanuitbarstingen en orkanen. Het is daar een cultuur. Ook in Ghana leeft men zo goed mogelijk met de terugkerende overstromingen. Terwijl Banda Aceh met de tsunami ineens te maken kreeg met een enorme ramp en een daarop volgende invasie van geld en hulpverleners. De situatie is overal weer anders.”
Valt de wederopbouw in de onderzochte gebieden dan wel te vergelijken? “Niet echt. Er is ook geen goede oplossing voor alle situaties”, meent Vollebregt. Hij denkt zelfs dat standaardoplossingen juist een probleem kunnen zijn voor de wederopbouw in een specifiek gebied. “De handboeken van de hulpverleners kunnen niet overal zomaar worden toegepast. Maar misschien kunnen de bewoners en non-gouvernementele organisaties in de verschillende gebieden wel iets van elkaar leren. We willen een platform opzetten zodat men over de hele wereld informatie kan uitwisselen.”
Na deze eerste studie, waarin studenten de wederopbouw in de verschillende rampgebieden beschrijven, wil Vollebregt met oplossingen komen. “Nu nog gaan de ingenieurs eerst het gebied in. Zo kan het gebeuren dat er met een stempel om de zoveel meter een waterput wordt geslagen. Dat doet geen recht aan de sociale functie die een paar centrale waterputten in een gebied kunnen hebben.” Vollebregt denkt dat architecten en stedenbouwers kunnen bijdragen aan verbetering van wederopbouwprojecten, maar heeft niet de illusie het hele probleem wel even op te lossen. “Het is erg ingewikkeld. In dertig, veertig jaar is er niet één voorbeeld van een goed gelukte wederopbouw te geven. Er zijn alleen maar slechte voorbeelden. Als we als ruimtelijke denkers een stapje vooruit kunnen zetten, is het mooi.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.