Wetenschap

Schaatsonderzoekster: ‘Modelleren is mijn passie’

In de zoektocht naar dé ideale schaatsslag, ontwikkelde promovenda Eline van der Kruk een dynamisch computermodel van een schaatser. Donderdag 8 februari verdedigt ze haar proefschrift en vlak daarvoor geeft ze een lezing bij een symposium over wintersporttechnologie, georganiseerd door het TU Delft Sports Engineering Institute.

Eline van der Kruk: “Ik hoop dat schaatsers profijt hebben van mijn onderzoek bij de volgende Olympische Winterspelen.” (Foto: Eline van der Kruk)

Eline van der Kruk heeft een 3D-biomechanisch model van een schaatser gemaakt en meetschaatsen ontwikkeld die de afzetkrachten van de schaatser meten. Ze werkte samen met een team van schaatsbond KNSB, bondscoach Jeroen Otter en de Haagse Hogeschool. Ze hoopt dat haar werk het op termijn mogelijk maakt dat schaatsers en coaches live feedback krijgen tijdens trainingen over de optimale schaatsslagen.


De klapschaatsen meten de afzetkrachten van de schaatsers in twee richtingen. Schaatsers plaatsen de brug met sensoren tussen hun eigen schaatsschoenen en ijzers. De data worden direct doorgestuurd naar een telefoon, tablet of smart glass, zodat er real-time kan worden teruggekoppeld.


De Olympische winterspelen staan voor de deur. Gaan de Nederlandse schaatsers profiteren van jouw onderzoek?


“Dit keer helaas nog niet. Over vier jaar wel denk ik. Mijn model is gevalideerd en blijkt goed te werken. De techniek moet nu verder ontwikkeld worden waardoor het mogelijk wordt om advies te geven op maat. Sensortechnologie is de beperkende factor. Sensoren zijn nog niet accuraat genoeg om exact te meten wat de beperkingen zijn van iedere individuele schaatser. Hoeveel kracht kan de schaatser genereren en met welke snelheid kan hij zijn schaats draaien? Op dergelijke vragen hebben we nog geen goede antwoorden.”


Ben je daar teleurgesteld over?


“Ik ben al heel blij dat mijn model goed werkt. Mijn passie ligt bij het modelleren. Ik ben vastgelopen op de sensortechnologie. Het is natuurlijk frustrerend dat ik vastloop op iets waar ik geen grip op heb omdat het buiten mijn vakgebied ligt.”


Je hebt onderzoek gedaan naar de klapschaats voor de langebaan en in het kielzog daarvan ook gekeken naar de shorttrack. Daarover gaat jouw lezing. Wat is er zo bijzonder aan dat onderzoek?


“Voor de allereerste keer ooit zijn de krachten gemeten die shorttrackers uitoefenen op hun schaatsen en op de baan. Het viel ons op dat de schaatsers die fysiek het sterkst zijn, niet perse het snelst zijn. Van groot belang lijkt de locatie op de schaats waar de sporters de meeste kracht op zetten. Bij de snelste schaatsers lag dat punt iets verder naar achteren. Zo hebben we wel meer verschillen gevonden. Maar we kunnen ze nog niet duiden. En we kunnen de shorttrack schaatsers dus ook nog niets aanleren.”


Die meetschaats voor de shorttrack, verschilt die veel van de klapschaats?


“De elektronica en de sensoren zijn hetzelfde, dus die konden we kopiëren. De schoen va de shorttrackschaats zit in tegenstelling tot de klapschaats via twee verbindingen aan de ijzers vast. Cups heten die verbindingsstukken. Die moesten opnieuw ontworpen worden zodat daarin de sensoren en elektronica gestopt konden worden. Samen met studenten van de Haagse Hogeschool hebben we het ontwerp gemaakt. Schaatser Sjinkie Knegt heeft vervolgens de cups gefabriceerd. Behalve schaatser is hij metaalbewerker. Zo konden we het bolwerken. We hadden nauwelijks budget voor dit onderzoek.”


  • Symposium: technologie in wintersporten

    Donderdag 8 februari, de dag van de promotie, verzorgt het TU Delft Sports Engineering Institute een openbaar symposium over onderzoek op het gebied van wintersport & technologie. 

Redacteur Tomas van Dijk

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

tomas.vandijk@tudelft.nl

Comments are closed.