Onderwijs

Slechthorend? Neem een bril!

Na twintig jaar ontwikkeling is hij er eindelijk, de hoorbril. Met deze bril kan de drager niet alleen beter zien, maar ook beter horen, beter zelfs dan met een conventioneel hoorapparaat. Toch had het nog weinig gescheeld of de vinding was jaren geleden in vergetelheid geraakt.

“Ik stond laatst in de tuin, toen het hard begon te waaien. En ik hoorde de wind, iets wat ik al tijden niet gehoord had. Geweldig.” Mevrouw Steenhoek is zeer tevreden over het geluid dat ze hoort met de hoorbril.

Ze zit in de huiskamer, met een rode trui en bijpassende rode bril. Aan de bril is eigenlijk niets opmerkelijks te zien. Bij haar man zijn, omdat hij korter haar heeft, twee plastic oorstukjes te zien, maar ze vallen nauwelijks op. “Ik heb pas sinds een half jaar een hoorapparaat”, vertelt hij. “Mijn vrouw had al zo’n ding en zette de televisie steeds zachter. Ik hoorde het dan niet en zette hem weer harder. Ons ’tv-conflict’ was voor mij de aanleiding om ook een hoorapparaat aan te schaffen. Als ik toen had geweten dat die hoorbril eraan kwam, had ik nog wel even gewacht.” De amateur-bigbandmuzikant prijst vooral de helderheid van het geluid via de hoorbril. “Het geluid van mijn oude apparaat is zoveel doffer. Nu kan ik meer van muziek genieten.”

Hoewel de hoorbril pas sinds deze week verkocht wordt, hebben meneer en mevrouw Steenhoek (beiden in de zeventig) hem als testpersoon al vier weken gebruikt. Meneer Steenhoek werkte vroeger bij TNO, “ook met geluid, maar op een ander gebied.” Bij een afscheidsetentje van een vroegere collega zaten hij en zijn vrouw aan tafel bij dr.ir. Rinus Boone. “Al snel kwam de bril die Rinus op had ter sprake, een testmodel van de hoorbril waaraan hij al twintig jaar werkte. Hij zocht nog testpersonen en wij – tja, hadden daar wel oren naar.”
Sociaal probleem

De hoorbril is het sluitstuk van liefst twintig jaar onderzoek. Toen professoren Guus Berkhout en Frans Bilsen hoorden over het beperkte nut van hoorapparaten, met name in rumoerige omgevingen, vonden zij het een interessant onderwerp voor hun vakgroep akoestiek, van technische natuurkunde. De onderzoekers dienden een subsidieaanvraag in bij de Stichting voor de Technische Wetenschappen (STW), een stichting die toepassingsgericht wetenschappelijk onderzoek financiert. Ze betrokken Boone bij het onderzoek. In 1986 ging de eerste promovendus aan de slag om een technische oplossing te vinden voor een sociaal probleem.

“Op feestjes of andere plaatsen waar veel achtergrondgeluid is, staat een slechthorende al gauw wat stilletjes in een hoekje. Omdat een hoorapparaat alle geluiden versterkt, ook degene die je niet wilt horen, is het moeilijk je gesprekspartner te verstaan. Uitzetten is soms de enige optie om niet gek te worden van de herrie”, legt Boone uit.

Mensen hebben van nature het vermogen selectief te luisteren; de hersenen werken zo dat iemand versterkt hoort waar hij zich op concentreert. Dit vermogen om het gehoor te ‘richten’ wordt minder met de jaren. Boone: “Als je zelf niet meer selectief kunt horen, zou je hoorapparaat dat over moeten nemen. Een conventioneel hoorapparaat versterkt alle signalen die het apparaat opvangt uit alle richtingen evenveel, wat selectief luisteren onmogelijk maakt. De hoorbril is richtinggevoelig, wat betekent dat hij de geluiden die van voren komen, dus waar je naar kijkt, meer versterkt dan de geluiden van opzij en van achteren.” Die richtingsgevoeligheid wordt in decibel (dB) uitgedrukt en was met de hoorapparaten van dat moment maximaal twee dB.

Aan promovendus ir. Wim Soede de taak om een richtingsgevoeligheid van minimaal zes dB te bereiken. “En het apparaat moest natuurlijk elegant en betaalbaar zijn. Een grote uitdaging”, aldus Boone.

Om geluid van voren meer te versterken dan geluid uit andere richtingen, moet het apparaat weten waar het geluid vandaan komt. Geluid beweegt zich voort in golven met een bepaalde snelheid. Als je op één plek het geluid meet, weet je niet waar het vandaan komt. Dat weet je wel als je op verschillende plekken in het geluidsveld gaat meten en zo weet hoe het geluid zich beweegt. “Voor een richtingsgevoelig hoorapparaat zijn dus meerdere microfoons nodig”, licht Boone toe. “We wisten al snel dat we deze en de benodigde elektronica in een bril kwijt zouden kunnen. Het mooie is dat een bril een geaccepteerd ding is en de doelgroep, die grotendeels uit zestigplussers bestaat, er vaak al een draagt.”

Soede slaagde met vlag en wimpel voor de eerste eis aan zijn product: hij wist een richtingsgevoeligheid van acht dB te bereiken. Maar de elegantie en betaalbaarheid lieten te wensen over, herinnert Boone zich. “Hij had vijf microfoontjes gebruikt die van zichzelf al richtingsgevoelig zijn. Deze zijn relatief groot en duur. Technisch een goede oplossing, maar we waren er nog niet.”
Behoefte

Philips zou de hoorbril verder ontwikkelen en op de markt brengen, maar toen dat niet doorging, kwam het proces stil te liggen. Toch bleven mensen vragen wanneer die hoorbril nu eindelijk in de winkel kwam. Boone en Berkhout realiseerden zich hoe groot de maatschappelijke behoefte was en vroegen na een aantal jaren een nieuwe subsidie aan. In 1995, vijf jaar na de promotie van Soede, startte ir. Ivo Merks als promovendus het onderzoek opnieuw. Boone: “Achteraf is het niet erg dat het project stil heeft gelegen, want de technologische ontwikkeling ging ondertussen gewoon verder. Zo ook de ontwikkeling van de digitale techniek. Het toepassen van digitale signaalverwerking gaf veel meer ontwerpvrijheid en betekende een doorbraak in de ontwikkeling van de hoorbril.”

Het lukte Merks met vier niet-richtingsgevoelige microfoons een bril te ontwikkelen met een richtingsgevoeligheid van negen dB. Testpersonen van het prototype, een bril met een draagbare kast met elektronica, vonden het een grote verbetering ten opzichte van hun ‘gewone’ hoorapparaat. Een mevrouw raakte diep ontroerd toen ze muziek hoorde en kreeg meteen spijt dat ze net al haar cd’s aan de kinderen had gegeven.

Toen Merks in 2000 promoveerde, dachten de onderzoekers dat de hoorbril snel te koop zou zijn. Maar ook deze keer bleef het stil bij de mogelijke producenten. “Bedrijven zagen op tegen het combineren van twee werelden, die van opticiens en audiciens”, vermoedt Marc Sipkema. De directeur en oprichter van Varibel, die de hoorbril deze week op de markt brengt, waagde wel de sprong. Via zijn toenmalige baan bij een fabrikant van brillenglazen, kwam hij in contact met de onderzoekers van de TU Delft. “Toen ik het prototype voor het eerst op had, was ik meteen enthousiast. Ik heb toen besloten het op de markt te brengen, hoe dan ook.”

Het zou nog zes jaar duren tot de lancering van de hoorbril. Sipkema moest veel scepsis overwinnen, onder andere om financiers te krijgen. Net in een tijd dat de economie niet meezat. Daarna pas begon de verdere ontwikkeling van de hoorbril tot een verkoopbaar product. “Toen werd het echt leuk. In totaal hebben 35 ontwikkelaars aan de hoorbril gewerkt. Nu zijn er zowel voor heren als dames vijf modellen van de hoorbril, leverbaar in vijf kleuren”, aldus Sipkema. “En binnenkort komen nog meer modellen.”
Leenpootjes

De hoorbril lijkt op het eerste gezicht een gewone bril, maar er zit nogal wat elektronica in. Vier microfoontjes in iedere brillenpoot, bijvoorbeeld. Het geluid dat daar wordt opgevangen, wordt verwerkt en via het oorstukje naar het oor gestuurd. De oorstukjes zijn met magneetjes vlak voor het oor aan de bril bevestigd en zijn gemakkelijk los en vast te klikken. Achter in de brillenpoten zitten oplaadbare batterijen die ’s nachts worden opgeladen en dan een hele dag mee gaan. Met het minuscule knopje vooraan de brillenpoot kan de bril op verschillende standen gezet worden. “Omdat richtinggevoeligheid niet in alle gevallen prettig is, is er ook een stand waarmee men rondom kan horen”, zegt Boone, die ook bij de laatste fase van de ontwikkeling nog nauw betrokken was. “Omdat het knopje vooraan zit, lijkt het net of je je bril even goed zet.”

Nu het product er is, wil Sipkema zo snel mogelijk de markt op om ongeduldige potentiële klanten te bedienen. Maar deze strategie maakt ook dat de ontwikkeling nog na de verkoop verder gaat. “Tot nu toe hebben 120 mensen de hoorbril getest. Omdat nu veel meer mensen de hoorbril gaan dragen, kunnen er nog wat punten voor verbetering omhoog komen. Dat houden we in de gaten door klanten langere tijd te begeleiden.”

Nu al zijn er wat punten die opgelost moeten worden. Zo is men bij reparatie van het hoorapparaat ook meteen de bril kwijt. De fabrikant verwacht dit op te lossen door tijdelijk ‘leenpootjes’ zonder microfoons aan de bril te zetten. Verder kan men moeilijk even van bril wisselen. Met multifocale glazen is dat niet vaak nodig, maar meneer Steenhoek heeft bij het lezen van muziek een andere bril nodig. “Anders moet ik gokken wat er staat. Ik wissel niet graag van bril, omdat ik dan meteen mijn oude hoorapparaat in moet. De fabrikant bekijkt nu hoe een eventueel voorzetglas bevestigd kan worden.”

Een van de eisen aan de hoorbril was, dat hij betaalbaar zou zijn. De richtprijs van 3300 euro is hoog voor iemand die moet rondkomen van een aow, maar, zo verzekert de fabrikant, ‘hij is goedkoper dan de optelsom van twee hoogwaardige digitale hoortoestellen en een goede multifocale bril’. En het is een elegante bril, vindt Sipkema. “Tijdens de perspresentatie komt er een modeshow. Kun je het je voorstellen, een apparaat dat men zo lange tijd heeft willen verbergen nu als ster in een modeshow?”

Meneer en mevrouw Steenhoek vechten dankzij de hoorbril niet langer om de tv én genieten vanouds van een koffiepraatje in hun stamcafé.

“Ik stond laatst in de tuin, toen het hard begon te waaien. En ik hoorde de wind, iets wat ik al tijden niet gehoord had. Geweldig.” Mevrouw Steenhoek is zeer tevreden over het geluid dat ze hoort met de hoorbril.

Ze zit in de huiskamer, met een rode trui en bijpassende rode bril. Aan de bril is eigenlijk niets opmerkelijks te zien. Bij haar man zijn, omdat hij korter haar heeft, twee plastic oorstukjes te zien, maar ze vallen nauwelijks op. “Ik heb pas sinds een half jaar een hoorapparaat”, vertelt hij. “Mijn vrouw had al zo’n ding en zette de televisie steeds zachter. Ik hoorde het dan niet en zette hem weer harder. Ons ’tv-conflict’ was voor mij de aanleiding om ook een hoorapparaat aan te schaffen. Als ik toen had geweten dat die hoorbril eraan kwam, had ik nog wel even gewacht.” De amateur-bigbandmuzikant prijst vooral de helderheid van het geluid via de hoorbril. “Het geluid van mijn oude apparaat is zoveel doffer. Nu kan ik meer van muziek genieten.”

Hoewel de hoorbril pas sinds deze week verkocht wordt, hebben meneer en mevrouw Steenhoek (beiden in de zeventig) hem als testpersoon al vier weken gebruikt. Meneer Steenhoek werkte vroeger bij TNO, “ook met geluid, maar op een ander gebied.” Bij een afscheidsetentje van een vroegere collega zaten hij en zijn vrouw aan tafel bij dr.ir. Rinus Boone. “Al snel kwam de bril die Rinus op had ter sprake, een testmodel van de hoorbril waaraan hij al twintig jaar werkte. Hij zocht nog testpersonen en wij – tja, hadden daar wel oren naar.”
Sociaal probleem

De hoorbril is het sluitstuk van liefst twintig jaar onderzoek. Toen professoren Guus Berkhout en Frans Bilsen hoorden over het beperkte nut van hoorapparaten, met name in rumoerige omgevingen, vonden zij het een interessant onderwerp voor hun vakgroep akoestiek, van technische natuurkunde. De onderzoekers dienden een subsidieaanvraag in bij de Stichting voor de Technische Wetenschappen (STW), een stichting die toepassingsgericht wetenschappelijk onderzoek financiert. Ze betrokken Boone bij het onderzoek. In 1986 ging de eerste promovendus aan de slag om een technische oplossing te vinden voor een sociaal probleem.

“Op feestjes of andere plaatsen waar veel achtergrondgeluid is, staat een slechthorende al gauw wat stilletjes in een hoekje. Omdat een hoorapparaat alle geluiden versterkt, ook degene die je niet wilt horen, is het moeilijk je gesprekspartner te verstaan. Uitzetten is soms de enige optie om niet gek te worden van de herrie”, legt Boone uit.

Mensen hebben van nature het vermogen selectief te luisteren; de hersenen werken zo dat iemand versterkt hoort waar hij zich op concentreert. Dit vermogen om het gehoor te ‘richten’ wordt minder met de jaren. Boone: “Als je zelf niet meer selectief kunt horen, zou je hoorapparaat dat over moeten nemen. Een conventioneel hoorapparaat versterkt alle signalen die het apparaat opvangt uit alle richtingen evenveel, wat selectief luisteren onmogelijk maakt. De hoorbril is richtinggevoelig, wat betekent dat hij de geluiden die van voren komen, dus waar je naar kijkt, meer versterkt dan de geluiden van opzij en van achteren.” Die richtingsgevoeligheid wordt in decibel (dB) uitgedrukt en was met de hoorapparaten van dat moment maximaal twee dB.

Aan promovendus ir. Wim Soede de taak om een richtingsgevoeligheid van minimaal zes dB te bereiken. “En het apparaat moest natuurlijk elegant en betaalbaar zijn. Een grote uitdaging”, aldus Boone.

Om geluid van voren meer te versterken dan geluid uit andere richtingen, moet het apparaat weten waar het geluid vandaan komt. Geluid beweegt zich voort in golven met een bepaalde snelheid. Als je op één plek het geluid meet, weet je niet waar het vandaan komt. Dat weet je wel als je op verschillende plekken in het geluidsveld gaat meten en zo weet hoe het geluid zich beweegt. “Voor een richtingsgevoelig hoorapparaat zijn dus meerdere microfoons nodig”, licht Boone toe. “We wisten al snel dat we deze en de benodigde elektronica in een bril kwijt zouden kunnen. Het mooie is dat een bril een geaccepteerd ding is en de doelgroep, die grotendeels uit zestigplussers bestaat, er vaak al een draagt.”

Soede slaagde met vlag en wimpel voor de eerste eis aan zijn product: hij wist een richtingsgevoeligheid van acht dB te bereiken. Maar de elegantie en betaalbaarheid lieten te wensen over, herinnert Boone zich. “Hij had vijf microfoontjes gebruikt die van zichzelf al richtingsgevoelig zijn. Deze zijn relatief groot en duur. Technisch een goede oplossing, maar we waren er nog niet.”
Behoefte

Philips zou de hoorbril verder ontwikkelen en op de markt brengen, maar toen dat niet doorging, kwam het proces stil te liggen. Toch bleven mensen vragen wanneer die hoorbril nu eindelijk in de winkel kwam. Boone en Berkhout realiseerden zich hoe groot de maatschappelijke behoefte was en vroegen na een aantal jaren een nieuwe subsidie aan. In 1995, vijf jaar na de promotie van Soede, startte ir. Ivo Merks als promovendus het onderzoek opnieuw. Boone: “Achteraf is het niet erg dat het project stil heeft gelegen, want de technologische ontwikkeling ging ondertussen gewoon verder. Zo ook de ontwikkeling van de digitale techniek. Het toepassen van digitale signaalverwerking gaf veel meer ontwerpvrijheid en betekende een doorbraak in de ontwikkeling van de hoorbril.”

Het lukte Merks met vier niet-richtingsgevoelige microfoons een bril te ontwikkelen met een richtingsgevoeligheid van negen dB. Testpersonen van het prototype, een bril met een draagbare kast met elektronica, vonden het een grote verbetering ten opzichte van hun ‘gewone’ hoorapparaat. Een mevrouw raakte diep ontroerd toen ze muziek hoorde en kreeg meteen spijt dat ze net al haar cd’s aan de kinderen had gegeven.

Toen Merks in 2000 promoveerde, dachten de onderzoekers dat de hoorbril snel te koop zou zijn. Maar ook deze keer bleef het stil bij de mogelijke producenten. “Bedrijven zagen op tegen het combineren van twee werelden, die van opticiens en audiciens”, vermoedt Marc Sipkema. De directeur en oprichter van Varibel, die de hoorbril deze week op de markt brengt, waagde wel de sprong. Via zijn toenmalige baan bij een fabrikant van brillenglazen, kwam hij in contact met de onderzoekers van de TU Delft. “Toen ik het prototype voor het eerst op had, was ik meteen enthousiast. Ik heb toen besloten het op de markt te brengen, hoe dan ook.”

Het zou nog zes jaar duren tot de lancering van de hoorbril. Sipkema moest veel scepsis overwinnen, onder andere om financiers te krijgen. Net in een tijd dat de economie niet meezat. Daarna pas begon de verdere ontwikkeling van de hoorbril tot een verkoopbaar product. “Toen werd het echt leuk. In totaal hebben 35 ontwikkelaars aan de hoorbril gewerkt. Nu zijn er zowel voor heren als dames vijf modellen van de hoorbril, leverbaar in vijf kleuren”, aldus Sipkema. “En binnenkort komen nog meer modellen.”
Leenpootjes

De hoorbril lijkt op het eerste gezicht een gewone bril, maar er zit nogal wat elektronica in. Vier microfoontjes in iedere brillenpoot, bijvoorbeeld. Het geluid dat daar wordt opgevangen, wordt verwerkt en via het oorstukje naar het oor gestuurd. De oorstukjes zijn met magneetjes vlak voor het oor aan de bril bevestigd en zijn gemakkelijk los en vast te klikken. Achter in de brillenpoten zitten oplaadbare batterijen die ’s nachts worden opgeladen en dan een hele dag mee gaan. Met het minuscule knopje vooraan de brillenpoot kan de bril op verschillende standen gezet worden. “Omdat richtinggevoeligheid niet in alle gevallen prettig is, is er ook een stand waarmee men rondom kan horen”, zegt Boone, die ook bij de laatste fase van de ontwikkeling nog nauw betrokken was. “Omdat het knopje vooraan zit, lijkt het net of je je bril even goed zet.”

Nu het product er is, wil Sipkema zo snel mogelijk de markt op om ongeduldige potentiële klanten te bedienen. Maar deze strategie maakt ook dat de ontwikkeling nog na de verkoop verder gaat. “Tot nu toe hebben 120 mensen de hoorbril getest. Omdat nu veel meer mensen de hoorbril gaan dragen, kunnen er nog wat punten voor verbetering omhoog komen. Dat houden we in de gaten door klanten langere tijd te begeleiden.”

Nu al zijn er wat punten die opgelost moeten worden. Zo is men bij reparatie van het hoorapparaat ook meteen de bril kwijt. De fabrikant verwacht dit op te lossen door tijdelijk ‘leenpootjes’ zonder microfoons aan de bril te zetten. Verder kan men moeilijk even van bril wisselen. Met multifocale glazen is dat niet vaak nodig, maar meneer Steenhoek heeft bij het lezen van muziek een andere bril nodig. “Anders moet ik gokken wat er staat. Ik wissel niet graag van bril, omdat ik dan meteen mijn oude hoorapparaat in moet. De fabrikant bekijkt nu hoe een eventueel voorzetglas bevestigd kan worden.”

Een van de eisen aan de hoorbril was, dat hij betaalbaar zou zijn. De richtprijs van 3300 euro is hoog voor iemand die moet rondkomen van een aow, maar, zo verzekert de fabrikant, ‘hij is goedkoper dan de optelsom van twee hoogwaardige digitale hoortoestellen en een goede multifocale bril’. En het is een elegante bril, vindt Sipkema. “Tijdens de perspresentatie komt er een modeshow. Kun je het je voorstellen, een apparaat dat men zo lange tijd heeft willen verbergen nu als ster in een modeshow?”

Meneer en mevrouw Steenhoek vechten dankzij de hoorbril niet langer om de tv én genieten vanouds van een koffiepraatje in hun stamcafé.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.