Opinion

Misdaadonderzoek dat leest als een crimi

,,Een vermoorde man in een van binnen afgesloten kamer. Een klassiek thema in honderd jaar pulpliteratuur. Hoe slaagde de moordenaar erin de kamer te verlaten na het aanrichten van het gruwelijke bloedbad? Draaide hij wellicht met zijn paranormale kracht de sleutel om die aan de binnenkant in het slot stak? Transformeerde hij zich tot ecoplasma en schoof hij zo door de brievenbus? Ja, Johan, als je deze zaak elegant oplost, zal je voortleven in de annalen van de forensische wetenschap.’

Niet elk beroep waar technisch voor staat is suf. De avonturen van de technische recherche in het plaatsje Doornburg zijn allerminst saai. Het boek ‘Bloed, zweet en kogels’ van Hans Post biedt kijkje achter de schermen van misdaadonderzoekers. Na het lezen ben je volledig op de hoogte van de kunstgrepen die de politie uithaalt om een bewijstlast wetenschappelijk basis te geven.

Het boek bestaat uit acht misdaadverhalen. De verhalen lezen weg als crimi’s. Tussen neus en lippen door legt de auteur zonder al te veel ingewikkeld taalgebruik enkele opsporingstechnieken uit. Soms wel wat geforceerd, maar niet zo storend en uitvoerig dat de verhalen daardoor niet meer spannend zijn. Voor de echte liefhebbers heeft Post achterin het boek een overzicht gemaakt van de meest gebruikte technieken met preciezere uitleg.

Sommige opsporingsverhalen zijn voor een deel gebaseerd op werkelijkheid. De gebruikte wetenschappelijke en technische onderzoeksmethoden zijn zelfs heel reëel. Maar de personen die ten tonele verschijnen zijn puur fantasie. En waar Doornburg ligt?

Alle verhalen draaien om het technisch rechercheteam Doornburg. Met name is daar een stereotype rol weggelegd voor de bijdehante rechercheur Knop, de jongste van het stel. Zo nu en dan krijgt de lezer een vleugje woutenhumor voor zijn kiezen.

Zo beschrijft Post een scène waarbij het team bij een lijk in een bos staat. Nadat ze constateren dat duidelijk sprake is van een misdrijf merkt een van de jongere agenten op: ,,Op zijn minst een overtreding van de Wet op de lijkbezorging.” Als beloning voor zijn snedige opmerking wordt hij direct bij de ploeg ingedeeld die de opdracht krijgt ‘s nachts de vindplaats te bewaken.
Vingerafdrukkunde

Alle misdrijven uit het boek worden opgelost in het laboratorium. Het onderzoek geeft niet altijd honderd procent zekerheid, maar de resultaten zijn wel zo betrouwbaar dat ze bruikbaar zijn om de dader onder druk te zetten om te bekennen.

Nadat de auteur er hevig op los gefantaseerd heeft, gaat hijin het laatste hoofdstuk wat serieuzer te werk. Hij beschrijft de geschiedenis van de wetenschap in recherchewerk. Met name het medisch onderzoek kent een lange geschiedenis. Karel de vijfde laat al wettelijk vastleggen dat bij moord en andere zware misdrijven een gerechtelijk geneeskundig onderzoek uitgevoerd moet worden ter voorlichting van de rechter.

In de tweede helft van de vorige eeuw komen de forensische opsporingsmethoden, samen met de opmars van de natuurwetenschappen, in een stroomversnelling. Dactiloscopie, ‘vingerafdrukkunde’, bijvoorbeeld stamt als forensisch identificatiemiddel uit het begin van de twintigste eeuw.

Al sinds koning Hamoerabi van Babylonië (1800 voor Christus) gebruikten schrijvers van documenten hun vingerafdruk bij wijze van handtekening. Pas aan het einde van de negentiende eeuw concluderen diverse onderzoekers dat vingerafdrukken zeer geschikt zijn voor identificatie van personen, waarna men begint met het aanleggen van een opbergsysteem. Inmiddels heeft men daarvoor een computerbestand.

Het heeft lang geduurd voordat in Nederland een gerechtelijk laboratorium kwam. Volgens Post is dat te wijten aan de oerhollandse drang naar perfectionisme en brede overeenstemming. Vandaar dat forensisch onderzoek lange tijd door particulieren is uitgevoerd, onder wie de Amsterdamse apotheker C.J. van Ledden Hulsebosch.

Kort na de Tweede Wereldoorlog wordt de basis gelegd voor wat nu de Gerechtelijke Laboratoria (GL) in Rijswijk heet. De schade van de trage start is inmiddels ingehaald; in 1994 krijgt het lab als eerste op het Europese vasteland het kwalificatiecertificaat ‘Sterlab’. Dit jaar viert het GL zijn vijftigjarig bestaan.

Een lekker boek voor het slapen gaan. Met de deur op slot.

Hans Post, Bloed, zweet en kogels, de wetenschap als rechercheur; uitgeverij Aramith, 160 pagina’s, ISBN 90 6834 170 7, fl 29,90

Joyce Ouwerkerk

,,Een vermoorde man in een van binnen afgesloten kamer. Een klassiek thema in honderd jaar pulpliteratuur. Hoe slaagde de moordenaar erin de kamer te verlaten na het aanrichten van het gruwelijke bloedbad? Draaide hij wellicht met zijn paranormale kracht de sleutel om die aan de binnenkant in het slot stak? Transformeerde hij zich tot ecoplasma en schoof hij zo door de brievenbus? Ja, Johan, als je deze zaak elegant oplost, zal je voortleven in de annalen van de forensische wetenschap.”

Niet elk beroep waar technisch voor staat is suf. De avonturen van de technische recherche in het plaatsje Doornburg zijn allerminst saai. Het boek ‘Bloed, zweet en kogels’ van Hans Post biedt kijkje achter de schermen van misdaadonderzoekers. Na het lezen ben je volledig op de hoogte van de kunstgrepen die de politie uithaalt om een bewijstlast wetenschappelijk basis te geven.

Het boek bestaat uit acht misdaadverhalen. De verhalen lezen weg als crimi’s. Tussen neus en lippen door legt de auteur zonder al te veel ingewikkeld taalgebruik enkele opsporingstechnieken uit. Soms wel wat geforceerd, maar niet zo storend en uitvoerig dat de verhalen daardoor niet meer spannend zijn. Voor de echte liefhebbers heeft Post achterin het boek een overzicht gemaakt van de meest gebruikte technieken met preciezere uitleg.

Sommige opsporingsverhalen zijn voor een deel gebaseerd op werkelijkheid. De gebruikte wetenschappelijke en technische onderzoeksmethoden zijn zelfs heel reëel. Maar de personen die ten tonele verschijnen zijn puur fantasie. En waar Doornburg ligt?

Alle verhalen draaien om het technisch rechercheteam Doornburg. Met name is daar een stereotype rol weggelegd voor de bijdehante rechercheur Knop, de jongste van het stel. Zo nu en dan krijgt de lezer een vleugje woutenhumor voor zijn kiezen.

Zo beschrijft Post een scène waarbij het team bij een lijk in een bos staat. Nadat ze constateren dat duidelijk sprake is van een misdrijf merkt een van de jongere agenten op: ,,Op zijn minst een overtreding van de Wet op de lijkbezorging.” Als beloning voor zijn snedige opmerking wordt hij direct bij de ploeg ingedeeld die de opdracht krijgt ‘s nachts de vindplaats te bewaken.
Vingerafdrukkunde

Alle misdrijven uit het boek worden opgelost in het laboratorium. Het onderzoek geeft niet altijd honderd procent zekerheid, maar de resultaten zijn wel zo betrouwbaar dat ze bruikbaar zijn om de dader onder druk te zetten om te bekennen.

Nadat de auteur er hevig op los gefantaseerd heeft, gaat hijin het laatste hoofdstuk wat serieuzer te werk. Hij beschrijft de geschiedenis van de wetenschap in recherchewerk. Met name het medisch onderzoek kent een lange geschiedenis. Karel de vijfde laat al wettelijk vastleggen dat bij moord en andere zware misdrijven een gerechtelijk geneeskundig onderzoek uitgevoerd moet worden ter voorlichting van de rechter.

In de tweede helft van de vorige eeuw komen de forensische opsporingsmethoden, samen met de opmars van de natuurwetenschappen, in een stroomversnelling. Dactiloscopie, ‘vingerafdrukkunde’, bijvoorbeeld stamt als forensisch identificatiemiddel uit het begin van de twintigste eeuw.

Al sinds koning Hamoerabi van Babylonië (1800 voor Christus) gebruikten schrijvers van documenten hun vingerafdruk bij wijze van handtekening. Pas aan het einde van de negentiende eeuw concluderen diverse onderzoekers dat vingerafdrukken zeer geschikt zijn voor identificatie van personen, waarna men begint met het aanleggen van een opbergsysteem. Inmiddels heeft men daarvoor een computerbestand.

Het heeft lang geduurd voordat in Nederland een gerechtelijk laboratorium kwam. Volgens Post is dat te wijten aan de oerhollandse drang naar perfectionisme en brede overeenstemming. Vandaar dat forensisch onderzoek lange tijd door particulieren is uitgevoerd, onder wie de Amsterdamse apotheker C.J. van Ledden Hulsebosch.

Kort na de Tweede Wereldoorlog wordt de basis gelegd voor wat nu de Gerechtelijke Laboratoria (GL) in Rijswijk heet. De schade van de trage start is inmiddels ingehaald; in 1994 krijgt het lab als eerste op het Europese vasteland het kwalificatiecertificaat ‘Sterlab’. Dit jaar viert het GL zijn vijftigjarig bestaan.

Een lekker boek voor het slapen gaan. Met de deur op slot.

Hans Post, Bloed, zweet en kogels, de wetenschap als rechercheur; uitgeverij Aramith, 160 pagina’s, ISBN 90 6834 170 7, fl 29,90

Joyce Ouwerkerk

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.