Opinion

Woorden

Een goede collega, met een natuurwetenschappelijke achtergrond, verwijt mij, met een sociaalwetenschappelijke achtergrond, regelmatig dat sociaal-wetenschappers te weinig overeenstemming hebben over bepaalde begrippen of termen (ook hier is blijkbaar geen consensus of, eh, overeenstemming over..

.). Hierdoor ontstaat een Babylonische spraakverwarring die de vooruitgang van de sociale wetenschap geen goed doet.

Hij heeft een punt. Vrijwel ieder sociaalwetenschappelijk artikel begint met opmerkingen over wat de auteur verstaat onder een bepaalde term. Vaak gevolgd door een toelichting waarom er gekozen is voor deze term, waarin die verschilt van andere, bestaande termen en waarom die niet voldoen. Ook ik heb in mijn eigen proefschrift twintig procent van de pagina’s besteed aan het beschrijven van de verschillende termen, de historische achtergrond daarvan en waarom mijn termen beter zijn dan die van voorgangers. Voor de benaming van mijn eigen vakgebied (toekomstonderzoek) zijn zelfs meerdere termen in omloop (zoals foresight, future studies, futures studies, technology forecasting, technological forecasting, prognostics, strategic intelligence, technology assessment), om maar te zwijgen over de hoeveelheid discussie over de betekenis van bepaalde begrippen binnen het vakgebied.

Astronomen of natuurkundigen voeren overigens geen lange, verhitte discussies over de juiste aanduiding van hun vakgebied. En ook atomen en moleculen betekenen hetzelfde voor iedere natuurkundige waar ook ter wereld en voor aanhangers van welke natuurkundige theorie dan ook. Er zijn zelfs sociaalwetenschappelijk onderzoeksmethodieken, zoals grounded theory, die speciaal gericht zijn op het benoemen van de betekenis van bepaalde termen. En niet te vergeten zijn daar de postmodernen die zich helemaal niet gelegen laten aan een eventuele vaste betekenis van een term. Ik durf te beweren dat als alle sociaalwetenschappers hetzelfde begrippenapparaat zouden hanteren, ongeveer vijftig procent van het onderzoek niet hoeft te worden uitgevoerd. Of daarmee meer vooruitgang in deze wetenschappelijke tak van sport zou worden geboekt is niet direct gezegd. In ieder geval zou er meer tijd en geld beschikbaar komen om daar aan te werken. Nu is de sociaalwetenschappelijke werkelijkheid ook veranderlijker dan de natuurwetenschappelijke, maar eerst afspreken over wat we bedoelen met een bepaalde term is altijd beter dan dat men op eigen houtje het eigen sociaalwetenschappelijk woordenboek gaat samenstellen.

Het moet gezegd worden dat de andere kant van de medaille ook niet ideaal is. Begrippen die te veelomvattend zijn voorkomen het maken van zinvolle nuanceringen en zijn niet falsificeerbaar. Als altruïsme opgevat wordt als het bevredigen van de eigen gevoelens om anderen goed te doen en daarmee als een egoïstische daad, dan hebben we niets verklaard over de gedragsmotieven van mensen.

Dat bovenstaande geen irrelevante semantische discussie is en praktische consequenties heeft, werd recent duidelijk door minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin. Hij liet een fraai staaltje zien van hoe bepaalde begrippen ‘weggedefinieerd’ kunnen worden door voor te stellen het woord ‘allochtonen’ af te schaffen omdat het alleen maar tweespalt in de Nederlandse samenleving zou zaaien. Het niet benoemen van maatschappelijke kwesties door politici is een zeer kwalijke zaak en gezien de juridische achtergrond van de minister zou hij beter mogen weten. Dan kan hij net zo goed, bijvoorbeeld, het begrip ‘godslastering’ scharen onder ‘godsdienstkritiek’ of, gelijk zijn collega-minister Donner, ongelovigen beschouwen als gelovigen. De minister moet maar eens een woordje wisselen met een sociaalwetenschapper.

Patrick van der Duin is toekomstonderzoeker bij de sectie technology, strategy and entrepeneurship van de faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Een goede collega, met een natuurwetenschappelijke achtergrond, verwijt mij, met een sociaalwetenschappelijke achtergrond, regelmatig dat sociaal-wetenschappers te weinig overeenstemming hebben over bepaalde begrippen of termen (ook hier is blijkbaar geen consensus of, eh, overeenstemming over…). Hierdoor ontstaat een Babylonische spraakverwarring die de vooruitgang van de sociale wetenschap geen goed doet.

Hij heeft een punt. Vrijwel ieder sociaalwetenschappelijk artikel begint met opmerkingen over wat de auteur verstaat onder een bepaalde term. Vaak gevolgd door een toelichting waarom er gekozen is voor deze term, waarin die verschilt van andere, bestaande termen en waarom die niet voldoen. Ook ik heb in mijn eigen proefschrift twintig procent van de pagina’s besteed aan het beschrijven van de verschillende termen, de historische achtergrond daarvan en waarom mijn termen beter zijn dan die van voorgangers. Voor de benaming van mijn eigen vakgebied (toekomstonderzoek) zijn zelfs meerdere termen in omloop (zoals foresight, future studies, futures studies, technology forecasting, technological forecasting, prognostics, strategic intelligence, technology assessment), om maar te zwijgen over de hoeveelheid discussie over de betekenis van bepaalde begrippen binnen het vakgebied.

Astronomen of natuurkundigen voeren overigens geen lange, verhitte discussies over de juiste aanduiding van hun vakgebied. En ook atomen en moleculen betekenen hetzelfde voor iedere natuurkundige waar ook ter wereld en voor aanhangers van welke natuurkundige theorie dan ook. Er zijn zelfs sociaalwetenschappelijk onderzoeksmethodieken, zoals grounded theory, die speciaal gericht zijn op het benoemen van de betekenis van bepaalde termen. En niet te vergeten zijn daar de postmodernen die zich helemaal niet gelegen laten aan een eventuele vaste betekenis van een term. Ik durf te beweren dat als alle sociaalwetenschappers hetzelfde begrippenapparaat zouden hanteren, ongeveer vijftig procent van het onderzoek niet hoeft te worden uitgevoerd. Of daarmee meer vooruitgang in deze wetenschappelijke tak van sport zou worden geboekt is niet direct gezegd. In ieder geval zou er meer tijd en geld beschikbaar komen om daar aan te werken. Nu is de sociaalwetenschappelijke werkelijkheid ook veranderlijker dan de natuurwetenschappelijke, maar eerst afspreken over wat we bedoelen met een bepaalde term is altijd beter dan dat men op eigen houtje het eigen sociaalwetenschappelijk woordenboek gaat samenstellen.

Het moet gezegd worden dat de andere kant van de medaille ook niet ideaal is. Begrippen die te veelomvattend zijn voorkomen het maken van zinvolle nuanceringen en zijn niet falsificeerbaar. Als altruïsme opgevat wordt als het bevredigen van de eigen gevoelens om anderen goed te doen en daarmee als een egoïstische daad, dan hebben we niets verklaard over de gedragsmotieven van mensen.

Dat bovenstaande geen irrelevante semantische discussie is en praktische consequenties heeft, werd recent duidelijk door minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin. Hij liet een fraai staaltje zien van hoe bepaalde begrippen ‘weggedefinieerd’ kunnen worden door voor te stellen het woord ‘allochtonen’ af te schaffen omdat het alleen maar tweespalt in de Nederlandse samenleving zou zaaien. Het niet benoemen van maatschappelijke kwesties door politici is een zeer kwalijke zaak en gezien de juridische achtergrond van de minister zou hij beter mogen weten. Dan kan hij net zo goed, bijvoorbeeld, het begrip ‘godslastering’ scharen onder ‘godsdienstkritiek’ of, gelijk zijn collega-minister Donner, ongelovigen beschouwen als gelovigen. De minister moet maar eens een woordje wisselen met een sociaalwetenschapper.

Patrick van der Duin is toekomstonderzoeker bij de sectie technology, strategy and entrepeneurship van de faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.