Campus

‘We kunnen niet jaren aanklungelen’

De renovatie van Civiele Techniek en Geowetenschappen, al jaren op de rol, is weer uitgesteld, al spreekt de TU liever van ‘gefaseerd’. “Iedere keer nemen we de hink, maar niet de stap en de sprong”, zegt decaan Geerken.

Hij is er gelaten onder, ook omdat er voordelen zijn: er is meer tijd om na te denken over de herinrichting van de Stevin II-hal.

De renovaties van de faculteiten Civiele Techniek en Geowetenschappen (CiTG) en Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI) stonden op 4 juni 2015 op de agenda van het college van bestuur en de ondernemingsraad (or). De or wilde weten welke van de twee prioriteit heeft nu de TU een zware nadruk legt op de nieuwbouw van onderwijsgebouw Pulse. CiTG is al jaren bezig met voorbereidingen, maar EWI valt volgens sommigen bijna uit elkaar.

Hoeveel kan de TU tegelijk behappen? Bouwkunde wordt momenteel gerenoveerd, de nieuwbouw voor Technische Natuurwetenschappen is in de maak, net als plannen voor de renovatie van het oude onderkomen van die faculteit. Renovaties kosten vele tientallen miljoenen euro’s. Bovendien vragen ze managementaandacht van ondersteunende diensten als facilitair management en vastgoed (FMVG).

Een duidelijk antwoord kreeg de or niet, toen in juni. Dik een maand later kregen de medewerkers van CiTG een e-mail van decaan Bert Geerken, die wel enige duidelijkheid verschafte. De renovatie van zijn faculteit zou niet in één keer gebeuren, maar in fases. Eén van de redenen: EWI moet voor, omdat de exploitatiekosten van dat gebouw de pan uit rijzen.

Maar er zijn meer redenen. Zo kwam CiTG er pas kortgeleden achter dat haar onderwijszalen voor vijftig procent van de tijd gevuld zijn met studenten van andere faculteiten. De collegezalen op Civiel hebben in totaal ongeveer 2300 zitplaatsen, verdeeld over drie grote en twee kleinere amfizalen. Ze vormen tien procent van het TU-zalenbestand en zijn daarmee onmisbaar voor de roostermakers. Er moet eerst een alternatief zijn, voordat deze zalen gesloten kunnen worden. Voorlopig is dat er niet.

Kopgebouw
En dus blijft een renovatie bij CiTG voorlopig uit, althans deels. Voor het hoofdgebouw mag er nog geen datum zijn, het glazen kopgebouw en de Stevinhallen komen wel op de planning. FMVG bereidt momenteel een notitie voor, op basis waarvan het college van bestuur in november een voorgenomen besluit kan nemen. Dan volgt in het eerste kwartaal van 2016 de ontwerpfase van het kopgebouw. De hoop is dat de bouw voornamelijk in de zomer van 2017 kan plaatsvinden.

Waarom het kopgebouw, het uit 2007 daterende onderkomen van technische aardwetenschappen, niet kan wachten? Volgens projectmanager Ronald Daalman is het gebouw niet luchtdicht en dus klagen de bewoners over tocht. “De wind gaat er dwars doorheen”, bevestigt Talitha Groenewold, die vorig jaar als bestuurslid van de Mijnbouwkundige Vereeniging betrokken was bij het nadenken over de inrichting van de onderwijsruimtes.

Dat is niet vreemd: buitenlucht komt via een open systeem binnen. Daarna moet het worden opgewarmd, alleen lukt dat onvoldoende. Extra onhandig, omdat de EWI-hoogbouw juist ter hoogte van het kopgebouw voor veel wind zorgt. Verder is het kopgebouw ‘niet op de meest efficiënte manier ingedeeld’, vertelt faculteitssecretaris Stijn van Boxmeer. Er is veel loze ruimte. De kantoren moeten heringedeeld.

Eigen ingang
Als het kopgebouw klaar is, zijn de technisch verouderde Stevinhallen aan de beurt. Decaan Bert Geerken vindt dat de hallen ‘een andere statuur moeten krijgen’ als toch de kantoren, de labs en de gevel worden aangepakt. “Stevin II en III zijn geen achterafschuren of fabriekshallen. Ze moeten een eigen ingang krijgen met een aantrekkelijk buitengebied. Die plannen worden nu ontwikkeld.” Dat gaat, net als alle andere plannenmakerij, gepaard met veel overleg in allerlei commissies. Zodat de gebruikers gelukkig zijn, na de renovatie en terwijl ze tijdelijk elders zitten.

Natuurlijk heeft Geerken wel een eigen mening. Zo zou hij graag zien dat het microlab, dat nu op de zesde verdieping zit, intrekt bij het macrolab in Stevin II. De kans dat het microlab moet verhuizen is groot, womdat het huidige onderkomen op de zesde verdieping van het hoofdgebouw hoogstwaarschijnlijk verdwijnt. Het plan is om die hele verdieping van het gebouw af te halen, om vierkante meters en daarmee onderhouds- en stookkosten te sparen.

“Ik zoek meer integratie tussen het micro- en het macrolab”, aldus de decaan. “Ze vormen samen één afdeling, kruip dan dichter naar elkaar toe. Er is natuurlijk contact, alleen is dat vooral op het niveau van hoogleraren. Ik wil contact op alle niveaus. Maar samengaan in Stevin II moet wel kunnen. Het bonken en stampen op brugdelen verhoudt zich lastig tot micro-onderzoek. We zijn nog niet door de discussies daarover heen.”

Koffiedik kijken
Wanneer het hoofdgebouw vervolgens aan de beurt is, is koffiedik kijken. Ondanks dat er in 2008 al plannen waren voor renovatie. Geerken: “Ik had gehoopt dat ik vóór mijn pensioen in 2018 de deur weer open had kunnen doen. Dat gaat niet lukken. Iedere keer doen we de hink, maar niet de stap en de sprong. Natuurlijk, niet iedereen vindt dat leuk. Je denkt: nu gaat het gebeuren. En dan ligt het weer stil.”

Hoe erg is dat? Het hoofdgebouw is inefficiënt ingedeeld met al die dubbele gangen en onderwijszalen die alleen te bereiken zijn langs kantoren. Het gebouw is slecht geïsoleerd, waardoor de stookkosten hoog oplopen. Die kunnen na een renovatie verder teruglopen, doordat het hoofdgebouw net als de Stevinhallen overgaat op middenwarmte verwarming, aangesloten op de warmtekrachtcentrale van de TU. Dat moet dus wachten.

Verder hebben veel gangen een gesloten en weinig bruisend karakter. Van Boxmeer: “We willen een opener uitstraling. Iedereen is hier keihard aan het werk, alleen zie je er niks van.” Geerken vertelt hetzelfde: “We willen een levendiger setting, die meer interactie uitlokt.” Vandaar dat het restaurant van de zesde verdieping naar de begane grond moet, een plan dat al bestaat sinds minstens 2008.

Toch relativeert hij de ‘fasering’ van de renovatie vooral. “Het gebouw past niet bij deze tijd. Het heeft een ouderwetse uitstraling. Het is warm in de zomer en koud in de winter. Toch is dat allemaal even te overleven. We zijn immers vooral met ons vak bezig. Fasering is minder erg dan dat we vele jaren overal over de campus verspreid zitten. Eerst moet er een alternatief zijn voor de onderwijszalen. Als het daarom gaat, zijn wij voor de korte klap: in een zo kort mogelijke tijd de verbouwing van het hoofdgebouw doen. Om overlast te beperken.”

In de tussentijd kan veel achterstallig onderhoud, dat al jaren werd opgespaard voor die grote verbouwing, niet meer wachten. Het gebouw moet veilig blijven met zo min mogelijk investeringen. Deze zomer zijn op advies van de brandweer schrootjes weggehaald bij koffieautomaten en printers en vervangen door gipsplaten. Asbest wordt op verschillende plaatsen verwijderd. Ook het werk en de studie moeten onbelemmerd door kunnen. Daarom plaatst de faculteit wifi-spots bij waar nodig. Onderwijsruimtes worden gemoderniseerd als daar behoefte aan is. Geerken: “We kunnen niet jaren aanklungelen.”

Het gebouw
Ontwerper: Van den Broek & Bakema
Geopend in: 1975
Stijl: brutalisme
Status: de Stevinlabs zijn gemeentelijke monumenten,
het hoofdgebouw is cultuurhistorisch beschermd
Bruto vloeroppervlakte: 66 duizend vierkante meter, waarvan het hoofgebouw 36 duizend vierkante meter voor zijn rekening neemt. De rest zit in het kopgebouw en de drie Stevinhallen.
Gasverbruik totale gebouw: 3228 m3 gemiddeld per jaar
Warmte totaal: 7746 MwH gemiddeld per jaar
Elektriciteit totaal: 7.124.675 KwH gemiddeld per jaar
Water totaal: 18210 m3 gemiddeld per jaar

Dit artikel is onderdeel van een tweeluik. Op 12 oktober volgt deel 2: De renovatie van EWI.

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.