Opinion

Superieure complottheorie over 9/11

Een complottheorie kun je met een paar biertjes op eruit flappen, maar je kunt er ook werk van maken, zoals Coen Vermeeren in ‘9/11 is gewoon een complot’. Verplichte lectuur voor iedereen die wil weten hoe je zo’n redenering fatsoenlijk opzet.

Bouwers van complottheorieën hebben een grote voorsprong op hun (wetenschappelijke) concurrenten. Waar die laatsten geacht worden een sluitende redenering op basis van feiten op te zetten, hoeven de eersten slechts een los eindje te vinden om te beweren dat de complete conclusie niet deugt. Zelf hoeven ze niet zoveel te doen, want ja, daar hebben ze de middelen niet toe en bovendien zijn ze slachtoffer van machtige samenzweerders.

Het valt dus te prijzen dat Coen Vermeeren, directeur van Studium Generale van de TU Delft, niet over één nacht ijs gaat bij het ontvouwen van zijn samenzweringstheorie dat 9/11 niet door Al Qaeda gepleegd werd maar door (of in elk geval met medewerking van) elementen in de Amerikaanse overheid. In meer dan driehonderd pagina’s gaat hij systematisch alle rapporten en onderzoeken af om ze verdacht te maken.

Een mooi voorbeeld van Vermeerens redeneerwijze komt als hij het rapport bespreekt over de instorting van WTC 7, opgesteld door het National Institute of Standards and Technology (Nist). Dat was in opdracht van de overheid, dus sowieso onbetrouwbaar, maar complottheoretici zijn bij gebrek aan eigen financiën afhankelijk van officiële rapporten, die ze onklaar moeten maken. Dat gaat als volgt.

Vermeeren legt de gebruikelijke gang van zaken met peer review bij wetenschappelijke tijdschriften uit. Peer review bleef bij het Nist-rapport uit. Dus het rapport voldoet niet aan academische standaarden. Conclusie: er is nooit onafhankelijk onderzoek verricht naar de instorting van WTC 7. Onafhankelijk onderzoek zou alle denkbare hypothesen moeten onderzoeken. Dus ook dat het gebouw tjokvol explosieven zat die door derden zijn ontstoken. Dat deze hypothese in het Nist-rapport niet serieus wordt genomen, toont aan dat er bewust naar een bepaalde conclusie toe geredeneerd is – waarmee dat rapport onderdeel is geworden van het complot om de waarheid onder het tapijt te schuiven.

Twee pagina’s later hanteert Vermeeren een andere techniek om de Delftse hoogleraar constructies Jan Vambersky terzijde te schuiven: ‘Vambersky kende de constructeur van de Twin Towers, Leslie E Robertson, persoonlijk. Misschien was dat de reden dat hij zich op geen enkele wijze wilde associëren met de zomeropdracht [van 9/11 sceptici], met als excuus dat hij de opdracht suggestief vond en gebaseerd op complottheorieën?’ En voilà, Vambersky hoeven we ook niet meer serieus te nemen met zijn afwijzing van de explosieventheorie.

Ziedaar het arsenaal van de gedegen complottheoreticus: verdachtmakingen, karaktermoorden, appèls aan het gezond verstand (‘ieder kan zien dat … dus als de expert het niet ziet, zit hij in het complot’), halve waarheden (‘de WTC-torens waren ontworpen om te blijven staan’, iets wat door Robertson genuanceerd wordt, maar dat heeft het boek helaas niet gehaald), enzovoort. En dat met een dichtheid van zeker twee à drie keer per pagina.

Kortom, Coen Vermeeren heeft met ‘9/11 is gewoon een complot’ een superieur paranoïde boek afgeleverd. Jammer alleen dat hij het definitieve bewijs, de al eindeloos aangekondigde satellietbeelden in bezit van Vladimir Poetin, niet meer heeft kunnen meenemen.

Coen Vermeeren, ‘9/11 is gewoon een complot’, Obelisk Media Services, ISBN 978-90-825814-0-9

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.