Customize Consent Preferences

We use cookies to help you navigate efficiently and perform certain functions. You will find detailed information about all cookies under each consent category below.

The cookies that are categorized as "Necessary" are stored on your browser as they are essential for enabling the basic functionalities of the site. ... 

Always Active

Necessary cookies are required to enable the basic features of this site, such as providing secure log-in or adjusting your consent preferences. These cookies do not store any personally identifiable data.

No cookies to display.

Functional cookies help perform certain functionalities like sharing the content of the website on social media platforms, collecting feedback, and other third-party features.

No cookies to display.

Analytical cookies are used to understand how visitors interact with the website. These cookies help provide information on metrics such as the number of visitors, bounce rate, traffic source, etc.

No cookies to display.

Performance cookies are used to understand and analyze the key performance indexes of the website which helps in delivering a better user experience for the visitors.

No cookies to display.

Advertisement cookies are used to provide visitors with customized advertisements based on the pages you visited previously and to analyze the effectiveness of the ad campaigns.

No cookies to display.

Science

Spijkerbedje van licht

Licht dat zich door gaatjes wurmt die kleiner zijn dan de golflengte, krijgt bijzondere en onbegrepen eigenschappen. Bij Technische Natuurwetenschappen probeert men er microscopen scherper mee te laten zien.

”Als je een glasvezel uitrekt tot een minuscuul dun draadje van, zeg, vijftig nanometer doorsnee, kun je dat gebruiken als een minieme spotlight voor héél dicht bij het oppervlak. Denk aan tien nanometer.” Aan het woord is prof.dr. Ted Young van de groep quantative imaging bij Technische Natuurwetenschappen. Hij vertelt over een van de manieren waarop optici proberen lichtmicroscopen geschikt te maken voor waarnemingen in het nanometergebied. Vroeger ging men er van uit dat de golflengte van licht (typisch vijfhonderd nanometer) de ondergrens van de waarneming was, maar ondertussen zijn er optische microscopen ontwikkeld die met allerlei trucs een resolutie (scheidend vermogen) van twintig nanometer bereiken. Het lichtvlekje dat Ted Young beschrijft wordt in een near field scanning optical microscope gebruikt om zeer kleine oppervlakten mee te scannen. Dat geeft een extreem scherp beeld, maar je moet tientallen minuten wachten totdat het lichtpuntje het hele oppervlak heeft afgetast.

Tien jaar geleden stuitten de onderzoekers Henri Lezec (Frankrijk) en Thomas Ebbesen (Zweden) op een andere manier om heel fijne lichtpuntjes te maken. Ze ontdekten dat licht bijzondere eigenschappen krijgt wanneer het door een regelmatig patroon van metalen gaatjes treedt, kleiner dan de eigen golflengte. Ze noemden het ‘extraordinary transmission’. Het buitengewone licht heeft een veel grotere intensiteit dan verwacht en bovendien verspreidt het zich niet in alle richtingen – zoals Huygens zei – maar vormt het kleine, nauwe ‘spots’ van licht. Boven een gatenraster ontstaat zo een spijkerbedje van lichtpiekjes. Het verschijnsel is nog niet goed begrepen en op congressen over dit onderwerp gaat het er ‘levendig aan toe’. “Mensen vallen elkaar zowat aan over elkaars theorieën”, vertelt ir. Margreet Docter, die volgende week bij Young promoveert.
Docter begon vier jaar geleden aan een onderzoek naar de toepassing van het bijzondere licht voor de microscopie in de zogenaamde midfield-microscoop, die volgens Young mogelijk geschikt is voor de inspectie van microchips.

Docter gebruikte een raster van goudfolie waarin bij Dimes in twee richtingen gaatjes van 150 nanometer waren aangebracht op onderlinge afstand van zeshonderd nanometer. De bedoeling was om een alternatief te ontwikkelen voor de scannende optische microscoop, die met een enkel lichtpuntje werkt. Een patroon van 65 bij 65 of zelfs 100 bij 100 lichtpuntjes zou een oppervlakte veel sneller kunnen scannen. Onderzoek moest uitwijzen of het lichtpatroon daar geschikt voor zou zijn.
Margreet Docter deed berekeningen aan de lichtpatronen en ze mat ze in de werkelijkheid. Ze ontdekte dat de lichtkegeltjes ongeveer 150 nanometer breed zijn en tot ongeveer zes micrometer van het oppervlak reiken. Young: “In vergelijking met de nearfield-microscoop is dat minimaal honderd maal verder.

Dat leek veelbelovend, maar de eerste scans verliepen moeizaam. Tussen het dekglas van de microscoop en het gouden gaatjespatroon zit een dun filmpje water, en dat blijkt tijdens het scannen het gaatjespatroon mee te trekken. Margreet Docter: “Het probleem is dat er door de wrijving geen mooie scan gemaakt kan worden. Een scan langs lijnen in een vierkant ziet eruit als een hanenkam.” Daardoor heeft ze nog niet aan kunnen tonen dat de resolutie zo goed is als berekend.

Ted Young tilt daar niet zwaar aan. “Het is een engineering problem, geen fundamenteel wetenschappelijke kwestie”, vindt hij. Binnenkort begint onderzoek naar een andere manier om een spijkerbedje van licht te maken met een geëtst traliepatroon op glas. Young kan zich er nu al op verheugen, want vermoedelijk geeft het tralie meer licht in de microscoop. “We werken hier met een waargenomen verschijnsel waar nog geen sluitende verklaring voor bestaat. Dat maakt het interessant.”

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.