Science

Sms als aanvulling op luchtalarm

Eenderde van de mensen hoort de sirene niet die elke eerste maandag van de maand afgaat. Met een sms-bericht kan 84 procent van de bevolking worden gewaarschuwd. Regio Rijnmond voert de dienst begin 2005 in.

Uit resultaten van een test in Vlaardingen blijkt dat sms-berichten een goede aanvulling zijn op het luchtalarm. Tweedejaars promovendus drs. Simone Sillem van de sectie veiligheidskunde (TBM) deed het experiment en evalueerde de resultaten van het onderzoek, dat in opdracht van de Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond en het ministerie van binnenlandse zaken is gehouden.

Aan het experiment deden 726 mensen uit Vlaardingen mee. Zij kregen in de periode maart tot juni 2004 vier sms-berichten tegelijk tijdens de maandelijkse sirene. Zij moesten na het bericht ‘ALARM: dit is de maandelijkse alarmtest’ zo snel mogelijk ‘ja’ terug sturen. Van de deelnemers deed 74 procent dit.

Verder kregen de deelnemers twee keer onverwacht een sms-alarmbericht. Bij deze test kwamen de reacties iets langzamer op gang, maar desondanks reageerde zeventig procent. Uit het kleine verschil blijkt volgens Sillem dat sms een goede aanvulling is op het alarm. “Sms kan nooit de sirene vervangen, want niet iedereen heeft een mobiele telefoon of heeft deze altijd bij zich.”

Van de mensen die meededen met de sms-test had 28 procent de sirene niet gehoord. Sillem was over deze uitkomst verrast: “Die 28 procent mensen die we meer bereiken, is dus de winst van de sms-service.”

Deelnemers vonden dat de sirene niet voldoet als middel om te waarschuwen en vonden een aanvullende dienst noodzakelijk.

Binnen vijf minuten nadat de sms-berichten waren verstuurd hadden 350 mensen ‘ja’ terug gestuurd. Dat is volgens Sillem snel en belangrijk: “De sirene gaat ongeveer zeven minuten. Iedereen moet dan gewaarschuwd zijn, want als er een gevaarlijke stof in de lucht is, moeten mensen snel naar binnen.”
Betalen

Wat moet je doen als de sirene gaat? Naar binnen, ramen en deuren sluiten en de radio of televisie aanzetten. Uit Sillems onderzoek blijkt dat bijna tweederde van de deelnemers niet al deze drie aanwijzingen kan opnoemen. “Met een sms-bericht kun je mensen meedelen wat er aan de hand is, wat ze moeten doen en waar ze meer informatie kunnen vinden. Dat is een voordeel boven de sirene.”

Onder de deelnemers waren 37 doven. Zij waren erg blij met de test. “De overheid heeft de belofte gedaan dat er in 2003 een alarmsysteem voor hen werkzaam zou zijn. Dat is er nog steeds niet”, verklaart Sillem. Tegelijk hebben de meeste doven geen afspraken gemaakt met mensen die hen kunnen waarschuwen als de sirene gaat. Twintig procent van de doven bleek bereid om veertig eurocent voor een sms te betalen, tegenover acht procent van de rest van de bevolking.

Artsen, leraren en middenstanders vinden dat zij bij het uitoefenen van hun beroep niet zouden moeten betalen voor de sms-alarmdienst. “Mensen zijn daar blijkbaar heel principieel in”, aldus Sillem.

Van de overige deelnemers vindt de helft dat de overheid de dienst moet betalen. Een kwart wil de kosten best betalen als een bericht acht eurocent per keer kost. Sillem: “Ik kan me voorstellen dat mensen niet willen betalen, maar aan de andere kant, hoe vaak gaat het alarm nou? Alleen in Vlaardingen was het twee jaar geleden twee keer raak in drie maanden, met een gaslek en een grote brand waarbij koelvloeistof in de lucht kwam.”

Begin 2005 voert de regio Rijnmond de sms-dienst in. Inwoners van dat gebied kunnen een aantal postcodes opgeven van gebieden zoals hun adres, werkadres en de school van de kinderen. Ontstaat er in die gebieden een levensbedreigende situatie, dan zullen zij daarover gewaarschuwd worden per sms.

‘ALARM: dit is de maandelijkse alarmtest’. Het sms-bericht zou een welkome aanvulling zijn op de sirene, die niet door iedereen gehoord wordt.

Uit resultaten van een test in Vlaardingen blijkt dat sms-berichten een goede aanvulling zijn op het luchtalarm. Tweedejaars promovendus drs. Simone Sillem van de sectie veiligheidskunde (TBM) deed het experiment en evalueerde de resultaten van het onderzoek, dat in opdracht van de Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond en het ministerie van binnenlandse zaken is gehouden.

Aan het experiment deden 726 mensen uit Vlaardingen mee. Zij kregen in de periode maart tot juni 2004 vier sms-berichten tegelijk tijdens de maandelijkse sirene. Zij moesten na het bericht ‘ALARM: dit is de maandelijkse alarmtest’ zo snel mogelijk ‘ja’ terug sturen. Van de deelnemers deed 74 procent dit.

Verder kregen de deelnemers twee keer onverwacht een sms-alarmbericht. Bij deze test kwamen de reacties iets langzamer op gang, maar desondanks reageerde zeventig procent. Uit het kleine verschil blijkt volgens Sillem dat sms een goede aanvulling is op het alarm. “Sms kan nooit de sirene vervangen, want niet iedereen heeft een mobiele telefoon of heeft deze altijd bij zich.”

Van de mensen die meededen met de sms-test had 28 procent de sirene niet gehoord. Sillem was over deze uitkomst verrast: “Die 28 procent mensen die we meer bereiken, is dus de winst van de sms-service.”

Deelnemers vonden dat de sirene niet voldoet als middel om te waarschuwen en vonden een aanvullende dienst noodzakelijk.

Binnen vijf minuten nadat de sms-berichten waren verstuurd hadden 350 mensen ‘ja’ terug gestuurd. Dat is volgens Sillem snel en belangrijk: “De sirene gaat ongeveer zeven minuten. Iedereen moet dan gewaarschuwd zijn, want als er een gevaarlijke stof in de lucht is, moeten mensen snel naar binnen.”
Betalen

Wat moet je doen als de sirene gaat? Naar binnen, ramen en deuren sluiten en de radio of televisie aanzetten. Uit Sillems onderzoek blijkt dat bijna tweederde van de deelnemers niet al deze drie aanwijzingen kan opnoemen. “Met een sms-bericht kun je mensen meedelen wat er aan de hand is, wat ze moeten doen en waar ze meer informatie kunnen vinden. Dat is een voordeel boven de sirene.”

Onder de deelnemers waren 37 doven. Zij waren erg blij met de test. “De overheid heeft de belofte gedaan dat er in 2003 een alarmsysteem voor hen werkzaam zou zijn. Dat is er nog steeds niet”, verklaart Sillem. Tegelijk hebben de meeste doven geen afspraken gemaakt met mensen die hen kunnen waarschuwen als de sirene gaat. Twintig procent van de doven bleek bereid om veertig eurocent voor een sms te betalen, tegenover acht procent van de rest van de bevolking.

Artsen, leraren en middenstanders vinden dat zij bij het uitoefenen van hun beroep niet zouden moeten betalen voor de sms-alarmdienst. “Mensen zijn daar blijkbaar heel principieel in”, aldus Sillem.

Van de overige deelnemers vindt de helft dat de overheid de dienst moet betalen. Een kwart wil de kosten best betalen als een bericht acht eurocent per keer kost. Sillem: “Ik kan me voorstellen dat mensen niet willen betalen, maar aan de andere kant, hoe vaak gaat het alarm nou? Alleen in Vlaardingen was het twee jaar geleden twee keer raak in drie maanden, met een gaslek en een grote brand waarbij koelvloeistof in de lucht kwam.”

Begin 2005 voert de regio Rijnmond de sms-dienst in. Inwoners van dat gebied kunnen een aantal postcodes opgeven van gebieden zoals hun adres, werkadres en de school van de kinderen. Ontstaat er in die gebieden een levensbedreigende situatie, dan zullen zij daarover gewaarschuwd worden per sms.

‘ALARM: dit is de maandelijkse alarmtest’. Het sms-bericht zou een welkome aanvulling zijn op de sirene, die niet door iedereen gehoord wordt.

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.