Customize Consent Preferences

We use cookies to help you navigate efficiently and perform certain functions. You will find detailed information about all cookies under each consent category below.

The cookies that are categorized as "Necessary" are stored on your browser as they are essential for enabling the basic functionalities of the site. ... 

Always Active

Necessary cookies are required to enable the basic features of this site, such as providing secure log-in or adjusting your consent preferences. These cookies do not store any personally identifiable data.

No cookies to display.

Functional cookies help perform certain functionalities like sharing the content of the website on social media platforms, collecting feedback, and other third-party features.

No cookies to display.

Analytical cookies are used to understand how visitors interact with the website. These cookies help provide information on metrics such as the number of visitors, bounce rate, traffic source, etc.

No cookies to display.

Performance cookies are used to understand and analyze the key performance indexes of the website which helps in delivering a better user experience for the visitors.

No cookies to display.

Advertisement cookies are used to provide visitors with customized advertisements based on the pages you visited previously and to analyze the effectiveness of the ad campaigns.

No cookies to display.

Science

Sleutelen aan vergelijkingen

Naam: Ruurd Dorsman (27)Onderwerp: Gasstromingen bij lage drukPromotor: Prof.dr.ir. Chris Kleijn (Kramers Laboratorium)Tussenstand: Nog twee jaar te gaan(Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)”Als gas door een lange pijp stroomt, is de druk aan het begin van de pijp hoog en aan het eind van de pijp laag.

Bij een hoge druk kun je de stroming berekenen met de veelgebruikte Navier-Stokes-vergelijkingen, maar bij een lage druk ontstaan problemen. Het gas gedraagt zich niet langer als een continuúm, maar als een grote verzameling individuele moleculen. Tot welke druk kun je de Navier-Stokes-vergelijkingen gebruiken en bij welke druk moet je een ander model toepassen?

De afgelopen drie jaar heb ik een alternatief programma ontwikkeld op basis van het DSMC-model, een model om lagedrukgasstromingen te berekenen, onder meer bij chipreactoren. Sinds een paar jaar wordt daar onderzoek naar gedaan. Mijn programma berekent in simulaties of de gasstroom een uniforme laag van metaal op silicium bij chips achterlaat.

Het resultaat is niet meer dan een dun lijntje in een grafiek. Maar de berekeningen zijn erg ingewikkeld. Daarom probeer ik de Navier-Stokes-vergelijkingen zo aan te passen dat je ze ook bij lagere druk kunt gebruiken. Ze worden al veel gebruikt en zijn bekend over de hele wereld. Idealiter zal mijn programma daarom alleen gebruikt worden bij heel lage lagedrukgasstromingen. Daardoor maak ik mijn eigen programma voor het grootste gedeelte overbodig.

Mijn onderzoek verloopt voorspoedig. Het programma is bijna af. Ik heb het afgelopen jaar ook gewerkt aan een experiment, maar daarvan vallen de resultaten nogal tegen. Experimenten gaan nooit zoals je wilt. Heel vervelend. Ook bij het schrijven van het computerprogramma gaat vaak wat fout. De helft van de tijd ben je bezig met bugfixen. Daarna denk je: nu moet alles kloppen, maar dan gaat het weer om een andere reden fout. Zo blijf je er steeds aan sleutelen. Ik heb niet voor niets een numeriek onderwerp gekozen. Als het programma niet doet wat ik wil, wil ik het alleen maar beter maken.

De komende twee jaar ga ik het programma testen. Als je begint aan een onderzoek, weet je dat je het risico loopt na vijf jaar niets te hebben gevonden. Daar ziet het er nu gelukkig helemaal niet naar uit. Ook als ik geen goede resultaten heb, zijn er nog genoeg zijpaden die ik kan betreden. Ik hoef niet koste wat kost ‘iets’ te vinden. Aan de andere kant weet ik dat ik nog wel vijf jaar aan dit programma zou kunnen sleutelen.” (RV)

Naam: Ruurd Dorsman (27)

Onderwerp: Gasstromingen bij lage druk

Promotor: Prof.dr.ir. Chris Kleijn (Kramers Laboratorium)

Tussenstand: Nog twee jaar te gaan

(Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

“Als gas door een lange pijp stroomt, is de druk aan het begin van de pijp hoog en aan het eind van de pijp laag. Bij een hoge druk kun je de stroming berekenen met de veelgebruikte Navier-Stokes-vergelijkingen, maar bij een lage druk ontstaan problemen. Het gas gedraagt zich niet langer als een continuúm, maar als een grote verzameling individuele moleculen. Tot welke druk kun je de Navier-Stokes-vergelijkingen gebruiken en bij welke druk moet je een ander model toepassen?

De afgelopen drie jaar heb ik een alternatief programma ontwikkeld op basis van het DSMC-model, een model om lagedrukgasstromingen te berekenen, onder meer bij chipreactoren. Sinds een paar jaar wordt daar onderzoek naar gedaan. Mijn programma berekent in simulaties of de gasstroom een uniforme laag van metaal op silicium bij chips achterlaat.

Het resultaat is niet meer dan een dun lijntje in een grafiek. Maar de berekeningen zijn erg ingewikkeld. Daarom probeer ik de Navier-Stokes-vergelijkingen zo aan te passen dat je ze ook bij lagere druk kunt gebruiken. Ze worden al veel gebruikt en zijn bekend over de hele wereld. Idealiter zal mijn programma daarom alleen gebruikt worden bij heel lage lagedrukgasstromingen. Daardoor maak ik mijn eigen programma voor het grootste gedeelte overbodig.

Mijn onderzoek verloopt voorspoedig. Het programma is bijna af. Ik heb het afgelopen jaar ook gewerkt aan een experiment, maar daarvan vallen de resultaten nogal tegen. Experimenten gaan nooit zoals je wilt. Heel vervelend. Ook bij het schrijven van het computerprogramma gaat vaak wat fout. De helft van de tijd ben je bezig met bugfixen. Daarna denk je: nu moet alles kloppen, maar dan gaat het weer om een andere reden fout. Zo blijf je er steeds aan sleutelen. Ik heb niet voor niets een numeriek onderwerp gekozen. Als het programma niet doet wat ik wil, wil ik het alleen maar beter maken.

De komende twee jaar ga ik het programma testen. Als je begint aan een onderzoek, weet je dat je het risico loopt na vijf jaar niets te hebben gevonden. Daar ziet het er nu gelukkig helemaal niet naar uit. Ook als ik geen goede resultaten heb, zijn er nog genoeg zijpaden die ik kan betreden. Ik hoef niet koste wat kost ‘iets’ te vinden. Aan de andere kant weet ik dat ik nog wel vijf jaar aan dit programma zou kunnen sleutelen.” (RV)

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.