Campus

Prof.dr.ir. Chris J. Snijders

De ergonomie, misschien niet de meest glamoureuze pijler van de studie Industrieel Ontwerpen, heeft aan Snijders een enthousiaste pleitbezorger voor het vakgebied.

Zijn colleges biomechanica van het produktgebruik, doorspekt met anekdotes en interessante verhalen uit de geneeskundige praktijk, staan bij studenten hoog aangeschreven. ,,Hoe ouder je wordt, hoe interessanter je verleden natuurlijk is.”

,,Van oorsprong ben ik een Eindhovens werktuigbouwkundig ingenieur. Werktuigbouwer pur sang. Mijn leermeester daar was prof. Horowitz, bekend als uitvinder van de Philishave. Zijn manier van werken, een systematische benadering van problemen van zeer uiteenlopende aard, heeft een duidelijk stempel op mij gedrukt. Deze aanpak heb ik later op IO teruggevonden.”

Het vakgebied van de biomechanica is nog relatief jong. Snijders was zelf een van de grondleggers. ,,Ik ben ooit, met een orthopedisch chirurg, uit pure nieuwsgierigheid gaan meten aan de wervelkolom. Ik wilde daar aanvankelijk alleen histogrammen mee maken. Maar de vorm van een wervelkolom en de belasting ervan hangen natuurlijk sterk samen. En daar kun je dus aan rekenen. In 1965 was dit, mind you, een volstrekt nieuwe gedachte. Ik behoorde tot een van de eersten in Nederland die mechanica zo toepasten.”

De nieuwe interesse werd al snel een hobby voor de zondagmiddag, en Snijders hield samen met de orthopedisch chirurg dr. Bonne lezingen. ,,Toen ik afstudeerde vroeg mijn afstudeerprof of ik wilde promoveren op metalen veerconstructies, overigens ook een zeer interessant onderwerp. Maar ik begon over mijn zondagse hobby, en vroeg of ik daar iets mee mocht doen. Dat vond hij een heel raar idee, geen techniek. Maar uiteindelijk ben ik toch gepromoveerd op het gebied van de wervelkolom. Voor dat en ander onderzoek heb ik later nog de Speurwerkprijs gekregen van het KIvI. Daar droom je als onderzoeker toch van.”

Snijders geeft naast zijn keuzevak op IO ook onderwijs aan eerstejaars geneeskunde aan de Erasmus universiteit. ,,Ik ben in Delft terechtgekomen door een dubbele benoeming. De minister van Onderwijs bemoeide zich hier toen nog actief mee, en wilde met de leerstoel een brug slaan tussen geneeskunde en technologie. Die backing van de TU Delft was voor mij natuurlijk erg aantrekkelijk.”

Zijn colleges verlevendigt hij veelvuldig met anekdotes en verhalen uit zijn onderzoekspraktijk. ,,Een van de doelen van onderzoek is toch dat het in het onderwijs terecht komt. Ik kan daarover de hele dag vol praten. En het is natuurlijk zo dat hoe ouder je wordt, hoe interessanter je verleden is. Met college geven komt de stimulans van twee kanten. Als studenten echt geïnteresseerd zijn in je vak, en je leuke reacties krijgt, dan stimuleert dat enorm.”

,,In de eerste jaren van zijn studie krijgt een student alles als een soort rijstebrijberg over zich heen gestort. Eencollege is een manier waarop je je enthousiasme voor je vak kunt overdragen, en kunt laten zien wat je ermee kan. Zo’n college bereid ik daarom goed voor. De hoeveelheid werk die daarin gaat zitten wordt nog wel eens onderschat. Het moet namelijk wel boeiend en nuttig zijn, de studenten moeten iets mee naar huis krijgen. Het is onverantwoordelijk om te denken: ‘Zo, ik ga vandaag eens college geven’. Nee, het vergt veel energie, daar kun je het echt warm van krijgen. Dan moet je ‘s avonds wel een keer extra onder de douche.”

,,Biomechanica is een moeilijk vak, erg abstract, maar voor ontwerpers zeer relevant. Het is een gereedschap om betere produkten te maken die comfortabeler en gebruiksvriendelijker zijn. Het grootst mogelijk succes voor een docent is dan ook als studenten voor het tentamen een voldoende halen.”

,,Tijdens het college ligt het accent vooral op de ontwerpkant van het vak. Maar ik grijp de gelegenheid ook aan om te laten zien hoe mooi het menselijk lichaam eigenlijk is, de prachtige oplossingen die de natuur voor mechanische problemen heeft bedacht. Een groot deel van de huidige klachten met gewrichten lijkt mede te wijten aan het feit dat wij op twee benen zijn gaan lopen. En, gebruikten wij ons lichaam nog maar volop in beweging. Maar ons levenspatroon draagt nu niet bepaald bij aan een optimale conditie.”

De rugklachten vormen voor Snijders een rode draad om de biomechanica te behandelen. ,,Maatschappelijk gezien zijn aandoeningen van het bewegingsapparaat, met rugklachten in het bijzonder, de duurste van alle ziekten. En dan rekent men zowel de kosten van de behandeling, als die van het ziekteverzuim en sociale uitkeringen. Het is geen ouderdomsziekte, het treft mensen in de bloei van hun leven. Met biomechanica kan je relaties aantonen tussen rugklachten en de opzet van werkplekken.”

Het contact met studenten is Snijders’ voornaamste drive. ,,Mijn werk en hobby vallen samen, maar ik denk dat ik in dat opzicht niet zo bijzonder ben. Om mij heen zie ik veel collega’s die zeer tevreden met hun werk zijn. Op de universiteit loopt veel jong talent rond, en dat werkt erg aanstekelijk.”

,,Ik moet wel zeggen dat ik altijd veel kansen heb gehad, en ook altijd in een plezierige werksfeer heb kunnen werken. Met de vrijheid om eigen initiatieven te kunnen ontplooien. Als ik, in alle bescheidenheid, terugblik dan denk ik dat het meest vernieuwende in mijn werk dat stukje fundamenteel onderzoek is geweest. Zonder vooropgezette planning of doelen maar gewoon uit pure nieuwsgierigheid.”

Ralph Oei

De ergonomie, misschien niet de meest glamoureuze pijler van de studie Industrieel Ontwerpen, heeft aan Snijders een enthousiaste pleitbezorger voor het vakgebied. Zijn colleges biomechanica van het produktgebruik, doorspekt met anekdotes en interessante verhalen uit de geneeskundige praktijk, staan bij studenten hoog aangeschreven. ,,Hoe ouder je wordt, hoe interessanter je verleden natuurlijk is.”

,,Van oorsprong ben ik een Eindhovens werktuigbouwkundig ingenieur. Werktuigbouwer pur sang. Mijn leermeester daar was prof. Horowitz, bekend als uitvinder van de Philishave. Zijn manier van werken, een systematische benadering van problemen van zeer uiteenlopende aard, heeft een duidelijk stempel op mij gedrukt. Deze aanpak heb ik later op IO teruggevonden.”

Het vakgebied van de biomechanica is nog relatief jong. Snijders was zelf een van de grondleggers. ,,Ik ben ooit, met een orthopedisch chirurg, uit pure nieuwsgierigheid gaan meten aan de wervelkolom. Ik wilde daar aanvankelijk alleen histogrammen mee maken. Maar de vorm van een wervelkolom en de belasting ervan hangen natuurlijk sterk samen. En daar kun je dus aan rekenen. In 1965 was dit, mind you, een volstrekt nieuwe gedachte. Ik behoorde tot een van de eersten in Nederland die mechanica zo toepasten.”

De nieuwe interesse werd al snel een hobby voor de zondagmiddag, en Snijders hield samen met de orthopedisch chirurg dr. Bonne lezingen. ,,Toen ik afstudeerde vroeg mijn afstudeerprof of ik wilde promoveren op metalen veerconstructies, overigens ook een zeer interessant onderwerp. Maar ik begon over mijn zondagse hobby, en vroeg of ik daar iets mee mocht doen. Dat vond hij een heel raar idee, geen techniek. Maar uiteindelijk ben ik toch gepromoveerd op het gebied van de wervelkolom. Voor dat en ander onderzoek heb ik later nog de Speurwerkprijs gekregen van het KIvI. Daar droom je als onderzoeker toch van.”

Snijders geeft naast zijn keuzevak op IO ook onderwijs aan eerstejaars geneeskunde aan de Erasmus universiteit. ,,Ik ben in Delft terechtgekomen door een dubbele benoeming. De minister van Onderwijs bemoeide zich hier toen nog actief mee, en wilde met de leerstoel een brug slaan tussen geneeskunde en technologie. Die backing van de TU Delft was voor mij natuurlijk erg aantrekkelijk.”

Zijn colleges verlevendigt hij veelvuldig met anekdotes en verhalen uit zijn onderzoekspraktijk. ,,Een van de doelen van onderzoek is toch dat het in het onderwijs terecht komt. Ik kan daarover de hele dag vol praten. En het is natuurlijk zo dat hoe ouder je wordt, hoe interessanter je verleden is. Met college geven komt de stimulans van twee kanten. Als studenten echt geïnteresseerd zijn in je vak, en je leuke reacties krijgt, dan stimuleert dat enorm.”

,,In de eerste jaren van zijn studie krijgt een student alles als een soort rijstebrijberg over zich heen gestort. Eencollege is een manier waarop je je enthousiasme voor je vak kunt overdragen, en kunt laten zien wat je ermee kan. Zo’n college bereid ik daarom goed voor. De hoeveelheid werk die daarin gaat zitten wordt nog wel eens onderschat. Het moet namelijk wel boeiend en nuttig zijn, de studenten moeten iets mee naar huis krijgen. Het is onverantwoordelijk om te denken: ‘Zo, ik ga vandaag eens college geven’. Nee, het vergt veel energie, daar kun je het echt warm van krijgen. Dan moet je ‘s avonds wel een keer extra onder de douche.”

,,Biomechanica is een moeilijk vak, erg abstract, maar voor ontwerpers zeer relevant. Het is een gereedschap om betere produkten te maken die comfortabeler en gebruiksvriendelijker zijn. Het grootst mogelijk succes voor een docent is dan ook als studenten voor het tentamen een voldoende halen.”

,,Tijdens het college ligt het accent vooral op de ontwerpkant van het vak. Maar ik grijp de gelegenheid ook aan om te laten zien hoe mooi het menselijk lichaam eigenlijk is, de prachtige oplossingen die de natuur voor mechanische problemen heeft bedacht. Een groot deel van de huidige klachten met gewrichten lijkt mede te wijten aan het feit dat wij op twee benen zijn gaan lopen. En, gebruikten wij ons lichaam nog maar volop in beweging. Maar ons levenspatroon draagt nu niet bepaald bij aan een optimale conditie.”

De rugklachten vormen voor Snijders een rode draad om de biomechanica te behandelen. ,,Maatschappelijk gezien zijn aandoeningen van het bewegingsapparaat, met rugklachten in het bijzonder, de duurste van alle ziekten. En dan rekent men zowel de kosten van de behandeling, als die van het ziekteverzuim en sociale uitkeringen. Het is geen ouderdomsziekte, het treft mensen in de bloei van hun leven. Met biomechanica kan je relaties aantonen tussen rugklachten en de opzet van werkplekken.”

Het contact met studenten is Snijders’ voornaamste drive. ,,Mijn werk en hobby vallen samen, maar ik denk dat ik in dat opzicht niet zo bijzonder ben. Om mij heen zie ik veel collega’s die zeer tevreden met hun werk zijn. Op de universiteit loopt veel jong talent rond, en dat werkt erg aanstekelijk.”

,,Ik moet wel zeggen dat ik altijd veel kansen heb gehad, en ook altijd in een plezierige werksfeer heb kunnen werken. Met de vrijheid om eigen initiatieven te kunnen ontplooien. Als ik, in alle bescheidenheid, terugblik dan denk ik dat het meest vernieuwende in mijn werk dat stukje fundamenteel onderzoek is geweest. Zonder vooropgezette planning of doelen maar gewoon uit pure nieuwsgierigheid.”

Ralph Oei

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.