Science

Magere onderzoeksbagage

Naam: ir. Marco Heijligers (33)Nationaliteit : NederlandsOnderwerp: stedenbouwkundige gereedschapskist voor de planvorming van groene woonmilieus als bouwstenen voor groene corridorsPromotor: prof.i

r. Kees Duijvestein van de leerstoel milieutechnisch ontwerpen (Bouwkunde)

Tussenstand: Heijligers wil over een halfjaar promoveren

“Een rugzak vol onderzoeksmethoden heb ik gemist. Tijdens mijn studie stedenbouwkunde leerde ik ontwerpen en analyseren, maar niet hoe ik een opgave definieer en waarom. Voor mijn afstuderen heb ik een scriptie geschreven. Dat was de eerste keer dat ik met een probleemstelling en een doelstelling te maken kreeg. Bouwkunde kent geen onderzoekstraditie en daar liep ik tijdens mijn promotieonderzoek tegenaan. Zo werkte ik in het begin niet methodisch genoeg. Ik denk dat veel studenten uit de ontwerpende disciplines dat ervaren.

Ik onderzoek hoe de vraag naar groen wonen een plek kan krijgen in het landelijk gebied. Op dit moment weten stedenbouwkundigen eigenlijk niet wat ze aan moeten met de gebieden buiten de stad. Andersom weten landschappers en ecologen in het landelijk gebied niet om te gaan met de vragen uit de stad. Vanuit deze constatering heb ik een ‘gereedschapskist’ ontwikkeld om voor hen ontwerpoplossingen aan te dragen.

De gereedschapskist is op basis van drie casestudies onderzocht. Eén daarvan is gericht op het ontwerpen van een nieuwe nederzetting voor de bewoners van kunstenaarsdorp Ruigoord bij Amsterdam. In 2003 heb ik met twee andere promovendi een plan gemaakt voor een zogeheten ecudorp, een ecologisch en cultureel dorp in de gemeente Almere.

Mijn promotie valt binnen het Dioc de ecologische stad, een interfacultair onderzoekscentrum. Daardoor promoveer ik als het ware in groepsverband. Door de samenwerking met andere promovendi heb ik het gered. Daarom pleit ik ook voor promoveren in groepsverband. Als ik alles alleen had moeten doen met mijn magere onderzoeksbagage dan was ik er doorheen gezakt.

In mijn eerste jaar had ik stress. Er waren grote lege vlekken in mijn promotie waarvan ik niet wist hoe ik die moest invullen. Een open einde is leuk voor een roman, maar niet voor je proefschrift.

Je hoort wetenschappers vaak klagen dat ze niet aan onderzoek toekomen doordat ze een te grote onderwijstaak hebben. Ik denk dat ik het levende bewijs ben dat onderwijs en onderzoek prima zijn te combineren. Ik vind juist dat onderwijs gekoppeld moet worden aan onderzoeksprogramma’s. Veel studenten doen ‘leuke projecten’. Daar moeten we vanaf. Ik heb workshops gegeven aan studenten met wie ik nieuwbouwlocaties buiten de stad ontwierp. Daar had ik wat aan voor mijn promotie. Daarom ben ik gemotiveerd om les te geven. Tegelijkertijd kan ik goed lesgeven omdat ik gespecialiseerd in het vak ben. Zo snijdt het mes aan twee kanten.” (IL)

Naam: ir. Marco Heijligers (33)

Nationaliteit : Nederlands

Onderwerp: stedenbouwkundige gereedschapskist voor de planvorming van groene woonmilieus als bouwstenen voor groene corridors

Promotor: prof.ir. Kees Duijvestein van de leerstoel milieutechnisch ontwerpen (Bouwkunde)

Tussenstand: Heijligers wil over een halfjaar promoveren

“Een rugzak vol onderzoeksmethoden heb ik gemist. Tijdens mijn studie stedenbouwkunde leerde ik ontwerpen en analyseren, maar niet hoe ik een opgave definieer en waarom. Voor mijn afstuderen heb ik een scriptie geschreven. Dat was de eerste keer dat ik met een probleemstelling en een doelstelling te maken kreeg. Bouwkunde kent geen onderzoekstraditie en daar liep ik tijdens mijn promotieonderzoek tegenaan. Zo werkte ik in het begin niet methodisch genoeg. Ik denk dat veel studenten uit de ontwerpende disciplines dat ervaren.

Ik onderzoek hoe de vraag naar groen wonen een plek kan krijgen in het landelijk gebied. Op dit moment weten stedenbouwkundigen eigenlijk niet wat ze aan moeten met de gebieden buiten de stad. Andersom weten landschappers en ecologen in het landelijk gebied niet om te gaan met de vragen uit de stad. Vanuit deze constatering heb ik een ‘gereedschapskist’ ontwikkeld om voor hen ontwerpoplossingen aan te dragen.

De gereedschapskist is op basis van drie casestudies onderzocht. Eén daarvan is gericht op het ontwerpen van een nieuwe nederzetting voor de bewoners van kunstenaarsdorp Ruigoord bij Amsterdam. In 2003 heb ik met twee andere promovendi een plan gemaakt voor een zogeheten ecudorp, een ecologisch en cultureel dorp in de gemeente Almere.

Mijn promotie valt binnen het Dioc de ecologische stad, een interfacultair onderzoekscentrum. Daardoor promoveer ik als het ware in groepsverband. Door de samenwerking met andere promovendi heb ik het gered. Daarom pleit ik ook voor promoveren in groepsverband. Als ik alles alleen had moeten doen met mijn magere onderzoeksbagage dan was ik er doorheen gezakt.

In mijn eerste jaar had ik stress. Er waren grote lege vlekken in mijn promotie waarvan ik niet wist hoe ik die moest invullen. Een open einde is leuk voor een roman, maar niet voor je proefschrift.

Je hoort wetenschappers vaak klagen dat ze niet aan onderzoek toekomen doordat ze een te grote onderwijstaak hebben. Ik denk dat ik het levende bewijs ben dat onderwijs en onderzoek prima zijn te combineren. Ik vind juist dat onderwijs gekoppeld moet worden aan onderzoeksprogramma’s. Veel studenten doen ‘leuke projecten’. Daar moeten we vanaf. Ik heb workshops gegeven aan studenten met wie ik nieuwbouwlocaties buiten de stad ontwierp. Daar had ik wat aan voor mijn promotie. Daarom ben ik gemotiveerd om les te geven. Tegelijkertijd kan ik goed lesgeven omdat ik gespecialiseerd in het vak ben. Zo snijdt het mes aan twee kanten.” (IL)

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.