Opinion

Klapschaats en speedstrips zijn geen Delftse ideeën

Het lijkt zo onderhand wel alsof de TU Delft aan de wieg staat van alle Nederlandse schaatsmedailles in Nagano. Daar valt wel wat op af te dingen, vindt prof.dr.ir. W.J. Beek.

Schaatsen

Iedere keer wanneer ik dat bill-board passeer, dat de klapschaats etaleert als een lokaal product, ben ik verbijsterd. Ik ken de geschiedenis daarvan door mijn werk bij de VU Amsterdam. De vinding is een eeuw oud – vijf octrooien verleend tussen 1894 en 1937. De biomechanische verklaring van zijn voordeel tegenover andere schaatsen is gegeven door het team van G.J. van Ingen Schenau, die aan de TU Delft werd opgeleid, maar aan de VU werkt (vijftig publicaties hierover). Doordat hij momenteel aan intensieve medische zorg is toevertrouwd, wens ik deze collega te beschermen tegen onwaarachtige pretenties.

Metingen aan schaatsers bij de wereldkampioenschappen in 1983 in het vroegere Karl Marx-stad toonden de VU-onderzoekers dat op een klassieke schaats de extentie van de enkel te beperkt is. Die beperking verhindert de afzet ten opzichte van wat wordt gevonden bij bijvoorbeeld hoogspringen, sprinten en fietsen. De extensor van de enkel, die over knie- en enkelgewricht loopt, vervult in de laatste fase van de afzet een bijzondere rol: hij geeft energie van de knie door aan de enkel, een eigenschap ook bekend van andere biarticulaire spieren.

De gewezen sprinter Ron Ket demonstreerde het voordeel van de klapschaats voor de pers in 1985, Viking nam de schaats in productie in 1987. Echter, wil een idee geen ‘gimmick’ blijven maar een echte innovatie worden, dan is er veel meer nodig. Erik van Kordelaar en Dick de Blei, jeugdtrainers, lieten vanaf 1988 ook met de klapschaats oefenen. Twee van hun leerlingen, Andre Vreugdenhil en Raymond Barendse, wonnen daarmee kampioenschappen in 1994. Eerst dan begint de doorbraak: in 1996 rijdt de helft van de jonge A-schaatsers op de klapschaats, mede vanwege de promotie door S. van der Lende, coach bij de Friese regionale selectie. Dan volgt in het seizoen 1996-1997 de top van het vrouwenschaatsen (De Jong, De Loor en Zijlstra).
Variant

Ondertussen bedenkt B. Otten van de RUG een variant op deze klapschaats die roteert om een vast punt. Hij onderzoekt of een virtuele rotatie-as, die ten opzichte van de schaats beweegt als functie van de enkel-extensie, nog voordeliger is. De Rotrax-schaats van Interraps is daarop gebaseerd en enkele nationale schaatsters, bijvoorbeeld Klein Hesselink, beproeven hem. Daar ligt de link met de TU Delft. De optimale kinematica van de bewegende scharnier (zijn poollijn) wordt door onze industrieel ontwerpers slecht begrepen. Afdoende praktijkproven ontbreken nog.

De top schaatst vooralsnog op klapschaatsen met een vast scharnierpunt. Dat is moeilijk genoeg doordat de geringere controlevan de schaats bij de start risico op een valse start geeft en doordat het gemak om te corrigeren bij een misslagje moet toenemen. Zie de ervaringen van Nagano. Dus verbetering is nog wel denkbaar. Dus TU Delft: ga daarvoor!

Een octrooi zit er niet in, want iedere vooronderzoek van octrooien zal besluiten dat er ook dan van ontlening sprake is, evenals dit overigens het geval is bij de inmiddels fameuze Delftse ‘speedstrips’ (Prandtl, 1910). Deze mogen echter wel afgebeeld worden op Delftse bill-boards: ze zijn een nieuwe, goedkope toepassing van een oud principe met een klein effect. Eerder ‘streetsmart’ (handig) dan innovatief.

Het moet mij van het hart dat ik dit soort reclame voor eigen werk, waaraan universiteiten zich vandaag de dag overgeven, pathetisch vindt. Men laat zich kennen indien men met dit soort gimmicks een puntje marktaandeel meer wil behalen. Mijn stelling is: des te meer middenklasser in academia, des te meer wasmiddelachtige aanprijzing. De TU Delft zou zich anders dan universiteiten moeten onderscheiden door te tonen dat een wetenschappelijk idee, wil het een innovatie worden, dat wil zeggen een lonend idee, veel beproeving in de praktijk behoeft. Mooie praatjes vullen nu eenmaal geen gaatjes, zegt men. Tot dusver heeft de VU Amsterdam dit onderwerp beter begrepen dan de TU Delft.

(de auteur is emeritus hoogleraar fysische technologie)

Schaatsen

Iedere keer wanneer ik dat bill-board passeer, dat de klapschaats etaleert als een lokaal product, ben ik verbijsterd. Ik ken de geschiedenis daarvan door mijn werk bij de VU Amsterdam. De vinding is een eeuw oud – vijf octrooien verleend tussen 1894 en 1937. De biomechanische verklaring van zijn voordeel tegenover andere schaatsen is gegeven door het team van G.J. van Ingen Schenau, die aan de TU Delft werd opgeleid, maar aan de VU werkt (vijftig publicaties hierover). Doordat hij momenteel aan intensieve medische zorg is toevertrouwd, wens ik deze collega te beschermen tegen onwaarachtige pretenties.

Metingen aan schaatsers bij de wereldkampioenschappen in 1983 in het vroegere Karl Marx-stad toonden de VU-onderzoekers dat op een klassieke schaats de extentie van de enkel te beperkt is. Die beperking verhindert de afzet ten opzichte van wat wordt gevonden bij bijvoorbeeld hoogspringen, sprinten en fietsen. De extensor van de enkel, die over knie- en enkelgewricht loopt, vervult in de laatste fase van de afzet een bijzondere rol: hij geeft energie van de knie door aan de enkel, een eigenschap ook bekend van andere biarticulaire spieren.

De gewezen sprinter Ron Ket demonstreerde het voordeel van de klapschaats voor de pers in 1985, Viking nam de schaats in productie in 1987. Echter, wil een idee geen ‘gimmick’ blijven maar een echte innovatie worden, dan is er veel meer nodig. Erik van Kordelaar en Dick de Blei, jeugdtrainers, lieten vanaf 1988 ook met de klapschaats oefenen. Twee van hun leerlingen, Andre Vreugdenhil en Raymond Barendse, wonnen daarmee kampioenschappen in 1994. Eerst dan begint de doorbraak: in 1996 rijdt de helft van de jonge A-schaatsers op de klapschaats, mede vanwege de promotie door S. van der Lende, coach bij de Friese regionale selectie. Dan volgt in het seizoen 1996-1997 de top van het vrouwenschaatsen (De Jong, De Loor en Zijlstra).
Variant

Ondertussen bedenkt B. Otten van de RUG een variant op deze klapschaats die roteert om een vast punt. Hij onderzoekt of een virtuele rotatie-as, die ten opzichte van de schaats beweegt als functie van de enkel-extensie, nog voordeliger is. De Rotrax-schaats van Interraps is daarop gebaseerd en enkele nationale schaatsters, bijvoorbeeld Klein Hesselink, beproeven hem. Daar ligt de link met de TU Delft. De optimale kinematica van de bewegende scharnier (zijn poollijn) wordt door onze industrieel ontwerpers slecht begrepen. Afdoende praktijkproven ontbreken nog.

De top schaatst vooralsnog op klapschaatsen met een vast scharnierpunt. Dat is moeilijk genoeg doordat de geringere controlevan de schaats bij de start risico op een valse start geeft en doordat het gemak om te corrigeren bij een misslagje moet toenemen. Zie de ervaringen van Nagano. Dus verbetering is nog wel denkbaar. Dus TU Delft: ga daarvoor!

Een octrooi zit er niet in, want iedere vooronderzoek van octrooien zal besluiten dat er ook dan van ontlening sprake is, evenals dit overigens het geval is bij de inmiddels fameuze Delftse ‘speedstrips’ (Prandtl, 1910). Deze mogen echter wel afgebeeld worden op Delftse bill-boards: ze zijn een nieuwe, goedkope toepassing van een oud principe met een klein effect. Eerder ‘streetsmart’ (handig) dan innovatief.

Het moet mij van het hart dat ik dit soort reclame voor eigen werk, waaraan universiteiten zich vandaag de dag overgeven, pathetisch vindt. Men laat zich kennen indien men met dit soort gimmicks een puntje marktaandeel meer wil behalen. Mijn stelling is: des te meer middenklasser in academia, des te meer wasmiddelachtige aanprijzing. De TU Delft zou zich anders dan universiteiten moeten onderscheiden door te tonen dat een wetenschappelijk idee, wil het een innovatie worden, dat wil zeggen een lonend idee, veel beproeving in de praktijk behoeft. Mooie praatjes vullen nu eenmaal geen gaatjes, zegt men. Tot dusver heeft de VU Amsterdam dit onderwerp beter begrepen dan de TU Delft.

(de auteur is emeritus hoogleraar fysische technologie)

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.