Opinion

‘Iedereen op het net’ gaat heel schoorvoetend

Ontsluiting van Internetfaciliteiten voor studenten en medewerkers zou volgens een projectgroep met rasse schreden voortgang maken.

Ontsluiting van Internetfaciliteiten voor studenten en medewerkers zou volgens een projectgroep met rasse schreden voortgang maken. Delta-redacteur Ger-Jan te Dorsthorst houdt het rapport tegen het licht.



Over de laatste snufjes op het gebied van de informatietechnologie schrijft SURF, het nieuwsblad van de gelijknamige beheerder van het nationale universitaire computernetwerk. De TU Delft verschijnt zelden in de kolommen, maar het maartnummer bevatte een artikel over Delfts onderzoek, getiteld: ‘De computer en zijn geschiedenis’.



Typisch? Twee weken voor de laatste editie van het SURF-magazine verscheen het eindrapport van de projectgroep ‘Internetfaciliteiten voor Studenten en Medewerkers’ (ISM). Het verslag meldt ‘een enorme stap voorwaarts’ in de ontsluiting van Internet op de TU. Toch trok de Delftse reuzensprong niet de aandacht van de nieuwsjagers van SURF. Delft is bij de SURF-redactie vooral bekend om historische computertoepassingen.



Hoe groot is eigenlijk de stap waarover het ISM-rapport spreekt? De werkgroep had zichzelf twee doelen gesteld: iedereen op de TU – studenten en medewerkers – moet per september 1996 toegang hebben tot Internet, en er diende zo snel mogelijk een compleet universitair informatiesysteem te komen.



Om het eerste te bereiken had de u-raad twee ton stimuleringspremie vrijgemaakt, en onder ‘Bereikte resultaten’ rapporteert het eindverslag dat hiervan ook elke cent is uitgegeven. Het geld blijkt grotendeels besteed aan het geschikt maken van afgedankte 286-pc’s voor netwerkgebruik. Deze ‘geavanceerde’ machines zullen in groten getale op de campus beschikbaar komen, zodat alle studenten en medewerkers zich gemiddeld een uur per week – de door de projectgroep geschatte behoefte – op de hoogte kunnen stellen van de recentste ontwikkelingen langs de Infobahn.



Het ISM-team erkent dat voor een echt gerieflijke kennismaking met Internet grafische navigatiesoftware nodig is. Die werkt echter niet op computers met een processor van het type 80286. Het eindrapport oppert dan ook dat de bestaande infrastructuur ,,zou kunnen worden aangevuld met een zeer beperkt aantal 386-pc’s.” 386-pc’s! Welke leverancier zou deze unieke order in de wacht slepen? Het Techniekmuseum?



Het hierboven geschetste plan – de werkgroep verwacht dat het voor september volgend jaar ,,wel zal lukken” – betekent niet dat iedereen ook een individuele elektronische postbus krijgt. Daarvoor ontbreekt zowel apparatuur als organisatie. Volgens het ISM-verslag is het trouwens ,,de vraag of dat zou moeten. Bovendien kan een groeps-mailbox een (tijdelijke) oplossing bieden.” E-mail ontvangen in een collectieve postbus is ongeveer net zo praktisch als opgebeld worden in een telefooncel. Op dit moment krijgen alleen studenten bijinformatica en elektrotechniek onvoorwaardelijk hun eigen mail-adres.



Beter gaat het met het vullen van het Delftse digitale informatiesysteem, aldus het eindrapport. Het DUTIS – Delft University of Technology Information System – heeft weliswaar nog geen behoorlijke inrichting, maar de projectgroep somt een twintigtal informatiebronnen op die met een beetje goeie wil voor een DUTIS-in-wording kunnen doorgaan. Dat zijn onder meer de telefoongids, mededelingen van de universiteitsraad, enkele periodieken, en informatie van een handvol faculteiten, diensten en studieverenigingen.



Geen van deze bronnen is op initiatief of met steun van de ISM-groep ontstaan. We werken allemaal voor dezelfde baas, dus uw resultaten zijn de onze, schijnt de werkgroep te redeneren.



Vooral de op centraal niveau beheerde informatie, die de kern van DUTIS zou vormen, is hopeloos gedateerd. Wie in de campuswijzer naar de verslagen van de u-raad zoekt, krijgt nieuws van september vorig jaar te zien. De tekst van het ISM-rapport zelf is er niet te vinden. In het elektronische organigram van de universiteit is projectleider ir. F. Hospers niet opgenomen.



Hoe gaat het elders? Op de Universiteit van Washington in Seattle kunnen vijftigduizend studenten en medewerkers een netwerkaccount aanvragen. Tweederde daarvan beschikt via een geautomatiseerde procedure inmiddels over een eigen mailbox. De inbelpoort van de universiteit telt zeshonderd modems, en docenten kunnen het gebruik van electronic mail verplicht stellen. Het universitaire informatiesysteem is overzichtelijk, zeer uitgebreid en up-to-date. De voorpagina opent met een video-beeld van het plein voor het hoofdgebouw en een plaatselijk weersoverzicht, die om de vijf minuten worden ververst. Ogenschijnlijk triviaal, maar illustratief voor de actualiteit van de overige informatie. Washington is overigens geen technische universiteit.



Nederlandse universiteiten zitten evenmin stil. In Twente hebben alle studenten sinds kort aansluiting vanuit de studeerkamer. De UT beschouwt de universele mail-faciliteit als een noodzakelijke administratieve vernieuwing. Kosten: drie miljoen gulden, waarvan drie ton bijgedragen door de stichting SURF.



Voor de aanleg van een Campus Wide Information System ontving de Rijksuniversiteit Limburg onlangs ook een bijdrage van SURF. Naast deze subsidie van honderdduizend gulden investeerde Maastricht zelf nog eens 120-duizend, wat resulteerde in een uitstekende campusgids, met de bescheiden naam MUIS (Maastrichts Universiteits-Informatiesysteem). Het systeem gebruikt het relatief spartaanse gopher-protocol, maar dat verhindert niet dat het zowel helder als volledig is.



In schril contrast met dit alles staan de voorzieningen in Delft. Niks grote stap: anderhalf jaar na de Oras-noodkreet ‘Iedereen op het Net!’ staan we nog steeds te draaikonten. Taakgroepen en projectteams ten spijt heeft de TU nog nooit een experiment gelanceerd dat de interesse en steun van SURF verwierf. Terwijl Nijmegen studentenhuizen via de kabel aan het net koppelt en Erasmus college per glasvezel geeft, tobt de grootste technische universiteit van Nederland over deaanschaf van archaïsche apparatuur.



Gebrekkige financiering is geen excuus. Het privé-computerbezit is groot en het Rekencentrum heeft een inbelpoort met een flinke capaciteit, die ondersteund wordt door deskundig en toegewijd personeel. Met weinig middelen was de ISM-groep in staat geweest studenten en medewerkers thuis een verbinding te geven. Als het projectteam daarnaast een zestal gedreven student-vormgevers en -programmeurs had geworven, zou de TU nu zonder twijfel het spraakmakendste universiteitsweb in Nederland hebben; informatief en met een hoog MTV-gehalte, zoals het hoort.



Het is hoog tijd dat er nou es iets gebeurt. Maar dan wel, zoals Rudy Kousbroek ooit zei naar aanleiding van de verfilming van Max Havelaar, op voorwaarde dat het niet door Droogstoppel gedaan wordt.



Ger-Jan te Dorsthorst

 

Over de laatste snufjes op het gebied van de informatietechnologie schrijft SURF, het nieuwsblad van de gelijknamige beheerder van het nationale universitaire computernetwerk. De TU Delft verschijnt zelden in de kolommen, maar het maartnummer bevatte een artikel over Delfts onderzoek, getiteld: ‘De computer en zijn geschiedenis’.



Typisch? Twee weken voor de laatste editie van het SURF-magazine verscheen het eindrapport van de projectgroep ‘Internetfaciliteiten voor Studenten en Medewerkers’ (ISM). Het verslag meldt ‘een enorme stap voorwaarts’ in de ontsluiting van Internet op de TU. Toch trok de Delftse reuzensprong niet de aandacht van de nieuwsjagers van SURF. Delft is bij de SURF-redactie vooral bekend om historische computertoepassingen.



Hoe groot is eigenlijk de stap waarover het ISM-rapport spreekt? De werkgroep had zichzelf twee doelen gesteld: iedereen op de TU – studenten en medewerkers – moet per september 1996 toegang hebben tot Internet, en er diende zo snel mogelijk een compleet universitair informatiesysteem te komen.



Om het eerste te bereiken had de u-raad twee ton stimuleringspremie vrijgemaakt, en onder ‘Bereikte resultaten’ rapporteert het eindverslag dat hiervan ook elke cent is uitgegeven. Het geld blijkt grotendeels besteed aan het geschikt maken van afgedankte 286-pc’s voor netwerkgebruik. Deze ‘geavanceerde’ machines zullen in groten getale op de campus beschikbaar komen, zodat alle studenten en medewerkers zich gemiddeld een uur per week – de door de projectgroep geschatte behoefte – op de hoogte kunnen stellen van de recentste ontwikkelingen langs de Infobahn.



Het ISM-team erkent dat voor een echt gerieflijke kennismaking met Internet grafische navigatiesoftware nodig is. Die werkt echter niet op computers met een processor van het type 80286. Het eindrapport oppert dan ook dat de bestaande infrastructuur ,,zou kunnen worden aangevuld met een zeer beperkt aantal 386-pc’s.” 386-pc’s! Welke leverancier zou deze unieke order in de wacht slepen? Het Techniekmuseum?



Het hierboven geschetste plan – de werkgroep verwacht dat het voor september volgend jaar ,,wel zal lukken” – betekent niet dat iedereen ook een individuele elektronische postbus krijgt. Daarvoor ontbreekt zowel apparatuur als organisatie. Volgens het ISM-verslag is het trouwens ,,de vraag of dat zou moeten. Bovendien kan een groeps-mailbox een (tijdelijke) oplossing bieden.” E-mail ontvangen in een collectieve postbus is ongeveer net zo praktisch als opgebeld worden in een telefooncel. Op dit moment krijgen alleen studenten bijinformatica en elektrotechniek onvoorwaardelijk hun eigen mail-adres.



Beter gaat het met het vullen van het Delftse digitale informatiesysteem, aldus het eindrapport. Het DUTIS – Delft University of Technology Information System – heeft weliswaar nog geen behoorlijke inrichting, maar de projectgroep somt een twintigtal informatiebronnen op die met een beetje goeie wil voor een DUTIS-in-wording kunnen doorgaan. Dat zijn onder meer de telefoongids, mededelingen van de universiteitsraad, enkele periodieken, en informatie van een handvol faculteiten, diensten en studieverenigingen.



Geen van deze bronnen is op initiatief of met steun van de ISM-groep ontstaan. We werken allemaal voor dezelfde baas, dus uw resultaten zijn de onze, schijnt de werkgroep te redeneren.



Vooral de op centraal niveau beheerde informatie, die de kern van DUTIS zou vormen, is hopeloos gedateerd. Wie in de campuswijzer naar de verslagen van de u-raad zoekt, krijgt nieuws van september vorig jaar te zien. De tekst van het ISM-rapport zelf is er niet te vinden. In het elektronische organigram van de universiteit is projectleider ir. F. Hospers niet opgenomen.



Hoe gaat het elders? Op de Universiteit van Washington in Seattle kunnen vijftigduizend studenten en medewerkers een netwerkaccount aanvragen. Tweederde daarvan beschikt via een geautomatiseerde procedure inmiddels over een eigen mailbox. De inbelpoort van de universiteit telt zeshonderd modems, en docenten kunnen het gebruik van electronic mail verplicht stellen. Het universitaire informatiesysteem is overzichtelijk, zeer uitgebreid en up-to-date. De voorpagina opent met een video-beeld van het plein voor het hoofdgebouw en een plaatselijk weersoverzicht, die om de vijf minuten worden ververst. Ogenschijnlijk triviaal, maar illustratief voor de actualiteit van de overige informatie. Washington is overigens geen technische universiteit.



Nederlandse universiteiten zitten evenmin stil. In Twente hebben alle studenten sinds kort aansluiting vanuit de studeerkamer. De UT beschouwt de universele mail-faciliteit als een noodzakelijke administratieve vernieuwing. Kosten: drie miljoen gulden, waarvan drie ton bijgedragen door de stichting SURF.



Voor de aanleg van een Campus Wide Information System ontving de Rijksuniversiteit Limburg onlangs ook een bijdrage van SURF. Naast deze subsidie van honderdduizend gulden investeerde Maastricht zelf nog eens 120-duizend, wat resulteerde in een uitstekende campusgids, met de bescheiden naam MUIS (Maastrichts Universiteits-Informatiesysteem). Het systeem gebruikt het relatief spartaanse gopher-protocol, maar dat verhindert niet dat het zowel helder als volledig is.



In schril contrast met dit alles staan de voorzieningen in Delft. Niks grote stap: anderhalf jaar na de Oras-noodkreet ‘Iedereen op het Net!’ staan we nog steeds te draaikonten. Taakgroepen en projectteams ten spijt heeft de TU nog nooit een experiment gelanceerd dat de interesse en steun van SURF verwierf. Terwijl Nijmegen studentenhuizen via de kabel aan het net koppelt en Erasmus college per glasvezel geeft, tobt de grootste technische universiteit van Nederland over deaanschaf van archaïsche apparatuur.



Gebrekkige financiering is geen excuus. Het privé-computerbezit is groot en het Rekencentrum heeft een inbelpoort met een flinke capaciteit, die ondersteund wordt door deskundig en toegewijd personeel. Met weinig middelen was de ISM-groep in staat geweest studenten en medewerkers thuis een verbinding te geven. Als het projectteam daarnaast een zestal gedreven student-vormgevers en -programmeurs had geworven, zou de TU nu zonder twijfel het spraakmakendste universiteitsweb in Nederland hebben; informatief en met een hoog MTV-gehalte, zoals het hoort.



Het is hoog tijd dat er nou es iets gebeurt. Maar dan wel, zoals Rudy Kousbroek ooit zei naar aanleiding van de verfilming van Max Havelaar, op voorwaarde dat het niet door Droogstoppel gedaan wordt.



Ger-Jan te Dorsthorst

 


 

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.