Opinion

Eminentie

,,Geen eminente universiteit”, luidde het vernietigende oordeel van de faculteitsbobo. De instelling in kwestie, Oxford Brookes University, stuurde me dezelfde dag een weliswaar minder pedante, maar even definitieve afwijzing.

,,Unfortunately we are unable to embark upon a formal exchange programme with your university.” Twee onbetekenende schooltjes die elkaar te min vinden – ik moest er een beetje om lachen. Uiteindelijk had ik al een plaats als associate student; alleen zou ik nu ook in Engeland collegegeld moeten betalen.

Brookes, de tweede academie in de stad, wordt natuurlijk overschaduwd door de wereldvermaarde colleges van Oxford University. Het instituut kreeg pas in 1992 de universitaire status. Daarvoor was het een polytechnic – een goeie, maar niet meer dan dat.

Onderricht en studievoorzieningen hebben baat bij de schoolse traditie van de jonge universiteit. Het Angelsaksische hoger onderwijs is, met zijn personal tutors en wekelijkse essays, voordrachten en andere assignments, toch al intensiever dan het onze; en Brookes laat wat begeleiding betreft helemaal weinig aan het toeval over. Wie hier wordt toegelaten, komt om te slagen. Voor Hollands-studentikoze ranzigheid is geen plaats.

Nu is er, anders dan in Delft, ook weinig excuus voor lullige studieresultaten. Een Engelse vertaling van ‘studeerbaarheid’ bestaat niet. En niet alleen het onderwijs zelf, maar ook de ondersteunende faciliteiten zijn tot in de details verzorgd.

Een uitstekende bibliotheek biedt zeven dagen per week, van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat, een flink aantal studieplekken. Tussen haar verschillende locaties onderhoudt de universiteit een eigen buslijn – gratis op vertoon van collegekaart. Die collegekaart is ook je lenerspas voor de bieb en je lidmaatschapsbewijs van het sportcentrum. In dit ultramoderne complex kun je uit meer soorten lichaamsbeweging kiezen dan je spieren hebt om te blesseren, en er zijn sauna’s en zonnebanken. Bovendien is er een kleine vloot van busjes, te huur voor bijvoorbeeld uitwedstrijden.

Verspreid over de hele universiteit liggen computerzalen, waarvan sommige 24 uur per dag beschikbaar zijn. Buiten kantooruren open je de deur met de streepjescode van – opnieuw – je collegekaart. De apparatuur is geavanceerd en voorzien van een honderdtal softwarepakketten; van algemene tot heel specifieke, gerubriceerd per studierichting. Elke student heeft vanaf het moment van inschrijving een account, met een eigen Internet-postbus.

In de universiteitsrestaurants kun je bij de lunch een behoorlijk glas wijn drinken – nog eens wat anders dan het in Delft alomtegenwoordige kindermenu. En ten slotte, zoals Koolhaas enkele weken geleden in deze kolommen opmerkte, is het voor Oxonians vanzelfsprekend dat studeren plaatsvindt in een stimulerende omgeving. Een dictaatje lezen op het gras vanSouth Park, met een blik op Oxfords dreaming spires; het geeft een rijker gevoel dan huiswaarts over de Mekelweg na weer een dag op die Prozac-campus. Je studeert misschien niet aan een eminente instelling, maar ambiance en een fatsoenlijke organisatie maken een hoop goed.

Toepasselijk eigenlijk, die galmende hoofdletters D-U-T waarmee onze excellente universiteit zich in internationale kringen presenteert. Dut maar lekker verder; ik ben voorlopig nog niet terug.

,,Geen eminente universiteit”, luidde het vernietigende oordeel van de faculteitsbobo. De instelling in kwestie, Oxford Brookes University, stuurde me dezelfde dag een weliswaar minder pedante, maar even definitieve afwijzing. ,,Unfortunately we are unable to embark upon a formal exchange programme with your university.” Twee onbetekenende schooltjes die elkaar te min vinden – ik moest er een beetje om lachen. Uiteindelijk had ik al een plaats als associate student; alleen zou ik nu ook in Engeland collegegeld moeten betalen.

Brookes, de tweede academie in de stad, wordt natuurlijk overschaduwd door de wereldvermaarde colleges van Oxford University. Het instituut kreeg pas in 1992 de universitaire status. Daarvoor was het een polytechnic – een goeie, maar niet meer dan dat.

Onderricht en studievoorzieningen hebben baat bij de schoolse traditie van de jonge universiteit. Het Angelsaksische hoger onderwijs is, met zijn personal tutors en wekelijkse essays, voordrachten en andere assignments, toch al intensiever dan het onze; en Brookes laat wat begeleiding betreft helemaal weinig aan het toeval over. Wie hier wordt toegelaten, komt om te slagen. Voor Hollands-studentikoze ranzigheid is geen plaats.

Nu is er, anders dan in Delft, ook weinig excuus voor lullige studieresultaten. Een Engelse vertaling van ‘studeerbaarheid’ bestaat niet. En niet alleen het onderwijs zelf, maar ook de ondersteunende faciliteiten zijn tot in de details verzorgd.

Een uitstekende bibliotheek biedt zeven dagen per week, van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat, een flink aantal studieplekken. Tussen haar verschillende locaties onderhoudt de universiteit een eigen buslijn – gratis op vertoon van collegekaart. Die collegekaart is ook je lenerspas voor de bieb en je lidmaatschapsbewijs van het sportcentrum. In dit ultramoderne complex kun je uit meer soorten lichaamsbeweging kiezen dan je spieren hebt om te blesseren, en er zijn sauna’s en zonnebanken. Bovendien is er een kleine vloot van busjes, te huur voor bijvoorbeeld uitwedstrijden.

Verspreid over de hele universiteit liggen computerzalen, waarvan sommige 24 uur per dag beschikbaar zijn. Buiten kantooruren open je de deur met de streepjescode van – opnieuw – je collegekaart. De apparatuur is geavanceerd en voorzien van een honderdtal softwarepakketten; van algemene tot heel specifieke, gerubriceerd per studierichting. Elke student heeft vanaf het moment van inschrijving een account, met een eigen Internet-postbus.

In de universiteitsrestaurants kun je bij de lunch een behoorlijk glas wijn drinken – nog eens wat anders dan het in Delft alomtegenwoordige kindermenu. En ten slotte, zoals Koolhaas enkele weken geleden in deze kolommen opmerkte, is het voor Oxonians vanzelfsprekend dat studeren plaatsvindt in een stimulerende omgeving. Een dictaatje lezen op het gras vanSouth Park, met een blik op Oxfords dreaming spires; het geeft een rijker gevoel dan huiswaarts over de Mekelweg na weer een dag op die Prozac-campus. Je studeert misschien niet aan een eminente instelling, maar ambiance en een fatsoenlijke organisatie maken een hoop goed.

Toepasselijk eigenlijk, die galmende hoofdletters D-U-T waarmee onze excellente universiteit zich in internationale kringen presenteert. Dut maar lekker verder; ik ben voorlopig nog niet terug.

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.