Campus

‘Dom blondje’ in een mannenwereld

Goed, ze is blond, maar daar kun je beter geen toespelingen op maken. Wie er toch over begint moet het zelf weten. Want Marisca van Kouwenhoven, derdejaars technische natuurkunde, is niet te beroerd mensen te vernederen als ze daar zelf om vragen.

Een schaakbord en wat stukken zijn haar wapens. Zaterdag vertrekt ze met het Nederlands damesteam naar Armenië voor de Olympiade.


Figuur 1 ,,Ik had een variant berekend en daarvan verwisselde ik twee zetten. Heel stom dus”

,,Een vriend van een huisgenoot had er nogal een handje van”, vertelt ze. ,,Altijd zeurde hij over ‘dat domme blondje’. Ik dus. Mijn huisgenoot vroeg hem op een gegeven moment of hij dan tegen dat domme blondje een potje schaak wilde spelen. Om een kratje. Snel verdiend, dacht die jongen. Not. Dat zijn dan lekkere biertjes hoor.”

Marisca van Kouwenhoven is derdejaars natuurkunde en een van de beste schaaksters van Nederland. Vorig jaar werd ze als debutante eerste bij het Nationaal Kampioenschap, afgelopen zomer moest ze genoegen nemen met een gedeelde vierde plaats. Maar ze bleef derde op de landelijke ranglijst, reden waarom ze zaterdag mag afreizen naar Armenië voor de Olympiade.

Van Kouwenhoven: ,,Ach, dat NK liep nogal vervelend. Ik speelde wel redelijk, maar mijn tegenstanders schoven het steeds helemaal dicht. Dat was het verschil met vorig jaar: toen was ik een nieuweling, iedereen wilde van me winnen, en dus vielen er gaten. Nu speelden ze veel verdedigender. Desondanks stond ik voor de laatste ronde nog tweede, maar toen ging het helemaal mis. Ik was zenuwachtig, want mijn plaats in het Olympiade-team kon in gevaar komen, en daardoor draaide ik iets om. Ik bedoel, ik had een variant berekend en daarvan verwisselde ik twee zetten. Als de stelling al kritisch is kun je je dat niet permitteren. Heel stom dus. Gelukkig doe ik dat niet al te vaak.”

De concurrentie verloor haar laatste partij echter ook, zodat Van Kouwenhoven nu haar koffers mag pakken voor Armenië. Koffers vol schaakboeken natuurlijk, maar ook met de dikke Bavinck ertussen, want Van Kouwenhoven blijft daar in de Kaukasus wel aan Delft denken. ,,Ik ben dit dimester vijfenhalve week in het buitenland”, legt ze uit. ,,Dus ik moet ook wel studeren. Ik ga analyse bijwerken, en ik doe wat huiswerk voor systemen & signalen, en eigenlijk zou ik nog veel meer moeten doen, maar dat lukt me toch niet. Schaken is veel leuker dan studeren. Alleen kan ik van schaken niet leven. Dus moet ik ook studeren. Na het EK, in oktober, gaat het schaken wel even op een lager pitje, anders wordt het echt zo’n twintigjarig programma hier in Delft”, vindt de nog P-loze Van Kouwenhoven.
Sjouwwerk

Ze heeft al vaker aan vergelijkbare wedstrijden meegedaan en weet wel ongeveer wat ze kan verwachten. Van Kouwenhoven: ,,Zo’n toernooi duurt twee, drie weken, waarin je in een -zeker in dat soort landen – niet al te luxe hotel logeert. Samen met een teamgenoot op een kamer. Je hebt weinig contact met anderen, daar heb je trouwens ook nauwelijks tijd voor. Elke dag een partij, die vier tot zeven uur kan duren, en daaraan voorafgaand eerst nog twee uur voorbereiding.”

Die voorbereiding is een mentale warming-up waarin Van Kouwenhoven zich alvast instelt op de tegenstandster. Ze speelt een aantal recente partijen van haar opponente na en probeert daaruit haar tactiek af te leiden. ,,Gelukkig hebben we met het Olympiade-team twee compu’s bij ons. Je toetst een naam in en dan krijg je alle partijen te zien, waaruit je probeert te bepalen welke opening je waarschijnlijk tegen haar op het bord zal krijgen. Er bestaan ook boeken waarin dat te vinden is, maar dat zoekt een stuk lastiger en is meer sjouwwerk. Daarnaast worden er tijdens zo’n toernooi bulletins uitgegeven met alle partijen van de vorige dag. Zo heb je de meest up to date informatie over je tegenstanders. Helaas hebben zij die ook over mij natuurlijk.”

Als ze niet in het buitenland is, schaakt Van Kouwenhoven bij de club Ortec in Capelle aan de IJssel. Dat is op vrijdagavond. In de weekenden heeft ze vaak toernooien, en door de week moet ze van zichzelf ‘ook wel wat doen’. ,,Maar dat doe ik niet altijd”, voegt ze eraan toe. ,,Dan moet je weer achter je computertje partijen gaan zitten naspelen, dat is af en toe niet echt leuk, zo in je eentje. Ik had vroeger een trainer, maar sinds ik vorig jaar kampioen ben geworden is dat voorbij, omdat ik te oud werd voor een trainer van de jeugdbond. En om het nou zelf te gaan betalen – de stufi is niet echt een vetpot. Dus train ik zonder trainer. Jammer genoeg, want het is altijd prettiger om samen te werken. Wel speel ik veel met m’n vriend, die is ook clubschaker. Maar die is wel minder sterk dan ik.”
Macho-wereldje

Wie wel eens een interviewtje met Kasparow gelezen heeft, weet dat schaken oorlog is. Schakers hebben misschien een nerderig imago, maar stiekem zijn ze meer macho dan boksers of rugby-ers. Ze hebben meer pretenties dan voetballers. Er zijn schakers die zonder ironie durven te beweren dat ze de slimste ter wereld zijn en dat hun capaciteiten op het bord eigenlijk symbolisch zijn voor hun prestaties in bed. ,,Ik het slimste meisje van Nederland?” lacht van Kouwenhoven. ,,Onzin. Daar heb ik eigenlijk nooit zo over nagedacht. Een macho-wereldje? Ja, het is een mannenwereldje, er zijn heel veel mannen. Maar je hebt er geen last van. Net als op de TU eigenlijk. Het is zelfs wel leuk om er als meisje in rond te lopen. Tijdens mijn Owee was er bij de info-markt zo’n standje van het Corps. Kun je schaken, vroeg een jongen een beetje lacherig. Dus dan speel je een partij en zie je zo’n gezicht steeds meer betrekken.”

Van Kouwenhoven heeft nog tijd voor vrienden, zegt ze. Ze is lid van Jansbrug. ,,Maar daar ben ik weinig geweest de laatste tijd”, vertelt ze. ,,Op de vereniging is de hele avond meteen weg. Niet dat ik de hele tijd in de boeken zit, dat ook weer niet. Hoewel dat misschien wel zou moeten.”

Waarmee ze studieboeken bedoelt. Want ze ziet zichzelf later niet als schaakster de kost verdienen. ,,Je kunt er alleengoed van leven als je echt goed kunt schaken. Er zijn ook eenheleboel minderen; die winnen af en toe duizend gulden op een snelschaaktoernooitje, maar daar moeten ze dan wel twee maanden mee rond zien te komen. Dat is zo onzeker. Anderen hebben een uitkering en schrijven daarnaast nog iets voor de krant, maar ook dan valt het niet mee. Het is niet net als tennissen ofzo.”

Toch heeft ze nog een kleine schaakdroom: internationaal meester worden. Daarvoor moet ze binnen zes jaar in drie toernooien goede resultaten halen tegen tegenstanders die al internationaal meester zijn. ,,Die kom je genoeg tegen in die Oostbloklanden, dus daar zal het niet aan liggen. Ik heb al één keer zo’n resultaat behaald. Nu nog twee. Het zit er wel in denk ik, want volgens mij ben ik het laatste jaar sterker geworden. Alleen komt het er tot nu toe nog niet zo uit. Misschien in de komende weken.”

Michael Persson

Goed, ze is blond, maar daar kun je beter geen toespelingen op maken. Wie er toch over begint moet het zelf weten. Want Marisca van Kouwenhoven, derdejaars technische natuurkunde, is niet te beroerd mensen te vernederen als ze daar zelf om vragen. Een schaakbord en wat stukken zijn haar wapens. Zaterdag vertrekt ze met het Nederlands damesteam naar Armenië voor de Olympiade.


Figuur 1 ,,Ik had een variant berekend en daarvan verwisselde ik twee zetten. Heel stom dus”

,,Een vriend van een huisgenoot had er nogal een handje van”, vertelt ze. ,,Altijd zeurde hij over ‘dat domme blondje’. Ik dus. Mijn huisgenoot vroeg hem op een gegeven moment of hij dan tegen dat domme blondje een potje schaak wilde spelen. Om een kratje. Snel verdiend, dacht die jongen. Not. Dat zijn dan lekkere biertjes hoor.”

Marisca van Kouwenhoven is derdejaars natuurkunde en een van de beste schaaksters van Nederland. Vorig jaar werd ze als debutante eerste bij het Nationaal Kampioenschap, afgelopen zomer moest ze genoegen nemen met een gedeelde vierde plaats. Maar ze bleef derde op de landelijke ranglijst, reden waarom ze zaterdag mag afreizen naar Armenië voor de Olympiade.

Van Kouwenhoven: ,,Ach, dat NK liep nogal vervelend. Ik speelde wel redelijk, maar mijn tegenstanders schoven het steeds helemaal dicht. Dat was het verschil met vorig jaar: toen was ik een nieuweling, iedereen wilde van me winnen, en dus vielen er gaten. Nu speelden ze veel verdedigender. Desondanks stond ik voor de laatste ronde nog tweede, maar toen ging het helemaal mis. Ik was zenuwachtig, want mijn plaats in het Olympiade-team kon in gevaar komen, en daardoor draaide ik iets om. Ik bedoel, ik had een variant berekend en daarvan verwisselde ik twee zetten. Als de stelling al kritisch is kun je je dat niet permitteren. Heel stom dus. Gelukkig doe ik dat niet al te vaak.”

De concurrentie verloor haar laatste partij echter ook, zodat Van Kouwenhoven nu haar koffers mag pakken voor Armenië. Koffers vol schaakboeken natuurlijk, maar ook met de dikke Bavinck ertussen, want Van Kouwenhoven blijft daar in de Kaukasus wel aan Delft denken. ,,Ik ben dit dimester vijfenhalve week in het buitenland”, legt ze uit. ,,Dus ik moet ook wel studeren. Ik ga analyse bijwerken, en ik doe wat huiswerk voor systemen & signalen, en eigenlijk zou ik nog veel meer moeten doen, maar dat lukt me toch niet. Schaken is veel leuker dan studeren. Alleen kan ik van schaken niet leven. Dus moet ik ook studeren. Na het EK, in oktober, gaat het schaken wel even op een lager pitje, anders wordt het echt zo’n twintigjarig programma hier in Delft”, vindt de nog P-loze Van Kouwenhoven.
Sjouwwerk

Ze heeft al vaker aan vergelijkbare wedstrijden meegedaan en weet wel ongeveer wat ze kan verwachten. Van Kouwenhoven: ,,Zo’n toernooi duurt twee, drie weken, waarin je in een -zeker in dat soort landen – niet al te luxe hotel logeert. Samen met een teamgenoot op een kamer. Je hebt weinig contact met anderen, daar heb je trouwens ook nauwelijks tijd voor. Elke dag een partij, die vier tot zeven uur kan duren, en daaraan voorafgaand eerst nog twee uur voorbereiding.”

Die voorbereiding is een mentale warming-up waarin Van Kouwenhoven zich alvast instelt op de tegenstandster. Ze speelt een aantal recente partijen van haar opponente na en probeert daaruit haar tactiek af te leiden. ,,Gelukkig hebben we met het Olympiade-team twee compu’s bij ons. Je toetst een naam in en dan krijg je alle partijen te zien, waaruit je probeert te bepalen welke opening je waarschijnlijk tegen haar op het bord zal krijgen. Er bestaan ook boeken waarin dat te vinden is, maar dat zoekt een stuk lastiger en is meer sjouwwerk. Daarnaast worden er tijdens zo’n toernooi bulletins uitgegeven met alle partijen van de vorige dag. Zo heb je de meest up to date informatie over je tegenstanders. Helaas hebben zij die ook over mij natuurlijk.”

Als ze niet in het buitenland is, schaakt Van Kouwenhoven bij de club Ortec in Capelle aan de IJssel. Dat is op vrijdagavond. In de weekenden heeft ze vaak toernooien, en door de week moet ze van zichzelf ‘ook wel wat doen’. ,,Maar dat doe ik niet altijd”, voegt ze eraan toe. ,,Dan moet je weer achter je computertje partijen gaan zitten naspelen, dat is af en toe niet echt leuk, zo in je eentje. Ik had vroeger een trainer, maar sinds ik vorig jaar kampioen ben geworden is dat voorbij, omdat ik te oud werd voor een trainer van de jeugdbond. En om het nou zelf te gaan betalen – de stufi is niet echt een vetpot. Dus train ik zonder trainer. Jammer genoeg, want het is altijd prettiger om samen te werken. Wel speel ik veel met m’n vriend, die is ook clubschaker. Maar die is wel minder sterk dan ik.”
Macho-wereldje

Wie wel eens een interviewtje met Kasparow gelezen heeft, weet dat schaken oorlog is. Schakers hebben misschien een nerderig imago, maar stiekem zijn ze meer macho dan boksers of rugby-ers. Ze hebben meer pretenties dan voetballers. Er zijn schakers die zonder ironie durven te beweren dat ze de slimste ter wereld zijn en dat hun capaciteiten op het bord eigenlijk symbolisch zijn voor hun prestaties in bed. ,,Ik het slimste meisje van Nederland?” lacht van Kouwenhoven. ,,Onzin. Daar heb ik eigenlijk nooit zo over nagedacht. Een macho-wereldje? Ja, het is een mannenwereldje, er zijn heel veel mannen. Maar je hebt er geen last van. Net als op de TU eigenlijk. Het is zelfs wel leuk om er als meisje in rond te lopen. Tijdens mijn Owee was er bij de info-markt zo’n standje van het Corps. Kun je schaken, vroeg een jongen een beetje lacherig. Dus dan speel je een partij en zie je zo’n gezicht steeds meer betrekken.”

Van Kouwenhoven heeft nog tijd voor vrienden, zegt ze. Ze is lid van Jansbrug. ,,Maar daar ben ik weinig geweest de laatste tijd”, vertelt ze. ,,Op de vereniging is de hele avond meteen weg. Niet dat ik de hele tijd in de boeken zit, dat ook weer niet. Hoewel dat misschien wel zou moeten.”

Waarmee ze studieboeken bedoelt. Want ze ziet zichzelf later niet als schaakster de kost verdienen. ,,Je kunt er alleengoed van leven als je echt goed kunt schaken. Er zijn ook eenheleboel minderen; die winnen af en toe duizend gulden op een snelschaaktoernooitje, maar daar moeten ze dan wel twee maanden mee rond zien te komen. Dat is zo onzeker. Anderen hebben een uitkering en schrijven daarnaast nog iets voor de krant, maar ook dan valt het niet mee. Het is niet net als tennissen ofzo.”

Toch heeft ze nog een kleine schaakdroom: internationaal meester worden. Daarvoor moet ze binnen zes jaar in drie toernooien goede resultaten halen tegen tegenstanders die al internationaal meester zijn. ,,Die kom je genoeg tegen in die Oostbloklanden, dus daar zal het niet aan liggen. Ik heb al één keer zo’n resultaat behaald. Nu nog twee. Het zit er wel in denk ik, want volgens mij ben ik het laatste jaar sterker geworden. Alleen komt het er tot nu toe nog niet zo uit. Misschien in de komende weken.”

Michael Persson

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.