Campus

‘Delft interpreteert ICT te smal’

Jens Arnbak is inmiddels bijna twintig jaar in Nederland, de laatste jaren regelmatig optredend in de media. Nog steeds is de voorzitter van de Opta (Onafhankelijke post- en telecommunicatie autoriteit) hoogleraar bij de faculteit ITS. ,,Het gaat om de juiste mix.”

,,In 1984 werd ik gevraagd voor de commissie Steenbergen, die de regering adviseerde over de toekomst van de PTT. Daarna is het allemaal toevallig zo gelopen.” Jens Arnbak (1943) is naast hoogleraar telecommunicatie aan de subfaculteit Elektrotechniek vooral bekend als voorzitter van Opta, door sommigen ook wel ‘telecomwaakhond’ genoemd. Die benoeming volgde in 1997 op een jarenlange adviesrol die Arnbak vervulde voor twee kabinetten.

In 1980 begon Arnbak als hoogleraar radiocommunicatie in Eindhoven. In 1986 werd hij benoemd in Delft, als hoogleraar bij Elektrotechniek. In 1994 kwam daar een leerstoel bij Technische Bestuurskunde bij. Het lijkt erop alsof de Deen zijn carrière zorgvuldig heeft uitgestippeld. Niets is echter minder waar: ,,Eigenlijk is alles toevallig zo gelopen. Mijn komst naar Nederland wegens een lief meisje, mijn betrokkenheid bij de privatisering van PTT en de liberalisering van de telecomsector die daarop volgde.” Ook Arnbaks betrokkenheid bij de publieke zaak is toevallig. ,,Tijdens mijn studie in Denemarken heb ik er nooit rekening mee gehouden op deze manier met regelgeving bezig te zullen zijn.”

Opportunity

Toeval of niet, Arnbak zag de ontwikkelingen binnen zijn vakgebied al vroegtijdig. ,,In 1983 organiseerde ik voor het Kivi de eerste Nederlandse leergang mobiele communicatie. Iedereen verklaarde mij toen voor gek, maar ik was ervan overtuigd dat er op dat gebied ook in Nederland een opportunity lag. Dat had ik al in Scandinavië gezien.” Telecom is inmiddels een hot topic. Maar volgens Arnbak beseft de TU dat nog te weinig. ,,Ik heb er binnen de TU voortdurend op gewezen hoe belangrijk de telecomsector is. Het gaat niet alleen om de apparatuur, wat dat betreft interpreteert Delft de ict te smal. Ict is meer dan alleen de chips. Maar daar heb ik de hardcore technici niet van kunnen overtuigen.” Binnen de totale uitgaven aan informatie- en communicatietechnologie binnen West-Europa vormen de telecomdiensten de hoofdmoot, met 43 procent. Het gebrek aan aandacht daarvoor frustreert Arnbak. ,,We moeten toe naar een meer applicatieve kant van de ict-netwerken. Je zou dat kunnen beschouwen als de civiele techniek binnen de ict. Het aanleggen en exploiteren van infrastructuur dus.” En daarvoor is volgens Arnbak in Delft te weinig opleidingsmogelijkheid.

Arnbak vergelijkt de huidige ontwikkelingen dan ook met die van Nederland in de Gouden Eeuw. Arnbak: ,,Er waren drie aspecten die ervoor zorgden dat Nederland in de Gouden Eeuw de wereldzeeën veroverde. Dat waren allereerst een goede en hoogwaardige technologische kennis. Ten tweede een goede wet-en regelgeving, en ten derde voldoende investeringen. Dat is nu weer nodig om Nederland voorop te laten lopen wat betreft telecom.” De juiste mix tussen technologie en markt dus. En Delft loopt wat dat betreft niet meer voorop, aldus Arnbak. ,,Ik snap het gewoonweg niet. Professor Van Till, internetprofessor nota bene, is niet herbenoemd. Terwijl het gaat om het snelst groeiende economische gebied in Nederland.”
Constructief

Arnbak is niet bang om kritiek te uiten. ,,Begrijp mij niet verkeerd, ik ben kritisch omdat ik de TU een warm hart toedraag. Ik wil graag een constructieve bijdrage leveren.” Arnbak is ook heel stellig in zijn houding tegenover studenten. ,,Studenten zijn en blijven de echte klanten van de TU. We kunnen best dingen voor het bedrijfsleven doen, maar dan moet dat ook in het belang zijn van studenten. Studenten moeten aan dergelijke projecten mee kunnen doen. Dat hebben we bij ons aan de faculteit ook gedaan met een groot project voor Nokia, Ericsson en Siemens. Het ging hierbij om de ontwikkeling van UMTS, het toekomstige mobiele communicatienetwerk. Studenten konden echt meewerken aan het project.” De onafhankelijkheid van de universiteit is echter essentieel, aldus Arnbak.

Delft is echter niet pluriform genoeg, volgens Arnbak. De studenten worden in veel gevallen nog niet goed genoeg voorbereid op de toekomst. Arnbak: ,,De ict-student moet een geschakeerd academisch product worden. Hij of zij moet van meerdere kanten informatie hebben gekregen.” De elektrotechnicus juicht het dan ook toe dat mensen uit het bedrijfsleven leerstoelen krijgen aangeboden. Zoals zijn tegenspeler in de telecomwereld, Wim Dik, die onlangs een leerstoel kreeg bij TBM. ,,Het aardige is allereerst dat Dik goed van de tongriem gesneden is, hij heeft een verhaal te vertellen. Hij is een Delftenaar die thuis is in de techniek, die de techniek ten dienste stelt van iets.” Dik, nu nog bestuursvoorzitter van KPN, en Arnbak stonden in het verleden nog wel eens tegenover elkaar. Ook in de media. Arnbak daarover: ,,Dat is puur zakelijk. Een ondernemer heeft een bedrijfsbelang, en Opta is toezichthouder vanuit een publiek belang. Dat brengt een natuurlijke spanning met zich mee. Maar voordat ik bij Opta zat kende ik Dik al hoor. In Nederland wekt elke sterke uitspraak meteen de aandacht, dat is het probleem.”

,,In 1984 werd ik gevraagd voor de commissie Steenbergen, die de regering adviseerde over de toekomst van de PTT. Daarna is het allemaal toevallig zo gelopen.” Jens Arnbak (1943) is naast hoogleraar telecommunicatie aan de subfaculteit Elektrotechniek vooral bekend als voorzitter van Opta, door sommigen ook wel ‘telecomwaakhond’ genoemd. Die benoeming volgde in 1997 op een jarenlange adviesrol die Arnbak vervulde voor twee kabinetten.

In 1980 begon Arnbak als hoogleraar radiocommunicatie in Eindhoven. In 1986 werd hij benoemd in Delft, als hoogleraar bij Elektrotechniek. In 1994 kwam daar een leerstoel bij Technische Bestuurskunde bij. Het lijkt erop alsof de Deen zijn carrière zorgvuldig heeft uitgestippeld. Niets is echter minder waar: ,,Eigenlijk is alles toevallig zo gelopen. Mijn komst naar Nederland wegens een lief meisje, mijn betrokkenheid bij de privatisering van PTT en de liberalisering van de telecomsector die daarop volgde.” Ook Arnbaks betrokkenheid bij de publieke zaak is toevallig. ,,Tijdens mijn studie in Denemarken heb ik er nooit rekening mee gehouden op deze manier met regelgeving bezig te zullen zijn.”

Opportunity

Toeval of niet, Arnbak zag de ontwikkelingen binnen zijn vakgebied al vroegtijdig. ,,In 1983 organiseerde ik voor het Kivi de eerste Nederlandse leergang mobiele communicatie. Iedereen verklaarde mij toen voor gek, maar ik was ervan overtuigd dat er op dat gebied ook in Nederland een opportunity lag. Dat had ik al in Scandinavië gezien.” Telecom is inmiddels een hot topic. Maar volgens Arnbak beseft de TU dat nog te weinig. ,,Ik heb er binnen de TU voortdurend op gewezen hoe belangrijk de telecomsector is. Het gaat niet alleen om de apparatuur, wat dat betreft interpreteert Delft de ict te smal. Ict is meer dan alleen de chips. Maar daar heb ik de hardcore technici niet van kunnen overtuigen.” Binnen de totale uitgaven aan informatie- en communicatietechnologie binnen West-Europa vormen de telecomdiensten de hoofdmoot, met 43 procent. Het gebrek aan aandacht daarvoor frustreert Arnbak. ,,We moeten toe naar een meer applicatieve kant van de ict-netwerken. Je zou dat kunnen beschouwen als de civiele techniek binnen de ict. Het aanleggen en exploiteren van infrastructuur dus.” En daarvoor is volgens Arnbak in Delft te weinig opleidingsmogelijkheid.

Arnbak vergelijkt de huidige ontwikkelingen dan ook met die van Nederland in de Gouden Eeuw. Arnbak: ,,Er waren drie aspecten die ervoor zorgden dat Nederland in de Gouden Eeuw de wereldzeeën veroverde. Dat waren allereerst een goede en hoogwaardige technologische kennis. Ten tweede een goede wet-en regelgeving, en ten derde voldoende investeringen. Dat is nu weer nodig om Nederland voorop te laten lopen wat betreft telecom.” De juiste mix tussen technologie en markt dus. En Delft loopt wat dat betreft niet meer voorop, aldus Arnbak. ,,Ik snap het gewoonweg niet. Professor Van Till, internetprofessor nota bene, is niet herbenoemd. Terwijl het gaat om het snelst groeiende economische gebied in Nederland.”
Constructief

Arnbak is niet bang om kritiek te uiten. ,,Begrijp mij niet verkeerd, ik ben kritisch omdat ik de TU een warm hart toedraag. Ik wil graag een constructieve bijdrage leveren.” Arnbak is ook heel stellig in zijn houding tegenover studenten. ,,Studenten zijn en blijven de echte klanten van de TU. We kunnen best dingen voor het bedrijfsleven doen, maar dan moet dat ook in het belang zijn van studenten. Studenten moeten aan dergelijke projecten mee kunnen doen. Dat hebben we bij ons aan de faculteit ook gedaan met een groot project voor Nokia, Ericsson en Siemens. Het ging hierbij om de ontwikkeling van UMTS, het toekomstige mobiele communicatienetwerk. Studenten konden echt meewerken aan het project.” De onafhankelijkheid van de universiteit is echter essentieel, aldus Arnbak.

Delft is echter niet pluriform genoeg, volgens Arnbak. De studenten worden in veel gevallen nog niet goed genoeg voorbereid op de toekomst. Arnbak: ,,De ict-student moet een geschakeerd academisch product worden. Hij of zij moet van meerdere kanten informatie hebben gekregen.” De elektrotechnicus juicht het dan ook toe dat mensen uit het bedrijfsleven leerstoelen krijgen aangeboden. Zoals zijn tegenspeler in de telecomwereld, Wim Dik, die onlangs een leerstoel kreeg bij TBM. ,,Het aardige is allereerst dat Dik goed van de tongriem gesneden is, hij heeft een verhaal te vertellen. Hij is een Delftenaar die thuis is in de techniek, die de techniek ten dienste stelt van iets.” Dik, nu nog bestuursvoorzitter van KPN, en Arnbak stonden in het verleden nog wel eens tegenover elkaar. Ook in de media. Arnbak daarover: ,,Dat is puur zakelijk. Een ondernemer heeft een bedrijfsbelang, en Opta is toezichthouder vanuit een publiek belang. Dat brengt een natuurlijke spanning met zich mee. Maar voordat ik bij Opta zat kende ik Dik al hoor. In Nederland wekt elke sterke uitspraak meteen de aandacht, dat is het probleem.”

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.